De twee oorzaken van de wooncrisis en over opsluiting in de vrije huurmarkt

Dat de woningmarkt in crisis is weten we. Maar de analyses van het probleem en dus ook van de oplossingen lopen uiteen. Je kunt twee scholen onderscheiden. De ene school ziet vooral het tekort aan woningen als probleem en wil dat er gebouwd wordt. De andere school ziet vooral de financialisering van de woningmarkt als probleem. Beide zijn relevant, maar het is goed te ontrafelen waarom en hoe ze zich tot elkaar verhouden. Dan komen we vanzelf terecht bij de vraag of bouwen een oplossing is. De school we moeten bouwen Eerst iets over die twee scholen. De VVD, de partij die op allerlei manieren heeft bijgedragen aan het probleem, is zonder twijfel onderdeel van de we moeten bouwen-school. Zoals te lezen in het verkiezingsprogramma: “belangrijk is […] dat er genoeg betaalbare huizen zijn. De laatste jaren is de krapte op de woningmarkt flink toegenomen. Door extra te investeren in nieuwbouw […] zijn de afgelopen jaren de eerste stappen gezet voor meer betaalbare woningen.” Ze stelt allerlei maatregelen voor die dat bouwen eenvoudiger moet maken. Maar de analyse van de problemen op de woningmarkt is flinterdun. De inhoudelijke bijdrage van woordvoerder Koerhuis beperkt zich tot het herhalen van het ene woord ‘bouwen’. Wel een serieuze poging de woningmarkt te begrijpen is een artikel van Jesse Frederik op De Correspondent. Volgens hem is “De woningmarkt […] een stoelendans. Er zijn te veel mensen die woonruimte zoeken op plekken met te weinig woonruimte. […] het fundamentele probleem is niet zozeer de verdeling van de stoeltjes, maar het tekort aan stoeltjes.“ Zijn conclusie is dat er vooral gebouwd moet worden, want alleen dan daalt de prijs. “De echte socialist laat de kapitalisten zichzelf opvreten. Laat ze maar bouwen, bouwen, bouwen” dan ontstaat er vanzelf een overschot en zakken de prijzen. De school tegen financialisering Tegenover de we moeten bouwen-school staat bijvoorbeeld Hans de Geus, auteur van Hoe ik toch huisjesmelker werd. Hij schrijft ook op Follow The Money over de woningmarkt en keert zich vooral tegen alle maatregelen die de geldstroom richting woningmarkt bevorderen. In het artikel Waarom wordt wonen zo duur noemt hij er enkelen. Beginnend in de jaren negentig toen het partnerinkomen mee begon te tellen bij het vaststellen van de maximale hypotheek. Een prijsopdrijvende maatregel, waarvan er meerdere zouden volgden. Zoals het liberaliseren van sociale huurwoningen. Kopen om te verhuren (buy-to-let) dat gestimuleerd werd door het toestaan van hypotheken aan beleggers op basis van de inkomsten uit de huur. En natuurlijk de jubelton - een belastingvrije schenking van een ton voor een huis voor de kinderen. Die financialisering van de woningmarkt kwam op FTM ook aan bod in een interview van Peter Hendriks met Manuel Aalbers, professor sociale en economische geografie in Leuven. Daarin komt de internationale context van die financialisering aan bod. Inclusief een belangrijke vingerwijzing wanneer hij zegt “Het is niet zo dat als er meer geld naar de woningmarkt vloeit, er ook vanzelf meer woningen bijkomen.” Want er spelen twee belangrijke variabelen op de woningmarkt. De hoeveelheid woningen, maar ook, en los daarvan, de hoeveelheid geld. Kern van de analyse Hoe verhouden die twee scholen zich nu tot elkaar? De vraag op de woningmarkt is groter dan het aanbod. Er zijn te weinig woningen. Dat verklaart dat de prijs stijgt. Maar dat verklaart niet de grootte van de prijsstijgingen. Die laat zich alleen maar verklaren door de regels rondom het geld. Geld dat in de vorm van (verhuur)hypotheken, jubeltonnen en opkoopsommen van beleggers in de woningmarkt wordt gepompt. En geld dat in de vorm van steeds hogere huren als rendement op die beleggingen uit de woningmarkt wordt gehaald. Eenvoudig gesteld: er is een tekort aan woningen, daardoor stijgen de prijzen. Maar door de overvloed aan geld stijgen de prijzen zo exorbitant als ze doen. Die twee oorzaken moet je wel uit elkaar halen. Het tekort aan woningen op de woningmarkt aan de ene kant en het overschot aan geld dat in de woningmarkt terechtkomt aan de andere kant. Daar gaat het fout in dat op zich lezenswaardige essay van Jesse Frederik. In de titel en de introductie lees je: “Waarom wonen zo duur is (en nee, niet door huisjesmelkers, het neoliberalisme of prins Bernhard) […] De voornaamste oorzaak van de woningcrisis is simpel: er zijn te weinig huizen.” Hier worden die twee zaken dus door elkaar gehaald. Want inderdaad er zijn te weinig huizen. Maar nee, dat is niet waarom wonen zo duur is. Dat komt met name door de overvloed aan beschikbaar geld. De woningprijzen zijn niet louter het resultaat van de vraag naar en het aanbod van woningen. De prijsstijgingen zijn een optelling van een toenemend woningtekort en een ongehoord geldoverschot. De stoelendans Laten we Frederiks tekort aan stoeltjes eens als denkoefening zien. Vijf dansende mensen en vier stoelen. Maar in plaats van muziek een verkoop bij opbod. Iedereen wil eigenlijk wel een stoel hebben, maar voor welke prijs? De portemonnees worden getrokken. Er komen tientjes op tafel. Iemand heeft zowaar vijftig euro op zak. Een ander loopt snel naar de pinautomaat op de hoek om honderd euro te pinnen. En stoelen zijn belangrijk. Geen stoel betekent misschien wel jarenlang niet zitten. En een partner die ook niet kan zitten. En wellicht komen er kinderen. Van hen kan je toch ook niet verwachten dat ze altijd maar blijven staan? Gelukkig blijkt er ook geleend te kunnen worden, dus het bieden kan door. De een biedt over de ander, die weer wordt overboden en dan is degene met het laagste bod weer aan zet. Want er blijven vijf bieders en vier stoelen. Er wordt gebeld met partners, om bij te lenen. Ouders beloven mee te betalen. Gelukkig is daar ook de VVD, die zich blijft inzetten om de rente op die leningen aftrekbaar te houden. Bovendien regelt ze dat rijke ouders belastingvrij veel geld kunnen schenken om een stoel te bemachtigen. Ze nodigt trouwens ook buitenlandse partijen uit om te bieden, om zo’n stoeltje daarna voor veel geld te kunnen verhuren. De opstuwende werking daarvan rekent ze zichzelf niet aan, want dat is namelijk de markt. Kortom, zonder dat het tekort verandert, stijgen de prijzen mee met de geboden financiële ruimte, om aan de spiraal omhoog mee te kunnen blijven doen. De uiteindelijke prijs noemt men de marktprijs. Hoe verhouden die oorzaken zich tot elkaar? Beide oorzaken - woningtekort en geldoverschot - staan niet helemaal los van elkaar. Met name één verband is van belang. Prijsopdrijving ten gevolge van dat geldoverschot, kan alleen plaatsvinden bij een (langdurig) woningtekort. Bij meer vraag dan aanbod stijgen de prijzen. Dat hoeft geen grote stijging te zijn. Maar als er veel geld beschikbaar is op de woningmarkt, dan fungeert dat als olie op het vuur voor de prijs. Dat zien we de laatste jaren. Die grote prijsstijgingen betekenen dus niet dat er een groot woningtekort is. Dat verband betekent ook dat zodra het woningtekort verandert in een woningoverschot, het geldoverschot geen prijsopdrijvend effect meer zal hebben. Louter de beschikbaarheid van veel geld zal een dalende prijs niet stutten. Want waarom zou je een jubelton overbieden als er genoeg alternatieve huizen te koop staan. Heeft de hoeveelheid beschikbaar geld invloed op het aantal beschikbare woningen? Het opkopen van bestaande woningen om in te beleggen heeft een prijsopdrijvend effect. Maar zolang die woningen in dezelfde staat verhuurd worden, heeft het geen invloed op de beschikbare hoeveelheid woningen. Dat is anders bij het verkameren van woningen. Het opdelen in kleinere wooneenheden. Dat vergroot de woningvoorraad. Al stijgt het totale woonoppervlak natuurlijk niet. De prijs per vierkante meter zal wel (veel) groter zijn dan voor de opdeling. Een ander verband tussen de beschikbaarheid van geld en het woningtekort heeft met de tweede woning te maken. Iedereen die voor eigen gebruik een tweede woning koopt, verkleint de kansen voor mensen die überhaupt geen eerste woning hebben. Onze toenemende rijkdom betekent meer tweede woningen. En voor de woningzoekenden minder kans op een woning. En je kunt immigranten de schuld geven van het woningtekort, omdat ze een woning bewonen. Je kunt ook bezitters van een tweede woning de schuld geven, omdat ze altijd één woning niet bewonen. En, als je het hebt over de woningmarkt, zorgt dat geld op die markt dan niet voor extra nieuwbouwwoningen? Nee, want voor woningen heb je grond nodig. En dat extra geld vertaalt zich via de markt niet naar extra grond. Want het is niet de markt, maar de overheid die gaat over voor woningbouw beschikbare grond. Twee problemen van politieke makelij In het verlengde van bovengenoemde oorzaken van de uit de hand gelopen woningprijzen kun je twee problemen identificeren. Het eerste probleem: te weinig woningen. Dus er moet worden gebouwd. Maar los van de prijsstijgingen die het gevolg zijn van dat tekort, wordt wonen steeds duurder. Dat is het tweede probleem en is ook echt een probleem. En beide problemen worden niet door de markt veroorzaakt. Zowel het woningtekort als het geldoverschot zijn van politieke makelij. Om het woningtekort op te lossen is, zoals hierboven genoemd, grond met een woonbestemming nodig en daar gaat de (lokale) politiek over. En het geldoverschot in de woningmarkt heeft vele oorzaken, maar allemaal politiek van aard. Dat heeft iets te maken met de lage rentestanden, die door centrale banken worden vastgesteld. Maar vooral met allerlei Haagse wet- en regelgeving rondom de toestroom van geld. De markt als camouflage Toch draait het vaak om markt in discussies over de woningmarkt. De hoge prijzen zijn dan het gevolg van een markt waar vraag en aanbod niet in balans zijn. Er is te weinig aanbod, maar de markt zal dat wel oplossen. Maar aangezien het potentiële aanbod door de politiek wordt bepaald, net als de regels van het geld op de woningmarkt, is het woord markt eigenlijk niet op z’n plaats. Je kunt beter spreken over het domein van het wonen. Dat domein is ingericht door de politiek en ook private partijen en woningbouwcorporaties spelen er een rol. Dat betekent dat elke politicus die spreekt over wonen in termen van een markt, de politieke keuzes die tot de huidige problemen hebben geleid camoufleert. Zelfs de constatering dat er een crisis is op de woningmarkt is eigenlijk niet correct. Er is geen crisis op de woningmarkt. Er is een wooncrisis, omdat door politieke beslissingen over grond voor woningbouw en financiële en fiscale regels wonen duurder is geworden en mensen nauwelijks nog keuze hebben. Private partijen spelen daarin een rol, maar politieke beslissingen zijn daarbij leidend. Wat moet de politiek doen? Wat moet de politiek doen om deze door haar zelf gecreëerde problemen op te lossen? Bouwen, bouwen, bouwen, zoals de VVD zegt, opdat in de woorden van Frederik de kapitalisten elkaar opvreten? Bouwen lost beide problemen op. Het zorgt ervoor dat woningzoekenden iets te kiezen hebben en drukt de prijzen. Dus is bouwen dan toch de oplossing? Dat hangt af van een andere vraag. Wanneer willen we dat de problemen zijn opgelost? De doorlooptijd van nieuwbouwplannen is zo’n 7 tot 10 jaar. Van eerste schets tot oplevering. Dus als meer bouwen de oplossing is, dan moeten we wel wat geduld hebben. En hopen dat er verder geen vertraging optreedt. Door bijvoorbeeld de omgevingswet die maar niet geïmplementeerd wordt. Door de stikstofproblematiek. Door te weinig vakmensen of bouwmaterialen. Genoeg beren op de weg. Dan vertellen we iedereen die de komende jaren de woningmarkt betreedt: jullie hypotheek of maandlasten zijn buitensporig. Maar in de toekomst wordt het beter. De generatie na jullie heeft dat probleem niet meer. We moeten zoeken naar directe oplossingen… Er is een kans dat ze dat niet leuk vinden, omdat we nu direct ook die andere oorzaak kunnen aanpakken. We kunnen morgen beginnen met het herzien van de regels die de toestroom van geld bepalen. Het afschaffen van de jubelton. Het belasten van huurinkomsten uit een tweede woning. Het belasten van een tweede, niet verhuurde, woning. Banken verbieden meer dan, zeg 95% van een hypotheek te financieren. Het verbieden van verhuurhypotheken. Het belasten van overwaarde bij verkoop. Het instellen van een huurplafond voor woningen buiten de sociale huur. Ons uitnodigingsbeleid voor buitenlandse beleggers aanpassen. Allemaal maatregelen die sneller zorgen voor betaalbaarder wonen. …waar de VVD waarschijnlijk niet op zit te wachten Maar getuige het verkiezingsprogramma van de VVD zit deze partij niet te wachten op dit soort daadkracht. [1] Het druist in tegen de belangen van de welgestelden, waar ze zo graag voor opkomt. Het daagt ook niet dat die woning- en huurprijzen überhaupt een politiek probleem zijn. Werpt u de VVD voor de voeten dat een woning niet meer te betalen is. Dan antwoord ze dat dat komt door de markt. Zegt u dat de politiek er iets aan moet doen. Dan wil ze niet ingrijpen in de markt. Vraagt u wat ze dan wel gaat doen. Dan wordt mascotte Daniel Koerhuis omhoog gehouden, die dan tot grote tevredenheid van bouwend Nederland scandeert: “bouwen, bouwen, bouwen”. En bouwen is nodig. Voor later. Maar wat doen we nu? De betaalbaarheid van wonen moet verbeteren, of in ieder geval niet verder verslechteren. Jongeren die wel een huis kunnen kopen verbinden zich aan torenhoge hypotheken, met grote consequenties als zich onverhoopt een (persoonlijke) crisis voordoet en ze hun huis moeten verkopen. Maar bovenal zullen velen niet uit de geliberaliseerde huurmarkt kunnen ontsnappen. Daar zullen ze jarenlang hoge maandlasten moeten ophoesten, om de rendementen van hun huurbazen in stand te houden. Geen geld om te sparen. Geen buffer voor tegenslag. Geen ruimte voor een gezin. Opgesloten in de vrije huurmarkt. - - - - - [1] Van de 24 maatregelen die genoemd staan is er één die kan doorgaan voor het beperken van het geldoverschot. Namelijk de mogelijkheid die gemeenten krijgen om, onder bepaalde voorwaarden, voor bepaalde wijken een opkoopbescherming in te stellen om grootschalige opkoop te remmen. --------- Lees verder: Hoe Stef Blok de woningmarkt tegen het individu uitspeelde Wat de VVD niet wil liberaliseren aan de woningmarkt

Closing Time | Tell Laura I Love Her

Soms heb ik last van een fascinatie, een obsessie haast voor verkeerde zaken, voor interessegebieden waar ik eigenlijk geen interesse voor heb. Maar van die fascinatie heb ik alleen maar last als ik achter m’n laptop zit en kriskras door het internet ga: kunst, poëzie, literatuur, nieuws, showbizz, gossip en sport. En als ik dan bij de Telegraaf langsga, ik ben niet eenkennig, dan is daar de vaste hoeveelheid MaxNieuws. Vroeger had de Telegraaf voor de lezer het dagelijkse rantsoen Andre Hazes klaarstaan, maar nu is het Max. Max voor en Max na. Dag in, dag uit. Elke keer weer een nieuw nieuwtje, een nieuw feitje. Gridstraf, Qatar, pole position, vriendin, Abu Dhabi en z’n eeuwige tegenstander, Lewis Hamilton.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: campact (cc)

Scholz belooft continuïteit met nieuwe partners

Minder dan drie maanden na de verkiezingen is woensdag in Duitsland een nieuw kabinet geïnstalleerd. Olaf Scholz, de nieuwe bondskanselier van de sociaaldemocratische SPD, beloofde bij zijn aantreden continuïteit na zestien jaar Merkel. Hij zal het moeten doen met twee voormalige oppositiepartijen met uiteenlopende programma’s: de liberale ondernemerspartij FDP en de Groenen. De coronapandemie wordt de eerste uitdaging voor de nieuwe regering. Met krap 70% gevaccineerden heeft Merkel vorige week een lockdown voor ongevaccineerden afgekondigd. Een vaccinatieplicht is niet uitgesloten. De nieuwe gezondheidsminister Karl Lauterbach (SPD) die er zelf eerst tegen was is nu voor. Het volledige Kabinet-Scholz is hier te vinden. Ik maak een rondje langs de nieuwe bewindslieden van de Groenen:

Annalena Baerbock: Europa eerst

De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken Annalena Baerbock (Groenen) vertrok na haar beëdiging meteen voor een rondreis langs Parijs, Brussel en Warschau. Zij heeft het regeerakkoord van de drie partijen een sterke Europese inslag gegeven. In haar eerste verklaring als minister schrijft Baerbock, ooit actief als lid van de Werkgroep Buitenland van de Europese Groenen: ‘Europa speelt een centrale rol in ons buitenlands beleid. [Maar] we zullen onze ideeën en belangen niet over de hoofden van onze buren najagen, laat staan ten koste van hen.’ In Parijs heeft ze gisteren aan haar collega Jean-Yves Le Drian wel meteen duidelijk gemaakt dat kernenergie in haar ogen geen duurzame energiebron is, zoals de Fransen het graag willen zien. De rol van kernenergie staat op de agenda van de EU in het kader van de afspraken over wat wel en niet als groene brandstof kan worden beschouwd. Duitsland en Oostenrijk staan op dit punt tegenover Frankrijk, Polen en Tsjechië. De verschillende inzichten zullen op het niveau van regeringsleiders moeten worden uitgepraat. Bondskanselier Scholz gaat binnenkort ook naar Parijs. Europa blijft toch vooral draaien om de as Parijs-Berlijn. En buitenlandpolitiek blijft in beide landen in veel gevallen Chef-Sache.

Foto: Graphic Yorick Blijenberg op Twitter Bron RIVM Plot @YorickB. copyright ok. Gecheckt 24-09-2022

Macaber beleid

COLUMN - Wie nu nog pleit voor 2G of vaccinatieplicht, is af. Omikron, dat zich rap verspreidt, trekt zich momenteel te weinig van vaccinaties aan, en of boosters dat verhelpen weten we nog niet. Dat wordt pas duidelijk nadat iedereen dat dat wil, zo’n prik heeft gekregen – wat nog wel even zal duren.

Maar al eerder dacht ik: vaccinatieplicht of -drang is niet de oplossing. Niet alleen omdat het een vergaande maatregel is, maar vooral omdat zolang het virus ergens naar believen zijn gang kan gaan, de kans op mutaties levensgroot blijft. Dat is eigen aan virussen: wie ze niet onder controle houdt, is er zelf debet aan dat vaccinatie ertegen haar nut verliest.

Daarom is het gevit op ongevaccineerden kortzichtig. Niet zij zijn debet aan de grote verspreiding van het virus – of hooguit een beetje – maar de echte verantwoordelijkheid ligt bij het kabinet, dat al vrij vroeg na aanvang van de pandemie besloot tot ‘sturing op IC-bedden’.

Dat is desastreus. Vooral omdat je daarmee accepteert dat er een grote instroom van patiënten blijft komen die de rest van de zorg ondermijnt, nu al ruim een jaar. Daar gaan mensen door dood. Bovendien weet je dat ook een deel van die coronapatiënten komt te overlijden, een deel maandenlang nodig zal hebben om te herstellen van hun IC-opname, en een nog groter deel de komende jaren met long covid te kampen heeft. Sturen op IC-capaciteit is daarom macaber beleid.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Closing Time | Sadagora Hot Dub

Van de week fietste ik met wat bananendozen (lege, dat is), op mijn bagagedrager naar mijn huis waar een te volle boekenkast op mij wachtte. Die moest leeg, nou ja, leger, om te beginnen. Er moest opgeruimd, er moest plaatsgemaakt. De boeken stonden niet alleen strak verticaal, maar ze lagen ook bovenop de andere boeken, geen gezicht. Beetje druk, benauwend.  Boeken waren vroeger misschien nog wel een dingetje, een statussymbool, iets om je mee te profileren, maar nu is het toch eerder: wat een stofnesten, wat een ouwerwets figuur woont daar. Met z’n buikbandjes, stofomslagen en z’n  geknakte ruggetjes.

Foto: Share of people fully vaccinated against COVID-19, last updated 8 December - CC BY Our World in Data

Kabinet houdt ‘derde wereld’ liever afhankelijk van vaccindonaties

Sinds oktober 2020 dringen India en Zuid-Afrika en ruim honderd andere landen aan op het vrijgeven van de patenten op vaccins, zodat lage- en middeninkomenslanden zelf vaccins kunnen produceren. De EU en enkele andere landen houden het voorstel tegen. Een update over de positie van Nederland (in augustus schreef ik hier dit over).

Er worden momenteel wereldwijd zes keer zoveel boosterprikken toegediend als er eerste prikken worden toegediend in lageinkomenslanden. De WHO noemt het “a scandal that must stop now.” Directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus riep in augustus – toen in Nederland de Gezondheidsraad de booster-optie ging onderzoeken – al op tot een moratorium op boosters tot september, dat hij later bijstelde tot eind van het jaar. In de lageinkomenslanden was op 1 augustus 1,1% van de mensen gevaccineerd; op dit moment is dat 3,2%.

Gezien de zorgen over de Omicron-variant en mogelijk verminderde bescherming door vaccinatie is het begrijpelijk dat veel mensen een booster willen, maar het blijft onbegrijpelijk dat de EU en een aantal andere landen nog altijd het vrijgegeven van de patenten op coronavaccins tegenhouden. De discussie hierover loopt al sinds oktober 2020, toen India en Zuid-Afrika een voorstel deden voor het (tijdelijk) vrijgeven van de patenten via de zogenaamde TRIPS-waiver. Vorige week zou de Wereldhandelsorganisatie (WTO) er weer over spreken, maar vanwege de Omicron-variant en de reisbeperkingen voor Afrikaanse landen werd de vergadering last-minute afgeblazen. “The vaccine apartheid that rich countries and the WTO have refused to address is ultimately responsible for the decision to postpone vaccine talks,” zei The People’s Vaccine, een coalitie van 50 organisaties die zich inzet voor het vrijgeven van vaccinpatenten. Een TRIPS-commissie praat er de komende tijd wel over verder.

Foto: Tobias Begemann (cc)

Wat je van dieren imiteren kan

Wat hebben de sluipwesp, wolf, boomkikker en termiet met elkaar gemeen? Meer dan je denkt! Steeds meer technologieën voor de mens worden namelijk geïnspireerd door het dierenrijk. Hoe leer je van de natuur?

Kijk! Een boomkikker. Daar aan het plafond. Hoe blijft het zo zitten op dat gladde oppervlak? Je zou denken dat het dier eraf glijden zou, maar dat is niet waar. Ze zullen een soort verfijnd systeem in hun vingers hebben, dat ze grip geeft zonder zich vast te klampen. Het verwondert en inspireert. Kun je dat systeem niet toepassen op een nieuwe uitvinding? Daarvoor duiken we in de wondere wereld van biomimicry.

Imiteren van de natuur

Biomimicry (biomimetica in het Nederlands) betekent letterlijk het imiteren van biologische ideeën om menselijke toepassingen uit te vinden, ze te verbeteren en duurzamer te maken. Zo laat biomimetica-onderzoeker dr. Dimitra Dodou van de TU Delft zich inspireren door dieren om nieuwe medische hulpmiddelen te ontwerpen. Gebiologeerd keek ze ooit naar de sluipwesp. Deze wesp plaatst haar eitjes met een zogenaamde legboor onder de huid van een slachtoffer. Zo’n legboor is ongekend flexibel en kan een grote hoek maken zonder ergens af te breken. Dat is interessant voor chirurgen. Bij kijkoperaties willen zij namelijk zoveel mogelijk onderhuidse ruimte kunnen ontdekken met een enkele prik door het oppervlak. Dodou en haar team onderzochten, imiteerden, testten en verbeterden de legboortechnologie van de wesp. Het resultaat: een ultradunne, stuurbare naald, die bijna niet te breken is.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Closing Time | Don’t Ask Me Love

Een redelijk nieuwe Nederlandse retroband. Ze komen uit Rotterdam, maar verder doet Les Robots lekker geheimzinnig over wie ze zijn. Op het podium spelen ze gemaskerd. De namen Dave von Raven, en Arjan Spies vallen wel ‘ns, van de beatgroep The Kik. Les Robots spelen jaren-zestig muziek, surfmuziek, psychedelica en muziek die prima als soundtrack bij een spaghettiwestern kan. De muziek doet denken aan The Shadows bijvoorbeeld, instrumentaal dus. En dat doen ze erg leuk.

Foto: Karl Baron (cc)

Wat kan een computer het vermogen om te doen leren?

Er is belangrijk nieuws in een van de heftigste taalkundige discussies van de afgelopen vijftig jaar. We doen even een experiment met het taalmachientje onder je hersenpan. Wat betekent de volgende zin?

  • Wat geloof jij dat de actrice gisteren gekocht heeft?

De vraag is nu: wat is het lijdend voorwerp van gekocht? Dat is als je Nederlands spreekt hopelijk geen ingewikkelde vraag: dat is wat. Het staat weliswaar ver naar voren, maar vraagwoorden plaatsen we nu eenmaal naar voren in de zin. Maar neem nu de volgende zin:

  • Wat deel jij de overtuiging dat de actrice gisteren gekocht heeft?

De zin zou min of meer hetzelfde moeten betekenen als de vorige – de zinnen ‘ik geloof dat de actrice dit gekocht heeft’ en ‘ik deel de overtuiging dat de actrice dit gekocht heeft’ zijn parallel aan elkaar, en er wordt op parallelle manier een vraag van gemaakt– maar dat doet hij niet. Hij betekent niks.

De reden daarvoor, ontdekten taalkundigen meer dan vijftig jaar geleden is dat ‘jouw overtuiging dat…’ een zelfstandignaamwoordgroep is, en ‘geloof jij dat..’ een werkwoordgroep. Om de een of andere reden kan er geen relatie bestaan tussen een werkwoord en zijn lijdend voorwerp als dat werkwoord ingebed is in een zelfstandignaamwoordgroep en het lijdend voorwerp niet.

Closing Time | Do You Love Me?

Do you love me is een single van The Contours. Het is afkomstig van hun album Do you love me. De single verscheen in juni 1962 .

Berry Gordy schreef het lied eigenlijk voor The Temptations, maar die waren onbereikbaar toen de opname gepland stond. In de Hitsville studio liep Gordy vervolgens The Contours tegen het lijf. Die hadden het moeilijk bij Motown, aangezien hun twee eerder verschenen singles nauwelijks verkochten. Met de single Do you love me haalden The Countours de Billboard Hot 100. Het zou hun grootste hit blijven.

Quote du Jour | onafhankelijk onderzoek naar de luchtvaart

Ja, de kosten en baten van de luchtvaart worden vaak bediscussieerd, en er zijn felle voor- en tegenstanders, maar gelukkig is er onafhankelijk onderzoek! Eh, wacht:

De speciaal voor de luchtvaart opgestelde nieuwe methode leidt tot opmerkelijke uitkomsten. Een belangrijke reden daarvoor is dat de geluidsoverlast en vervuiling door de luchtvaart veel lager wordt ingeschat dan zou moeten gebeuren op basis van wetenschappelijk onderzoek.

Zo begint de luchtvaart voortaan de eigen overlast pas te tellen bij 50 decibel, terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie al geruime tijd normen hanteert van 45 decibel. Het verschil is bijna een factor vier aan geluidsoverlast, uiteraard in het voordeel van de vliegbranche.

CO2-uitstoot digitale sector ongeveer evenveel als van de luchtvaart.

Uit onderzoek van GreenIT, in opdracht van de Europese Groenen, blijkt dat digitale technologie een enorme impact op het milieu heeft.

De impact van de techsector op het milieu wordt voor 75% veroorzaakt door de productieprocessen van de apparaten zelf. Datacentra en netwerken, zoals WiFi of 4G, zijn verantwoordelijk voor het resterende kwart. Uit het onderzoek blijkt bovendien dat voor de productie en het gebruik van onze digitale apparaten per Europeaan gemiddeld 225 kg per jaar afval geproduceerd wordt.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Vorige Volgende