Het CIDI: van waakhond tot medeplichtige

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël was natuurlijk nooit neutraal, maar het presenteerde zichzelf wel zo: als een organisatie die feiten checkt, nuance bewaakt en het debat zuiver houdt. Dat zelfbeeld klopt al jaren niet meer, en de feiten laten inmiddels weinig ruimte voor twijfel. Wie het publieke optreden van het CIDI volgt, ziet een organisatie die steeds dieper verstrikt raakt in bondgenootschappen met partijen en personen die zelf een lange geschiedenis hebben van uitsluiting, racisme en complotdenken. Dat is geen toeval. Het is het logische gevolg van een organisatie die haar eigen bestaansrecht koppelt aan de verdediging van de Israëlische staat, ongeacht de koers die die staat vaart. Want die koers is onmiskenbaar: Israël radicaliseert ook al decennia. Netanyahu presenteerde eind 2022 de meest extreemrechtse regering in de geschiedenis van Israël, met als minister van Nationale Veiligheid de extremist Itamar Ben-Gvir, in 2007 veroordeeld wegens terrorisme en aanzetten tot racisme. Bezalel Smotrich, die openlijk opriep tot annexatie van de bezette gebieden, werd verantwoordelijk voor het nederzettingenbeleid op de Westelijke Jordaanoever. Haaretz-hoofdredacteur Aluf Benn schreef dat de verandering van Israël diepgaand en onomkeerbaar is: de overwegend seculiere en progressieve versie van Israël die ooit tot de verbeelding van de wereld sprak, is allang voorbij. De radicalisering van het CIDI is zonder die context onbegrijpelijk. Een organisatie die zich als lobbyist voor de Israëlische staat profileert, moet meebewegen als die staat een ruk naar rechts maakt, of ze moet haar zelfopgelegde missie loslaten. Het CIDI koos voor het eerste. En de opeenvolgende directeuren illustreren precies hoe dat proces verliep. Ronny Naftaniel was directeur van 1980 tot 2013 en gold als het gematigde gezicht van de organisatie, iemand die het debat zocht en ook kritische stemmen toeliet. Zijn opvolgster Esther Voet markeerde al een kentering. Voet stond bekend om een aanpak waarbij ze kritische uitspraken over Israël razendsnel als screenshots verspreidde op sociale media, een methode die verontwaardiging losmaakte en klopjachten uitlokte, en waarbij kritiek op een rechtse Israëlische politieke partij werd vertaald als kritiek op heel Israël, alle Israëliërs en vervolgens alle Joden. Haar vertrek in 2015 werd door het CIDI-bestuur omschreven als een "verschil van inzicht over de nieuwe strategische koers", waarvoor "een ander directeursprofiel" gewenst was. Met andere woorden: Voet was niet de juiste persoon voor de richting die het bestuur voor ogen had. Die richting werd nóg duidelijker onder haar opvolgster. Hanna Luden gaf leiding van 2015 tot 2022. Onder haar begon de verschuiving pas echt zichtbaar te worden. Foto's doken op van Luden tijdens een rondleiding op de bezette Westelijke Jordaanoever onder leiding van de extremistische Israëlische kolonist David Ha'ivri, een voormalig aanhanger van de beruchte Kach-partij van de racistische rabbijn Meir Kahane, die zes maanden in Israëlische cel had gezeten vanwege zijn extremistische activiteiten. Tegelijkertijd verdedigde Luden in de NRC voormalig FvD, nu JA21-politica Annabel Nanninga, die jaren eerder kwetsende tweets over Joden en de Holocaust had verspreid. Het was volgens Luden sarcasme. De logica was veelzeggend: elke partij die zich pro-Israël opstelt is de moeite waard om nauwe banden mee te onderhouden, zelfs als zo'n partij er extreemrechtse en racistische ideeën op nahoudt. Dat werd ook zichtbaar in het publiek dat het CIDI aantrok. Op een verkiezingsavond onder Ludens leiding volgden ruim tweehonderd aanwezigen in het Compagnietheater in Amsterdam een debatavond, en bij de schaduwverkiezingen die avond werd Forum voor Democratie de grootste partij, goed voor 34 virtuele zetels. FvD: de partij die door politicologen wordt gekwalificeerd als radicaal-rechts populistisch, en nativistisch en wier leider door het CIDI zelf voor de rechter werd gedaagd wegens antisemitische uitingen. Jarenlang had het CIDI uitingen van racisme binnen FvD genegeerd en de troebele agenda van de partij getolereerd. Meerdere CIDI-medewerkers waren zelfs lid van de partij. In 2019 nam het CIDI ook de Vlaamse activisten Wim en Sam Van Rooy mee op studiereis naar Israël. Sam Van Rooy is lid van het Vlaams Parlement namens Vlaams Belang, eerder fractiemedewerker van de PVV. Die reis werd niet zomaar betaald: ze werd mede bekostigd uit de Maror-gelden, gerestitueerde joodse tegoeden bestemd voor collectieve doelen binnen de Nederlandse joodse gemeenschap. Sinds 2023 is Naomi Mestrum directeur. Bij haar aantreden omschreef ze het recht van Israël om in vrede en veiligheid te leven als een van haar voornaamste drijfveren. Een nobele formulering, maar in de praktijk een voortzetting van dezelfde koers. Het CIDI bleef in opspraak vanwege banden met extreem-rechts, omstreden besteding van Maror-gelden en het weren van kritische Joden van bijeenkomsten. Toen Jetten onlangs overleg voerde met Joodse vertegenwoordigers na aanslagen op een Joodse school en synagoge, had het CIDI geen uitnodiging ontvangen, wat Mestrum zelf omschreef als "een duidelijke beleidsverandering ten opzichte van eerdere kabinetten". Dat is precies wat het is, en die verandering is terecht. Wie structureel optrekt met extreem-rechts en de Joodse gemeenschap instrumentaliseert voor een politieke agenda, heeft geen vanzelfsprekende plek aan tafel wanneer het over de veiligheid van diezelfde gemeenschap gaat. Want dat is de kern van het probleem. Het CIDI associeert andersdenkenden frequent met antisemitisme, een misbruik van dat begrip als politiek wapen dat de bestrijding van werkelijk antisemitisme ondermijnt. Door kritiek op het Israëlisch beleid structureel gelijk te stellen aan antisemitisme, en tegelijkertijd op te trekken met partijen die zelf drijven op uitsluiting en racisme, raakt het CIDI verstrikt in een paradox die het zelf niet wil zien: een organisatie die antisemitisme zegt te bestrijden, legitimeert de politieke ruimte waarin antisemitisme historisch altijd het beste gedijt, namelijk extreem-rechts. Dat is geen abstracte redenering. Grenzen verschuiven concreet. Wat gisteren als extreem gold, wordt vandaag een geloofwaardige gesprekspartner. Figuren die tien jaar geleden nog aan de marge van het debat stonden, zitten nu aan tafel, mede omdat organisaties als het CIDI hen legitimeren, zolang ze maar in het juiste geopolitieke kamp zitten. Het CIDI speelt daarin geen neutrale rol. Het duwt mee.

Door: Foto: David Lisbona (cc)

Het CIDI even niet aan tafel

Minister-president Rob Jetten spreekt vandaag vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap over antisemitisme. Op de lijst met genodigden ontbrak één bekende naam: het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Volgens directeur Naomi Mestrum een breuk met eerdere jaren, waarin haar organisatie “vaak” werd uitgenodigd bij dit soort gesprekken.

De verontwaardiging, die door de regels heen sijpelt, roept een simpele vraag op: waarom zou het CIDI daarbij moeten zijn?

Het CIDI presenteert zich graag als vertegenwoordiger van “de Joodse gemeenschap”. In werkelijkheid functioneert het vooral als lobbyorganisatie voor de Israëlische staat. Dat is een politieke positie. Een zeer uitgesproken politieke positie zelfs, waarin de Israëlische oorlog in Gaza en bezetting van de Westoever consequent worden verdedigd of gebagatelliseerd, ook wanneer internationale organisaties spreken over mogelijke oorlogsmisdaden of genocide.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Remy Gieling on Unsplash

Het Concertgebouw en de middenweg waar niemand om vroeg

De afgelopen weken liep de spanning rond het geplande Chanukah-concert in het Concertgebouw verder op. De aangekondigde aanwezigheid van een cantor die verbonden is aan het Israëlische leger veroorzaakte protesten, bezwaren en een groeiende druk op de instelling om eindelijk kleur te bekennen. Het Concertgebouw laveerde zichtbaar. Eerst mocht de man komen, daarna werd het afgeblazen, vervolgens werd er weer geschoven met de programmering. Tegelijkertijd nam de druk toe vanuit Israël en de organisaties die nooit verlegen zitten om een telefoontje richting bestuur of directie. Uiteindelijk verscheen er een gezamenlijke verklaring waarin het Concertgebouw “nog steeds” stelt dat een vertegenwoordiger van een leger dat een genocide pleegt niet op het podium kan staan. Het compromis dat geen compromis is, kwam er toch: hij mag wél optreden, maar dan in besloten kring. Met andere woorden, het conflict is formeel opgelost, maar vooral op een manier waar de Israël-lobby geen moment wakker van ligt.

De verklaring van het Concertgebouw en de Stichting Chanukah Concert probeert een explosieve kwestie te presenteren als een kwestie van both sides. Niet de vraag of een vertegenwoordiger van een strijdkracht midden in een genocide geprogrammeerd moet worden wordt dan centraal, maar hoe je een evenement organiseert in tijden van “extreme polarisatie”. Daarmee verschuift het gesprek van inhoud naar toon, van verantwoordelijkheid naar sfeerbeheer. Het is de taal van instellingen die hopen dat iedereen ophoudt met lastige vragen. Geen woord over machtsverhoudingen. Geen woord over geweld dat niet om nuance vraagt maar om ruggengraat.

Foto: Ash Hayes on Unsplash

Het failliet van het CIDI

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël, beter bekend als het CIDI, werd ooit gezien als serieuze speler in de strijd tegen antisemitisme. Een organisatie die cijfers bijhield, rapporten uitbracht en de politiek van broodnodige data voorzag. In een land waar antisemitisme nog altijd gestaag rondsluimert, was dat geen overbodige luxe. Maar die rol is intussen uitgehold tot een klucht. Achter de schijn van waakzaamheid gaat steeds vaker iets anders schuil, namelijk de schaamteloze verheerlijking van Israëlisch geweld.

“IDF imponeert opnieuw”

Op de website van CIDI verscheen recent een lofzang op het Israëlische leger met de titel “IDF imponeert opnieuw”. Daar staat het dan, zonder schaamte: een leger dat systematisch Palestijnse burgers bombardeert en een genocide pleegt, wordt gepresenteerd als indrukwekkend. Alsof het een sportwedstrijd betreft en niet de vernietiging van huizen, ziekenhuizen en levens. De framing is niet kritisch, niet analyserend, maar jubelend. Propaganda, verpakt als verslag.

Een organisatie die pretendeert antisemitisme te registreren en aan te pakken, kan niet tegelijkertijd het PR-bureau van een genocidaal bezettingsleger spelen. Wie slachtoffers van antisemitisme verdedigt en de daden van een leger goedpraat, maakt zichzelf ongeloofwaardig.

De hypocrisie in vol ornaat

CIDI beroept zich graag op de noodzaak antisemitisme te bestrijden. Dat is terecht. Maar ondertussen gebruikt het de fel bekritiseerde IHRA-definitie van antisemitisme om vrijwel elke stevige kritiek op Israël in de verdachtenbank te plaatsen. Het resultaat? Palestijnse stemmen worden verdacht gemaakt, activisten worden gecriminaliseerd, en het publieke debat wordt gemanipuleerd. Het werpt de vraag op: in hoeverre zijn de cijfers van het CIDI betrouwbaar? In hoeverre wordt de antisemitismemonitor een instrument om tegenstanders van de staat Israël monddood te maken?

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Antisemitisme! Of eh, anti-Israëlische sentimenten! Of nee, we hebben eigenlijk geen idee

Er was vandaag wat ophef over het achterhouden van een rapport over “toenemend antisemitisme” onder moslim-jongeren. Bij mij sloeg direct de bullshit-radar aan, omdat zelfs de usual suspects de woorden “anti-israëlische sentimenten” gebruikten, in plaats van het sterkere “antisemitisme”. Ikzelf heb al flink last van anti-Israëlische sentimenten, dus het verbaast me niets dat die ook veelvuldig worden aangetroffen bij moslim-jongeren.

Dat het onderzoek zuigt hoeft u overigens niet van mij aan te nemen. Het extreem-linkse, anti-Israëlische CIDI is het met me eens. And that’s a first.

Foto: Roel Wijnants (cc)

De lange arm van Israël

COLUMN - Lodewijk Asscher vindt dat een cartoon van Jos Collignon in De Volkskrant over het antisemitisme in Nederland te ver gaat. De tekening laat een lange arm met davidster zien en een dikke duim met de tekst ‘O-ver-al herlevend antisemitisme’ naast een tv die beelden van Gaza vertoont met daarboven de tekst ‘2 weken onschuldigen bombarderen, 10.000 doden waarionder 4000 kinderen. Asscher schrijft niet terug te willen vallen in oude angsten van zijn familie: ‘Als mijn krant, de Volkskrant, op de dag van de herdenking van de Kristallnacht een spotprent plaatst met de boodschap dat de Joden het antisemitisme zelf verzinnen als onderdeel van de zogenaamde ‘lange arm’ van Israël, dan is een grens bereikt.’

Asscher verwijst naar een bericht in Het Parool waarin staat dat het CIDI een toename van antisemitische incidenten heeft geconstateerd van 818% sinds het begin van de oorlog tussen Israël en Hamas. Op de website van het CIDI staan enkele pijnlijke voorbeelden. Het CIDI heeft in tien niet nader genoemde gevallen aangifte gedaan, maar geeft verder geen details.’Hoewel we tijdens eerdere conflictperiodes een stijging zagen in het aantal antisemitische incidenten was deze nooit eerder zo significant als nu.’ Kritiek op Israël zou niet meegenomen zijn bij het registreren van de incidenten.

Foto: Enric Borràs (cc)

De Israëllobby en het antisemitisme

Het gevreesde misbruik van de IHRA-werkdefinitie van antisemitisme wordt steeds duidelijker. Zoals Jaap Hamburger, voorzitter van Een Ander Joods Geluid eerder dit jaar betoogde is die definitie door Israël en zijn lobby-agentschappen, zoals in Nederland het CIDI, ‘verabsoluteerd, gepolitiseerd en omgesmeed tot een wapen’ om kritiek op de Israëlische staat en de bezetting van Palestina de kop in te drukken. De definitie zelf is vaag, maar in een aantal bijgevoegde voorbeelden die duidelijk moeten maken wat er met die werkdefinitie wordt bedoeld gaat het om kritische uitingen over de politiek van de staat Israël. Minister Grapperhaus heeft de werkdefinitie onder dekking van een Kamermeerderheid met het OM gedeeld omdat het document aanwijzingen kan geven voor de beoordeling van mogelijke strafbare discriminatie en groepsbelediging. Maar hij erkent ook dat een aantal van deze voorbeelden als legitieme kritiek beschermd worden door de vrijheid van meningsuiting. Dat grondrecht is inmiddels onder aanroeping van de IHRA-werkdefinitie al talloze malen geschonden.
Misbruik van gevoeligheden
De Israëllobby heeft geen boodschap aan uitingsvrijheid. Het European Legal Support Centre (ELSC) dat pro-Palestijnse activisten juridisch bijstaat onderzocht 76 gevallen van pogingen activisten de mond te snoeren met beschuldigingen van antisemitisme. Kritische uitspraken over de Israëlische politiek werden beantwoord met smaad- lastercampagnes, doorgaans via (extreem)rechtse media. Daarnaast ging het om het aanvechten van fondsen of subsidies voor pro-Palestijnse organisaties  en het belemmeren van het gebruik van zaalruimte door druk uit te oefenen op de eigenaren. De ernst van de smaad en laster kan verschillen. Niet alle rottige opmerkingen hoeven uitgelegd te worden als dreigement om iemand de mond te snoeren. Maar met de kwalificatie van minister Kaag als een ‘Palestijnse mol’ en ‘Arabisch raspaard van Troje’ die haar kinderen ‘pro-terreur’ zou opvoeden zijn de auteurs naar mijn mening ver over de grens gegaan. De slappe knieën van het bestuur van de Vrije Universiteit dat onder druk van het CIDI een debat over een academische boycot van Israël verbood laten voorts zien hoe makkelijk het is om in Nederland het debat over Israël te smoren als iemand roept dat er sprake is van antisemitisme.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Esther Voet wordt adjunct-hoofdredacteur Jalta

Op twitter had Voet het namelijk beregezellig met Joshua Livestro, Bart Schut en Annabel Nanninga.

Ze zijn het namelijk over van alles en nog wat eens: Westen goed, Arabische wereld fout, moslims eng, Israël top.

Verder is Voet jarenlang hoofdredacteur van het Nieuw Israëlitisch Weekblad geweest, en heeft dus in tegenstelling tot de huidige adjunct Annabel Nanninga wél ervaring in het leiden van een redactie.

Logische wissel dus, al drukt Voet zich diplomatiek uit.

Foto: Mongoose Flemmish (cc)

Linkse angsten

Geniale zet natuurlijk, van Leefbaar Rotterdam, om het Links Verbond tussen SP, PvdA, GroenLinks en Nida het “links-islamitisch blok” te noemen. Gecombineerd met waarschuwingen over de lange arm van Erdogan en de beeldende bangmakerij in hun verkiezingscampagne zal Leefbaar best wat mensen ter linkerzijde bang hebben gemaakt.

Althans, ik was er niet gerust op, zal ik eerlijk toegeven, dat de linkse achterban deze nogal doorzichtige aanval zou doorprikken. Laat staan mensen die slechts overwogen links te stemmen. Dat heeft niets met Nida te maken, en alles met hoe in het publieke debat over islam en moslims wordt gesproken. En dan vooral met het feit dat verdachtmakingen uit elke hoek kunnen komen, niet enkel de rechterhoek, en dat ze telkens weer effectief blijken in het aanwakkeren van vertwijfeling en angst over islam en moslims.

Zo vond het CIDI het blijkbaar geen probleem om Nida zonder onderbouwing in een antisemitisch daglicht te zetten. Voor hun jaarlijkse rapportage besloten ze dit jaar voor het eerst de uitlatingen van politici te turven, maar in het rapport reppen ze niet over Nida. In een radio-interview door WNL werd CIDI-directeur Hanna Luden gevraagd of er een verband is tussen de opkomst van islamitische partijen en toenemend antisemitisme. Luden antwoordde dat ze hier geen uitspraken over kon doen, waarna ze haar nuance tenietdeed door DENK en Nida voor het gemak allebei te beschuldigen van “Israël-bashen”. En zo haalde een niet aan te tonen verband tussen de opkomst van DENK en Nida en toenemend antisemitisme de kop, wat Elsevier vervolgens weer overnam, en voilà, het werd waar.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Antisemitische incidenten vanaf 1999

DATA - Net als voorgaande jaren plaatsen we ook nu weer de jaarcijfers van het CIDI over het aantal antisemitische incidenten in langjarig perspectief.
De eerste grafiek toont de totalen.
cidi2016_1_475

Zoals vaker in het verleden benadrukt het CIDI in de kop van haar persbericht een negatief aspect. In dit geval de stijging van het aantal incidenten op scholen. Dat is ook het hoogste aantal sinds 1999, zover de data bekend is.
Maar ten opzichte van 2014 is het totaal gedaald. En ook zitten de cijfers van de afgelopen jaren nog steeds onder die van de periode 2003-2007.
De invloed van de intifada’s blijft zichtbaar.

Onderstaande grafiek geeft een opsplitsing naar groepen incidenten, zover bekend.

cidi2016_2_475

Data via Datagraver

Esther Voet vertrekt bij CIDI

Goede zaak, maar je weet nooit wat je er voor terugkrijgt. Maar wat is die “nieuwe strategische lijn”?

h/t peter

Update: Esther Voet belicht haar kant van de zaak in de Volkskrant: te uitgesproken én te genuanceerd.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Volgende