Waarde van wetenschap is wél te meten

NIEUWS - Het CPB ziet wetenschap alleen als kostenpost, terwijl wetenschap wel degelijk opbrengsten heeft. Met name op de lange termijn. Aangezien de waarde van wetenschap op micro-economisch niveau lastig is vast te stellen, adviseert een commissie van de KNAW om een macro-economische invalshoek te kiezen. Hoewel beschouwd als minder solide, is er op macro-economisch niveau wel degelijk bewijs voor de toegevoegde waarde van wetenschap.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Stadtkatze (cc)

“Links” en “rechts” veranderen van betekenis

ANALYSE - De termen ‘links’ en ‘rechts’ zijn niet weg te slaan uit het politieke discours. Politicologen, journalisten en kiezers maken gretig gebruik van dit jargon om de ideologie en bijbehorende standpunten van politieke actoren samen te vatten, al dan niet met voorvoegsels als ‘extreem-‘, ‘radicaal-‘, ‘ultra-‘ of ‘dom-‘.

Zo wordt de Amsterdamse grachtengordel vaak verweten links te zijn, terwijl in grote delen van die grachtengordel de VVD de populairste partij was bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen. De PVV wordt door kiezers regelmatig gezien als een extreemrechtse partij, maar dat kan in ieder geval niet slaan op de huidige standpunten van die partij over het sociaal vangnet of het homohuwelijk. Wat betekenen de etiketten ‘links’ en ‘rechts’ vandaag de dag dan nog?

Gelijkheid

De termen ‘links’ en ‘rechts’ vinden hun oorsprong in de inrichting van de Staten-Generaal ten tijde van de Franse Revolutie. De groepen die het Ancien Régime steunden zaten ter rechterzijde van de voorzitter, de tegenstanders ervan ter linkerzijde. Tot op de dag van vandaag associëren velen ‘links’ met progressieve en ‘rechts’ met conservatieve denkbeelden, maar ook dit onderscheid kan misleidend zijn. Behoud van wat, immers? Zo heeft Tom Louwerse aan de hand van CPB-doorrekeningen van verkiezingsprogramma’s aangetoond dat er binnen economisch linkse en rechtse kampen zowel hervormers als conservatieven bestaan.

Foto: koschi (cc)

‘Belastingsysteem multinationals werkt niet goed meer’

INTERVIEW - Wat zijn de gevolgen van belastingontwijking voor ontwikkelingslanden? Daarop promoveerde Francis Weyzig afgelopen woensdag aan de Radbouduniversiteit Nijmegen. ‘Ik heb altijd geprobeerd heel duidelijk te zijn met de interpretatie. Dus van mij hoor je ook niet zo snel over hoe schandalig het allemaal is. Ik probeer juist om de maatschappelijke discussie te voeden met wetenschappelijk onderzoek.’

We horen veel in het nieuws over dit onderwerp, wat is er nieuw aan jouw onderzoek?

‘Één van de dingen die nieuw was, is dat ik de eerste was die de gedetailleerde data van de Nederlandsche bank heeft kunnen gebruiken. Dat zijn data over de Bijzondere Financiële Instellingen (BFI’s), de financiële draaischijven van buitenlandse multinationals. Omdat die data zo gedetailleerd zijn,  kan je daar heel veel mee in kaart brengen. Ik laat zien hoeveel dividenden of renteontvangsten er wordt ontvangen uit ontwikkelingslanden, maar ook hoeveel wordt doorbetaald aan obligatiehouders, hoeveel wordt doorbetaald binnen het concern en specifiek naar vestigingen op eilanden als Bermuda en de Kaaimaneilanden. Daarin is dit onderzoek heel specifiek dus dat is ook nieuw.’

Wat was je conclusie?

‘Het blijkt dat directe investeringen in ontwikkelingslanden best wel hoog zijn, zowel voor ontwikkelingslanden die geen belastingverdrag hebben met Nederland, als ontwikkelingslanden die wel een belastingverdrag hebben met Nederland. Het gaat om substantiële bedragen:  een aantal jaar geleden liep 53 miljard euro aan totaal bestaande investeringen via Nederland. Het grootste deel kwam uit de Europese Unie en andere hoge inkomenslanden zoals de VS, Japan en Canada. Er komt ook een gedeelte uit belastingparadijzen, zoals de Kaaimaneilanden, Bermuda maar ook Luxemburg en Zwitserland.  Het blijkt dat ook deze belastingparadijzen tussenschakels zijn, dus als geld uit Luxemburg via Nederland wordt geïnvesteerd in Zambia, dan is Luxemburg meestal ook een tussenschakel en komt het uiteindelijk bijvoorbeeld uit het Verenigd Koninkrijk.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Zionistische archeologie

COLUMN - Het berichtje was even onopvallend als curieus: de grafkamer van de Joodse koning Herodes, waarvan Israëlische archeologen vijf jaar geleden met veel bombarie de ontdekking aankondigden, bleek bij nader inzien geen graf te zijn. Het gebeurt niet vaak dat men in Israël een archeologische vergissing erkent.

Er is daar namelijk iets vreemds aan de hand met de archeologie. Neem de huidige opgraving in Khirbet Qeiyafa, een heuvelfort uit de Vroege IJzertijd dat uitziet over de Vallei van Elah: de plaats waar David zou hebben gestreden met Goliath. Ik schrijf ‘zou hebben gestreden’, want de heldendaad wordt in de Bijbel ook toegeschreven aan een zekere Elhanan (2 Samuël 21.19). Aangezien men in de Oudheid de neiging had bijzondere daden toe te schrijven aan beroemde mensen, is het aannemelijker dat Elhanan dan David de eigenlijke held geweest. Dat weet elke oudheidkundige, dus ook de opgravers van Khirbet Qeiyafa.

Het onderzoek bracht een monumentalere nederzetting aan het licht dan was verwacht. Je kunt hier de mensen prachtig uitleggen hoe de archeologische puzzel werkt, maar dat is niet hoe de opgravers het presenteren: ze brengen het als een fort dat door koning David is gebouwd – hoewel dus onbewezen is dat hij hier ooit is geweest.

Foto: copyright ok. Gecheckt 11-02-2022

Verdedigde Immanuel Kant ooit theïstische evolutie?

RECENSIE - Een boek over geloof en wetenschap, van de hand van de Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant (1724-1804) – zo kan Kants natuurfilosofische werk Allgemeine Naturgeschichte und Theorie des Himmels uit 1755 wel gekenmerkt worden.

Het boek is recentelijk voor het eerst in het Nederlands vertaald, door Kant-vertaler Willem Visser, en met de mooie titel Het ontstaan van het heelal en de goede God.

Maar kosmologie uit de 18e eeuw, is dat niet volledig achterhaald? Niet helemaal dus. Een korte bespreking.

De Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant (1724-1804) is vooral beroemd geworden door zijn drie “Kritieken”, maar hij is ook beroemd buiten de filosofie. In de sterrenkunde is hij bekend vanwege de “zonnenevel-hypothese” of de “Kant-Laplace-hypothese” die het ontstaan van ons zonnestelsel en het universum verklaart op basis van een ordening uit chaos.

In Kants Allgemeine Naturgeschichte und Theorie des Himmels uit 1755, die nu voor het eerst in het Nederlands vertaald is door Willem Visser, beschrijft Kant hoe hij meent dat het zonnestelsel en het universum als geheel verklaard kan worden op basis van “aantrekking” (zwaartekracht) en “afstoting” (centrifugale kracht).

Het universum een systematisch geheel

Het boek bestaat uit drie delen. In het eerste deel beschrijft Kant hoe het universum een systematisch geheel is. Onze melkweg is één van vele sterrenstelsels, maar de onderliggende principes zijn allen gelijk. In het tweede deel – het langste van het boek – beschrijft hij de wording van ons zonnestelsel (hij kende alleen de zes planeten Mercurius, Venus, de aarde, Mars, Jupiter en Saturnus, maar vermoedde dat er wellicht nog meer planeten zouden zijn).

Foto: Ed Yourdon (cc)

Minder opleiding en training voor flexwerkers

ACHTERGROND - Een Duitse studie laat zien dat er steeds minder geïnvesteerd wordt in ‘a-typische’ werknemers. Dat is ook van belang voor Nederland, waar steeds meer flexwerkers zijn.

In Duitsland noemt met flexibele arbeidscontracten “a-typisch”, en mensen die geen vast contract hebben, worden in een rapport van de Bertelsmann Stiftung “atypical workers” genoemd.

De onderzoekers verstaan daaronder mensen met één van de volgende contracten: een contract voor bepaalde tijd, deeltijdcontracten, tijdelijke contracten en zogenaamde “minibanen” waarbij men maximaal 400 euro per maand verdient. Al deze contractvormen zijn in het afgelopen decennium met tientallen procenten gestegen. Inmiddels gaat het om miljoenen mensen, dus helemaal a-typisch is het ook in Duitsland niet meer.

De onderzoekers hebben gekeken wat het effect van deze contractvormen is op de bereidheid om te investeren in opleiding en training van werknemers. Ze concluderen dat deze groep er eigenlijk nog slechter van af komt dan werklozen: werklozen krijgen meer training en opleiding aangeboden dan de “atypical workers”.

Frank Frick, Dr. Martin Noack, Dr. Miika Blinn. Summary of a study commissioned by Bertelsmann Stiftung (2013). Losing out on further training. Fewer training opportunities for the increasing number of atypical workers

Dat is een serieuze bevinding. Het opleiden en trainen van de beroepsbevolking kost tijd, geld en inspanning. Werkgevers zijn daartoe bereid als ze verwachten dat ze ook de vruchten kunnen plukken van die investeringen. Dat is vaak een zaak van langere adem. Bij flexibele arbeidscontracten is het maar  de vraag of de werkgever de investering terugverdient. In plaats van opleiden kan de werkgever ook kiezen voor een andere werknemer. Vanuit het oogpunt van de werkgever is minder opleiding en training dus een begrijpelijke beslissing.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Julianus de Afvallige

COLUMN - Het is vandaag op de kop af 1702 jaar geleden dat even ten noorden van Rome, bij de zogeheten Milvische Brug, twee legers op elkaar stuitten. De verdediger van de eeuwige stad was Maxentius, de aanvaller en overwinnaar is de geschiedenis ingegaan als Constantijn de Grote. Zijn zege maakte hem tot alleenheerser in het westelijke deel van het Romeinse Rijk, maar de legende heeft de betekenis van zijn zege nog vergroot: de keizer zou vlak voor de veldslag een visioen hebben gehad dat hij had uitgelegd als een oproep christen te worden.

Historisch klopt daarvan weinig, maar het is wel waar dat Constantijn het christendom begunstigde, zeker nadat hij ook de oostelijke, meer christelijke provincies had veroverd. Zijn zoons zetten het beleid voort en in 382, zeventig jaar na de veldslag bij de Milvische Brug, kwam een einde aan de subsidiëring van de heidense gebedsplaatsen.

Eén keizer heeft geprobeerd de oude erediensten nieuw leven in te blazen: Julianus de Afvallige. In 355 werd hij benoemd tot bestuurder van de westelijke gebiedsdelen, waar hij spectaculaire militaire successen boekte. In 360 kwam hij in opstand en hij had geluk: zijn tegenstander overleed. Nu hij alleenheerser was, kon Julianus zich richten op de heropening van de oude tempels. Zijn tijdgenoten – zowel heidenen als christenen – keken verbijsterd naar de enorme aantallen offerdieren die naar het altaar werden geleid en waren onthutst over de schoolwet waarmee de keizer de christenen uit het onderwijs weerde. Aan deze poging het heidendom te herstellen, dankt hij de bijnaam Apostata, ‘de afvallige’.

Hoe je rellen kunt voorspellen

ACHTERGROND - Naar aanleiding van de rellen in Londen in 2011 hebben wiskundige Hannah Fry en haar collega’s naar de data gekeken en komen ze tot de conclusie dat de verspreiding van de rellen veel lijkt op de overdracht van besmettelijke ziektes en winkelgedrag. Op basis van hun bevindingen komen ze met een wiskundig model om verdere escalatie van rellen te voorkomen.

Steun ons!

(Bewerk) De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Colby Stuart (cc)

Burgerinitiatieven in zorg nog schaars

ACHTERGROND - Door de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn gemeenten zich meer gaan richten op ondersteuning van burgerinitiatieven. Burgers hebben zich verenigd rond collectieve inkoop van energie, behoud van bibliotheken en zwembaden en de inrichting van het eigen woongebied.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau voert de tweede evaluatie van de Wmo (2010 t/m 2012) uit. Eén deelrapport beschrijft een verkenning van vrijwillige inzet en burgerinitiatieven in vijf gemeenten. We beperken ons hier tot bevindingen uit dat rapport. Het eindrapport verschijnt in 2014. Een voorzichtige, voorlopige conclusie: het wemelt niet van de ondersteuningsinitiatieven.

Vorig jaar gingen we op zoek naar ‘ondersteuningsinitiatieven’: lokale initiatiefgroepen die op overwegend vrijwillige basis mensen met een participatiebeperking ondersteunen, en daar als groep de regie over voeren. Denk aan eetgroepen, klussen- en vervoersdiensten, maar ook de zorgcoöperaties die in Nederland hun opgang doen.

Moeilijk kon die zoektocht toch niet zijn. De Boer et al. schreven recentelijk dat het in de Nederlandse zorg ‘wemelt’ van de initiatieven. Wel voegden ze er eerlijkheidshalve aan toe dat de omvang ervan nou ook weer niet moet worden overdreven. Wij beamen vooral dat laatste. We zochten naar gemeenten waar meerdere initiatieven actief waren en niet naar het bekende succesverhaal. Dit bleek niet makkelijk. Uiteindelijk selecteerden we vijf gemeenten in verschillende delen van het land. Twee (wijken van) grote steden, een middelgrote stad en twee krimpgemeenten op het platteland. We spraken er met initiatiefnemers, beleidsmakers en welzijnswerkers.

Vorige Volgende