COLUMN - Ik heb bijna al het werk van schrijver en avonturier A. den Doolaard in de kast staan, maar voor zover ik heb kunnen nagaan heeft hij nooit over de Kleften in het noorden van Griekenland geschreven, hoewel hij deze lieden volgens mij toch bijzonder interessant en sympathiek zou hebben gevonden. Maar Den Doolaard was meer gecharmeerd van de Griekse eilanden en schreef voorts over de enigszins vergelijkbare Bulgaarse Komitadji in Macedonië en de moordenaars die in het vooroorlogse Joegoslavië als gevolg van bloedwraak de bergen invluchtten: zie het overbekende De herberg met het hoefijzer.
De Kleften (ook gespeld: Klephten, vertaling van het Griekse Kléftes, enkelvoud Kléftis, van het werkwoord kléptein (stelen), waren in eerste instantie Grieken die in de vijftiende tot en met de negentiende eeuw op de vlucht voor het gezag van die tijd, de Ottomaanse bezetter, de bergen in vluchtten. Deze vluchtelingen hadden meestal iets op hun kerfstok, dat niet zelden met bloedwraak of schulden te maken had, maar waren ook niet bepaald vriendjes van de Turken. Ze klitten samen tot een aparte bevolkingsgroep met een eigen cultuur op het gebied liederen/poëzie, muziek, dans en zelfs eten. De meeste Griekse restaurants in Nederland serveren een schotel die kleftiko wordt genoemd: ‘in de stijl van de Kleften’.