Godgeklaagd
COLUMN - Zei secretaris-generaal Joke Brandt van het ministerie van Buitenlandse Zaken vorige week in het blad Binnenlands Bestuur: ‘Je kunt dan wel heel erg je best doen om mensen binnen te halen om een meer diverse en inclusieve organisatie te worden, maar als mensen zich niet thuis voelen of zich niet veilig voelen, kun je ze toch niet vasthouden.’ Er klonk een flinke dot gelatenheid uit haar woorden: je kunt nog zó je best doen, maar als mensen zich niet senang voelen, sta je gewoon met lege handen.
Twee dagen later bleek hoe de vork in de steel zat. Over een hoge ambtenaar op BuZa – hij adviseerde over subsidies – waren door externe organisaties liefst acht klachten ingediend wegens pesterijen, seksuele intimidatie en chantage. Zes van de acht klachten werden toegewezen. De man, die onder meer contacten onderhield met vrouwenrechtenorganisaties, had medewerkers daarvan nadien nota bene gedreigd dat hij hun geldkraan zou dichtdraaien als ze hun mond niet hielden over het gebeurde.
De man werd na het onderzoek naar een andere afdeling overgeplaatst, met behoud van rang en salaris. Hij had wel een berisping gekregen. Een berisping. Uit respect voor de privacy van de ambtenaar kon men niet zeggen hoe de schoft was berispt. ‘Joris, echt nooit meer doen hoor’?

Nog nooit in de lange geschiedenis is Nederland zo hard op de vingers getikt als afgelopen week bij de zogeheten Peer Review van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking door het Development Assistance Committee (DAC). De lofprijzingen die Nederland in het verleden ontving, zijn omgeslagen in een lange serie kritische noten en lage cijfers, schrijft Paul Hoebink op Vice Versa.