Tweeling onnodig gescheiden

COLUMN - Op deze plek schreef ik eerder over het gedoe met het energielabel. Het lijkt klein bier, maar het is ook onweerstaanbaar grappig, zelfs als er niet wordt teruggeschreven. Maar er zit ook een principieel kantje aan. De overheid verplicht mij een energielabel te hebben, bij de verkoop van mijn huis. De simpele handgrepen die daarvoor nodig zijn kan die overheid echter niet ordelijk uitvoeren.

Op 16 april kreeg een heer met een onbekende naam op mijn adres een bevestiging dat het formulier dat ik had ingevuld in goede orde was ontvangen. Het aanvraagnummer dat bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland was geregistreerd, klopte weer wel.

Op 18 april schreef ik terug dat mij niet helder was waarom de naam niet klopte, waarom ik niet bekend was als woningeigenaar, waarom de vertraging zo groot was en wanneer de overheid wel aan zijn verplichtingen zou voldoen.

Ik verzocht om uitleg over de zin van de verplichting: die lijkt mij te zijn dat een label je kan helpen bij de beslissing of je een woning moet kopen, tegen welk bedrag, wat je er aan moet doen om hem energiezuiniger te maken, en zo meer. Niks op tegen.

Maar teammanager van Eck schrijft over zijn vertraging:
“Indien hiermee het energielabel voor uw woning later geregistreerd is dan de transactiedatum van verkoop of verhuur levert dit geen problemen op omdat ook erna nog het energielabel kan worden overhandigd. Wij zullen de organisatie die hierop toeziet informeren over onze huidige langere doorlooptijd.” (cursivering van mij)

Eens mooie, sussende tekst van de teammanager: het gaat er niet om dat het label werkt zo als bedacht, een bewuste afweging van energiegebruik van de woning en invloed op de transactieprijzen, neen, het label kan ook later worden overhandigd en de handhavers zullen even worden teruggefloten. Het is een papiertje dat bij de transactie hoort, dat is alles.

Op 3 juni komt inderdaad de mededeling van de Helpdesk Energielabel en wordt mij gevraagd een machtiging in te vullen voor een deskundige, die mij een label zal verschaffen. Ik denk dat de waarde van het label mosterd na de maaltijd zal zijn en dat het vooral zal gaan om constateringen die Stevie Wonder ook zou kunnen doen. Maar die zijn niet van waarde voor prijsdiscussies of maatregelen. Dus ik koos voor de optie “goedkoopste adviseur”.

Inmiddels zijn al weer weken in diepe stilte verstreken. Ik voel me niet erg serieus genomen, ik krijg geen antwoord op serieus bedoelde vragen. Dadelijk komt een adviseur een invuloefening doen en vangt een paar tientjes. Van mij, dat wel. Een energielabel heb ik nog steeds niet. Een bijdrage aan bewuster omgang met het milieu is het dan niet meer.

Zou het satire zijn? Ik krijg het idee dat Arjan Lubach, onze zelf benoemde maar massaal gesteunde farao, schuil gaat achter de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het kan natuurlijk ook een gepensioneerde wethouder Hekking uit Juinen zijn, die nog een bijverdienste zocht.

Maar genoeg gespot, want misschien is het toch wel menens. Het Rijk vond ooit dat beleid en uitvoering moesten worden gescheiden. Om het overwicht van de randstad te verminderen kon de uitvoering wel naar de provincie. Zo kwam de PTT in Groningen, het ABP in Heerlen. Zo komt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in Roermond. Dat was toch de stadsstaat van Jos van Rey?

Ik heb met iedereen intens en boosaardig plezier over dit gedoe. Maar het gaat natuurlijk wel over iets dat serieus moet worden genomen. Het doel is mooi: bewuster omgaan met energiegedrag van gebouwen en de prijsvorming die daarbij hoort. Dan is het toch wel ernstig, als dat doel wordt verprutst in de uitvoering.

In Den Haag zit het beleid, dat zichzelf nogal overschat. De uitvoering is nederig werk dat wel in de provincie kan gebeuren. Het probleem is dat goed beleid bijna niet te bedenken valt, zonder doordachte uitvoering en zonder feedback van die uitvoering. Maar de afstand tussen Roermond en Den Haag is groot. Dus kunnen beleid en uitvoering elkaar niet goed meer begrenzen, beperken of versterken.

Beleid en uitvoering zijn als een tweeling die niet zonder elkaar kunnen. Goed beleid kan vernield worden door slechte uitvoering en vice versa. Het zuurste voorbeeld is de uitbetaling van de PGB’s door de Sociale Verzekeringsbank. De regering heeft, misschien terecht, bedacht dat dit zo moest. Maar het is een zooi geworden. Martin van Rijn heeft zijn politieke bestaan niettemin gered.

Het gevolg van dit soort ontsporingen is evenwel als een veenbrand; waarom moet je een overheid serieus nemen, die elementaire dingen niet kan regelen of uitvoeren? De burger is er wel klaar mee: als er geen vertrouwen meer kan worden gegeven aan de bureaucratie, dan helpen we ons zelf toch? Enig nadenken over schaalvergroting en de relatie tussen beleid en uitvoering zou wel kunnen helpen. Schaalverkleining zou goed zijn en die onzin van scheiden van beleid en uitvoering moet morgen stoppen.

  1. 6

    De boodschap was dat een overheid, die het voor burgers onmogelijk maakt hun verplichtingen te vervullen, vertrouwen verliest.
    De boodschap was dat dit in hoge mate wordt veroorzaakt door de managementmode van het scheiden van beleid en uitvoering.
    Ik ben niet tegen de overheid, maar ik ben tegen incompetentie, daarover wil ik blijven zeuren tot mijn dood.