Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De blinde horlogemaker

Klokwerk (Foto: Wikimedia Commons)

In eindeloos typende apen, de onmisbare inleiding voor dit tweede deel, kon je gister lezen dat critici van de evolutieleer vaak denken de macht van de grote getallen aan hun zijde te weten. Maar inmiddels weten we dat de metafoor van evolutie als blind toeval, als eindeloos typende apen die Shakespeares Hamlet produceren van geen kant deugt. Aanhangers van creationisme of Intelligent Design stellen dat het simpelweg onmogelijk is dat het genoom van bijvoorbeeld een amoebe zich ontwikkelt tot iets als een lintworm, dat zich op zijn beurt verder ontwikkelt tot een weer hogere levensvorm.

Iemand die het tot zijn levenswerk heeft gemaakt om tegenwerpingen vanuit creationistische hoek te ontzenuwen, is de Britse evolutiebioloog Richard Dawkins. Volgens hem is het postuleren van een almachtige god die alles heeft geschapen bovendien een filosofisch zwaktebod en slechts het verplaatsen van het probleem: hoe minimaal is immers de kans wel niet dat zo’n almachtige schepper spontaan is ontstaan?

Met name in zijn boek The Blind Watchmaker (1986), een doorwrocht vervolg op The Selfish Gene uit 1976 voert Dawkins tal van argumenten aan voor evolutie die wordt gestuurd door natuurlijke selectie. De titel is een verwijzing naar het werk van de 18e eeuwse filosoof William Paley. Palley betoogde in zijn boek Natural Theology dat de complexiteit van organismen bewijs is voor het bestaan van een goddelijke schepper, net zoals het complexe raderwerk van een horloge bewijs is voor een vernuftige horlogemaker. Volgens Dawkins is er echter helemaal geen horlogemaker, het ordenende principe is uiteindelijk blind. Natuurlijke selectie, primair een hybride van ecologische en seksuele selectie beschouwt Dawkins als de drijvende kracht achter de evolutie. Met toeval heeft het niets van doen:

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Zware klap voor intelligent design

Darwin

Intelligent design (ID), de gedachte dat de natuur niet door evolutie is ontstaan maar door God is ontworpen, is zijn geloofwaardigste voorstander in Nederland kwijt. Nanotechnoloog Cees Dekker heeft er nog eens diep over nagedacht en is tot de conclusie gekomen dat ID niet klopt.

Dekker gelooft nu in theïstische evolutie, wat erop neer komt dat evolutie het instrument is waarmee God de wereld geschapen heeft. Zo doet hij niet alleen een stap terug in de richting van de wetenschap, maar ook een stap in de richting van de intellectuele traditie van de kerk, die al sinds Augustinus accepteert dat het scheppingsverhaal uit het bijbelboek Genesis niet letterlijk genomen moet worden. Met name binnen de evangelische kerken, een stroming uit de achttiende eeuw, is een letterlijke interpretatie echter nog altijd extreem populair.

Het front tegen het Darwinisme is verdeeld, constateert het Reformatorisch Dagblad. En dat is natuurlijk gevaarlijk. Andries Knevel schoof onder invloed van Dekker op van creationisme naar intelligent design (bij creationisme is God niet alleen de ontwerper maar ook de maker van de wereld, liefst in zes dagen). Voor je het weet stopt de EO met het knippen in documentaires.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.