Helden en weirdo’s
Vroeger was ik pacifist. Maar toen zij een slimmerik tegen me dat ik mooie luxe opvattingen had, maar dat je geen pacifist kunt zijn, wanneer je geen rechten hebt. Daar moest ik over nadenken. Is alle geweld in situaties van rechteloosheid gerechtvaardigd? Palestijnen tegen Israël? Hutu’s en Tutsi’s? Serviërs tegen moslims? Chaos in het hoofd. De grootste militaire activist is Amerika. Met ons trouwe bondgenootschap zijn wij toch mooi verbonden met “targeted killing”.
Een beetje pacifist voel ik me nog, vooral omdat ik het macho, triggerhappy type niet kan verdragen. Maar dat er soms geweld nodig is in de wereld werd wel steeds duidelijker. Misschien niet geweld om iets positiefs te bereiken, maar toch tenminste om waarden te verdedigen. In Ruanda lukte het niet totdat de strijdende partijen zelf orde schiepen, in Somalië lukt het niet, in het Midden Oosten lukt het ook nog niet. In Afghanistan?
Op Youtube zag ik onze oud bevelhebber Peter van Uhm, met een mooi betoog en een Dimaco in de hand. Met zijn verhaal was weinig verkeerd: een klassiek betoog over legitiem geweld, dat vooraf wordt gordgekeurd door een democratische regering. Hij was geinspireerd door zijn vader, die de binnenvallende Duitse soldaten niet kon raken met een aftands geweertje. Hij vertelde er niet bij dat de dag nadat hij bevelhebber van ons leger was geworden, zijn eigen zoon Dennis sneuvelde in Afghanistan. Hij had hem geinspireerd tot een militaire loopbaan. Dat hij hem niet noemde sneed door mijn ziel; maar de jonge vrouwelijke kapitein, die hem het geweer bracht was genoeg en dichter bij hem zelf hoefde zijn betoog ook niet.





