Is intimiteit met techniek wel mogelijk?

Universitair docent Maarten van der Sanden vraagt zich af of je de term ‘intiem’ wel kunt gebruiken als je het over technologie hebt. Hij is één van de winnaars van de blogwedstrijd Intieme technologie van het Rathenau Instituut.

In de communicatie over ‘intieme’ techniek moeten we zuinig zijn met het woord intiem. De veelzijdige betekenis van het begrip intiem bemoeilijkt en vertekent de inhoud van de mogelijke dialoog met het publiek over deze zich ontwikkelende techniek. In de discussie over gentechnologie maakt het nogal uit of je praat over modificatie of manipulatie. Dezelfde subtiliteiten, weliswaar op een ander vlak, spelen ook een rol in het gesprek over ‘intieme’ techniek.

Een intieme relatie tussen mensen gaat volgens sociaalpsychologen over fysiek, emotioneel en spiritueel samen komen of samen zijn. Intimiteit ontstaat uit sociale interactie, wederzijdse verwachtingen en het aanraken. Intiem is een emergent begrip en techniek is hierin faciliterend. De relatie tussen mens machine manifesteert zich, volgens het Holland DOC filmpje op de website van het Rathenau Instituut, in techniek die tussen mensen staat, techniek die over mensen gaat en techniek die als mensen is. Sociale media gaan vooral over de eerste, het Elektronisch Patiënten Dossier over het tweede en humanoids geldt als een uitwerking van de derde.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Is de mens vrijer dan hij denkt?

In ons handelen vooronderstellen we dat we vrij zijn en de neurowetenschap, of welke wetenschap dan ook, kan daar volgens Marcus Düwell weinig verandering in brengen. Vandaag als allerlaatste in de kettingreactie van Studium Generale Utrecht het antwoord van Liesbeth Woertman. Zij is onderwijsdirecteur Psychologie en hoogleraar Kwaliteit en Vormgeving Psychologie Onderwijs. Woertman hield zich onder andere bezig met het schoonheidsideaal van vrouwen, seksualiteit en het lichaamsbeeld. Hebben deze aspecten invloed op hoe vrij we ons voelen?

Is de mens vrijer dan hij denkt, of denkt hij dat hij vrijer is dan hij is?

Aan wie wordt deze vraag eigenlijk gesteld? Wordt deze vraag aan mij als opleidingsdirecteur psychologie gesteld? Of is deze vraag gesteld aan mij als onderzoeker op het gebied van lichaamsbeelden? Of is dit een vraag aan de klinische psychologe? Is dit een vraag voor de (groot)moeder, de vriendin, de dochter of de minnares?

De vrije wil is een aanname als we over menselijk gedrag denken en praten. We gaan er in de geleefde werkelijkheid van uit dat mensen een vrije wil hebben. Maar er zijn uitzonderingen. Aan sommige mensen schrijven we geen vrije wil toe. Denk aan verslaafden en bepaalde groepen psychiatrisch patiënten. De definitie van Dick Swaab is: ‘de vrije wil is de mogelijkheid om te besluiten iets wel of niet te doen zonder interne of externe beperkingen die deze keuze bepalen’. Thomas Müller beargumenteert dat als we de vraag op deze manier stellen, het antwoord nee moet zijn. Onze wil is niet vrij. Ik ga als opleidingsdirecteur, onderzoeker, klinisch psycholoog, (groot)moeder, vriendin, dochter en minnares uit van een wil. Niet noodzakelijk van een vrije wil. Ik ben gevormd door de tijd waarin ik leef. Mijn ervaringen met bovengenoemde rollen vormen een kader maar daarbinnen is allerlei ruimte om keuzes te maken.

Moord

Wie dacht dat het wetenschappelijk onderzoek in Nederland te lijden heeft onder de bezuinigingsdriften van het kabinet-Rutte, kwam dit weekend bedrogen uit. Vier jaar lang onderzocht een team van 25 experts de moord op Willem van Oranje in 1584, voor een itempje in het EO-programma Blauw bloed. Uitkomst: de kogelgaten in de muur van het Prinsenhof zijn echt, maar zijn historische laatste woorden heeft onze Vader des Vaderlands nooit uitgesproken.

Kosten noch moeite werden gespaard om de waarheid voor eens en voor altijd te achterhalen. Nadat na een jaar onderzoek definitief vastgesteld kon worden dat professor Barabas een fictief personage is, struinden de onderzoekers elke rommelmarkt en braderie op het noordelijk halfrond af op zoek naar een radslotpistool, dat in de reguliere handel nergens meer te verkrijgen bleek. Toen dat eenmaal gevonden was, kon de reconstructie beginnen.

Van de 963 opgetrommelde acteurs met een vergelijkbaar spraakgebrek als Willem van Oranje bleek er uiteindelijk geen enkele in staat om voor zijn overlijden de woorden ‘Mijn God, mijn God, heb medelijden met mij en met dit arme volk’ hoorbaar voor de lakei uit te spreken. Van de figuranten die de tekst in het Frans moesten uitspreken bezweek een enkeling nog voor het eerste schot was gelost; een van de acteurs met de Nederlandse tekst kwam tot ‘Mijn god, mijn god’, maar niet verder dan dat. De onderzoekers interpreteren deze uitspraak echter als een uiting van pijn, eerder dan een daadwerkelijke aanroeping van de Heer.

Het onderzoek bracht ook aan het licht dat Willem van Oranje naar alle waarschijnlijkheid niet beschikte over blauw bloed. De vraag is dan ook wat de waarde is van de ontdekking dat de kogelgaten in het Prinsenhof te Delft waarschijnlijk authentiek zijn, maar later door mensenhanden vergroot zijn. Is er, nu duidelijk is dat we aan alle kanten belazerd worden in dit verhaal, rekening gehouden met de hypothese dat de kogelgaten überhaupt later zijn aangebracht? Dat Willem op die fatale 10e juli een beroerte kreeg of onfortuinlijk van de trap af lazerde, maar dat zijn aanhangers later een moord met een vuurwapen ensceneerden om hem in 2004 meer kans te laten maken op de titel Grootste Nederlander aller tijden?

Sowieso, waarom forensisch experts laten onderzoeken of iemand 430 jaar geleden ‘Mon Dieu, aie pitié de mon âme, et de ce pauvre peuple’ kan hebben gezegd met drie kogels smeulend in zijn hersenpan? Kan een willekeurig weldenkend mensen niet inzien dat geen enkel levend wezen in de act van het vermoord worden op het idee komt geschiedenis te schrijven met zo’n welluidende oneliner?

Had niet iemand de onderzoekers niet even kunnen influisteren dat we die man godbetert Willem de Zwijger noemen??

Volgende week maakt de EO bekend of Eva in het paradijs een Granny Smith of een Jonagold aangereikt kreeg, of ze het klokhuis wel bij het GFT-afval deed, en hoe groot het vijgenblad van Adam moet zijn geweest om zijn geslacht te bedekken.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Trek je minder aan van anderen en wees prosociaal

Stel, je zit rustig op je trein te wachten op Utrecht Centraal. Er komt een rennende student op je af die zijn trein moet halen. Net als hij jou wil passeren ritst zijn tas open en vallen er allemaal pennen over het perron. Wat doe je? Een gastbijdrage van Studium Generale Utrecht.

Sta je op en help je de student met het oprapen van de pennen zodat hij toch nog zijn trein kan halen? Of blijf je zitten en laat je de gehaaste student zelf alles bij elkaar sprokkelen? In de meeste gevallen blijft men gewoon zitten. Niemand anders staat op, dus waarom zou jij dat wel doen? Er is hier sprake van een zogenaamde bystander situation: er gebeurt iets en de omstanders kijken toe zonder hulp te bieden.

Het is een van de vele voorbeelden die prof. dr. Kees van den Bos noemde tijdens zijn lunchlezing in de serie Geloof, hoop en liefde, over zijn psychologisch onderzoek naar sociaal gedrag. Dit onderzoek, dat hij uitvoerde met vele collega’s, spitst zich toe op goed gedrag en ongeremdheid. Zijn algemene conclusie: ongeremd gedrag leidt ertoe dat we het goede doen.

Van den Bos vroeg in een enquête aan zijn proefpersonen om een herinnering op te halen waarbij zij ongeremd gedrag vertoonden. (Wanneer voelde jij je ongeremd en hoe voelde dat toen?) Bijvoorbeeld tijdens de eerste ontmoeting met je schoonmoeder of bij het stellen van een kritische vraag aan een hoogleraar. Het ging om situaties waarbij je je minder van de rest aantrekt en je je eigen plan hebt gevolgd. Na het invullen van de vragenlijst gebeurde er iets in de omgeving van de proefpersonen; er deed zich een bystander situation voor. Wat bleek: mensen die herinnerd waren aan hun eerdere ongeremde gedrag stelden zich behulpzamer op dan de mensen die in dezelfde enquête herinnerd waren aan een ‘gewone’ dagelijkse ervaring. Vertaald naar het voorbeeld van de rennende student: ongeremde mensen zullen sneller geneigd zijn om te helpen met het oprapen van de pennen dan de controlegroep. Ook raapten zij gemiddeld méér pennen op dan de geremde mensen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Het sprookje van de universele moraal

Morele oordelen veranderen zoals het weer verandert – over oorzaken valt vast iets te zeggen, maar van rede is geen sprake. Morele diversiteit is daarmee onafwendbaar. Zelfs als die er eens even niet zou zijn, ontstaat die als vanzelf opnieuw. ’t Wordt tijd dat we leren ons daarbij neer te leggen, zegt ethicus Bart Voorzanger.

Ik zie een recht als iets dat je krijgt, dat je wordt toegekend door wie of wat het ook maar voor het zeggen heeft. Ik denk ook stiekem dat die rechten-opvatting de oudste papieren heeft. Als je ergens het vis- of tolrecht had mocht je daar vissen of tol heffen van de lokale heerser. En als anderen er een hengeltje uitgooiden of een tolpoort bouwden, of jou het vissen of tol heffen onmogelijk probeerden te maken, kregen ze het met die heerser aan de stok. Bij dat soort rechten kan ik me iets voorstellen. ’t Is helder hoe ze tot stand kwamen en wat ze betekenen. (En terzijde: voor plichten en andere morele categorieën geldt precies hetzelfde).

Maar er zijn nogal wat mensen die daarnaast ook ruimte zien voor ‘natuurlijke’, ‘inherente’ rechten, rechten die er gewoon zijn, ook als ze niet worden erkend, en niet door machthebbers worden beschermd – rechten die als het ware in de rechthebbende zitten ingebakken. En waar de rechten die ik snap altijd tijdelijk en plaatsgebonden zijn – gewoon omdat niemand het overal en voor eeuwig voor het zeggen heeft en er dus niemand is die je voor eeuwig en overal een recht kan toekennen – zien aanhangers van ‘natuurlijke’ rechten die rechten als eeuwig en universeel.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Prioriteit voor Europa: jeugdwerkloosheid

Ondanks de crisis zullen Europese overheden flink moeten investeren in jongeren. Een verloren generatie dreigt en de investering betaalt zich dubbel en dwars terug, stelt John Springford, research fellow at the Centre for European Reform.

A fifth of young people in the EU are not in employment, education or training – a measure tagged with the ungainly acronym ‘NEET’. The problem is not confined to the usual suspects, like Spain (49 per cent) or Italy (29 per cent). Nearly a quarter of people under 25 are jobless or not in education in France, Sweden and the UK. Politicians are sounding the alarm. The EU’s Employment Commissioner, László Andor, recently stated that “without decisive action at EU and national level” we will create a “lost generation”. French president Nicolas Sarkozy condemns a “vicious cycle” of worklessness and deteriorating skills.

Are governments’ fears justified? The ‘NEET’ measure is not very accurate. It lumps together recent graduates, who face much shorter periods of unemployment than the low-skilled, with those who leave school at 16 with no qualifications and who may struggle to find work for the rest of their lives. Overall, young workers tend to be unemployed for shorter periods than older ones. And on average they have more family resources to rely upon than older unemployed people: many can live at home, and be bankrolled by their parents.

However, there is no doubt that prospects look bleak for Europe’s youth. They have fewer marketable skills than older workers on average, and hence find it hardest to get work in periods of high unemployment, not least because redundant workers with more skills ‘trade down’ to lower paid jobs. As Europe’s economic stagnation continues – it is already into its fourth year with no end in sight – more people will join the ranks of the long-term unemployed. The longer someone is out of work, the harder it is to get them back in: they lose motivation; they lose the skills they have through lack of use; and they are more likely to succumb to mental illness, alcoholism and drugs, and crime.

Vertakte meningen voorkomen culturele saaiheid

Er bestaat geen saaie wereldwijde monocultuur en dat is best wel raar, zegt evolutiebioloog Barbara Vreede.

Waar zou de Arabische Lente geweest zijn zonder Facebook? En zou de internet-zeepbel überhaupt wel gevormd zijn zonder menselijke communicatie? Elke vorm van collectief gedrag, van internethypes tot economische problemen of zelfs een volledige revolutie, kan teruggevoerd worden tot de onderlinge interacties tussen mensen. Wij beïnvloeden elkaars meningen en veranderen elkaars gedrag met elke ontmoeting, virtueel of in den lijve. Maar die invloed is niet oneindig: ondanks het feit dat ontwikkelingen als luchtvaart en het internet ervoor zorgen dat er steeds meer contact is tussen mensen in alle uithoeken van de wereld, is de mensheid nog niet verworden tot één saaie, monoculturele samenleving. Dat mag logisch lijken, maar in feite is dit behoorlijk paradoxaal.

Meningen

Stel je voor: met ieder contact dat je hebt, verandert je mening een beetje. Natuurlijk luister je niet naar iedereen: mensen die voor een groot deel dezelfde meningen hebben als jij, zullen jou wellicht kunnen overtuigen in een discussie, maar iemand met een radicaal andere achtergrond en bijbehorende rare ideeën zal bij jou waarschijnlijk niet meer dan ergernis oproepen. Toch zou je je kunnen indenken dat, als er maar genoeg tijd overheen gaat, en er geen geïsoleerde groepen mensen zijn, uiteindelijk iedereen dezelfde set gebruiken en meningen heeft.

In modellen waarin culturele interacties worden nagebootst gebeurt dit dan ook. Op kleine schaal zien we het zelfs om ons heen: denk aan mode, aan hypes, maar ook aan de vorming van economische zeepbellen: grote groepen mensen vertonen hetzelfde (collectieve) gedrag. Maar er lijkt een grens te zijn, want op grotere schaal bestaat er nog een enorme diversiteit, en die lijkt helemaal niet af te nemen. Waar komt die grens vandaan?

Deze paradox is onlangs getackled door Diego Garlaschelli, econofysicus (het wetenschappelijke huwelijk tussen economie en natuurkunde—lang leve de interdisciplinaire vakgebieden!) aan de Universiteit Leiden. Samen met collega’s uit Oxford, Engeland en Siena, Italië, kwam hij erachter wat er ontbrak waardoor de modellen niet strookten met de realiteit. Namelijk: de realiteit.

Het viel de wetenschappers op dat voor eerdere modellen altijd computergegenereerde, random “meningen” waren gebruikt. In plaats daarvan gebruikte het team van Garlaschelli nu eens échte menselijke meningen, uit een daadwerkelijk uitgevoerde multiple choice enquête. Multiple choice gegevens waren handig, want zo konden de onderzoekers afstanden meten tussen de meningen, en zien hoe verschillende combinaties verspreid waren. Dit bleek aanzienlijk te verschillen met de willekeurige meningen die voorheen door computers werden uitgespuugd, en dat verschil bleek de sleutel voor het oplossen van de paradox.

Boom

Garlaschelli en zijn team vergelijken de meningen van mensen met de takken van een boom. Personen met veel overeenkomsten zijn twijgjes dicht naast elkaar, slechts een enkele vertakking van elkaar verwijderd. Hoe meer vertakkingspunten er tussen twee personen zitten, hoe verder hun meningen uit elkaar liggen. Collectief gedrag—stel je een vlammetje voor dat zich verspreidt—kan ontstaan, maar het zet alleen één (hoofd)tak in de fik voor het weer uitsterft, en niet de hele boom tegelijk. Het verschil met de random computermeningen is precies deze metafoor: meningen die helemaal willekeurig zijn clusteren niet tot takken, maar lijken meer op een pluizig stukje wol. Een hype kan zich daardoor razendsnel verspreiden, waardoor de hele baal wol een monocultuur wordt.

We zien het als vanzelfsprekend, maar de boomvorm in onze meningen is extreem belangrijk voor het handhaven van culturele diversiteit. In hun onderzoek manipuleerden Garlaschelli en collega’s van alles, maar niets zorgde ervoor dat de hele boom samensmolt tot één saaie cultuur. Kort gezegd: de manier waarop onze meningen zich tot elkaar verhouden is de reden dat collectieve gedragingen én culturele diversiteit vredig naast elkaar kunnen bestaan.

Sociaal

Een van de manipulaties die de wetenschappers uitvoerden zorgde voor misschien wel het opvallendste resultaat: knoeien met het ‘sociale netwerk’—de verbindingen die er tussen mensen onderling bestaan—bleek nauwelijks effect te hebben. De combinaties van meningen, overtuigingen, etc. die bestaan in een groep mensen hebben dus aanzienlijk meer invloed op het verloop van culturele ontwikkelingen dan de individuele connecties tussen mensen. Met andere woorden: het gaat niet om wie je kent, maar hoe je denkt. Dat is het belangrijkste ingrediënt voor een revolutie: je mening. En gelijkgestemden op een naburige tak.

L Valori, F Picciolo, A Allansdottir, D Garlaschelli (2012): Reconciling long-term cultural diversity and short-term collective social behavior. PNAS 109: 4. 1068-1073 (arXiv) (Pubmed)

foto illustir

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Hoe internet mijn brein verwoestte

Wetenschapsjournalist Amanda Verdonk betreurt het verlies van haar concentratievermogen, met dank aan het internet. Zij is met deze blogpost één van de winnaars van de blogwedstrijd Intieme technologie van het Rathenau Instituut.

Zomer, 2011. Het was zonnig en warm, en ik zat in de tuin het boek ‘Hoe verandert internet je manier van denken?‘ te lezen. Een verontrustend, maar vooral ook herkenbaar boek over de invloed van internet en smartphones op ons leven en denkpatroon. Een computer, zo lees ik, “is erop ingericht om je aandacht te verstrooien. Het schermt je niet af tegen afleidingen uit de omgeving – het zorgt juist voor extra afleiding. Woorden op een computerscherm zitten in een lawine van concurrerende pixels.”

Wat een mooie quotes, denk ik als journalist meteen. En wat doe ik? Ik grijp mijn smartphone erbij om die quotes gelijk via Twitter met de wereld te delen. Waardoor ik mijn aandacht niet meer bij het boek kan houden en de boodschap van het boek dus gelijk kracht wordt bijgezet: voor mij is het al te laat. Internet heeft mijn hersenen al zodanig beschadigd dat het lezen van een vlotgeschreven boek van kaft tot kaft er niet meer in zit. Dat bleek ook inderdaad, want ik heb het maar voor de helft gelezen. Ik voel me steeds dommer worden.

Toekomstig Nederlands: Kep koup appel

Kun je de toekomst van het Nederlands voorspellen? Natuurlijk niet. Om te weten wat er met onze taal gaat gebeuren in de komende 500 jaar, moet je weten wat er met de Nederlanders gaat gebeuren — en wie kan dat weten?

Het is wel leuk om het te proberen. Het onvolprezen Vlaamse tv-programma Man over woord had vorig jaar een item waarin ze een simpel dialoogje in de taal van 1000 jaar geleden probeerden te reconstrueren. Het gesprekje luidde:

Pieter: Ik heb hier donderdag vijf pond zoete appels gekocht. Die waren rot!
Reinhilde: Dat kan gebeuren. In plaats daarvan krijgt u een potje met verse honing.

De onvolprezen Leidse taalkundige Michiel de Vaan maakte daar de volgende Oudnederlandse versie van (voor het jaar 500):

P: Thunres dagō ik kaupōdǣ hēr fīf pundu swōtjērō applō. Thē wǣrun rutanē
R: Swa mag gaskehana. Anǣ thērō stadai skuluth jī habēna puttakīna mith friskō hunangō

Zou het ook mogelijk zijn om juist een toekomstige versie te maken? Daarover zat ik gisteren tijdens de lunchpauze te puzzelen met een paar collega’s. Uiteindelijk ik hierop uit, voor in het onvolprezen jaar 2500:

P: Kep koup twei kelou soot appel sjinkse. Hep sain rot!
R: Kan buir. Je kraig in plaats vaarfan ’n fers bilem pot.

De kop uit het zand?

Een tijdje geleden kwam een geleerde uit Delft in het nieuws, omdat hij meende dat er reden was om aan te nemen dat buitenaardse wezens de aarde wel eens aandeden. De natuurwetten maken dat vrijwel onmogelijk, en geloof in UFO’s geldt om die reden dan ook als pseudowetenschap.

De man sprak over UFO’s in zijn vrije tijd, maar gegeven zijn positie als medewerker van een wetenschappelijke instelling, meende de Delftse universiteit dat het toch beter was een begeleidingscommissie in te stellen (meer). Alleszins redelijk.

Voor een soortgelijk incident gaan we iets terug, toen een Nederlandse oudhistoricus schreef dat de Griekse ingenieur Archimedes met spiegels vijandelijke schepen in brand had gestoken. Als oudheidkundige moet hij hebben geweten dat het niet in de bronnen stond, en als academicus moet hij over voldoende ontwikkeling hebben beschikt om te weten dat dit in strijd was met de natuurwetten. Noch zijn universiteit, noch zijn collega’s zagen in deze verkondiging van pseudowetenschap echter reden een begeleidingscommissie in te stellen.

Het geval was te grotesk om verborgen te blijven. Omdat ik een laagdrempelige website beheer, kreeg ik er vragen over. Ik kan zo snel veertien mailtjes terugvinden van mensen die hun vertrouwen in de wetenschap waren kwijt geraakt.

Vorige Volgende