Zijn denken en communiceren hetzelfde?

Een van de vele discussies die de taalwetenschap al eeuwen splijt is die van de functie van taal. Dat de mens taal heeft, kost op zijn minst moeite – moeite om de taal te leren, moeite om de hersenen te pijnigen bij het zoeken van woorden, het plaatsen van die woorden in zinnen enzovoort. Waarom doen we dat? Er zijn twee belangrijke kampen: taal is om in te denken, en taal is om te communiceren. De eerste school heeft evident het probleem dat we veel taal niet binnen in ons hoofd laten omgaan, maar dat we ook onze tong en lippen bewegen (of onze handen, in het geval van gebarentaal). De tweede school heeft het probleem dat er is aangetoond dat de structuur van taal minstens voor een deel lijkt te bepalen hoe we denken (zie bijvoorbeeld hier). De Oostenrijkse taalkundige Martina Wiltschko komt nu in het tijdschrift Glossa met een mogelijke oplossing: taal is er zowel voor taal als voor denken. Dat klinkt op het eerste oor wat flauw: de ene groep zegt A, de andere zegt B, en jij komt en zegt ‘het is allebei een beetje waar’. Maar Wiltschko biedt interessante argumenten. Ze laat bijvoorbeeld zien dat er in een zin vaak twee elementen zitten: elementen die een gedachte uitdrukken en elementen die gaan over de interactie met de gesprekspartner: Anneke denkt dat Milo een hondje heeft, hè? ‘Anneke weet dat Milo een hondje heeft’ is een klassieke gedachte, een propositie: iets dat waar is of onwaar.  geeft iets aan over de relatie tussen de gesprekspartners en die informatie: door hè te zeggen geef je ongeveer aan dat je ervan uitgaat dat je gesprekspartner het gezegde ook wel weet, maar dat je het in de herinnering wil brengen. Hoewel dat  los lijkt te staan van de zin, is hij er wel degelijk grammaticaal mee verbonden, laat Wiltschko zien. Je kunt het bijvoorbeeld alleen gebruiken voor een hoofdzin, en niet voor een bijzin: bovenstaande zin vraagt geen instemming over het feit dat Milo een hondje heeft, maar over het feit dat Anneke dat denkt. Een zin als ‘Dat Milo een hondje heeft, hè, denkt Anneke’. Tegelijkertijd gaat  niet eenvoudigweg over al het voorafgaande. Wanneer ik volgende zin zeg, vraag ik geen instemming over het feit dat ik iets aanneem, maar over mijn verklaring waarom je bent gekomen: Ik neem aan dat je hierheen bent gekomen om te horen hoe het ermee staat, hè? Het was al bekend dat grammaticale structuren de vorm van het denken weerspiegelen, maar Wiltschko maakt aannemelijk dat ze ook de interactie weergeven. Wat ze niet erg duidelijk maakt, is hoe dat eigenlijk kan, dat taal allebei die functies dient. Hoe zijn die dingen zo in elkaar verknoopt geraakt? Ik denk eigenlijk dat het erop lijkt dat het verschil dat we normaliter maken tussen denken en communiceren veel te simplistisch is. Veel van ons denken gebeurt in gesprek met anderen, veel communicatie is eigenlijk hardop denken van twee kanten. Het is het bijzondere van de mens dat ze samen kan denken. Ik zeg iets tegen jou, jij herinnert je wat Jopie eerder tegen je heeft gezegd, en je combineert die twee gedachten in je hoofd tot iets nieuws. Dat zeg jij weer, en zo hebben we samen iets gedacht. Dat wil niet zeggen dat er geen gedachten zijn die je eigenlijk niet kunt delen – allerlei lichamelijke sensaties vallen daar volgens mij onder, die vallen niet echt onder woorden te brengen en kun je alleen benaderen met empathie – en dat er niet allerlei interactie is die nauwelijks met gedachten te maken heeft – die puur gaat om het bevestigen van de band die er bestaat tussen de gesprekspartners. Maar er is een grote overlap.

Door: Foto: Foto Giammarco op Unsplash.
Foto: Margolum Smargol (cc)

De voortgezette olifant van bachelor/master

Voor het eerst sinds tijden heb ik weer eens een Twitter-draadje gemaakt. Aanleiding is dit artikel van Maurice Limmen, de voorzitter van de Vereniging Hogescholen. De mensen die het in de oorspronkelijke vorm willen lezen kunnen hierboven klikken, hier volgt een wat meer prozaïsche versie. Het artikel van Limmen gaat in grote lijnen over het onderscheid wo/hbo, en dat hoewel gelijkwaardig (te) veel studenten kiezen voor wo en het hbo op sommige plekken krimpt, wat schadelijke gevolgen heeft.

Waarom ik hier iets over wil zeggen, is omdat in dit artikel, hoeveel zinnigs er verder ook in staat, vakkundig een olifant wordt vermeden als het gaat over het onderscheid tussen uni en hbo. En ik wil het hebben over die olifant: het voortgezet onderwijs.

We gaan terug naar voor de invoering van het bachelor/master-stelsel, net na de wisseling van het millennium. Het was toen vrij eenduidig. Een hbo-opleiding duurde 4 jaar, een wo-opleiding 4, 5 of 6 jaar. Het hbo daar kon je terecht na de havo, en de universiteit na het vwo. Dat vwo was (veel) moeilijker dan de havo én duurde een jaar langer. De universiteit was moeilijker (het niveau was ‘hoger’). Al heb ik een hekel aan het normatieve ‘hoger/lager’ verhaal, ik gebruik de termen hier toch maar even voor de duidelijkheid.

Quote du jour | verantwoordelijk onderwijs

QUOTE - Doorgaan op deze weg is daarom geen optie; er is verandering nodig, en het onderwijs moet daarin het voortouw nemen, betoogt Aldo van Duivenboden. “Wat mij betreft is de tijd aangebroken dat het onderwijs het juk van de brave volger van economie en arbeidsmarkt afwerpt en het voortouw neemt als aanjager van de transitie naar een duurzame en inclusieve wereld”, schrijft hij.

Ok, het heeft misschien een beetje ’60’s vibes (Kritiese Universiteit iemand?), maar Aldo van Duivenboden van de OnderwijsInnovatie Hub van Hogeschool Saxion heeft hier natuurlijk wel 100% gelijk. Hadden ze in de jaren 60 trouwens ook wel, dat je een beetje systeemkritiek best mag verwachten vanuit het hoger onderwijs en dat het uitblijven daarvan gelijk staat aan het dienen van de status quo. Maar dat terzijde.

Foto: (bron: livius.org)

De eerste filosofen (9): Empedokles

Empedokles: het multitalent van Sicilië

ACHTERGROND - In de vijfde eeuw voor onze jaartelling leefde de in de Griekse kolonie Akragas op Sicilië geboren filosoof Empedokles. Hij was bedreven in de dichtkunst en gold als autoriteit op het gebied van religie en magie. Hij bemoeide zich ook met staatszaken en was in zijn tijd een vermaard geneesheer. In die hoedanigheid zou hij zelfs iemand uit de dood weer tot leven hebben gebracht.

Maar ook was hij een wetenschapper. Hij had begrepen dat de wind en moerassen ziekten konden veroorzaken, zeker in combinatie met elkaar, en had dankzij dat inzicht veel succes met het bestrijden van epidemieën. Al met al dus een type dat van vele markten thuis was, die Empedokles. Hij trad bovendien op als goeroe.

Bescheidenheid was hem echter vreemd. Empedokles was ervan overtuigd dat hij een godheid was, of kon worden. Hierdoor kwam hij op het idee dat hij zou moeten sterven door zichzelf in de Etna te werpen: dan bleef er geen stoffelijk overschot over dat hem zou vermenselijken. Het verhaal gaat echter dat de vulkaan na de sprong een sandaal zou hebben uitgespuwd, om te bewijzen dat zelfs Empedokles een mens van vlees en bloed was. Ze konden wel mooie verhalen vertellen, die Grieken.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Ras, gender en het centrale dogma van de taalkunde

Boekomslag Dat mag je ook al niet meer zeggen © Onze Taal

Er woedt een belangrijke maatschappelijke discussie over taal waarover je maar weinig taalkundigen hoort in het publieke domein: de discussie over hoe we allerlei identiteiten benoemen – discussie over wit tegenover blank, over slaafgemaakte, over non-binair taalgebruik, enzovoort: over de vraag in hoeverre de taal moet worden aangepast aan een veranderende sociale werkelijkheid.

Een reden waarom je er zo weinig taalkundigen over hoort, heeft volgens mij te maken met wat ik beschouw als het centrale dogma van de taalwetenschap, iets waarover vrijwel alle taalkundigen het, ondanks enorme verschillen op allerlei gebied, eens zijn:

Het centrale dogma van de taalwetenschap. Taal is een natuurlijk fenomeen. Ze verandert voortdurend, maar het is niet mogelijk om haar te veranderen.

Het centrale dogma gaat in tegen de manier waarop de meeste niet-taalkundigen taal zien: als een cultuurproduct, een instrument dat we hebben gemaakt, en dat je als liefhebber van de traditie liever niet maar als pragmaticus liever wel verandert. Volgens het centrale dogma zijn huidige pogingen om bijvoorbeeld genderneutrale taal in te voeren, vrijwel zeker tot discussie gedoemd. En veel meer dan dat valt er volgens dat dogma dan ook niet over te zeggen.

De taalwetenschap heeft overigens ook veel te danken aan het centrale dogma. Het is de grondslag van het relatieve succes van het vak in de afgelopen twee eeuwen – de visie dat je taal kunt zien als iets dat op de een of andere manier onderhevig is aan natuurwetten heeft tot veel resultaten geleid. De menselijke wil met al zijn grilligheid heeft er niet zoveel mee te maken. Het is trouwens ook echt lastig om voorbeelden aan te wijzen waar de taal veranderd is omdat de taalgebruikers dat beter vonden, vooral als je meeneemt dat soms autoriteiten natuurlijk invloed kunnen hebben op hoe mensen in het openbare leven spreken, maar dat de meeste taal in kleine kring of de beslotenheid van het eigen huis wordt gebruikt.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Quote du jour | dubbele standaard

QUOTE - Nee. Nee! Niet in de wetenschap, toch? Dat bolwerk, wat zeg ik, bastion van rede en neutraliteit, waar alleen iemands kwaliteit van belang is? Een dubbele standaard ten opzichte van (bijvoorbeeld, in dit geval) vrouwen, die kan daar toch niet bestaan?! Een dikke beurs krijg je toch omdat je goed bent, wat zeg ik, excellent zelfs, en heeft toch niets te maken met je geslacht?

Doordat de criteria voor de Starting Grant niet goed gedefinieerd zijn, concentreren panelleden zich bovendien op verschillende dingen, schrijven de onderzoekers. Onafhankelijkheid, bijvoorbeeld, gaat voor sommige panelleden vooral om een duidelijke afstand ten opzichte van eerdere begeleiders (fysiek of in het onderzoek). Volgens een geïnterviewd panellid zouden vrouwen vaker geneigd zijn om samen te werken met mensen die ze al kennen, terwijl mannen meer ambitie zouden hebben om zelf een onderzoek te beginnen.

Door de aanname dat vrouwen minder onafhankelijk zijn dan mannen worden ze strenger beoordeeld op dit vlak, schrijven de onderzoekers. Zo ontstaat een dubbele standaard. Volgens sommige panelleden lijkt het geen probleem voor een mannelijke kandidaat om veel publicaties te hebben met een begeleider als co-auteur, terwijl vrouwen om die reden wel negatiever beoordeeld worden. Hetzelfde geldt voor mobiliteit. “Sommige mannen blijven altijd bij dezelfde universiteit, maar iedereen vindt dat ze wel een goed CV hebben”, zei een panellid. “Tegelijkertijd wordt het wel genoemd als een vrouw niet naar het buitenland is geweest tijdens haar PhD of erna.”

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Hoe meer mensen een taal leren, hoe makkelijker die taal wordt

Wordt een taal gemakkelijker wanneer veel mensen haar leren? Daarover woedt al enige tijd discussie in taalkundige kringen. Aan de ene kant hebben mensen een bijna instinctieve afkeer van de gedachte dat je talen überhaupt op een schaal zou kunnen plaatsen van eenvoudig naar complex. Dat idee is in het verleden ook wel misbruikt om racistische gedachten te ondersteunen: simpele talen worden gesproken door simpele mensen. Bovendien is het idee van relatieve eenvoud in tegenspraak met wat we vinden: kinderen over de hele wereld doen er in grote lijnen even snel over om hun moedertaal te leren.

Aan de andere kant is het ook weer niet zo’n gekke gedachte dat een taal op een bepaalde schaal eenvoudiger wordt als buitenstaanders haar leren. Het is óók een ervaringsfeit dat veel naamvallen of ingewikkelde werkwoordvervoeging een taal moeilijker maakt als vreemdeling. Hier zit dus misschien een verschil tussen een taal leren als je moedertaal (L1 heet dat dan) of als vreemde taal (L2). Misschien zijn volwassenen minder goed in het leren van die eigenaardige kronkels die kinderen moeiteloos oppikken. Als er nu in een gemeenschap veel L2-sprekers komen, dan groeien nieuwe generaties L1-sprekers op terwijl ze veel ‘fouten’ horen. Die fouten maken het lastiger om dan het goede systeem alsnog op te pikken – je krijgt teveel tegenstrijdige informatie als kind. Op die manier zouden talen dus in ieder geval in sommige opzichten (zoals vervoeging en verbuiging) wel degelijk eenvoudiger kunnen worden. Verschillen tussen talen liggen dan niet aan de aangeboren intelligentie van de sprekers, maar aan de openheid van de samenleving.

Foto: (c) Livius.org

De eerste filosofen (6): Parmenides

ACHTERGROND - Even een waarschuwing: we zijn nu toegekomen aan misschien wel de moeilijkste denker uit de Oudheid. We gaan proberen te begrijpen wat metafysica is, en wat transcendente metafysica is. Veel mensen worden al gillend gek als ze die woorden horen. Misschien niet voor niets. Maar we gaan proberen het te begrijpen.

Het zijn kan niet veranderen

Aan het eind van die inmiddels bekende zesde eeuw voor onze jaartelling leefde in de stad Elea, niet ver van het huidige Napels, de filosoof Parmenides. Waarschijnlijk was Parmenides een leerling van Xenofanes, de filosoof die we eerder zagen die zoveel lol had om de Griekse goden. Parmenides kwam echter met een geheel eigen filosofie, die hij uitschreef in één lang gedicht. In dit gedicht beschrijft hij hoe ‘een godin’ hem onderwijst wat ‘de waarheid’ nu eigenlijk is.

Parmenides’ gedicht bleek een ware hersenbreker, waarvan de interpretatie anno nu nog eens extra lastig is omdat er slechts fragmenten van bewaard zijn gebleven. Het uitgangspunt is echter duidelijk: verandering is in werkelijkheid niet mogelijk. Iets dat is, kan volgens Parmenides niet zomaar veranderen in iets anders. En iets dat er niet is, is volgens Parmenides ook een onmogelijkheid. We kunnen niet eens aan ‘niets’ denken. Als we eraan denken, is het immers al iets. Om kennis te krijgen van de werkelijkheid, is het daarom volgens Parmenides een doodlopende weg om het niets als uitgangspunt te nemen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: (c) Livius.org

De eerste filosofen (5): Herakleitos

De kluizenaar uit Efese

ACHTERGROND - De filosoof Herakleitos minachtte de hele mensheid. Hij leefde het liefst in eenzaamheid, als kluizenaar. Hij schreef een of meerdere boeken, maar die zijn helaas verloren gegaan. Net als eigenlijk alle voorsocratische boeken kennen we hem uitsluitend via citaten bij latere schrijvers.

Zijn tijdgenoten noemden Herakleitos onnavolgbaar, omdat hij zich bediende van korte, cryptische uitspraken. “’s Mensen karakter is hun lot” is niet meteen een toegankelijk citaat. Van zijn tijdgenoten kreeg hij daarom de bijnaam ‘de Duistere’.

Herakleitos leefde in Efese, een Griekse stad niet ver van Milete, ook aan de westkust van Turkije. Hij leefde daar net als de eerder besproken filosofen in de zesde eeuw voor onze jaartelling, maar dan in het staartje van die eeuw.

Tegenstellingen

Net als Anaximandros gaat ook Herakleitos uit van tegenstellingen. Die ontstaan uit elkaar. Zo ontstaan warmte en koude volgens hem altijd tegelijkertijd. Zonder warmte kan er immers geen koude bestaan, en zonder koude geen warmte. Ook kan zonder donker geen licht bestaan, en zonder licht geen donker.

Waar Anaximandros deze theorie echter alleen toepaste op de fysische wereld, trekt Herakleitos haar door. Ook boven en beneden kunnen niet zonder elkaar bestaan. Een trap naar boven is immers precies hetzelfde als een trap naar beneden, afhankelijk van waar je staat.

Foto: Pierre Gorissen (cc)

Proefschrift en karakter

COLUMN - Een bericht van een bevriend tijdschriftredacteur deed me bijna wanhopen aan de staat van de wetenschap. Er zijn collega-onderzoekers die weigeren om proefschriften te bespreken met als argument: het gaat hier om junior-collega’s en een negatieve recensie kan hun carrière schaden.

Misschien gebruiken die collega-onderzoekers dat argument slechts als smoesje: het is niet zo sjiek om zomaar nee te zeggen en dus bedenk je een argument dat sympathiek klinkt. Maar het past in een patroon en dat patroon is verontrustend genoeg, zeker als je, zoals ik, al vijfentwintig jaar regelmatig proefschriften bespreekt. Honderden moet ik er al besproken hebben in de loop van de tijd. Is dat moreel verkeerd?

Volwaardig wetenschapper

Een deel van het patroon is dat de leeftijd tot waarop mensen kennelijk beschermd moeten worden tegen kritiek steeds verder opschuift. Toen ik naar de universiteit ging lag de grens tot ongeveer de eerstejaarsstudent. Ik heb docenten dingen tegen studenten horen zeggen over de kwaliteit van hun argumenten die niemand zich nu meer permitteert. Ook ik niet, hoewel ik stiekem denk dat ik er zelf eigenlijk niet slechter van ben geworden, en dat ik misschien wel mensen de mogelijkheid onthoud om te groeien tegen een Katadreuffiaanse tegenwind in.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: (c) Livius.org

De eerste filosofen (4): Anaximandros

ACHTERGROND - Zijn naam viel vorige week al: Anaximandros. Ook hij leefde in de zesde eeuw voor onze jaartelling en ook hij leefde in Milete, aan de westkust van het huidige Turkije. Hij was de belangrijkste leerling van Thales, en de leraar van Anaximenes.

Wereldkaart

Anaximandros is de eerste denker van wie bekend is dat hij heeft getracht een wereldkaart te tekenen. Deze ziet er voor ons uit als een nogal koddig geval: een ronde schijf waarop we de kusten van Zuid-Europa, West-Azië en Noord-Afrika herkennen. Deze werelddelen eindigen in een keurige ronding, waar een gezellige slotgracht omheen ligt. Er mankeert dus wel iets aan de realiteitswaarde, maar voor die tijd was het een baanbrekend werk.

Een ander oerelement

De reden waarom we hier Anaximandros bespreken, is echter een andere. We hebben gezien dat Thales en Anaximenes beiden het bestaan van een fysiek oerelement aannamen, een element dat de oorsprong moest zijn van alles. Voor Thales was dat water, voor Anaximenes was dat lucht.

Ook Anaximandros  nam aan dat er een fysieke oerstof moest zijn. Maar volgens hem was dat geen stof die in onze huidige wereld kan bestaan. Hij nam aan dat het oerelement iets onbegrensd en onbepaalds moest zijn.

Foto: (c) Livius.org

De eerste filosofen (3:) Thales van Milete en Anaximenes

Tijd der onwetendheid

ACHTERGROND - In de archaïsche periode was de wereld voor de Grieken nog grotendeels onontdekt. Hun wereld bestond uit weinig meer dan het Middellandse Zee-gebied. Geografische kennis ontbrak. Men had wel enige weet van wat er in het Nabije Oosten en Egypte aan de gang was. Richting het noorden leefden volgens de Grieken alleen barbaarse volken.

Naar wat zich boven hun hoofden, in de lucht en de hemel afspeelde, konden de Grieken bovendien alleen maar raden. En wat er zich onder hun voeten bevond? Geen idee. Ook hadden ze maar weinig instrumenten om zaken op micro- of macroniveau te onderzoeken.

Zij wisten dus eigenlijk bijna niets van de wereld zoals wij die nu kennen. Niets over de vorm van de aarde, van het leven daarop, en niets over de samenstelling.

Je zou kunnen denken dat dit frustrerend is. In de tijd waarover we nu spreken werd dit gebrek aan kennis kennelijk zo frustrerend, dat in de Griekse koloniën een grote wetenschappelijke nieuwsgierigheid ontstond. De eerste echte filosoof die wij kennen, was gelijk ook de eerste echte wetenschapper.

Thales van Milete

De allereerste Griekse denker die filosoof genoemd wordt is Thales van Milete. Hij leefde in de zevende en zesde eeuw voor onze jaartelling en aanschouwde het levenslicht zo’n vijftig jaar voor Pythagoras en Xenofanes. Zoals zijn naam al aangeeft, kwam hij uit Milete, een machtige Griekse stad aan de westkust van het huidige Turkije.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Vorige Volgende