Vorige week keek Maurice de Hond vooruit naar volgende verkiezingen. Hij vergeleek de situatie van de PVV met die van het Franse Front National: “een electorale variant van een cordon sanitaire.” Mooie analyse, maar voor de goede orde: er is geen cordon sanitaire rondom de PVV.
“Partijen als het CDA verkopen hun moeder nog voor de macht.” PVV-leider Geert Wilders wil graag doen geloven dat hij elk moment regeringsmacht kan krijgen. In 2009 klaagde hij juist over een cordon sanitaire rondom zijn partij. Geen van beide beweringen is waar: enerzijds is er weinig kans dat de PVV gauw weer een regering zal gedogen; anderzijds komt dit niet door een cordon sanitaire.
Een cordon sanitaire is het stelselmatig uitsluiten van alle politieke samenwerking met een bepaalde politieke partij. Dat betekent niet alleen dat alle andere partijen weigeren een regering met haar te vormen, maar dat ze ook bijvoorbeeld geen wetsvoorstellen, campagnes of moties van die partij steunen. Voor voorbeelden van Nederlandse buitengesloten partijen moeten we ver terug in de tijd.
Partijen die geconfronteerd werden met een cordon sanitaire waren meestal of zeer links of zeer rechts. De communistische CPN werd systematisch geïsoleerd. In de jaren vijftig keken collega’s CPN-Kamerlid Marcus Bakker met de nek aan. Hetzelfde overkwam Hans Janmaat in de jaren tachtig. Zijn Centrumpartij werd volledig buitengesloten, net als soortgelijke partijen in onze buurlanden.