Het Bungehuis en inspraak in het hoger onderwijs – een open brief aan de Vaste Kamercommissie Onderwijs
BRIEF - Beste Kamerleden van de Vaste Kamercommissie Onderwijs,
In het verleden heb ik als bestuurder van de Landelijke Studenten Vakbond vaak met u of uw voorgangers gesproken over uitbreiding van de rechten van de medezeggenschap. Samen met collega Westerveld hebben we het tussen 2007 en 2009 gehad over het uitbreiden van de rechten van studenten en docenten in de medezeggenschap, in het kader van de toenmalige wetswijziging ‘Versterking besturing’.
Waar wij toen helaas vaak tegenaan liepen was de notie dat de Wet hoger onderwijs (WHW) het minimum van inspraak schetst, en dat wanneer studenten of docenten behoefte hebben aan meer rechten, ze dat zelf aan kunnen kaarten op hun instelling. Deze notie werd met graagte naar voren gebracht door instellingsbestuurders, door lobbyisten van hun koepels (VSNU en Vereniging Hogescholen) en door ieder ander die liever niet zag dat studenten en personeel zich te veel bemoeiden met de gang van zaken op een instelling voor hoger onderwijs.
Daarom wijs ik u graag op de recente gebeurtenissen in Amsterdam. Ik heb het dan natuurlijk over de bezetting van het Bungehuis. Een van de eisen van de bezetters was: democratische verkiezing van het universiteitsbestuur. De reactie hierop van het CvB van de UvA was afwijzend, want: Zo is de governance van de universiteit in de wet geregeld. Ronduit misleidend, aangezien de WHW de minimale inspraak die er moet zijn op een instelling regelt, en iedere instelling daar zo veel op mag aanvullen als ze wil.