Troostwetenschap

In de discussies over het nut van lezen mis ik één factor. Het gaat in zulke discussies over hoe je een beter burger wordt met alle empathie die je opdoet uit de lectuur van romans of over hoe je cognitief beter functioneert omdat je woordenschat en je concentratie groeien. Maar zelden wordt genoemd wat misschien wel dé functie is van literatuur, van kunst. Troost. Misschien is het omdat troost als een nutteloos nut wordt gezien. Getrooste burgers zijn geen bruikbaardere burgers, en het individu verbetert er zijn positie op de arbeidsmarkt niet mee als hij getroost wordt. Bovendien kun je ook troost vinden in allerlei vormen van kunst waar je niks voor hoeft te leren, zogeheten ‘lagere’ kunst, popliedjes bijvoorbeeld, of pulpromans. En dan is er nog het bezwaar dat volgens sommigen ‘echte’ kunst niet troost, maar je juist wakker schudt en verontrust. Troost is niet sjiek. Vaderlijkheid Tegelijkertijd is troosten, je verzoenen met de onvolkomenheden van het bestaan, iets wat kunst, laag of hoog, misschien wel beter kan dan wat dan ook. Ik denk dat zogenaamd verontrustende kunst ook vaak stiekem in de eerste plaats troostend is: iemand anders voelt mijn onrust. Ik voel me de laatste tijd wat melancholiek. Dat stelt niet veel voor: de blaadjes worden geel en vallen, ik moet van wat mensen afscheid nemen, ik word door andere mensen geplaagd omdat je in het leven nu eenmaal af en toe door mensen geplaagd wordt, en hoewel er genoeg andere mensen zijn die juist heel aardig voor me zijn, wegen die dan niet op tegen het plagen. Niet op de manier waarop een liedje zoals dat van Kommil Foo dat wel doet. https://www.youtube.com/watch?v=FWSaYWJQVys Lange optocht Het is lastig te bepalen wat er nu precies troostend aan zo’n liedje is. Als ik een zak met geld had voor onderzoek naar het nut van literatuur zou ik het misschien wel over die vraag laten gaan. In dit liedje lijkt het op het eerste gezicht te liggen in het refrein, herhaald in de titel: Kom hier dat ik u draag is natuurlijk expliciet een aanbod om te troosten. Het aanbod wordt bovendien op een vaderlijke manier gedaan en wie is er niet gevoelig voor vaderlijkheid – de mooiste vorm van mannelijkheid. Maar daar zit het niet in. Wanneer het lied alleen uit dat refrein, uit dat expliciete aanbod, zou bestaan, zou het niemand troosten. Terwijl dat denk ik wel zou gelden als je het aanbod juist weg zou laten en alleen de lange optocht van mensen voorbij hoorde trekken (de rare enjambementen in het volgende komen waarschijnlijk van degene die het op internet heeft gezet – intrigerend, maar nu even niet het onderwerp): Aan de man die ’s ochtends opstaat Bij wie het leven als een natte Dweil keihard in zijn gezicht slaat − die met de moed der wanhoop Zijn koffie drinkt, zijn krant leest, Zijn dikke hond uitlaat − aan de Vrouw op de fiets met het kind, Manmoedig vechtend tegen de Regen en de stugge wind, die Zich afvraagt wanneer dat lang Verwachte droomleven nu eindelijk Begint − aan de buschauffeur Aan de bakker op de hoek en zijn Thaise vrouw − die zo mooi lacht En honderduit praat, − maar Waarvan je met de beste wil van de Wereld geen woord verstaat − aan De mannen achter de vuilniskar − Aan de jongens op de tram − aan de Kerel op het dak, met z’n thermos En z’n boterham (enz) Wij allemaal In de eerste plaats: waarom biedt zo’n parade van sukkelaars die je als luisteraar helemaal niet kent en die door de schrijver van het lied waarschijnlijk grotendeels verzonnen zijn, troost? Ik geloof niet dat er iemand is die daar een goede theorie over heeft. Ja, de strekking is: we zijn allemaal maar sukkels, hoe verschillend we ook zijn, we worstelen ‘stuk voor stuk’ met het leven. Ook de mensen die jou plagen, ook de mensen die mij plagen. Ook jij, ook ik. Maar die samenvatting, hoe adequaat ook, ontroert waarschijnlijk niemand, en troost nog minder mensen. Je hebt die concrete details nodig, maar waarom? Het is een veel gegeven schrijfadvies: gebruik details, want dan ziet de lezer het voor zich, kan hij zich meer inleven. Ik geef dat advies zelf ook graag. Maar wat doen die bakker en zijn Thaise vrouw nu eigenlijk in mijn hoofd, waardoor dat effect gesorteerd wordt? Ik ken geen bakker met een Thaise vrouw, waarom werken zij dan toch beter op mijn gemoed dan het compacte ‘wij allemaal’? Hoe werkt dat in het hoofd? Ordinair Er is trouwens nog iets wonderlijks aan deze tekst. De mensen die worden getoond in de eerste strofe zijn nog duidelijk ongelukkig, en kennelijk werkt het dus troostend om geconfronteerd te worden met het ongeluk van anderen; maar de mensen in de tweede strofe zijn helemaal niet ongelukkig, of, daar wordt niets over gezegd. De Thaise vrouw lacht zelfs mooi, en de kerel op het dak peuzelt neem ik aan vredig zijn boterham op. Toch werken die mensen even sterk als die in de eerste strofe, al is dat misschien wel doordat je als luisteraar inmiddels gespitst bent op het ongeluk, zodat je meer aandacht besteedt aan het feit dat niemand verstaat wat de Thaise vrouw zegt dan aan het feit dat ze kennelijk desondanks ‘honderduit’ praat. Dit stukje is mislukt, het gaat nergens naartoe. Ik weet het niet, en ik heb nog nooit iets van iemand gelezen die het wel weet, hoe troost eigenlijk werkt. Het lijkt de meeste analisten dus ook nauwelijks te interesseren. Troost is een beetje een ordinaire functie van kunst, maar ik hoop toch ook een keer een troostwetenschapper opstaat, en een Journal of Consolation Studies en jaarlijkse congressen waarin mensen onderzoeken hoe het kan dat het leven draaglijker wordt door wat andere mensen doen – ook al ken je die mensen helemaal niet.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Terug naar de grottekening

Thomas Mann - De Toverberg

Je mag van mij van alles en nog wat ter discussie stellen, maar niet de waarde van het lezen. Wie zegt dat ‘de jeugd nu eenmaal is opgegroeid met het internet’ en dat het dus heel begrijpelijk is dat ‘ze’ niet meer lezen, of dat ‘we er maar aan moeten wennen dat hetgeen wij als belangrijk beschouwen’ tegenwoordig ‘nu eenmaal niet meer zo belangrijk is’, of dat ‘we duizenden jaren geleden ook niet met boeken met elkaar communiceerden, maar met grottekeningen’, zo iemand drijft me tot razernij.

De barbaren!

Ik was onlangs op een Teams-bijeenkomst over de toekomst van het lezen waar sommigen onbekommerd zulke dingen beweerden. Of hardop vroegen wat nu het unique selling point was van het boek, waarom het allemaal niet ook in YouTube-filmpjes kon. Veel handleidingen konden toch ook tegenwoordig de prullenbak in omdat video’s het allemaal zo veel helderder uitlegden? Als kinderen nu niet wilden lezen waarom moesten we ze dat dan opdringen, was dat niet vreselijk elitair van ons?

Het is niet waar. Het is zo evident niet waar dat ik niet eens wist hoe te reageren.

Het probleem was, geloof ik, dat deze mensen twee soorten lezen erkenden: het lezen van technische informatie, en het lezen ‘voor de lol’. Die technische informatie kan dus misschien soms – als het eenvoudige, korte informatie is – ook op een andere manier worden overgedragen dan in geschrifte. Voor de lol hebben we tegenwoordig naast De Zauberberg ook Netflix, dat is zo ongeveer de redenering.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: copyright ok. Gecheckt 21-02-2022

De Kroonboekenclub | Albert Helman, De stille plantage

COLUMN - Er zijn tijden geweest dat je moest betalen voor boeken, maar die tijden liggen ver achter ons. Integendeel, de beste boeken die je nu kunt krijgen zijn gratis. De boekwinkels liggen vol stapels met slecht leesbare onzin die er dan ook na enkele maanden weer uit verdwenen is om plaats te maken voor nieuwe onzin.

Ondertussen bloeit het gratis boek: overal staan langs de straat kleine minibiebjes opgesteld waar mensen hun boeken neerleggen, zoals ook op menig kantoor een tafel staat met exemplaren Tolstoj en Flaubert van een collega die beseft er niet meer in te kijken. En dan is er nog het internet, waar alle groten van de wereldliteratuur inmiddels verkrijgbaar zijn, en vaak ook nog in heel behoorlijke edities. Wie zou er nog geld neerleggen voor Maartje Wortel als ze gratis Carry van Bruggen kon krijgen?

Alleen: over die wereld van het gratis boek wordt nauwelijks geschreven. In de krant lees je alleen recensies van boeken die commercieel verschenen zijn, nooit van alle meesterwerken die gratis op de markt zijn.

Daar wil ik in dit hoekje van het internet verandering in brengen. Iedere maandag bespreken we in de kroonboekenclub een gratis meesterwerk uit de Nederlandse literatuur of uit de wereldliteratuur – bijvoorbeeld uit het aanbod van de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren (DBNL), of een van de vele buitenlandse equivalenten, maar ook van de plaatselijke minibieb. Kroonboekenclub heet deze boekenclub, naar het kroonboek dat de boekenclubs vroeger hadden: wie in een periode geen boek bestelde kreeg dit gratis toegestuurd. Dat waren soms meesterwerken, want ook toen gold al de wet dat de duurste boeken het minste waard waren.

Foto: Abhi Sharma (cc)

Trots op wat je niet leest

COLUMN - Een weinig besproken, maar belangrijk onderwerp: lezen is een bron van trots. Niet alleen de boeken die je wel gelezen hebt, maar ook de boeken die je juist niet gelezen hebt, kunnen mensen een enorme opkikker geven. De Amerikaanse redacteur Don Piepenbring schrijft erover in zijn blad The Paris Review (ja mensen, dat lees ik): de vreemde vooroordelen die je ertoe kunnen leiden om een bepaalde schrijver nooit te lezen.

Omdat die schrijver totaal niet jouw smaak is.

Hoewel je dat niet kan weten, omdat je immers nooit iets van hem of haar leest.

Zoals vrijwel alles in het leven, is het vermoedelijk vooral een sociaal fenomeen. Je leest een bepaalde schrijver niet omdat je denkt dat een bepaalde groep andere lezers die schrijver juist wel lezen, en je op die groep neerkijkt. Die lezers doen dat alleen omdat ze met de massa meelopen, of juist snobistisch willen laten zien hoe slim ze zijn door idioot moeilijke boeken te lezen. De laatste categorie is misschien nog wel het interessantst: uit snobisme een hekel hebben aan James Joyce omdat je meent dat mensen die boeken alleen uit snobisme lezen.

Het zou een interessant onderzoeksobject zijn: bij allerlei groepen in kaart brengen wat voor boeken ze met trots niet lezen, en waarom. Sommige genres lijken me in zijn geheel uitgesloten van de trots: niemand is vermoedelijk blij dat hij Karel ende Elegast nog nooit gelezen heeft. Maar verder?

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Zien lezen doet lezen

RECENSIE - Het is een wat wonderlijk betoog, dat Lisa Kuitert houdt in haar boek Het boek en het badwater. Je vraagt je af waarom het eigenlijk geschreven is. Het wil een pleidooi zijn vóór het gedrukte boek, maar het belangrijkste argument daarbij lijkt te zijn dat er zoveel mensen van gedrukte boeken houden, dat ze liever papier in hun handen hebben dan een e-reader, enzovoort. Zodat je je afvraagt waarom er dan een pleidooi nodig is.

Het boek is bovendien heel expliciet óók geen pleidooi tegen e-books, want Kuitert meldt dat ze die zelf ook leest. Bovendien heeft ze Het boek en het badwater ook als e-book laten uitbrengen (dat is ook de vorm waarin ik het gelezen heb). Er hoeft dus volgens haar niet zoveel te veranderen; noch laat ze overtuigend zien dat er op dit moment tegenstanders aan het werk zijn die alles slopen wat haar lief is. Waarom dan een schotschrift gemaakt?

‘Voor twijfelaars en voor boekenliefhebbers die zich tegenover de e-bookgebruikers moeten verdedigen, kan het zinvol zijn om de argumenten pro-papieren boek bij elkaar te hebben,’ zegt de auteur in de inleiding. Maar ik vraag me af of dit nu echt zo is. Daarvoor staan die argumenten rijp en groen door elkaar. Zo’n beetje alles wat iemand ten gunste van het papieren boek zou kunnen verzinnen, wordt genoemd, maar nergens kritisch gewogen.

Foto: foto van pixabay.com

Lezen wordt juist beter digitaal

OPINIE - Een ander geluid over een oude kwestie: lezen in het digitale tijdperk.

Nu was er weer een journalist die ernaar vroeg: gaan we niet veel slechter lezen door computers? Ik had toevallig net het nieuwe boek Words Onscreen van Naomi Baron gelezen, dus ik wist wat allerlei onderzoek ervan zei, namelijk dingen die iedereen kan verzinnen die weleens een boek van een tablet heeft gelezen: je raakt sneller afgeleid. Op zo’n tablet word je voortdurend blootgesteld aan de verleiding om even je Facebook te controleren, een filmpje te bekijken of naar nieuwe muziek te zoeken. En voor je het weet ben je alweer vergeten dat je eigenlijk Het huis Lauernesse aan het lezen was.

De vraag is: is dat erg? Er is dus allerlei onderzoek dat laat zien dat mensen minder goed onthouden wat ze lezen, dat ze langzamer lezen, dat ze het zelfs wanneer ze een boek pakken, zich minder goed concentreren. Op een scherm is het een en al onrust: jullie bijvoorbeeld lezen dit stukje nauwelijks, springen met je oog alleen maar een beetje heen en weer en gaan na gemiddeld 38 seconden (ik verzin maar wat) door naar iets anders.

Daar kun je dramatische conclusies aan verbinden, en dat gebeurt dan ook volop. Maar de mensen die dat doen, bekijken de kwestie volgens mij op het verkeerde niveau: dat van het individu.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Het boekenvak en de leesklimaatverandering

ANALYSE - Het gaat niet goed met het boek in Nederland. Boekhandels sluiten, bibliotheken worden wegbezuinigd, boekenclubs gaan op de fles. ’s Lands meest prestigieuze boekenketen Selexyz ging failliet, werd door een investeerder samengevoegd met ramsj- en antiquariaatketen De Slegte onder de nieuwe naam Polare, en die keten staat nu weer voor de afgrond. ‘Het kon beter’ is een understatement. Een bijdrage van Frank Huysmans, hoogleraar bibliotheekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.

Als je dit zo opschrijft, maak je geen vrienden in het boekenvak. Het land kent een aantal goedlopende boekhandels met directeuren die het publieke debat niet schuwen. Zo is daar Fabian Paagman van de gelijknamige boekhandel in het Haagse Statenkwartier. Een belevenisboekhandel: er is een hip café en een kinderboekenafdeling met een vol activiteitenprogramma. Geregeld komen er schrijvers voordragen en signeren. Poëzie vult er nog meer dan een enkele plank. Neemt Fabian het woord, dan luistert het boekenvak. Dus als hij op de site van Boekblad verkondigt dat naar aanleiding van deze affaire eens goed moet worden gediscussieerd over de rol van CB Logistics (voorheen het Centraal Boekhuis), begint in Culemborg de adrenaline door de aderen te kolken.

Eenzelfde status in het vak heeft Maarten Asscher, directeur/eigenaar van Athenaeum-boekhandel met hoofdvestiging aan het Spui in Amsterdam. Prachtige boekhandel met een uitstekend assortiment op het gebied van letteren, geschiedenis, politiek en wetenschap. Je vindt er een ruime collectie Engelstalige literatuur (en dat met een American Book Centre en Waterstone’s aan hetzelfde plein) maar ook een goede selectie recente literatuur uit andere taalgebieden, zoals het Frans en Duits. Met zo’n winkel op een steenworp afstand van mijn Amsterdamse werkplek ben ik reddeloos verloren. Ik durf niet te schatten hoeveel procent van mijn inkomen ik er in het afgelopen decennium heb achtergelaten. Laten we zeggen dat als Maarten Asscher spreekt, hij dat ook een beetje namens mij doet.

Foto: Elliott Brown (cc)

De krant is een lul

OPINIE - De krant is niet meer wat het geweest is, vindt Edge of Europe.

Leest u nog wel eens papieren kranten, in druk of in pixel? Ik bijna niet meer – alle Nederlandse kranten heb ik uit mijn bookmarks geknikkerd en voor een Telegraaf van gisteren, her en der in Italiaanse kiosks nog te vinden, ben ik nog nooit te porren geweest. Mijn nieuws haal ik van de websites van ‘buitenlandse’ kranten (voornamelijk La Repubblica en The Guardian) en, bij gebrek aan beter, van copypastesite nu.nl.

En ik was een krantenverslinder. Je kon me tegenkomen in Tilburg, al lopend verdiept in Le Monde of de Volkskrant als een smartphoneverslaafde avant la lettre. Of in een kroeg aan de leestafel met een Vrij Nederland of een Groene, met een Hoegaarden erbij. En desnoods in de kantine van de zoveelste uitzendwerkplek met het AD of de Telegraaf, want gelezen moest er worden.

In de krant schreven mensen die er meer van wisten dan jij. Dan stond ik ‘s ochtends in mijn blootje met één hand koffie te zetten met een tot handzaam formaat opgevouwd stuk zaterdagbijlage in de andere hand, omdat ik die column wilde begrijpen voordat ik de dag begon. Ook al ging die over economie of zo – iets waar ik overigens nog altijd geen donder van begrijp. Want de krant daagde je uit om de grenzen van je kennis te verleggen en prikkelde je om over dingen na te denken. Het was zelfs prettig om het oneens te zijn met de grote columnisten. Dat gaf het jonge brein zelfvertrouwen, dat gevoel in staat te zijn om onafhankelijk van erkende denkers tot een eigen conclusie te komen. Daarom was de krant ‘een meneer’.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

WW: Wie literatuur wil begrijpen moet stoppen met boeken te lezen

De woensdagmiddag is op GeenCommentaar Wondere Woensdagmiddag. Met extra aandacht voor de nieuwste ontwikkelingen in Wetenschap- en Techniekland.

Boeken (foto flickr/brewbooks)

Wie als alpha-wetenschapper iets zinnigs over de wereldliteratuur wil zeggen staat voor een naar probleem: het te onderzoeken gebied is inmiddels zo groot geworden dat noodzakelijkerwijs iedere analyse over een miniem gedeelte van alle literatuur die in de moderne tijd is gepubliceerd. Zelfs als je je grondig beperkt en je jarenlang opsluit om bijvoorbeeld 200 Victoriaanse werken te bestuderen, dan nog zit je met het deprimerende feit dat je tienduizenden andere boeken uit die periode niet hebt gelezen.Volgens Unesco (die de boekenproductie per land als een graadmeter voor leefklimaat gebruikt) zijn er in 2011 al 611.700 boeken gepubliceerd(*). Volgens Google, die voor hun boekenproject een redelijke schatting wilden maken, zijn er in de hele geschiedenis om en nabij de 129.864.880 boeken gepubliceerd.

Ars longa, vita brevis dus: de kunst is te lang, het leven te kort om alles te overzien. En wellicht mede daarom gooit een groot deel van de literatuurwetenschapper sinds de jaren zestig de armen de handoek in de ring om zich te focussen op de details. Het overheersende paradigma is al jaren dat van ‘close reading‘, waarbij bepaalde teksten minutieus worden uitgeplozen. Vrolijk overdreven voorbeeld hiervan is het essay “Ulysses Gramophone” van Derrida, waarin hij tachtig pagina’s wijdt aan het woordje ‘yes’ in Ulysses van James Joyce.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Volgende