Hieronder volgt een gastbijdrage van Jaap de Goede, dit artikel verscheen ook op zijn eigen blog.
Stel je voor. Twee heel grote mijnheren intimideren een klein meisje. Ze willen namelijk dat zij tien euro terug betaalt. De tien euro die de heren ergens in haar jasje hadden verstopt. Nu is het kwijt – uit haar jasje gevallen. Zij wil en kan het tientje niet terug geven. Maar de heren willen niet buigen. Ze staan dapper op hun stuk.
Grof? Blijkbaar denken we er niet zo over als de IJslandse president toch ook niet terug wil betalen. Terug betalen wat niet hij, of zijn kiezers, maar enkele op zijn gebied opererende bankiers hebben kwijt gemaakt. Bij elkaar 3,8 miljard euro. Waarvan twee derde van Groot Brittanië, en de rest van Nederland. Beide laatste landen staan nu dapper op hun stuk, en willen het geld echt terug.
Maar IJsland heeft maar driehonderdtwintigduizend inwoners. Als zij elk moeten betalen, kost hen dat 11857 euro per persoon, plus rente. Dat is per gezin al snel meer dan 50.000 euro, te betalen over vijftien jaar. Ik snap wel dat meer dan zestigduizend IJslanders een petitie tekenen dat ze dát heel oneerlijk vinden.