Oorlog: We zijn klaar omdat we er klaar mee zijn

Foto: wal_172619 on Pixabay

Een hoge Navo-baas stelde ons gisteren gerust. Alexus Grynkewich, de Amerikaanse commandant verantwoordelijk voor de veiligheid van het Europese Navo-gebied sprak de veiligheidsconferentie Warsaw Security Forum toe:

“Ik denk dat de bevolking in de landen van het bondgenootschap zich enigszins ongerust maakt. Ik wil de miljard burgers van ons bondgenootschap dan ook geruststellen: wij hebben de situatie onder controle. Wij weten wat ons te doen staat.”

Als militairen weten wat ze te doen staat, is dat vaak reden om erg ongerust te worden. Noem me naïef, maar dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn. Denk eens aan:

De Anjerrevolutie in Portugal (1974).

Portugal werd decennialang geregeerd door de rechts-radicale dictatuur van de Estado Novo (Nieuwe Staat) en raakte uitgeput door slepende koloniale oorlogen. De bevolking werd dat in toenemende mate meer dan zat en een groep van lagere militaire officieren, Movimento das Forças Armadas (MFA) wist wat het hen te doen stond: op 25 april 1974 voerde de MFA een nagenoeg volledig geweldloze staatsgreep uit: de Anjerevolutie (de bevolking ging massaal de straat op om de militairen te steunen en staken rode anjers in de lopen van de geweren.

Wat daarna volgde was een niet geheel vlekkeloze gang naar parlementaire democratie en de dekolonisatie van  Mozambique, Angola, Guinee-Bissau en Kaapverdië, Sao Tomé en Principe en uiteindelijk ook Oost-Timor.

Een voorbeelden van militair ingrijpen als de regerende president ze niet helemaal meer op een rijtje heeft.

Tunesië (1987) – De “Constitutionele Coup” tegen Bourguiba

President Habib Bourguiba raakte op late leeftijd (in de tachtig) paranoïde, mentaal instabiel en regeerde steeds dictatorialer. De angst voor totale chaos of een burgeroorlog in het land nam toe. Zijn nieuw aangestelde premier (en voormalig militair/veiligheidschef) Zine El Abidine Ben Ali greep op 7 november 1987 in. Hij liet Bourguiba door een team van artsen medisch onbekwaam verklaren om te regeren en nam vreedzaam de macht over. Er viel geen enkele druppel bloed.

Hoewel Ben Ali later zelf in een dictator zou veranderen, werd deze specifieke coup in 1987 door de Tunesische bevolking en politieke elites met enorme opluchting en steun ontvangen als een noodzakelijke ingreep om het land te redden van een seniele alleenheerser.

Regime-changes gaan helaas niet altijd langs geweldloze weg. Denk aan:

Rusland (1917) Troonsafstand van Tsaar Nicolaas II

Tevens een voorbeeld van een regime dat instortte door oorlogsprotesten. De Russische deelname aan de Eerste Wereldoorlog leidde tot miljoenen doden, acute voedseltekorten en economische chaos. In februari 1917 stroomden de straten van Petrograd (Sint-Petersburg) vol met stakende arbeiders en demonstranten die riepen om “Brood en Vrede”. Het leger weigerde op de demonstranten te schieten en sloot zich bij de protesten aansloot. Tsaar Nicolaas II werd gedwongen troonsafstand te doen, waarmee er een einde kwam aan eeuwen van tsaristische heerschappij. De tsaar en zijn gezing werden vermoord.

Zijn we klaar omdat we er klaar mee zijn?

Maar moeten we, als we oorlog en de gevolgen ervan zat zijn,  het altijd over laten aan militairen die “weten wat ze te doen staat”?

Genoeg voorbeelden die ons laten zien dat protesten tegen oorlogen bijdragen aan het beëindigen er van. En vooral niet te vergeten: voorbeelden van democratische middelen als verkiezingen, die ook een heel aardig handje kunnen helpen.

Israël (1974) – aftreden regering Golda Meir

Aanleiding was de politieke en maatschappelijke nasleep van de Jom Kipoer-oorlog van 6 oktober 1973. Egypte en Syrië Israël aanvielen in een poging hun in 1967 door Israël bezette gebieden te heroveren. Ook Marokko, Irak, Algerije, Koeweit en Saoedi-Arabië namen deel aan de strijd.

De Agranat Commission), ingesteld in november 1973, deed onderzoek naar de inlichtingen- en paraatheidscatastrofe van het Israëlische leger (IDF) voorafgaand aan de Jom Kipoer-oorlog. Hoewel het interim-rapport van de commissie de politieke top (waaronder Meir en defensieminister Moshe Dayan) niet direct verantwoordelijk stelde voor de militaire onvoorbereidheid, was de Israëlische bevolking diep geraakt door die onvoorbereidheid en de zware verliezen aan het begin van de oorlog, wat leidde tot grootschalige protesten en felle kritiek op de regering.

Hoewel premier Golda Meir begin 1974 nog herkozen werd, dwong de aanhoudende maatschappelijke druk en het vernietigende rapport van de commissie-Agranat haar en haar kabinet in april 1974 tot aftreden.

Vooruit. Nog één voorbeeld:

Spanje (2004) – misleiding van de regering-Aznar over de Irakoorlog

Hoewel de Spaanse premier José María Aznar niet direct via een revolutie werd afgezet, verloor zijn partij de verkiezingen direct als gevolg van zijn oorlogsbeleid en de volkswoede daarover. Aznar steunde de Amerikaanse invasie van Irak in 2003, ondanks het feit dat meer dan 90% van de Spaanse bevolking tegen de oorlog was en miljoenen Spanjaarden de straat op gingen.

Toen Madrid in maart 2004 werd opgeschrikt door zware treinaanslagen door Al-Qaida (als vergelding voor de Spaanse deelname aan de oorlog), probeerde de regering de schuld in de schoenen van de Baskische afscheidingsbeweging ETA te schuiven om de link met Irak te verhullen. De Spaanse bevolking pikte deze misleiding niet en ging massaal de straat op met de leus “Pasó de la guerra, queremos la verdad” (Stop de oorlog, wij willen de waarheid). Dagen later werd de partij van Aznar bij de verkiezingen buiten spel gezet door de kiezer, waarna de nieuwe regering de Spaanse troepen direct terugtrok uit Irak.

Ziet u in bovenstaande voorbeelden enige overeenkomsten met de actualiteiten? Eén overeenkomst ontbreekt in ieder geval:

We zijn we klaar omdat we er klaar mee zijn. Dus we weten wat we te doen staat.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*