Het hart van de vrouw
Erik had dus een briefje voor me achtergelaten, daarop had ik een advertentie gezet in Het Kontakkie. Dat is nu uitgekomen en zojuist belde een vrouw, die met lachende stem zei dat ze niet Jane werd genoemd door Erik, dat ik het mis had. Toen hing ze op. Ik herkende de stem niet, en ik had ook niet kunnen vragen of ze dan To genoemd werd (afkorting van Toosje?) of misschien An (Antoinette?). To is de eerste vrouwelijke naam in het verhaal Descent of man, hij zit al in de titel, net als An. Daar had Jeanette me, slim, al op gewezen.
Maar ik was mijn interesse in die verhalen van Erik al kwijtgeraakt. Dat soort spelletjes speelt hij maar met iemand anders, ik laat me niet gebruiken. Als die To of die An, of weet ik hoe ze genoemd werd door Erik, op 1 september nog niets van me gehoord heeft, mag ze alles doen met die verhalen. Mijn zegen heeft ze.
Dit vertelde ik gisteravond aan Reijer Zwart, mijn overbuurman, en ik vertelde hem ook over Jeanette. ‘De een zijn dood is de ander zijn brood,’ reageerde hij. Reijer is vroeger lid geweest van SSS Alkmaar, een worstelvereniging. Hij kon aardig worstelen, vroeger. Hij is bijna even oud als ik, en waar ik totaal niet gespierd ben, zijn zijn armen en benen nog steeds kolossaal. Hij worstelt niet meer, maar hij ‘houdt het nog een beetje bij’ met gewichtheffen. Hij zou mij met één klap kunnen vermoorden, maar vermoorden doet hij niet. Reijer is een vreedzaam mens.


