Wees trots op oudheidkunde

Het Rijksmuseum van Oudheden moet bezuinigen. Een makkelijke keus om ‘musea vol opgegraven potten en pannen’ op de korrel te nemen. Maar het is ronduit kwalijk dat veel oudheidkundigen het belang van hun vak niet weten uit te dragen. Oudheidkunde heeft wel degelijk nut. Ook nu.

De invloedrijkste van alle in Nederland werkzame geleerden was J.J. Scaliger. Aan het einde van de zestiende eeuw onderzocht hij de chronologie van de Oudheid, constateerde dat het tijdverloop in de Bijbel incorrect was en problematiseerde daarmee de letterlijke uitleg van de Bijbel. Zo begon de Verlichting. Andere oudheidkundigen stonden aan de wieg van Darwins evolutietheorie, of boden een empirische basis voor de vooruitgangsgedachte, of droegen – minder prettig – bij aan de ideeën die de twee wereldoorlogen onvermijdelijk maakten. Ziedaar het belang van de oudheidkunde.

Het is niet erg als u nooit heeft gehoord van Scaliger. Oudheidkundigen leggen hun vak namelijk slecht uit. Goede publieksboeken zijn zeldzaam, classici maken onzinnige vergelijkingen, oudhistorici negeren het internet, archeologen overdrijven. De jaarlijkse Week van de Klassieken wordt steeds gewijd aan helden, mythologie of een andere trivialiteit. Plaatje, praatje, quizje. Niemand vertelt ondertussen hoe de oudheidkunde de moderne samenleving heeft helpen vormen.

Wie de eigen trivialiteit cultiveert, heeft geen vijanden meer nodig. Dan schep je zelf de omstandigheden waarin een staatssecretaris van cultuur de archeologie gelijkstelt aan “musea vol opgegraven potten en pannen”. Hij is niet de enige die onvoldoende is geïnformeerd. Ook wetenschappers begrijpen de oudheidkunde slecht: dat je de Bijbel niet letterlijk mag nemen, wordt bijvoorbeeld elke kerst opnieuw genegeerd als astronomen spreken over de ster van Bethlehem.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Innovatie is niet gebaat bij bestuurlijke spagetti

De Nederlandse innovatie moet in een beperkt aantal topsectoren plaatsvinden, zonder al teveel bureaucratie. Dat laatste dreigt nu al te mislukken. Innovatie is niet gebaat bij het stapelen van organisatielagen, zeggen Laurens Hessels en  Barend van der Meulen  van het Science System Assessment van het Rathenau Instituut.

De Tweede Kamer vergaderde gisteren over de ‘innovatiecontracten’, die wetenschap, bedrijfsleven en overheid in de topsectoren met elkaar verbinden. Deze contracten staan vol mooie plannen, maar dreigen een wildgroei aan nieuwe organisaties teweeg te brengen. Er bestaan al zo veel coördinatieclubs op het gebied van wetenschap en innovatie dat terughoudendheid vereist is. Wij adviseren de Kamer om per sector maar één topconsortium toe te staan.

Aanvankelijk was dat ook de bedoeling. Terecht, want Nederland heeft de afgelopen decennia een overdaad aan organisaties tussen overheid en wetenschap in weten te scheppen. Toch dreigt het aantal voorgenomen TKI’s (topconsortium voor kennis en innovatie) een veelvoud te worden van het aantal topsectoren, als de geruchten waar zijn. Hoog tijd te leren van het verleden.

Stapeling van organisatielagen

De geschiedenis van het wetenschapsbeleid laat zich lezen als een stapeling van organisatielagen. Sinds midden jaren ’70 heeft elk nieuw wetenschapsbeleid regieclubs en organisaties tussen overheid en onderzoekers achtergelaten. In het rapport Focus en Massa (2011) schreef het Rathenau Instituut dat het hebben van veel coördinerende clubs gerichte sturing juist hindert. Ondanks extra geld voor een beperkt aantal wetenschapsgebieden hadden zij zich in de praktijk niet sterker ontwikkeld dan andere gebieden. Ook wetenschappers zijn gebaat bij vermindering van het aantal clubs. Uit interviews met onderzoekers blijkt dat zij de situatie nauwelijks meer overzien. Ze beseffen soms zelfs niet eens meer bij welke (top-)instituten en onderzoekscentra ze zelf horen. Er zijn onderzoekers die hun activiteiten moeten verantwoorden aan wel drie verschillende partijen, met ieder hun eigen evaluatiecircus.

Is er een relatie tussen autisme en atheïsme?

Er blijkt een interessante correlatie te zijn tussen atheïsme en autisme, leert Tasmedes.

Ik ben al een aantal jaren geïnteresseerd in de cognitive science of religion, de cognitiewetenschappelijke benadering van religieus geloof. Uit dit veld van onderzoek is naar voren gekomen dat ideeën over God of goden te maken hebben met hoe de menselijke geest (mind) zich in sociale omstandigheden gedraagt. Gelovigen zien goden intuïtief als intentionele agenten met mentale toestanden die sociale relaties met mensen aangaan. Dit betekent dus dat de sociaal-cognitieve vaardigheid om over andere minds na te denken cruciaal is in religieus geloof. In het Engels wordt deze vaardigheid mentalizing genoemd, of theory of mind, of (ik ben dit minder vaak dan de voorgaande termen tegengekomen) mind perception. De cognitive science of religion lijkt dus steeds sterker het idee te bevestigen dat overtuigingen over bovennatuurlijke voortkomen geworteld zijn in normale menselijke sociale cognitie.

Recentelijk zijn de resultaten van een studie door Ara Norenzayan en anderen gepubliceerd, waarin de hypothese was getoetst in hoeverre een gebrek aan de sociaal-cognitieve vaardigheid van mentalizing het geloof in God beperkt of zelfs teniet doet. Uit eerdere studies was al bekend dat autisten een sterk verminderd en soms zelfs vrijwel afwezig vermogen tot mentalizing hebben. Zij hebben moeite om met andere mensen om te gaan vanwege een gebrek aan inlevingsvermogen, etc. Uit de studie is gebleken dat inderdaad autisten veel minder in God geloven. Er is dus een correlatie tussen autisme en atheïsme, die vermoedelijk te maken heeft met het verminderde sociaal-cognitieve vermogens. Met andere woorden, gelovigen hebben een normale of sterker ontwikkelde vaardigheid tot mentalizing dan autisten, die daardoor ook vaker atheïst zijn (en als ze zich wel als gelovig beschouwen, dan denken ze vaker over God/goden in mechanistische termen – als een onpersoonlijke kracht etc. – dan gelovigen, die vaker over God/goden denken met behulp van persoonachtige kernmerken).

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

De Vrije Wil bestaat

Ondanks de aanvallen op de vrije wil zijn er nog genoeg redenen om aan te nemen dat de vrije wil bestaat. In een eerder stuk schetste ik wat beperkingen zijn aan de vrijheid van de mens. Sommige lezers maakten uit dit stuk op dat ik een pleidooi zou houden tegen het bestaan van de vrije wil. Dat is niet waar. Hieronder daarom een pleidooi vóór de vrije wil.

Het wegredeneren van de vrije wil is een hardnekkige ziekte. Onlangs bepleitte Dick Swaab in zijn boek Wij Zijn Ons Brein andermaal dat de vrije wil niet zou bestaan. Volgens zijn redenering zou onze geest niets meer zijn dan een bijproduct van chemische processen.

De oorsprong van die theorie waarin de vrije wil verdwijnt zit diep, en hangt samen met een deterministische wereldvisie. De mens heeft de neiging zijn omgeving te omschrijven door middel van oorzaak-gevolg-relaties. Het succes daarvan leidt tot de volgende gedachte: als de wereld zo goed te omschrijven is door middel van wetten, misschien zijn het dan wel die wetten waaraan de wereld volledig ondergeschikt is. De wereld inclusief de mens dus.

Deze gedachte heeft mensen van alle tijden uit het lood geslagen. Want als alles onontkoombaar is, wat moeten we dan nog met onze vrije wil? Kunnen we sowieso nog wel verantwoordelijk stellen en oordelen vellen? In de oudheid hingen met name de Stoïcijnen de deterministische filosofie aan. Volgens hen luistert de hele wereld naar één centrale natuurwet: de logos. Of de oorzaken van ons gedrag nu van binnenuit ons komen, bijvoorbeeld uit de hersenen, of dat ze van buitenaf komen; als onderdeel van dit grotere spel blijft er voor de mens als vrij wezen in de Stoïcijnse filosofie maar weinig over. Natuurlijk hebben ook de Stoïcijnen aan deze patstelling proberen te ontkomen, maar erg geloofwaardig waren ze daarin niet. Vandaar dus ook dat de grote lijn van de Stoïcijnen lijkt te zijn dat je maar beter kan berusten in de situatie waarin je bent, in plaats van je ertegen te verzetten.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Rousseau in de VS

The American dream bestaat uit respect voor het individu, vrijheid en persoonlijke ontwikkeling. Een denker die je gemakkelijk aan deze begrippen zou kunnen koppelen is Jean-Jacques Rousseau. In zijn lezing voor de serieVan nature goed laat professor Michael Zuckerman echter zien dat de invloed van Rousseau op het Amerikaanse denken heel gering is geweest. Een nieuwe lezing van Studium Generale Utrecht.

Hoewel Rousseau in het Amerika van de 18eeeuw in brede kringen gelezen werd, heeft hij op het onderwijssysteem geen blijvende indruk achtergelaten. Prof. Zuckerman verbaast zich erover dat een filosoof die in theorie zo dicht bij de grondbeginselen van Amerika aansloot, zo weinig weerklank heeft gevonden.

De oude wereld versus de nieuwe wereld

Zowel Europa als de Verenigde Staten maakten in de 18e eeuw een grote transitie door. In Europa vond in 1789 de Franse revolutie plaats en de Verenigde Staten maakte zich definitief los van het moederland, Groot-Brittannië. Europa had voor de Amerikanen afgedaan; het was in hun ogen een antieke wereld die gedragen werd door verouderde systemen. Dit was ook op onderwijsgebied het geval.

In Europa ging het onderwijssysteem terug tot de middeleeuwen, terwijl men in de Verenigde Staten met een schone lei begon. De Amerikanen begrepen heel goed het verband tussen onderwijs en burgerschap. De eerste Amerikaanse presidenten, waaronder George Washington, maakten van onderwijs dan ook een speerpunt. Door middel van gedegen onderwijs zouden de Amerikanen opgevoed worden tot verlichte burgers.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Een Middeleeuws Venndiagram

Oudheidkundige vakgebieden

DATA - Het tekenen van Venndiagrammen is brugklasstof. Simpel samengevat: je tekent kringen die staan voor verzamelingen. Zo kun je makkelijk visualiseren waar de overlap zit. Het voorbeeld rechts toont historici, classici en archeologen; je kunt zien dat een oudhistoricus zowel een classicus als een historicus is, dat een klassiek archeoloog zich beweegt op snijvlak van archeologie en klassieke talen, dat een oudheidkundige alle drie wil doen en dat er betrekkelijk weinig samenwerking is tussen historici en archeologen (al is de archeologie van de Tweede Wereldoorlog groeiende). Je kunt zulke schema’s zou complex maken als je zelf wil. Als je de prehistorici toevoegt, zou je een overlap met de archeologie hebben en je zou de overlap met de klassiek archeologen aanduiden als “mediterraan archeologen”. Enzovoort.

Deze manier om verzamelingen voor te stellen is rond 1880 bedacht door de Britse wiskundige John Venn, die echter nooit heeft beweerd dat hij kwam met iets werkelijk nieuws. Het is dan ook een heel natuurlijke manier om deelverzamelingen te conceptualiseren. Ik stel me voor dat boeren zo wel eens schetsje maakten van de twintig schapen van de ene boer, de dertig van de andere, en de vijf lammetjes waarop ze allebei aanspraak konden maken.

De vrije mens is een plattelandsbewoner

Het gedachtegoed van Jean-Jacques Rousseau wordt regelmatig verantwoordelijk gehouden voor totalitaire regimes als dat van Mao Zedong en de Rode Khmer. Is dat terecht? In zijn lezing voor de serie Van nature goed, van Studium Generale Utrecht, stelt professor Wijnand Mijnhardt dat het geen recht doet aan het gedachtegoed van deze bijzondere denker.

Dergelijke interpretaties houden geen rekening met de manier waarop kennis wordt overgedragen: Rousseau leeft door middel van zijn geschriften, maar iedere tijd leest hem op zijn eigen manier, geeft er zijn eigen interpretatie aan. Om recht te doen aan de denkbeelden van Rousseau, moet je naar de achtergronden kijken waartegen zijn geschriften afsteken.

Verlichte geesten: De Groot en Locke

In het Europa van de achttiende eeuw vonden grote ideologische omwentelingen plaats. In de voorafgaande eeuwen was de maatschappij doordesemd van de christelijke moraal. In die moraal is eigenliefde een negatieve eigenschap en wordt de maatschappij als een statische eenheid beschouwd, waarin je je plek moet kennen. Onder aanvoering van de Nederlandse denker Hugo de Groot (1583-1645) en de Britse filosoof John Locke (1632-1704) kwam er een grote omwenteling. De Groot kwam op voor het zelfverdedigingsrecht en beschouwde daarbij de eigenliefde, het eigenbelang, juist als de grondslag voor de samenleving. De beste manier waarop je dat eigenbelang vervolgens veilig kunt stellen, is door ‘redelijk’ (dat wil zeggen met rede begiftigd) te handelen. Locke voegde hier de idee van zelfbeschikking aan toe: redelijke burgers streven hun eigenbelang na en zo ontstaat er bestuur dat in het belang is van allen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

De eerste bommen op Rotterdam

Het is vandaag tweeënzeventig jaar geleden dat de Duitse luchtmacht Rotterdam bombardeerde. De Duitsers waren de Maas al overgestoken en daarmee was hun voornaamste strategische doel in feite al behaald. Ook de Nederlandse verdediging op de Grebbeberg was bezweken, hoewel de Nederlandse soldaten hadden gevochten als leeuwen – de 420 doden zijn daarvan de getuigen. De Nederlandse weerstand was groter gebleken dan de Duitsers hadden verwacht, en dus werd gekozen voor het drastische middel van een bombardement op een burgerdoel.

De bommen die op 14 mei op Rotterdam vielen, waren echter niet de eerste. Een ooggetuigenverslag van de aanval op 10 mei leest u hier. Het is geschreven door mijn vriend Jaap Velt (1934-2004). Ik heb het hem nooit gevraagd, maar ik vermoed dat hij zijn hele leven elke dag aan de gebeurtenis heeft moeten denken

Foto: Provinciaal Historisch Cuseum Zuid-Holland

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Rousseau was een populist

Het is dit jaar driehonderd jaar geleden dat de filosoof Jean-Jacques Rousseau het levenslicht zag. Wat is de relevantie van zijn gedachtegoed voor de moderne mens, vraagt Studium Generale Utrecht zich af.

Volgens Willem Koops heeft Rousseau een belangrijke rol gespeeld in de manier waarop kinderen opgevoed worden. In zijn inleidende column voor de lezing van prof. Herman Philipse in de serie Van nature goed, vertelt hij over de psycholoog Jean Piaget. Toen hij de verschillende ontwikkelingsstadia onderzocht die kinderen doormaken, kwamen die opvallend goed overeen met de ideeën van Rousseau zoals naar voren gebracht in zijn Émile ou de l’éducation. Niet vreemd, want de manier waarop kinderen op school onderwezen worden is in hoge mate beïnvloed door Rousseaus gedachtegoed. Rousseau leverde met Émile een blauwdruk die later waarheid zou worden en heeft daarmee een groot stempel op onze cultuur gedrukt.

Een paradoxale denker

Herman Philipse houdt een ‘causerie’ over zijn lectuur van Rousseau, een paradoxale denker volgens hem. De mens heeft het vermogen om zichzelf te verbeteren, zegt Rousseau, maar juist in dat vermogen ligt ook de oorsprong van de ongelijkheid tussen mensen. Hij had dédain voor het gecultiveerde stadsleven. Voordat de mens verpest werd door de cultuur, leefde hij in de natuur. Hij was gelukkig in deze ‘natuurtoestand’, maar bovenal was hij vrij. In het proces van beschaving raakt de mens die vrijheid kwijt. Bovendien zorgt de daarmee samenhangende cultuur er volgens Rousseau voor dat er in allerlei opzichten ongelijkheid ontstaat tussen mensen. Hij had dan ook niets op met de vermeende superioriteit van het geciviliseerde bestaan.

Reisleiders

Momenteel leid ik een groep door het noordwesten van Turkije. Ik weet beslist niet alles en ben daarom blij dat ik het samen met een Turkse collega kan doen. En ook samen weten we niet alles. Soms moeten we nog iets opzoeken, zoals de herkomst van de diplomatieke uitdrukking “de verheven porte”. Eigenlijk vind ik dat nog het leukste van mijn bezigheden.

Sommige reisleiders hebben meer zelfvertrouwen. Ik zag vandaag een collega een groep leiden door het fenomenale archeologische museum (een van de allerbeste archeologische musea ter wereld). Bij elk beeld, bij elk voorwerp wist hij iets te vertellen, en het duurde even voor ik ontdekte hoe hij zoveel kon weten: hij werkte met een microfoon die was verbonden met oortelefoontjes, en kon zo even voor de groep uitlopen en de bordjes lezen.

Het is niet zonder gevaar. Zelf heb ik nog eergisteren van een mozaïek dat volgens mij Alexios II voorstelde gezegd dat het Alexios I was, omdat ik dat op het bordje las. Toen iemand vroeg of dit de Alexios was voor wie Anna Komnene de Alexiade schreef, heb ik het dus bevestigd. In mijn hotel controleerde ik het toch nog even: het was wel degelijk Alexios II.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De Max Havelaar kleuren

Dat onze taal een mengeling is van woorden uit alle tijden, dat kun je laten zien met kleuren. Neem bijvoorbeeld de eerste zin uit de Max Havelaar:

Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, 37. Het is myn gewoonte niet, romanste schryven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riempapier extrate bestellen, en het werk aantevangen, dat gy, lieve lezer, zoo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar inkoffizyt, of als ge wat anders zyt. Niet alleen dat ik nooit iets schreef wat naar een roman geleek, maar ik houd er zelfs niet van, iets dergelyks te lezen, omdat ik een man van zaken ben.

Ik heb hier de leenwoorden uit het Frans lichtoranje gemaakt, die uit het Latijn donkeroranje en die (dat) uit het Turks groen. Dat het Nederlands veel minder woorden geleend heeft dan het Engels blijkt dan in één oogopslag uit de vergelijking met de eerste zin Tom Sawyer op gekopieerd van deze pagina, waaraan ik ook het idee om leenwoorden te kleuren ontleend heb.

De Amerikaanse woordenkleurer gaat verder met nog allerlei andere Engelse teksten zo in te kleuren, maar mij leek het interessanter om juist dezelfde tekst nog wat andere kleurtjes te geven. Hier is bijvoorbeeld het begin van de Max Havelaar, waarbij ik woorden een donkere tint heb gegeven naarmate ze langer in het Nederlands aanwezig zijn (volgens het Chronologisch Woordenboek van Nicoline van der Sijs):

Vorige Volgende