COLUMN - Oorlog in Gaza, oorlog in Irak, nog geen oorlog in de Oekraïne: de komkommertijd is onrustig dit jaar. Sommig nieuws, dat anders de krant zou hebben gehaald, blijft nu wat onderbelicht, zoals het overlijden van de Duitse archeoloog Klaus Schmidt. Ik weet toevallig dat het NRC Handelsblad heeft overwogen er een stukje aan te wijden, maar het echte nieuws ging voor.
Schmidt was de joviale opgraver van Göbekli Tepe in zuidoost-Turkije, een van de belangrijkste archeologische ontdekkingen van de afgelopen kwart eeuw. De simpelste manier om het te beschrijven is dat het vier kleine Stonehenges bij elkaar zijn, met dit verschil dat de stenen veel meer zijn bewerkt en zijn voorzien van reliëfs van dieren. Kraanvogels, vossen, slangen, krokodillen. En waar Stonehenge zo’n 4600 jaar oud is, is Göbekli Tepe eens zou oud. De opgravers noemden het een heiligdom.
De hamvraag is hoe een archeoloog dat kan weten. Schmidt was daar eerlijk over: hij wist het niet zo zeker als hij zou willen. Als hij vertelde over zijn project, legde hij de nadruk op het feit dat de mensen in het tiende en negende millennium v.Chr. nog leefden als jagers en verzamelaars, dat hun werktuigen simpel waren en dat het een wonder was dat ze zoiets monumentaals als de vier cirkels van Göbekli Tepe schiepen.