Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Naar een nieuwe klassenmaatschappij

Er dreigt een nieuwe sociale rangorde te ontstaan, gebaseerd op verschillen in opleidingsniveau. Zijn we op weg naar een nieuwe klassenmaatschappij, vraagt socioloog Gwen van Eijk (Universiteit Leiden) zich af.

Opleiding als de nieuwe maatschappelijke scheidslijn is zichtbaar in gescheiden sociale netwerken, gesegregeerde leefwerelden en sterk gepolariseerde maatschappelijke en politieke opvattingen. Bijna 60 procent van de ondervraagden in een NIPO-onderzoek meent dat hoog- en laagopgeleiden steeds minder contact hebben met elkaar. Andere indicatoren suggereren echter dat het met die kloof wel meevalt: een minderheid van dezelfde ondervraagden zegt zich meer verbonden te voelen met mensen met hetzelfde opleidingsniveau, en het Nationaal Kiezersonderzoek laat juist zien dat sinds 1971 de opleidingskloof, gemeten als verschillen in politieke belangstelling, juist kleiner is geworden.

Morele dimensie van de kloof

Maar wanneer is nu eigenlijk sprake van een ‘kloof’ en wanneer is een kloof reden tot zorg? Verschillen zijn er altijd. Dat mensen verschillen ervaren en benoemen duidt niet noodzakelijk op een scherpe tweedeling, als de verschillende groepen elkaar tegelijkertijd tolereren en respecteren. Een tweedeling wordt pas zorgwekkend als die gepaard gaat met wederzijdse of eenzijdige veroordeling, omdat ‘de anderen’ bijvoorbeeld moreel verwerpelijk gedrag vertonen. Anders gezegd, gevoelens van superioriteit geven een negatieve dimensie aan een kloof: ze brengen een sociale hiërarchie, een rangorde, aan. In hoeverre is in Nederland nu sprake van een sociale hiërarchie, en zijn opleidingsverschillen daarvoor dan de grondslag?

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Hoe krijg je meisjes in de wetenschap? Met glamour

De EU promoot wetenschap bij meisjes met een flitsend filmpje en de halve wetenschappelijke wereld is boos. Onterecht, stelt Antoinette Thijssen, hoofd communicatie bij het Rathenau Instituut.

De Europese Unie heeft weinig geluk met haar campagnefilmpjes. Eerder dit jaar was er al ophef rond een op Tarantino’s Kill Bill geïnspireerd filmpje bedoeld om de verdere uitbreiding van de EU te promoten. Vorig weekend was er op Twitter een ware explosie van woedende reacties naar aanleiding van het videoclipje bij de campagne ‘Science: it’s a girl thing’, bedoeld om jonge meiden enthousiast te maken voor een wetenschappelijke carrière.

Zelf begreep ik die opwinding over het clipje niet zo. Wat is er helemaal aan de hand? Je ziet een paar kortgerokte, hooggehakte meiden in een laboratoriumachtige omgeving met daar doorheen snelle beelden gemonteerd van gestileerde wetenschappelijke attributen en handelingen. Wat er precies gebeurt in het spotje blijft onduidelijk, maar de centrale boodschap leek mij helder en belangrijk: ook als je een typische girly girl bent en houdt van mode en make up, kan een carrière in de wetenschap iets voor jou zijn.

Die boodschap lijkt me vooral belangrijk, omdat het beeld dat jongeren (en een groot deel van de volwassenen trouwens ook) van de bèta – en technische wetenschappen hebben – want daar gaat deze campagne met name over – heel anders is.

Is opleiding de nieuwe verzuiling?

In ons land was de verzuiling lange tijd het meest duidelijke maatschappelijke breukvlak. Bestuurskundige Mark Bovens vraagt zich af in hoeverre er tegenwoordig sprake is van een nieuwe maatschappelijke scheidslijn: die tussen lager en de hoger opgeleiden.

Katholieken, protestanten en seculieren vormden gedurende een groot deel van de vorige eeuw duidelijk te onderscheiden sociale groepen met specifieke waardenpatronen en opvattingen, met eigen scholen, bonden en politieke partijen. Tegenwoordig lijken de scheidslijnen vooral langs opleidingsniveau te liggen. In hoeverre klopt dit en in hoeverre vormen hoger en lager opgeleiden aparte sociale groepen, hebben zij verschillende waardenpatronen en organisaties?

Een halve eeuw geleden, vóór de democratisering van het hoger onderwijs, zou het alleen al om demografische redenen niet zoveel zin hebben om de tegenstelling tussen lager en hoger opgeleiden te onderzoeken, om de eenvoudige reden dat in ons land de groep lager opgeleiden zeer groot en de groep hoger opgeleiden zeer klein was. Bij de Volkstelling van 1960 werden in ons land slechts 85.000 hoger opgeleiden geteld. Dat was nauwelijks één procent van de totale bevolking van veertien jaar en ouder. De overgrote meerderheid van de bevolking, meer dan 95 procent, had alleen lager onderwijs of een paar jaar lager beroepsonderwijs gevolgd. In 2011 waren er volgens het CBS meer dan twee miljoen hbo’ers en ruim één miljoen academici, samen ongeveer 27 procent van de beroepsbevolking. Het aantal lager opgeleiden onder de beroepsbevolking (lagere school, vmbo-diploma of mbo-1) bedroeg vorig jaar ongeveer 3,5 miljoen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Bello de kat

Iedere wetenschapper masseert data weg. Maar hoe hard moet je masseren?

Stel, u doet onderzoek naar katten. Van twintig proefdieren meet u hoogte en breedte. De afmetingen van negentien katten blijken redelijk dicht bij elkaar te liggen, alleen één ervan, Bello genaamd, blijkt bijna eens zo hoog en breed. U bekijkt hun ogen en ziet dat ze allemaal groen of geel zijn, behalve de bruine kijkers van, alweer, Bello. U meet hoe ze spinnen, en alweer blijkt Bello sterk van de andere katten af te wijken. Er komt een punt waarop u concludeert dat u Bello beter buiten de statistieken kunt houden.

In de wetenschap komt dit vaak voor. Bello’s kunnen het gevolg zijn van ruis in de apparatuur, maar kunnen zich ook voordoen als de onderzoekscategorieën niet scherp zijn. U tekent bijvoorbeeld een sterrenkaart en noteert van alle sterren coördinaten, maar u merkt dat, terwijl alle sterren voortdurend op dezelfde plaats staan, andere van plaats veranderen. Op uw sterrenkaart laat u ze achterwege. Misschien noemt u deze dwalende bello’s met een mooi Grieks woord ‘planeten’. Als u mensen bestudeert, kan een bello erop wijzen dat ze op u reageren. De klachtenlijn van Schiphol constateerde ooit dat sommige mensen tientallen keren per dag klaagden, en die werden voortaan buiten de statistieken gelaten omdat er geen informatie aan kon worden ontleend over de ontwikkeling van de overlast.

Tijd voor grote schoonmaak in de wetenschap

Laten we de laatste affaire rondom wetenschapsfraude gebruiken voor een fundamentele discussie over kennisvergaring.

Diederik Stapel, Roos Vonk, Don Poldermans. In het buitenland Karl-Theodor zu Guttenberg, Philippe Gugler en Raphael en Norman Golb. De lijst opzichtig falende wetenschappers begint verontrustend lang te worden en het ergste aan de affaire rond de Rotterdamse hoogleraar Dirk Smeesters is haar godvergeten voorspelbaarheid.

Ik ben niet de enige die de indruk heeft dat er iets mis is met de wetenschap. Er zijn al onderzoekers die proberen deze indruk te onderbouwen met harde cijfers. Er wordt bijvoorbeeld vaak verwezen naar het onderzoek van Daniele Fanelli, die op tafel kreeg dat onderzoekers vaker rommelen met gegevens dan goed is. In Nederland constateerden Bakker en Wicherts dat psychologen moeite hadden met statistiek. Ik heb zelf een boek gepubliceerd over de problemen in de oudheidkundige disciplines. Het valt te verwachten dat er ook in de toekomst pijnlijke onthullingen zullen zijn.

Die voorspelbaarheid is al erg genoeg. Wat we nu vooral moeten vermijden, is dat het toch al slinkende vertrouwen nog verder vermindert doordat de bestuurders van de wetenschappelijke instellingen de problemen blijven bagatelliseren.

Dat doen ze immers al maanden. KNAW-president Robbert Dijkgraaf zei op 9 september dat de Stapel-affaire niet-representatief was. Hij legde uit hoe wetenschap behoorde te zijn en nam gemakshalve aan dat ze ook werkelijk zo is, hoewel dat nu juist ter discussie staat. De voorzitter van de VSNU, Sijbolt Noorda, verklaarde op 2 december dat het aanzien van de Nederlandse universiteiten niet was geschaad. Ook de directeur van NWO, Jos Engelen, meende dat het wel meeviel. Getuige de discussie die volgde in de wetenschapsbijlage van hetHandelsblad, laat niet iedereen zich nog door alle geruststellende woorden overtuigen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Gekker dan gek op natuurkunde

Walter Lewin heeft een dik boek geschreven over de natuurkunde. Of, dik, eh … Het is slechts 370 pagina’s, maar het papier is dik, en het is ruim gezet: zo’n 350 woorden per pagina. En een aantal verhalen staan er wel twee of drie keer in. Maar het resultaat is dat het als boek heel wat lijkt en dat het toch meevalt: er is goed door te komen en het wordt nergens te moeilijk. Het boek is dan wel van een echte hoogleraar van MIT, maar is bedoeld voor een breed publiek. Leken die er nog niets van snappen, jongeren die er nog niets van weten, ouderen die het niet zo goed hebben bijgehouden, lezers die de KIJK en de Quest al uit hebben, voor iedereen worden wel wat goed verteerbare hapjes gepresenteerd. Het wordt allemaal uitgebreid geïllustreerd in “Gek op natuurkunde” en het wordt smeuïg verteld. Zoals Matthijs van Nieuwkerk zei: “Zo’n college willen we allemaal wel.”

Lewin presenteert zichzelf dan ook als de allerbeste natuurkunde-professor ter wereld. De wereld, die immers toch wel door draait, spreekt dat niet graag tegen, net zo min als dat de wereld gniffelt over de enorme aandacht die wordt besteed aan het vertrek van Robbert Dijkgraaf naar Princeton. Wat is hier aan de hand? De laatste tijd lijken sommige wetenschappen, in het bijzonder de natuurkunde, te lijden aan ijdelheid en zelfingenomenheid. Ze zitten zich daar dan op de borst te trommelen als een stelletje trotse gorilla’s. Dat maakt veel indruk. Of is dat misschien bewust gestuurd beleid? Om er voor te zorgen dat er meer studenten komen naar de bètastudies, of om meer subsidies te kunnen vergaren? Mij overtuigt het in elk geval niet. Ik heb wel veel respect en sympathie voor de beroemde natuurkundigen uit vorige eeuwen, maar die van vandaag lopen vaak rond met het air van “wij zijn toch slimmer dan jullie”. Ik erger me eraan dat zij dat dan niet eens goed proberen te verbergen, maar er juist ongegeneerd mee koketteren.

Foto: Oli Studholme (cc)

Alleen Engels in Europa

Verschillende media brachten de afgelopen dagen verslag uit van het nieuwe Eurobarometer-onderzoek naar de beheersing van en belangstelling voor vreemde talen in Europa. (Dat rapport bestaat in het DuitsEngels en Frans. Jos van Dijk schreef er vrijdag over op Sargasso.)

De meeste bevindingen in het rapport zijn weinig opmerkelijk, zeker voor wie de eerdere editie uit 2005 kende, en al helemaal voor iemand die vooral geïnteresseerd in de Nederlandse gegevens. Het Engels is voor de meeste Europeanen de belangrijkste vreemde taal, 94% van de Nederlanders beweert dat hij in staat is om een conversatie in minstens één vreemde taal te houden en 37% beweert dat hij dat ‘minstens in drie vreemde talen’ gebruiken kan.

Het opmerkelijkste feit kreeg voor zover ik dat kan zien tot nu toe geen aandacht:

 Nederland is het enige land waar het percentage respondenten vóór gelijke berechtiging van alle talen die in de Europese Unie gesproken worden aanzienlijk onder het Europese gemiddelde ligt, aangezien 56% het ermee eens is, en 39% niet. (Les Pays-Bas sont le seul pays où la proportion de répondants qui sont en faveur d’un  traitement égal de toutes les langues parlées dans l’UE est nettement inférieure à la  moyenne européenne, puisque 56% sont d’accord et 39% ne sont pas d’accord avec cette affirmation.)

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

De arabist die alles beter wist

Les Clochards las het boek Op, op ten strijde, Jeruzalem bevrijden! van arabist Hans Jansen. En hij laat er geen spaan van heel in deze lange, doch grondige bijdrage.

Sommigen beweren dat de islam een bedreiging vormt voor de westerse samenleving en dus in de politieke praktijk eerder bestreden dan verwelkomd moet worden. Moslims nemen immers de leerstellingen van de islam aangaande het maatschappelijke verkeer over en die stroken niet met democratische en moderne waarden.

Zo’n benadering van een godsdienst heet ‘essentialistisch’, omdat de godsdienst gezien wordt als iets wat van zichzelf een ‘wezen’ heeft dat door de aanhangers wordt aan- of overgenomen en verinnerlijkt. Die ‘aangenomen’ godsdienst heeft daarmee bijna een soort bestaanswijze buiten de gelovigen om en geldt als ‘wezenlijk’ onveranderlijk. Veranderingen zijn vanuit essentialistisch perspectief slechts schijn, of hoogstens veranderingen in verschijningsvorm.

Over de islam spelen een aantal essentialistische gedachten in het politieke debat een rol: de islam zou uit zijn op het bekeren van alle mensen dan wel het onderwerpen van andersgelovigen, eventueel met geweld. Scheiding van kerk en staat en allerlei burgerlijke vrijheden zijn geen onderdeel van de islamitische geloofsleer en de cultuur die uit de islam is voortgekomen, loopt ernstig achter bij de westerse, om redenen die inherent zijn aan de islam zelf.

Wees trots op oudheidkunde

Het Rijksmuseum van Oudheden moet bezuinigen. Een makkelijke keus om ‘musea vol opgegraven potten en pannen’ op de korrel te nemen. Maar het is ronduit kwalijk dat veel oudheidkundigen het belang van hun vak niet weten uit te dragen. Oudheidkunde heeft wel degelijk nut. Ook nu.

De invloedrijkste van alle in Nederland werkzame geleerden was J.J. Scaliger. Aan het einde van de zestiende eeuw onderzocht hij de chronologie van de Oudheid, constateerde dat het tijdverloop in de Bijbel incorrect was en problematiseerde daarmee de letterlijke uitleg van de Bijbel. Zo begon de Verlichting. Andere oudheidkundigen stonden aan de wieg van Darwins evolutietheorie, of boden een empirische basis voor de vooruitgangsgedachte, of droegen – minder prettig – bij aan de ideeën die de twee wereldoorlogen onvermijdelijk maakten. Ziedaar het belang van de oudheidkunde.

Het is niet erg als u nooit heeft gehoord van Scaliger. Oudheidkundigen leggen hun vak namelijk slecht uit. Goede publieksboeken zijn zeldzaam, classici maken onzinnige vergelijkingen, oudhistorici negeren het internet, archeologen overdrijven. De jaarlijkse Week van de Klassieken wordt steeds gewijd aan helden, mythologie of een andere trivialiteit. Plaatje, praatje, quizje. Niemand vertelt ondertussen hoe de oudheidkunde de moderne samenleving heeft helpen vormen.

Wie de eigen trivialiteit cultiveert, heeft geen vijanden meer nodig. Dan schep je zelf de omstandigheden waarin een staatssecretaris van cultuur de archeologie gelijkstelt aan “musea vol opgegraven potten en pannen”. Hij is niet de enige die onvoldoende is geïnformeerd. Ook wetenschappers begrijpen de oudheidkunde slecht: dat je de Bijbel niet letterlijk mag nemen, wordt bijvoorbeeld elke kerst opnieuw genegeerd als astronomen spreken over de ster van Bethlehem.

Innovatie is niet gebaat bij bestuurlijke spagetti

De Nederlandse innovatie moet in een beperkt aantal topsectoren plaatsvinden, zonder al teveel bureaucratie. Dat laatste dreigt nu al te mislukken. Innovatie is niet gebaat bij het stapelen van organisatielagen, zeggen Laurens Hessels en  Barend van der Meulen  van het Science System Assessment van het Rathenau Instituut.

De Tweede Kamer vergaderde gisteren over de ‘innovatiecontracten’, die wetenschap, bedrijfsleven en overheid in de topsectoren met elkaar verbinden. Deze contracten staan vol mooie plannen, maar dreigen een wildgroei aan nieuwe organisaties teweeg te brengen. Er bestaan al zo veel coördinatieclubs op het gebied van wetenschap en innovatie dat terughoudendheid vereist is. Wij adviseren de Kamer om per sector maar één topconsortium toe te staan.

Aanvankelijk was dat ook de bedoeling. Terecht, want Nederland heeft de afgelopen decennia een overdaad aan organisaties tussen overheid en wetenschap in weten te scheppen. Toch dreigt het aantal voorgenomen TKI’s (topconsortium voor kennis en innovatie) een veelvoud te worden van het aantal topsectoren, als de geruchten waar zijn. Hoog tijd te leren van het verleden.

Stapeling van organisatielagen

De geschiedenis van het wetenschapsbeleid laat zich lezen als een stapeling van organisatielagen. Sinds midden jaren ’70 heeft elk nieuw wetenschapsbeleid regieclubs en organisaties tussen overheid en onderzoekers achtergelaten. In het rapport Focus en Massa (2011) schreef het Rathenau Instituut dat het hebben van veel coördinerende clubs gerichte sturing juist hindert. Ondanks extra geld voor een beperkt aantal wetenschapsgebieden hadden zij zich in de praktijk niet sterker ontwikkeld dan andere gebieden. Ook wetenschappers zijn gebaat bij vermindering van het aantal clubs. Uit interviews met onderzoekers blijkt dat zij de situatie nauwelijks meer overzien. Ze beseffen soms zelfs niet eens meer bij welke (top-)instituten en onderzoekscentra ze zelf horen. Er zijn onderzoekers die hun activiteiten moeten verantwoorden aan wel drie verschillende partijen, met ieder hun eigen evaluatiecircus.

Is er een relatie tussen autisme en atheïsme?

Er blijkt een interessante correlatie te zijn tussen atheïsme en autisme, leert Tasmedes.

Ik ben al een aantal jaren geïnteresseerd in de cognitive science of religion, de cognitiewetenschappelijke benadering van religieus geloof. Uit dit veld van onderzoek is naar voren gekomen dat ideeën over God of goden te maken hebben met hoe de menselijke geest (mind) zich in sociale omstandigheden gedraagt. Gelovigen zien goden intuïtief als intentionele agenten met mentale toestanden die sociale relaties met mensen aangaan. Dit betekent dus dat de sociaal-cognitieve vaardigheid om over andere minds na te denken cruciaal is in religieus geloof. In het Engels wordt deze vaardigheid mentalizing genoemd, of theory of mind, of (ik ben dit minder vaak dan de voorgaande termen tegengekomen) mind perception. De cognitive science of religion lijkt dus steeds sterker het idee te bevestigen dat overtuigingen over bovennatuurlijke voortkomen geworteld zijn in normale menselijke sociale cognitie.

Recentelijk zijn de resultaten van een studie door Ara Norenzayan en anderen gepubliceerd, waarin de hypothese was getoetst in hoeverre een gebrek aan de sociaal-cognitieve vaardigheid van mentalizing het geloof in God beperkt of zelfs teniet doet. Uit eerdere studies was al bekend dat autisten een sterk verminderd en soms zelfs vrijwel afwezig vermogen tot mentalizing hebben. Zij hebben moeite om met andere mensen om te gaan vanwege een gebrek aan inlevingsvermogen, etc. Uit de studie is gebleken dat inderdaad autisten veel minder in God geloven. Er is dus een correlatie tussen autisme en atheïsme, die vermoedelijk te maken heeft met het verminderde sociaal-cognitieve vermogens. Met andere woorden, gelovigen hebben een normale of sterker ontwikkelde vaardigheid tot mentalizing dan autisten, die daardoor ook vaker atheïst zijn (en als ze zich wel als gelovig beschouwen, dan denken ze vaker over God/goden in mechanistische termen – als een onpersoonlijke kracht etc. – dan gelovigen, die vaker over God/goden denken met behulp van persoonachtige kernmerken).

Vorige Volgende