Rekenonderwijs is door vernieuwers verwoest
OPINIE - De nieuwe rekendidactiek was goed bedoeld maar werkte niet: leerlingen rekenen slechter dan ooit, schrijft Karin den Heijer. Moet het rekenonderwijs terug naar de methoden van vroeger?
De opheffing van het bordeelverbod heeft niet tot de verwachte resultaten geleid. Dat kan ook niet zolang de overheid de maatschappelijke werkelijkheid negeert en de sekswerkers geen stem geeft in het beleid. Het huidige emotionele debat over prostitutie helpt niet om die situatie te veranderen. Hoe ga je om prostitutie? Met die vraag worstelt elke overheid, waar ook ter wereld. Het resultaat van die worsteling is in de westerse wereld globaal vertaald in vier beleidsregimes, die sekswerkers en klanten criminaliseren (VS, Ierland en Italië), klanten criminaliseren (Zweden, Noorwegen, Finland), seksbedrijven geheel of gedeeltelijk legaliseren (Nederland, Oostenrijk en Duitsland), of specifieke op prostitutie gerichte wetgeving afschaffen (Nieuw Zeeland, Australië). Meestal is de wetgeving van een land een mengvorm van deze ideaaltypen.
OPINIE - De nieuwe rekendidactiek was goed bedoeld maar werkte niet: leerlingen rekenen slechter dan ooit, schrijft Karin den Heijer. Moet het rekenonderwijs terug naar de methoden van vroeger?
Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.
OPINIE - Op donderdag 19 september verscheen er een open brief in de media, afkomstig van zes stafleden van de faculteit Geesteswetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. De hoogleraar en docenten wonden zich op over het feit dat ze bij een reorganisatie hun functie kwijt gaan raken en dat ze op korte termijn in een re-integratietraject geplaatst worden. Hun nieuwe functietitel is daardoor niet langer “docent”, maar “herplaatsingskandidaat” of, kortweg, HPK.
De kwestie staat helaas niet op zichzelf. Universiteiten kampen al jaren met dalende financiering en stijgende studentenaantallen, waardoor bezuiniging op bezuiniging gestapeld wordt. En aangezien managers de dienst uitmaken in de academische wereld en marktdenken de norm is, zijn minder rendabele opleidingen en afdelingen logischerwijs de eerste en meest voor de hand liggende slachtoffers. Dat lijkt in deze zaak het geval. De stafleden in kwestie houden zich allen bezig met het bestuderen van Scandinavische talen, wat een cynicus zal doen verzuchten dat het nutteloos is om hier geld aan te besteden en dat wetenschappers zich beter kunnen bezighouden met onderzoek waar we ook daadwerkelijk iets aan hebben.
Ik ben het niet eens met de cynicus. Kleine wetenschappelijke afdelingen hebben ook – en misschien wel juist – bestaansrecht. Sterker nog, een universiteit waar alleen praktisch, toegepast onderzoek wordt gedaan, veronachtzaamt een belangrijk deel van haar maatschappelijke functie en concurreert voornamelijk met HBO-opleidingen. Nu zijn zowel toegepast onderzoek als HBO-opleidingen een vitaal element van de Nederlandse samenleving, en het onderwijssysteem in het bijzonder, maar datzelfde geldt voor afdelingen die zich bezighouden met onderzoek dat niet direct in klinkende munt om te zetten is.
RECENSIE - De morele schuld van individuele Duitsers aan de Holocaust is al jarenlang onderwerp van verhitte discussie. Mary Fulbrook doet met haar boek ‘Een kleine stad bij Auschwitz’ een nieuwe duit in het zakje.
Ongeveer dertig kilometer van Auschwitz, in het deel van Polen dat door Nazi-Duitsland tot onderdeel van het Reich werd gemaakt, ligt het stadje Będzin. Om dit nieuwe stukje Duitsland judenrein te krijgen, werden ongeveer 85.000 Joden uit deze streek naar het nabijgelegen werk- en vernietigingskamp gedeporteerd. Het aantal overlevenden was minimaal.
In Een kleine stad bij Auschwitz. Gewone nazi’s en de Holocaust beschrijft Mary Fulbrook, hoogleraar Duitse geschiedenis aan University College London, de gebeurtenissen in Będzin tussen het begin van de Duitse bezetting en het moment in 1943 dat de stad officieel judenfrei werd verklaard. Hierbij besteedt Fulbook speciale aandacht aan de rol van Landrat Udo Klausa, een hoge civiele districtbestuurder in Będzin en omgeving. Dit is allerminst toevallig: Landrat Klausa was getrouwd met Fulbrooks latere peettante, het meisje dat ooit hartsvriendin van haar moeder was – totdat laatstgenoemde om politieke en raciale redenen halverwege de jaren dertig Duitsland moest ontvluchten.
Een kleine stad bij Auschwitz heeft zodoende een drievoudige focus. Allereerst vertelt het boek het verhaal van de Joodse gemeenschap in Będzin tussen 1939 en 1943. Ten tweede is er aandacht voor de activiteiten van het Duitse bestuur en de rol van Klausa hierin. Tenslotte besteedt Fulbrook aandacht aan de manier waarop Klausa – die na afloop van de Tweede Wereldoorlog als Landesdirektor van de regio Rijnland nog een mooie ambtelijke carrière zou hebben – zijn betrokkenheid bij de deportatie van tienduizenden Joden achteraf presenteerde.
De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.
Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.
Wiskundige Hannah Fry legt uit waarom het lijkt alsof iedereen in je netwerk (Twitter, Facebook, IRL) populairder lijkt dan jezelf en hoe deze kennis kan worden gebruikt om de verspreiding van besmettelijke ziektes te voorspellen.
ACHTERGROND - Aan haar accent moet je even wennen, maar dan heb je ook wat. De Schotse Dr. Susan Johnston was razend populair vorige week op een groot Europees congres voor evolutiebiologen, waar ze haar werk presenteerde over de hoorngrootte van Soay-schapen op het eiland St. Kilda. Toen ze jaren geleden begon met haar onderzoek, vond ze het maar vreemd dat er zoveel verschil was in de hoorns van de rammen. Immers, vooral de ‘sexy’ mannetjes met grote hoorns zijn tijdens de paartijd populair.
‘Ik had het Darwiniaanse idee van survival of the fittest in mijn hoofd,’ zegt Johnston, ‘dus ik begreep niet waarom mannetjes zonder hoorns nog steeds rondliepen in die populatie.’ Daar heeft ze inmiddels een antwoord op gevonden, en het is er een die zo de tekstboeken in kan. Het werk werd onlangs gepubliceerd in Nature.
Genetica
Met de evolutionaire paradox van de niet-veranderende hoornlengtes voor zich, stortten Johnston en haar collega’s zich allereerst op de genetica. Zo vonden ze dat de hoorngrootte grotendeels bepaald wordt door één enkel gen, waar ze twee types van vonden — twee ‘allelen’: Ho+, voor grote hoorns, en HoP, voor kleine stompjes. Ieder schaap heeft twee kopieën van het gen, dus in drie mogelijke combinaties. Johnston: ‘Je kunt het zo zien:Ho+/Ho+ hebben grote hoorns, Ho+/HoP zijn gemiddeld, en HoP/HoP schapen hebben hele kleine hoorns, of stompjes.’
Dit weekend pakte Trouw uit met een groot interview met Diederik Stapel. Stapel is terug. Hij heeft nu ‘vijf, zes keer sorry gezegd’, zijn doctorstitel en salaris ingeleverd, hij heeft geestelijk aan de grond gezeten en hij is veroordeeld voor een taakstraf van 120 uur. Op een gegeven moment is het klaar. Daarbij komt dat er gewoon brood op de plank komen voor Stapel en zijn gezin. Dus wil Stapel weer aan het werk: lezingen geven, strategisch advies, coachend chauffeuren (‘zinrit’), de theaters in met Anton Dautzenberg. Natuurlijk, Stapel verdient net als iedereen een tweede kans en hij verdient het ook om geld te verdienen. Maar dan moet hij ook echt afstand doen van zijn vorige, frauduleuze zelf en niet moeten willen profiteren van diens bekendheid.
De recensie in NRC Handelsblad van Stapel’s boek Ontsporing sluit af met de zin: ‘Diederik Stapel blijkt een man die niet alleen zijn onderzoeken, maar ook zichzelf steeds weer moet verzinnen.’ Zichzelf opnieuw verzinnen betekent in Stapel’s geval: ergens anders opnieuw een hoofdrol spelen, opnieuw gezien en gehoord worden, schitteren op een nieuw podium.
Stapel heeft natuurlijk toegang tot dat nieuwe podium, omdat hij een fraudeur was. Stapel’s bekendheid is verworven over de rug van collega’s, promovendi en studenten, en niet te vergeten: de belastingbetaler. Het is kapitaal dat is opgebouwd uit brokstukken van carrières van (jonge) wetenschappers en de wetenschap in het algemeen. Stapel’s bekendheid is niet van hem en niet iets dat hij te gelde zou moeten willen maken.
Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.
Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.
OPINIE - Ik rommelde vanmorgen tegen een interessante vraag aan. In de huidige wetenschappelijke praktijk wordt kwaliteit vooral gemeten door wetenschappelijke publicaties te tellen. De gevolgen zijn bekend: publicatiedwang, een stortvloed aan artikelen over kleine onderwerpen en een neiging tot specialisme. De meeste artikelen worden vervolgens nauwelijks geciteerd.
Ik herinner me hoe, toen de publicatienorm werd geïntroduceerd, deze in eerste instantie was: publiceren in een internationaal tijdschrift. Al snel verschenen dus tijdschriften met titels als Münstersche Beiträge zur Antiken Handelsgeschichte, zodat er voor iedereen gelegenheid was om van elk belang gespeende bijdragen te publiceren. Ik koester “Der Waren- und Dienstleistungsaustausch zwischen dem Römischen Reich und dem Freien Germanien in der Zeit des Prinzipats – Eine Bestandsaufnahme”: ofwel een artikel waarvan de eigenlijke analyse nog moest beginnen. Destijds ging het gerucht dat de universiteiten waren gedwongen soortgelijke tijdschriften uit te geven, om die tegen andere pulpblaadjes te kunnen ruilen. Om dit soort excessen te vermijden ontstond een rating-systeem, werd vastgesteld welke tijdschriften er echt toe deden. Zo veranderde de eis in: publiceren in de tijdschriften met de grootste impact.
Kwaliteit werd zo een kwantiteit, en dat is niet per se wat we willen hebben. Maar is een puur kwalitatieve beoordeling eigenlijk wel mogelijk? De KNAW denkt van niet, getuige het adviesKwaliteitsindicatoren voor onderzoek in de geesteswetenschappen (2011). Men blijft hangen in het tellen van zaken, en wel van
Variant hierop.
Aldus een artikel in Science Magazine:
The poor often behave in less capable ways, which can further perpetuate poverty. We hypothesize that poverty directly impedes cognitive function and present two studies that test this hypothesis. First, we experimentally induced thoughts about finances and found that this reduces cognitive performance among poor but not in well-off participants. Second, we examined the cognitive function of farmers over the planting cycle. We found that the same farmer shows diminished cognitive performance before harvest, when poor, as compared with after harvest, when rich. This cannot be explained by differences in time available, nutrition, or work effort. Nor can it be explained with stress: Although farmers do show more stress before harvest, that does not account for diminished cognitive performance. Instead, it appears that poverty itself reduces cognitive capacity. We suggest that this is because poverty-related concerns consume mental resources, leaving less for other tasks. These data provide a previously unexamined perspective and help explain a spectrum of behaviors among the poor. We discuss some implications for poverty policy.
Wait for it…
Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.
In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.