Is Jeanette Jane?
Ik moest dus op zoek naar een vrouw die door Erik Greveling Jane werd genoemd. Ik moest maar aannemen dat het een alleenstaande dame was. Daarvan bevatte het telefoonboek er acht: twee Ineke’s, een Jeanette, een Toosje, een Antoinette, een Marja, een Marijke en een Clara. Wie van die acht zou het kunnen zijn. Ik dacht natuurlijk, Eriks liefde voor de Angelsaksische literatuur kennende, eerstens aan Jeanette. Jeanette – Jane, dat leek me vrij logisch. Jeanette Verschuren, Julianastraat 26, las ik in het telefoonboek.
Wat zou ik doen? Een briefje schrijven, een telefoontje plegen of ’s avonds naar haar huis gaan om het haar persoonlijk te vragen? Ik besloot dat het laatste het beste was.
Jeanette bleek een ongeveer 50-jarige vrouw te zijn, rossig kort haar, sproetjes in het gezicht. Ik kende haar, omdat ik haar wel eens in de supermarkt had gezien. Ze woonde, zei ze, al dertig jaar in Egmond aan Zee, ze had mij ook wel eens opgemerkt. ‘Ik heb een vreemd verhaal, dat nogal lang duurt om te vertellen,’ zei ik. ‘Dan zet ik koffie, we hebben alle tijd van de wereld.’ Vervolgens begon ik Eriks leven en dood te beschrijven, zijn schrijverschap, zijn manuscripten waarnaar ik op zoek was, dat boek van T.C. Boyle, die stapels poststukken in zijn slaapkamer, en het spelletje dat Erik nu met me speelde.

