Wat als we iedereen ‘gratis geld’ zouden geven?
VERSLAG - Seksisme. migratie, basisinkomen, democratie en referenda. In de serie “Tegen de stroom in” spreken wetenschappers, experts en opiniemakers over oude zorgen en nieuwe oplossingen. Wanneer zijn die succesvol? Welke rol speelt geld en neoliberaal denken daarin? En verliest elke stroming uiteindelijk aan kracht en relevantie? Vandaag het laatste artikel in deze serie: Waarom is dat basisinkomen er nog steeds niet?
Het basisinkomen is al járen onderwerp van gesprek. Toch is het er nog steeds niet. Volgens journalist Rutger Bregman moeten we gewoon durven. Filosoof en econoom Ingrid Robeyns heeft haar twijfels.
“Armoede is geen karaktergebrek, het is een geldgebrek. Waar los je dat mee op? Met geld,” zegt journalist Rutger Bregman (De Correspondent) stellig. Hij is groot pleitbezorger van het basisinkomen en zette met zijn boek Gratis geld voor iedereen – en vijf andere ideeën die de wereld kunnen veranderen (2014) het weer op de kaart. Tegen de stroom ingaan, begint vaak met baanbrekende ideeën en idealen. Waarom krijg je eigenlijk alleen geld als je werkt? Wat zou er gebeuren als we iedereen een maandelijkse toelage zouden geven, zonder voorwaarden?
Bregman: “Een basisinkomen gaat over vrijheid. Vrijheid van armoede, maar ook de vrijheid om de baan te kiezen die je leuk vindt, omdat je de zekerheid hebt dat je geld hebt wanneer je even zonder werk zit.” Hij pleit voor durven dromen en experimenteren. Econoom en filosoof prof. dr. Ingrid Robeyns (Universiteit Utrecht) is stellig: utopisch denken is niet de oplossing. Ze houdt zich al zo’n 20 jaar bezig met het basisinkomen. Hoewel ze er veel sympathie voor heeft, neemt ze tijdens de laatste lezing in de reeks ‘Tegen de stroom in’ de rol van criticaster aan. We moeten voorbij de dromen en kijken naar de praktische invulling. “Wie het basisinkomen als realistisch beleidsinstrument wil propageren moet met een concreet voorstel komen. Laten we eerst eens voor verschillende groepen doorrekenen wie wat wint en verliest.”
Nog nooit in de lange geschiedenis is Nederland zo hard op de vingers getikt als afgelopen week bij de zogeheten Peer Review van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking door het Development Assistance Committee (DAC). De lofprijzingen die Nederland in het verleden ontving, zijn omgeslagen in een lange serie kritische noten en lage cijfers, schrijft Paul Hoebink op Vice Versa.