De tribale bankier

Deze weken doen wij verslag van de collegecyclus “Wie heeft de crisis veroorzaakt?” van econoom Ewald Engelen. Vandaag een college verzorgd door antropoloog Tijo Salverda met de titel: ,,Te complex of bewust verzwijgen? het discours van de financiële elite.” Of anders gezegd, de crisis verklaard vanuit de antropologie.

Opvallend aan de crisis was dat die die zo plotseling kwam, hij leek uit de lucht te vallen. Bankiers en andere financials wijzen er dan ook geregeld op dat de crisis een soort natuurverschijnsel is, een perfect storm waar eigenlijk niemand iets aan kan doen.

Maar dat is wel wat makkelijk. Al vlak na het omvallen van Lehman Brothers kwamen de verhalen naar buiten van nuchtere medewerkers die al tijden hadden gewaarschuwd dat het hele derivatenstelsel een tijdbom was. Deze criticasters werden niet gehoord, of soms actief monddood gemaakt.

Zoals ook uit de lezing eerder deze week van het Sustainable Finance Lab bleek, cultuur in de financiële wereld doet ertoe. Maar er is iets geks aan de hand. De cultuur van de financials wordt nauwelijks bestudeerd. En de cultuur in het grootste probleemgebied van de financiële sector, die van de innovatieve en ingewikkelde derivaten en schuldenconstructies, al helemaal niet.

Financial Times journaliste en antropologe Gillian Tett is daar een belangwekkende uitzondering op.Vorig jaar schreef ze een interessant artikel over Silos and Silences: why so few people spotted the problems in complex credit and what it implies for the future. Hierin betoogt Tett dat bankiers eigenlijk ook maar mensen zijn die net als u en ik onderworpen zijn aan sociaal-psychologische processen. Er was een aantal insitutionele belemmeringen en culturele belemmeringen waardoor de aanloop naar de crisis zo lang ongezien bleef.

Op insitutioneel vlak werden de financials beperkt door de zogenoemde silos. ,,One of these is the problem of “silos”, or the fact that many part of the financial world have been dangerously fragmented in recent years, both in a structural sense (i.e. how banks and regulators have been organised) and in a cognitive sense (i.e. how financiers and policy makers conceive of finance). That has made it very hard for anyone inside or outside the banking world to “join up the dots”, and see how systemic risks were building across the system.”

Volgens Tett zijn financiële instellingen vaak zeer top down geörienteerd. Tett vergelijkt de structuren van de banken zelfs met de tribale structuren die ze in centraa-Azië aantrof. Informatie en middelen worden via een stamhoofd verdeeld en niet onderling. Daardoor hebben maar weinig mensen een helikopterblik. De kwaliteit van die paar medewerkers is cruciaal voor het lange termijn welzijn van de bank.

Een tweede probleem is dat van wat er niet wordt gezegd, welke verhalen worden niet verteld in de financiële wereld en de media. ,,A second, related, problem is a pattern of social “silence”. As Pierre Bourdieu, the French anthropologist and intellectual, observed in his seminal work Outline of a theory of practice, the way that an elite typically stays in power in almost any society is not simply by controlling the means of production (i.e. wealth), but by shaping the discourse (or the cognitive map that a society uses to describe the world around it.) And what matters most in relation to that map is not just what is discussed in public, but what is not discussed because those topics are considered boring, irrelevant, taboo or just unthinkable. Or as Bourdieu wrote: “The most successful ideological effects are those which have no need of words, but ask no more than a complicitous silence.”

Tett benadrukt dat ,,too boring” een vorm van controle is. De derivatenhandel, met zijn immens complexe wiskundige modellen, kon zo lang onder de publieke radar blijven, omdat maar een handjevol mensen begreep wat die handel en modellen inhielden. Ik zou daarbij willen toevoegen – dat handjevol dacht te begrijpen wat die handel en modellen inhielden.

Die saaiheid, zo benadrukt Salverda in zijn college, kan ook een bepaalde opzettelijkheid uitlokken. Wie geen zin heeft in pottenkijkers, kan mensen (en vooral media) snel vervelen door in technisch jargon te vervallen. Zo lang er geld verdiend wordt, is er geen vuiltje aan de lucht.

Met Salverda praten we ook nog verder over die silences, of doxa’s zoals hij ze noemt. Die silences zijn er genoeg. Was het goed voor je loopbaan als je in 2006 waarschuwde dat:

Vastgoed geen zekere investering was?

De rating bureau’s er flink naast kunnen zitten?

Staatsobligaties niet altijd een veilige haven zijn?

Financiële instellingen te groot kunnen worden?

Die doxa’s leven niet alleen bij de financials, maar ook breder in de samenleving. Toezichthouders zater er net zo goed aan vastgeklonken. Salverda wijst erop dat Nederlandse banken door DNB werden aangemoedigd om groot te worden, dit om de internationale concurrentiepositie te verstevigen.

Ga er maar eens tegenin. Het is dus nuttig om de menselijkheid in het systeem te zoeken, zegt Tett. ,,Most economists and policy makers who have looked at the world of high finance in recent years, have not paid much attention to these social issues such as the silo problem, or question of the cognitive map. That is no surprise: bankers, regulators and economists
tend to be trained in academic disciplines such as science, mathematics or economics, and usually use those skills to analyse markets. However, Bourdieu’s observations can help to shed some light on why the financial system spun out of control – and perhaps how to prevent that in the future. For not only was the whole arena of complex credit an area of social silence during the past decade – in the sense that it was rarely discussed in the wider public – but the dominant theories behind this activity was marked by “complicitous silence” too. And that, coupled with the silo issue, meant that very few observers outside the financial industry – and precious few inside it too – saw the risks in fi nancial products such as credit derivatives; or not, that is, until it was far too late.”

Hieronder een interessant praatje van Tett, vanaf circa 14 minuten wordt het relevant. Hier haar interessante (tamelijk korte) paper. Volgende week is er geen college.

  1. 1

    Grappig, Tett zegt

    It would be
    quite wrong to blame those disaster entirely on
    financial innovation. Excessive liquidity, poor
    regulatory structures, loose monetary policy and an
    old-fashioned credit cycle played a role too. However,
    the fact that leverage got so out of control, for so long,
    was partly a function of complexity and opacity, if
    nothing else because this allowed bankers to take
    risks that few others understood.

    Een hele verademing vergeleken met het ideologisch-gepolitiseerde verhaal van de filosoof van Engelen.

  2. 2

    Gillian Tett is een van de meest interessante journalisten van deze tijd.

    Een verademing om te zien dat Sargasso aandacht aan haar besteed.

    Als buitenstaander heeft ze vele zaken en onderwerpen onder de aandacht gebracht voordat mainstream media dit oppikte. Ze was correct met subprime, shadow banking, de false assumption of government bonds being risk free asset class, ETFs en nog veel meer. Ze is werkelijk een topper en elk artikel dat ze schrijft is een must-read.

  3. 3

    Sociologische onderzoekers doen ook te weinig onderzoek. Abram de Swaan klaagt er ook over. Hij vermoedt dat veel onderzoekers er moeite mee hebben om sociaal-economisch machtige mensen te interviewen en om met gezond wantrouwen onderzoeksmateriaal te verzamelen van rijke bankiers.
    Kansarme mensen in sloppenwijken zijn makkelijker benaderbaar.

    Toch heeft De Swaan wel een essay over de bankiers geschreven. En Sennet schreef in dec. 2010 over de zelfgenoegzame solidariteit van de kleine groep elite (2000 man), die vooral voor eigen zaakjes zorgde. Ik weet niet waarop hij zich baseerde. Maar zijn verhaal was als volgt: De financiële crisis van 2008 valt samen met de elite die de financiële wereld al 15 jaar regeerden. Ze voerden rituele (bureaucratische) sociale interacties. Ze permitteerden zich van alles vanuit de overtuiging dat hun bevoorrechte club altijd rijk zal blijven en een baan voor het leven zal behouden. Diezelfde elite gebruikte het neoliberalisme om de samenleving te ‘genezen’. Diezelfde elite onderwees de samenleving dat er minder solidariteit moest zijn. In plaats van veiligheid moest ‘angst’ de dominante emotie worden. Dit werd ook gedoceerd op bedrijfsscholen en uitgesproken door Alan Greenspan. Er moest meer onzekerheid voor werknemers komen. De elites bewaakten wel de voorrechten van hun eigen leden. Hun onderlinge solidariteit is groot, onder het motto: ‘Wij zullen altijd rijk blijven! We zullen altijd het systeem controleren! De markt zal altijd stijgen! Redding zal er altijd komen!

    Wie getroffen werd door het systeem en geen deel uitmaakte van de club, werd niet opgenomen in het selectieve netwerk. Het kwam niet bij deze elite op dat dit destructief is voor het systeem, dat dit gebrek aan begrip negatieve gevolgen heeft voor de samenleving. Ze denken niet na over de gevolgen van hun gedrag. Zelfs de crisis kon hen niet wakkerschudden uit die zelfgenoegzaamheid. Ze willen het systeem weer vaststellen. Er kwam geen uitspraak dat ze wellicht het leven van talloze mensen hebben vernietigd. Er was ook geen schuldbewustzijn over hun zelfgenoegzaamheid met het weten dat ze de macht hadden om anderen kwaad te berokkenen.
    Deze elite, zei Sennett, is niet in staat tot ethische reflectie over hoe hun netwerk te versterken en te kijken naar hun verantwoordelijkheid buiten hun referentiegroep. Sennett vond dat deze klasse uit elkaar gehaald moest worden. Hun gedrag zou niet wijzigen door de salarissen en bonussen te beperken of een paar andere beperkingen te verzinnen. Het zit dieper, zei hij.

  4. 4

    Toch heb ik wel moeite met dit soort beschouweingen a la Sennett. Ze suggereren namelijk dat er een zekere gerichtheid is, een vooropgezet plan om controle te houden over bepaalde zaken. Ik denk dat ‘de elite’ doorgaans ook geen flauw idee hebben wat ze doet.

    Dat miste ik ook wel in het praatje van Salverda. Harry Mulish had het al eens over de Gouden Muur, dat is de Muur die het gewone volk van de elite scheidt. Je ziet niet wat er achter de gouden muur afspeelt. Er worden mooie verhalen verteld en je denk al snel dat wat zich daar afspeelt, wel heel bijzonder en verheven moet zijn.
    Nou dat is het niet. Achter de Gouden Muur is het net zo’n puinhoop en chaos als daarvoor. Niets verheven. Alleen hebben ze meer macht, dat is het verschil.

  5. 5

    Ik ga best een end mee in de gedachte dat de vooraf gecreerde kaders van het spel (spelregels) uiteindelijk het gedrag van de spelers bepalen. Daar kan de dan achteraf leuke antropologosche beschrijvingen op loslaten, vooral op elk team van spelers. Uiteindelijke conclusie zal dan toch moeten zijn dat de spelregels veranderd moeten worden! Lekker belangrijk dus dat er in het verleden silo’s of doxa’s waren. Elke uiteindelijke oplossing moet gezocht worden in het zoeken naar een nieuw economisch spel met nieuwe regels. Dan vinden we daar later de silo’s en doxa’s wel bij. Weinig verhelderend stukkie wat mij betreft.

    Just my bit.