Geen asielcrisis, maar een bestuurscrisis

COLUMN - Nederland heeft volgens een groot deel van de politiek een asielcrisis. Dat horen we inmiddels al jaren. De crisis is zo hardnekkig dat kabinetten vallen, verkiezingen worden gewonnen en verloren, en talkshows er bij herhaling hun zendtijd mee vullen. Een uitzicht op een einde aan deze crisis lijkt ver achter onze horizon te liggen. Louter omdat het verkeerd gelabeld wordt en daarmee de focus op de echte oorzaken en oplossingen achter valse retoriek verborgen blijft.

De situatie in Ter Apel is geen bewijs van een oncontroleerbare migratiestroom. Wie noodopvang na noodopvang zag verrijzen, zag geen onverwachte ramp. Wat zichtbaar werd, was het resultaat van jarenlang beleid waarin opvangcapaciteit systematisch werd afgebouwd terwijl iedereen wist dat vluchtelingenstromen niet zouden verdwijnen. Dat is ongeveer alsof een gemeente de helft van haar brandweerkazernes sluit en vervolgens concludeert dat er een brandweercrisis is zodra er ergens brand uitbreekt.

De Nederlandse overheid behandelt asielopvang nog steeds als een incidenteel probleem. Alsof oorlogen, vervolging, politieke instabiliteit en klimaatgerelateerde migratie uitzonderingen zijn die elk moment voorbij kunnen zijn. De werkelijkheid is natuurlijk anders. Vluchtelingen zullen blijven komen. Niet omdat Nederland zo aantrekkelijk is, maar omdat conflicten en menselijke ellende niet ophouden bij de buitengrenzen van Europa.

Juist daarom is het opmerkelijk hoe vaak politieke discussies zich richten op symbolische maatregelen. Er wordt eindeloos gesproken over strengere regels, afschrikking en uitzonderingswetten. Veel minder aandacht gaat uit naar de vraag waarom procedures jarenlang kunnen duren, waarom de Immigratie- en Naturalisatiedienst structureel kampt met achterstanden, of waarom gemeenten er telkens weer in slagen opvang naar elkaar door te schuiven.

Het meest onthullende moment kwam misschien wel met de komst van Oekraïense vluchtelingen. Ineens bleek er van alles mogelijk. Gemeenten organiseerden opvang. Gebouwen werden beschikbaar gesteld. Hotels werden ingezet. Procedures werden versneld. De bestuurlijke creativiteit die jarenlang afwezig leek, bleek gewoon te bestaan. Dat was goed nieuws voor de mensen die bescherming zochten. Maar het maakte ook iets anders zichtbaar: de logistieke problemen waren kennelijk niet zo onoverkomelijk als jarenlang werd beweerd.

De ongemakkelijke conclusie is dat Nederland niet zozeer worstelt met opvangcapaciteit als wel met politieke keuzes. Ondertussen worden asielzoekers in het publieke debat vaak gereduceerd tot aantallen. Ze verschijnen als statistiek, als dossier of als bedreiging. Veel minder vaak als mens. Terwijl achter iedere aanvraag een individueel verhaal schuilgaat van oorlog, vervolging, verlies of wanhoop.

Dat betekent niet dat iedere asielaanvraag automatisch moet worden ingewilligd. Natuurlijk heeft een staat het recht om grenzen te bewaken en procedures vast te stellen. Maar een rechtsstaat wordt niet getest wanneer alles goed gaat. Een rechtsstaat wordt getest wanneer mensen afhankelijk zijn van haar bescherming. Juist dan blijkt of humaniteit een principe is of slechts een verkiezingsslogan.

De voortdurende verwijzing naar een asielcrisis heeft nog een ander voordeel voor politici: zij leidt de aandacht af van bestuurlijke verantwoordelijkheid. Wanneer opvanglocaties overvol raken, kan men wijzen naar de instroom. Wanneer procedures vastlopen, naar internationale ontwikkelingen. Wanneer mensen buiten slapen, naar Europa. Bijna nooit naar de eigen keuzes.

Toch zijn veel van de huidige problemen terug te voeren op beleid dat bekend was, voorzienbaar was en waarvan de gevolgen jarenlang door deskundigen zijn aangekondigd. De overbelasting van het systeem wordt vervolgens gebruikt als bewijs dat het systeem niet werkt. Een merkwaardige redenering, zeker wanneer dezelfde overheid verantwoordelijk is voor de inrichting ervan.

De vraag is daarom niet hoeveel vluchtelingen Nederland aankan. De vraag is waarom een rijk, goed georganiseerd land er telkens opnieuw in slaagt van een beheersbaar vraagstuk een bestuurlijke chaos te maken. Dat is de echte crisis. Niet aan de grens. Maar in Den Haag.

Reacties (1)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*