Meer open rechtspraak, betere verslaggeving

De rechtspraak moet zich meer open stellen voor media, maar de media zijn op hun beurt dan wel verplicht prudent verslag te doen van strafzaken, stellen gastauteurs Nel Ruigrok (Nederlandse Nieuwsmonitor) en Bernadette Kester (Universitair docent Communicatie en Media, Erasmus Universiteit).

De Raad van de Rechtspraak publiceert binnenkort het onderzoek Rechtbankverslaggeving in een veranderend medialandschap, uitgevoerd door de Nederlandse Nieuwsmonitor en de afdeling Communicatie en Media van de Erasmus Universiteit te Rotterdam. De onderzoekers pleiten voor meer openheid vanuit de Rechtspraak en prudentie van de kant van de (burger)journalistiek waar het gaat om de zogenaamde trial by media nog voor het rechtsproces is begonnen.

De Rechtspraak vormt een belangrijk fundament van onze samenleving en is, evenals de samenleving zelf, onderhevig aan veranderingen. Zo schuiven we steeds verder op van een representatieve naar een deliberatieve democratie, waar urgementatie centraal staat. Het publieke debat speelt daarin een  cruciale rol en iedere burger moet in staat worden gesteld aan dit debat deel te nemen.

Met deze ontwikkeling zijn ook andere opvattingen over openbaarheid en informatievoorziening ontstaan. In de representatieve democratie verschafte de overheid informatie wanneer burgers daarom vroegen, als was het een gunst. Tegenwoordig beschouwen burgers de informatievoorziening als een recht waarop zij op ieder moment een beroep  moeten kunnen doen. Hierbij zijn media – als intermediair tussen politiek en burger –  meestal de recht opeisende partij.

Media zelf hebben echter zelf ook drastische veranderingen ondergaan. Zo richten de steeds commerciëler wordende media zich met name op wat de mediaconsument wil horen, lezen of zien. Daarnaast zorgt de opkomst van internet voor een andere vorm van journalistiek. Niet alleen de traditionele media verzorgen de nieuwsvoorziening, ook veel (semi)journalisten zijn actief en verspreiden via het internet het nieuws. Evenzo  kunnen burgers via zogenaamde social media actief participeren in de nieuwsvoorziening. Dit alles zorgt voor een explosieve toename van de hoeveelheid informatie waarbij het spreekwoordelijke ‘lopend vuurtje’ een stevige wind in de rug heeft gekregen.

Deze dominante positie van media in onze samenleving zien we terug in de relatie tussen media, politiek en Rechtspraak. De druk van concurrentie  dwingt journalisten tot een jacht op onthullingen en primeurs waarmee zij  kunnen ‘scoren’. Als antwoord hierop ontwikkelen politici en politieke partijen nieuwe strategieën voor hun omgang met media. Het politieke debat vindt daardoor niet langer alleen plaats in de politieke arena, maar vooral ook in de media. Politici volgen niet meer alleen de politieke logica, met bijbehorende spelregels, maar zij zijn zich steeds meer gaan voegen naar de spelregels van de media(logica) om kiezers te winnen en steun te krijgen voor hun beleid.

Brengen we deze ontwikkelingen in verband met de Rechtspraak, dan zien we  dat er een spanning is ontstaan tussen de verticale structuur die kenmerkend is voor gezag op basis van rationele argumentatie, zoals gewoon in de Rechtspraak, en de horizontaler geworden structuur van de samenleving die juist gelijkwaardigheid, zo niet gelijkheid, als kenmerk heeft.

De rechter is in zijn rechtsprekende taak gebonden aan het rationele argumentatiekader zoals dit door de wetgever is geformuleerd. Dit wettelijke kader vormt in analogie met de politieke logica en medialogica de ‘rechtspraaklogica’. Treedt de Rechtspraak buiten dit kader, dan verliest ze haar eigen basis.

Naast deze rechtspraaklogica is de Rechtspraak echter ook afhankelijk van draagvlak vanuit de samenleving waarbinnen zij functioneert. Evenals de politiek is ook de Rechtspraak niet langer meer de gezaghebbende instantie van weleer. Via de media vragen burgers om meer transparantie en verantwoording.

Hoewel het spreken van recht nog steeds alleen in de rechtszaal plaatsvindt, bemoeien steeds vaker grote groepen burgers zich met de zaak, vaak nog voordat het eigenlijke proces goed en wel is begonnen. Vooral burgerjournalisten en bezoekers van social media sites hebben weinig oog voor de rechtspraaklogica, zo blijkt uit het onderzoek.

De spanning tussen rechtspraaklogica en medialogica komt treffend naar voren in (het aantasten van) zowel de onschuldpresumptie als het recht op bescherming van de privacy van verdachten. Binnen de rechtspraak zijn deze gegarandeerd, in de media wordt hier meer en meer aan getornd. Vooral in de verschillende social media lijkt het een volkssport om zoveel mogelijk persoonlijke gegevens van de verdachte te vinden en te verspreiden, nog voor het rechtsproces van start is gegaan.

Om het gezag in deze veranderende samenleving te behouden is het voor de Rechtspraak belangrijk een pro-actieve houding aan te nemen waar het gaat om de informatievoorziening aan de (burger) journalistiek. Zwijgen over de juridische overwegingen, zoals gebeurde in de zaak Saban B. is dodelijk. Op zo’n moment zullen de media het vacuum van juridische uitleg zelf invullen. Op die manier staat de  rechtspraak direct op achterstand, terwijl een pro-actieve houding juist  kan zorgen voor meer begrip voor de rechtspraaklogica. Zonder afbreuk te doen aan diezelfde logica. Tegelijkertijd is het aan de (burger) journalistiek prudent om te gaan met de onschuld van een medeburger, omdat zo is  gebleken, een ieder van ons de volgende Lucia de Berk of Ina Post kan zijn.

fotobron

  1. 1

    Hoe meer de”burger “zich bemoeid met een rechtzaak des te minder kans is er dat er echt recht wordt gesproken.
    Rechters worden zowel bewust als onbewust beinvloed door een popularisering van de rechtspraak,als rechters zich ook nog zorgen moeten gaan maken over hun imago .

  2. 2

    Een deftig verhaal over het eenvoudige verschijnsel dat politie en justitie in het verleden veel te weinig van fouten hebben geleerd en daar inmiddels steeds vaker op worden afgerekend.

    Mag ik ook nog wat extra uitleg over de bespottelijke vonnisen van de Damschreeuwer en de waxinelichtgooier ?