Waarom migranten echt anders zijn

Er lijkt veel consensus te zijn dat categoraal integratiebeleid zijn langste tijd gehad heeft. Professor Han Entzinger verwoordt in een interview voor Socialevraagstukken de opvatting van velen: je helpt mensen niet vooruit door ze een cultureel etiket op te plakken. Filosoof en adviseur wijkaanpak Klaas Mulder denkt daarentegen dat we de grote verschillen wel moeten blijven benoemen. Er is een flauw grapje over een boer die zijn twee paarden niet uit elkaar kan houden. Na diverse mislukte pogingen heeft hij de oplossing gevonden: de staart van het witte paard is drie centimeter langer dan die van het zwarte. Dezelfde verkramptheid zien we al vijftig jaar in het integratiedebat. We zoeken naar nette woorden om een verschil uit te drukken omdat we denken dat het denigrerend is om de meest in het oog springende kenmerken hardop te benoemen. Als ik als jong kind slecht bij elkaar passende kleren had aangetrokken zei mijn moeder altijd dat ik ‘voor Turk liep’. Niet zo raar dus dat het jarenlang gemeengoed was om het over ‘Turkse mensen’ te hebben. ‘Turken’, dat was grof. We verzonnen vreemde woorden om doelgroepen te benoemen.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

TGA bewijst de cultuur geen dienst

Scene uit De Vrek door TGAToneelGroep Amsterdam moet de komende jaren waarschijnlijk tien procent van zijn miljoenenbudget inleveren, als onderdeel van cultuurbezuinigingen in de hoofdstad. Gezien de economische omstandigheden zou je dan zeggen: handjes dichtknijpen en vriendelijk dankjewel mompelen. Zo niet artistiek leider Ivo van Hove van TGA vanochtend in de papieren Volkskrant: “Als dit zo doorgaat, belanden we op een historisch dieptepunt. Gehrels [wethouder te Amsterdam] rekent ons tot de top, maar we moeten wel flink inleveren.”

Dit is nou precies de mentaliteit waardoor een groot maatschappelijk draagvlak voor bezuinigingen op cultuur is ontstaan: teruggetrokken op het eigen artistieke gelijk, weinig oog voor omstandigheden, en vooral een gebrek aan creativiteit. Alsof subsidie een conditio sine qua non is voor kwaliteit. Het valt TGA niet kwalijk te nemen dat het een succesvolle, maar ook relatief kostbare formule heeft gevonden voor zijn voorstellingen, maar bij tien procent minder vergaat de wereld niet. Wanneer je dan de woorden ‘historisch dieptepunt’ uit de kast trekt, poseer je voor het grote publiek als een aansteller.

Van Hove’s insteek getuigt bovendien van weinig respect voor zijn vakgenoten. Ten eerste zijn er genoeg die voor fors minder geld ook topkwaliteit leveren. Ten tweede nadert voor een aantal gezelschappen het historische dieptepunt van de stille dood. Daarbij verbleken TGA’s pijntjes bij. En ten derde: van het bedrag dat TGA moet inleveren, kun je een of twee kleine gezelschappen in de lucht houden.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

De tribale bankier

Deze weken doen wij verslag van de collegecyclus “Wie heeft de crisis veroorzaakt?” van econoom Ewald Engelen. Vandaag een college verzorgd door antropoloog Tijo Salverda met de titel: ,,Te complex of bewust verzwijgen? het discours van de financiële elite.” Of anders gezegd, de crisis verklaard vanuit de antropologie.

Opvallend aan de crisis was dat die die zo plotseling kwam, hij leek uit de lucht te vallen. Bankiers en andere financials wijzen er dan ook geregeld op dat de crisis een soort natuurverschijnsel is, een perfect storm waar eigenlijk niemand iets aan kan doen.

Maar dat is wel wat makkelijk. Al vlak na het omvallen van Lehman Brothers kwamen de verhalen naar buiten van nuchtere medewerkers die al tijden hadden gewaarschuwd dat het hele derivatenstelsel een tijdbom was. Deze criticasters werden niet gehoord, of soms actief monddood gemaakt.

Zoals ook uit de lezing eerder deze week van het Sustainable Finance Lab bleek, cultuur in de financiële wereld doet ertoe. Maar er is iets geks aan de hand. De cultuur van de financials wordt nauwelijks bestudeerd. En de cultuur in het grootste probleemgebied van de financiële sector, die van de innovatieve en ingewikkelde derivaten en schuldenconstructies, al helemaal niet.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Straat en school

Iliass El Hadioui, Hoe de straat de school binnendringt, uitg. Van Gennep, juli 2011, prijs €14,95, 144 blz., ISBN 9 78 94 61 64 04 44

Veel mensen vinden de grootstedelijke straatcultuur charmant. Kenmerken als kleding en taal worden vaak geïmiteerd, en niet alleen door jongeren. Een beetje flirten met de straatcultuur is ook bij volwassenen bon ton.

Uit dit prima boek van de socioloog Iliass el Hadioui valt te leren, wat die straatcultuur werkelijk inhoudt: die is echt niet alleen maar leuk. Voor jongeren die in deze cultuur zijn opgegroeid en niet hebben geleerd om zich in andere kringen te bewegen (El Hadioui noemt dat primaire socialisatie), is de straatcultuur een prettige maar tegelijk genadeloze wereld. De straatjongere is aan deze wereld gebonden doordat ze gemakkelijk en snel plezier biedt en vooral door een zeer sterk besef van erbij te horen: de straat is een thuishaven. Maar de prijs is hoog.

Om niet te worden uitgestoten uit de enige groep waar hij zich thuis voelt, moet een jongen met zo’n primaire socialisatie zich zien te voegen binnen een informele maar strenge hiërarchie. Toont hij niet het “respect” dat de sterkere of slimmere binnen de groep van hem eist, dan wordt hij met dreigementen maar ook met daadwerkelijk geweld op zijn plaats gezet. Op zijn beurt is hij voortdurend op zijn hoede, of hij zelf wel “gerespecteerd” wordt en of het geen tijd wordt om eens een mes te laten zien.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De Allerlaatste Dagen der Mensheid, zoveelste bedrijf, eerste scène

De reeds beeïndigde serie ‘De Allerlaatste dagen der Mensheid’ wordt abrupt gereanimeerd, wie zich nog/weer moet inlezen treft hier de voorgaande afleveringen.

Voor het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag. Meneer Oranje-Blanje-Bleu in gesprek met de oude Cliché.

ORANJE-BLANJE-BLEU: Het zijn barre tijden.
DE OUDE CLICHÉ: Zeg dat wel. Je bent niet meer veilig in je eigen stad. Stelletje oproerkraaiers.
ORANJE-BLANJE-BLEU: Zat jouw zoon erbij?
DE OUDE CLICHÉ: God beware! Die zit bij de marechaussee, en is nog in opleiding. En jouw zoon, wat doet die eigenlijk?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Studeert.
DE OUDE CLICHÉ: Toe maar. Wat?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Voedsel en bloemen.
DE OUDE CLICHÉ: Voedsel en bloemen?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Voedsel en bloemen. Zijn bedje is gespreid.
DE OUDE CLICHÉ: O ja?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Heb je ’t niet gelezen dan? In de courant? Ons NRC-Handelsblad?
DE OUDE CLICHÉ: Nee, noh, wat dan?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Dat de studierichtingen Voedsel en Bloemen en Water en Creatieve Industrie de topsectoren zijn van de nieuwe universiteiten?

DE OUDE CLICHÉ: Dat is nieuws.
ORANJE-BLANJE-BLEU: Hiermee gaat Nederland wereldwijd in de top-5 van kenniseconomieën komen. Een VWO-diploma geeft geen directe toegang meer tot de universiteit, is de redenering.
DE OUDE CLICHÉ: Maar hij wou toch Theoretische Natuurkunde studeren? Waar ie zo goed in was en zelfs uitblonk?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Geen droog brood mee te verdienen. Nee, jongen, zei ik, Voedsel en Bloemen voor jou. Daarmee ga jij Nederland wereldwijd in de top 5 van de kenniseconomieën stuwen.
DE OUDE CLICHÉ: Theoretische Natuurkunde… Zoveel hersens en zo dom. Is daar veel kennis voor nodig trouwens, voor Voedsel en Bloemen?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Lees dan wat er staat: kennis-e-co-no-mie! Het gaat erom de dingen te gelde te maken. Daarin leer je door. Hoe verkoop je Voedsel en Bloemen.
DE OUDE CLICHÉ: Op die manier. (zwijgt even, kijkt peinzend) Je mag nog blij zijn dat hij niks in de kunst wou.
ORANJE-BLANJE-BLEU: De kunst! Breek me de bek niet open! De kunst is de allerabjectste tijdsbesteding die er bestaat! Gesubsidieerd of niet-gesubsidieerd! De kunst moet te vuur en te zwaard bestreden worden! Met wortel en tak uitgeroeid. Het is een gevaarlijke, levensgevaarlijke manier van denken en leven, die zombies van mensen maakt, denkende zombies! De kunst is een haatdragende religie en alle kunstwerken zouden verbrand moeten worden!
DE OUDE CLICHÉ (om zich heen kijkend): Pas op, je zet aan tot haat en discriminatie.
ORANJE-BLANJE-BLEU: Welnee! Ik heb het toch niet over de kunstenaars? Ik heb op zich niks tegen kunstenaars, alleen tegen de kunst.
DE OUDE CLICHÉ (niet overtuigd): Is er dan kunst zonder kunstenaars? Zijn er kunstenaars die geen kunst maken? Vooronderstelt het ene niet het andere? Je kan toch ook niet het vegetarisme bestrijden en de vegetariërs ongemoeid laten?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Haarkloverijen! Daar heeft de rechter korte metten mee gemaakt. Ik ben een groot voorstander van de vrijheid van mijn meningsuiting, en je hoort het. Kunstenaars: mogen blijven. Kunst: weg ermee. Duidelijk toch?
DE OUDE CLICHÉ: Heel duidelijk. Was iedereen maar zo duidelijk. Wat voedsel tot ons nemen bij wijze van creatieve vrijetijdsbesteding?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Goed idee. Met een watertje erbij daar bij die bloemenstal.
(Af.)

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Nederlanders meest eigenwijze immigranten?

Nederlanders meest eigenwijze immigranten?

[qvdd]

Toch proberen de Nederlandse families zoveel mogelijk vast te houden aan hun tradities. Dat vasthouden lukt aardig, en nieuwkomers kijken vreemd op als ze zien hoe Hollands de Nederlanders nog zijn. ‘Ik had nog nooit zo veel mensen op klompen gezien’, zegt Erwin Erkel, die drie jaar geleden vanuit Geldermalsen met vrouw en drie kinderen emigreerde naar Carambeí.

Ook al is de 5e generatie op komst, Nederlanders in Brazilië houden hardnekkig hun Hollandse tradities in stand. Ze houden vast aan hun Nederlandse paspoort, aan hun taal en halen huwelijkspartners uit Nederland of uit de eigen immigrantengemeenschap.

Uit heimwee? Nee, het vasthouden aan oude tradities betekent niet dat de emigranten Nederland vreselijk missen. Ook al is hij nog maar kort in Brazilië, Erkel weet inmiddels zeker: ‘Ik vind het hier heerlijk, ik wil niet terug’.
Zou hij het Braziliaanse volkslied wel uit zijn hoofd kennen?

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Snoeien is goed, maar dan wel met liefde

Een gastbijdrage van Arjo Klamer, hoogleraar Culturele Economie.

Deze week bleek dat de bezuinigingen op kunst en cultuur gewoon doorgaan. Daar zitten goede kanten aan. Een tuin bloeit als je zo nu en dan goed snoeit. De culturele sector is nu te afhankelijk van de overheid en wordt nu eindelijk gedwongen om zich veel zelfbewuster te richten op ons, potentiële liefhebbers. Maar snoeien op manier van staatssecretaris Zijlstra is onzorgvuldig en ronduit schadelijk voor de noodzakelijke aanwas. Ook het dedain waarmee de regering over de culturele sector spreekt, is schadelijk. Een goede tuinman heeft toch liefde voor zijn tuin?

In de podiumkunsten en in de beeldende kunsten is het aanbod te groot en de belangstelling te gering. De sector is ook te afhankelijk geworden van de financiering van de overheden. Typerend voor die afhankelijkheid zijn klagende reacties over een overheid die geen waardering heeft voor al het moois dat wordt gemaakt en die te weinig steun verleent. Dit zijn de reacties van het miskende kind. Ik wijzig de metafoor iets. De overheid wordt de ouder die moet zorgen voor het wel en wee van zijn kroost. De ouder moet zijn kroost waarderen, belonen en steunen. Maar de overheid is geen mens. De overheid kan niet waarderen. Als deze staatssecretaris zijn waardering uitspreekt, doet hij dat functioneel. Persoonlijk zal het hem een worst zijn wat de kunstensector doet. De overheid is een afstandelijk doorgeefluik. Je hoeft de overheid niet te bedanken voor haar steun. Voor een warme waardering is het beter om zelfbewust en zeker van het waardevolle van jouw kunsten af te stappen op ons, potentiële liefhebbers, om onze waardering te krijgen en om ons betrokken te maken. Onze waardering is per slot van rekening echt.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Halbe Zijlstra voor het eerst in museum

[speld]

‘Scheefgroei in culturele sector aanpakken’

Halbe Zijlstra (bron: Flickr/Marjon Zijlstra Fotografie, Stichting Kennisnet)Staatssecretaris Halbe Zijlstra van Cultuur bezocht vanochtend in alle vroegte een museum. Het ging om zijn eerste museumbezoek. Zijlstra: “Ik ben met de familie wel eens naar de Efteling en Eurodisney geweest, dat was heel leuk. Ik wilde de Nachtwacht graag toch een keer zien, voordat ik wellicht de subsidiekraan dichtdraai. Ik kan u wel zeggen: ik vond die oude plaatjes best leuk. Toch snap ik wel dat de mensen tegenwoordig liever in de Python zitten dan dat ze naar een paar oude verfstrepen kijken, dat is toch meer van deze tijd.”

De politicus benadrukt dat hij staatssecretaris van alle cultuur is. “Ik wil de scheefgroei in de culturele sector aanpakken. Het kan toch niet zo zijn dat iemand met een kaart van een paar tientjes het hele jaar alle musea kan binnenlopen, terwijl iemand anders voor één bezoekje aan de laven in Kaatsheuvel hetzelfde bedrag kwijt is? De kunstsubsidies stroomden de laatste decennia wel heel eenzijdig naar de Randstad, en dat terwijl Anton Pieck ook best een groot kunstenaar was. Als hij zichzelf kan bedruipen, waarom Rembrandt dan niet?”

Het werkbezoek aan het Rijksmuseum is het eerste in een nationale museumtour. “Volgende week ga ik naar het Frans Halsmuseum, het Oranjemuseum en het Seksmuseum, daarna staat onder andere een bezoek aan het Nederlands Politiemuseum op het programma, daar heb ik écht zin in. Na afloop van de tour bepaal ik wie de subsidie verdient. Helaas kan ik niet ieder museum hoogstpersoonlijk bezoeken. Eigenlijk hebben we gewoon te veel musea in Nederland.”

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Vorige Volgende