Bedrijven compenseren bestuurders voor falen met aandelen

Begin deze maand stelde Jos Streppel dat het beloningsbeleid van veel bedrijven eenvoudiger zou moeten. Dat Streppel dat zegt is pikant: hij is als voorzitter van de Monitoring Commissie Corporate Governance (MCCG) het geweten van corporate Nederland. Dit jaar neemt Streppel afscheid van de MCCG, de commissie die toeziet op de naleving van de Code-Tabaksblat. Die code zou het old boys network dwingen tot een zuivere, zakelijke en redelijke beloningspraktijk. Die missie is niet geslaagd. Tien jaar nadat de Code-Tabaksblat het licht zag, concludeert Streppel dat een decennium lang roepen om transparantie veel mist heeft opgeleverd. Zo zegt hij in zijn afscheidsrapport: ‘In het algemeen is de verantwoording over beloningsstructuren en het beloningsbeleid in de jaarverslagen niet eenvoudig en inzichtelijk. De opeenvolgende commissies zijn er niet in geslaagd om hier verbetering in aan te brengen.’ Met die uitspraak doelt Streppel met name op de verslaglegging van beloning in de vorm van aandelen. De waarde van die populaire beloningscomponent voor bestuurders is niet alleen vaak hoog, maar op uiteenlopende manieren weergegeven in de jaarverslagen, zo ontdekten wij vorig jaar toen we werkten aan een artikel voor Vrij Nederland (pdf).

Door: en Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: copyright ok. Gecheckt 10-02-2022

Duopolie | De één-armige econoom

COLUMN - Een wanhopige president Harry Truman vroeg zijn medewerkers ooit om een één-armige econoom, die niet altijd ‘on the one hand…on the other hand’ zou zeggen. Meer dan zestig jaar later lijkt er niet veel veranderd. Vorige week werd de Nobelprijs voor de economie toegekend aan economen met gedeeltelijk tegenstrijdige theorieën over financiële markten. De gevolgen waren sceptische bloggers en een paar negatieve commentaren op onze column over de efficiënte markthypothese. Dezelfde scepsis is voelbaar rondom het feit dat veel economen de crisis niet zagen aankomen en een recent schandaal waarin een invloedrijk artikel over de gevaren van overheidsschuld op een pijnlijke programmeerfout bleek te berusten. Er lijkt onder veel mensen een beeld te bestaan van economische wetenschap als een theoretische stijloefening die niets met “de echte wereld” te maken heeft. 

In een recent artikel weerspreekt vooraanstaand econoom Raj Chetty het idee van theoretische navelstaarderij. Hij betoogt dat economen juist veel aandacht besteden aan het wetenschappelijk testen van hun theorieën. Een blik op de inhoudsopgave van recente edities van vooraanstaande vaktijdschriften als de American Economic Review en de Quarterly Journal of Economics staaft deze bewering: het overgrote deel van de artikelen bevat een empirische analyse van beleidsrelevante vragen. Systematischer onderzoek laat zien dat dit al decennia het geval is.

Foto: Free Photo Fun (cc)

De keerzijde van ‘kaizen’ of: de last van ‘lean’

OPINIE - Recent suggereerde Peter de Waard in De Volkskrant (´Was Toyoda het grootste autogenie?` d.d. 24-9-2013) dat het succes van de Japanse autofabrikant Toyota niet zozeer aan het collectief en kaderdiscipline toe te schrijven zou zijn, maar veel meer aan het genie van de leider Eiji Toyada en de door hem geïntroduceerde en toegepaste managementfilosofie, de zogenaamde ‘kaizen’. Dit staat ook wel bekend als het Toyota Production System (TPS).

In de TPS-leer zijn alleen die productiehandelingen waardevol die ‘waarde toevoegen voor de klant’, dat wil zeggen waarvoor deze bereid is te betalen: “de klantvraag staat centraal,” heet het dan. Alle overige handelingen (“uit het raam kijken,” etcetera) zijn verspilling en dienen door tegenmaatregelen (“kranten voor de ramen, oogkleppen?”) te worden geëlimineerd. Vandaar dat de TPS-leer ook wel bekend staat onder de naam ‘Lean’. Andere essentiële elementen in het TPS zouden bestaan in het zoveel mogelijk medewerkers zelf laten nadenken over de manier waarop ze werken en het daarbij voortdurend stimuleren van innovatieve ideeën, bij voorkeur van de werkvloer, om zodoende een zichzelf versterkende cultuur van ‘continu verbeteren’ te bewerkstelligen. Wie kan daar nou tegen zijn? En dan hebben we er ook nog de Toyota Corolla aan te danken!

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Foto Wikimedia. copyright ok. Gecheckt 25-10-2022

Gevraagd: economen zoals Jan Pen (m/v)

COLUMN - Onlangs verscheen Vandaag staat niet alleen, een bloemlezing uit de meer dan 160 essays en memoires die de bekende econoom Jan Pen (1921-2010) vanaf de jaren ’60 schreef voor Hollands Maandblad. Pen vond dat veel van zijn werk geen eeuwigheidswaarde bevat, maar wie zijn essays, columns en boeken leest moet toegeven dat Pen relevant blijft. Aan economen zoals Pen is zelfs steeds meer behoefte.

Jan Pen was Neerlands beste ‘uitlegger’ van de economie. Denk aan Moderne Economie uit 1958, Het aardige van economie (1966) of Kijk, economie (1979). Het was ook zijn ambitie: ‘orator didacticus’ zijn. Maar op de een of andere manier stond de rol van ‘uitlegger’ bij hem zelf niet in hoog aanzien. Pen afficheerde zichzelf ook wel eens als ‘economisch journalist’, waarmee hij zichzelf toch echt tekort deed. Pen was een orator didacticus, is mijn stelling, juist omdat hij wetenschappelijk gevormd was. Pen had daardoor een glasheldere stijl van redeneren, maar ook de kundigheid die hem autoriteit verschafte.

Er is veel behoefte aan economen die met toegankelijke economische concepten de wereld begrijpelijker maken. Neem de financiële crisis of de onlangs opgelaaide Nederlandse pensioendiscussie. Mijn inschatting is dat de meerderheid van de Nederlanders eigenlijk in het duister tast en graag te raden zou gaan bij een publiekseconoom die de complexiteit behapbaar kan maken met heldere taal en treffende beelden.

Foto: copyright ok. Gecheckt 10-02-2022

Duopolie | Nobel

COLUMN - De economen Eugene Fama, Robert Shiller en Lars Peter Hansen wonnen afgelopen maandag “de Nobelprijs van de economie” (dat bekt lekkerder dan Sveriges Riksbank Prize in Economic Sciences in Memory of Alfred Nobel). Het is opvallend hoe divers de winnaars zijn. Kort door de bocht kun je zeggen dat Fama de efficiënte markthypothese heeft bedacht, Shiller heeft laten zien wanneer deze opgaat en vooral ook wanneer deze niet opgaat, en Hansen het mogelijk heeft gemaakt om de hypothese goed te testen. De keuze voor met name Fama is gedurfd, omdat de efficiënte markthypothese niet zo’n goede naam meer heeft sinds de financiële crisis.

Het ‘efficiënte’ deel van de efficiënte markthypothese wil zeggen dat informatie in aandelenprijzen wordt doorgerekend. Dit heeft dan weer alles te maken met concurrentie: zodra een beurshandelaar bijvoorbeeld hoort dat Shell een nieuw olieveld heeft gevonden, zal hij snel het aandeel proberen te kopen. Hierdoor stijgt de prijs van het aandeel zodat de nieuwe informatie meteen verwerkt is. Concurrentie is de kracht van het model, want op zich hoeft er maar één belegger nieuwe informatie te hebben om de informatie efficiënt te verwerken, als hij tenminste over voldoende geld beschikt. De efficiënte markthypothese wil zeggen dat je in principe geen hoger rendement kan halen dan in de marktportefeuille (bijvoorbeeld de AEX of Dow Jones), tenzij je extra risico neemt.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Pim Geerts (cc)

Maatregelen tegen jeugdwerkloosheid geldverspilling

OPINIE - De EU stelt maar liefst acht miljard euro beschikbaar voor projecten om jongeren beter naar de arbeidsmarkt te begeleiden, las ik vorige week in dit stuk van mijn Sargasso-collega Jos van Dijk. Ook lidstaat Nederland laat zich niet onbetuigd. Onlangs maakte de overheid bekend dat er ter bestrijding van de oplopende jeugdwerkloosheid nog eens vijftig miljoen euro extra zal worden geïnvesteerd in leerbanen, stageplekken en beter onderwijs voor jongeren.

Hoewel sympathiek, is het nutteloze geldverspilling. Als we bijvoorbeeld kijken naar deze publicatie (pdf) van het CBS, dan zien we dat tussen 2002 en 2009 zowel de kort- als langdurige werkloosheid voor alle leeftijdsgroepen min of meer gelijk opgaat met de macro-economische conjunctuur. Ook na 2009 is deze relatie natuurlijk gewoon intact gebleven.

Overigens is het natuurlijk helemaal niet vreemd dat met name de jeugdwerkloosheid sterk conjunctuurgevoelig is. Jongeren zijn immers afhankelijk van nieuwe of nieuw openvallende banen. In een periode van laagconjunctuur zullen er daar vanzelfsprekend maar weinig van zijn.

We kunnen er veilig vanuit gaan dat sinds 2009, toen de jeugdwerkloosheid nog onmiskenbaar conjunctuurafhankelijk was, de arbeidsvaardigheden van de Nederlandse jongeren niet wezenlijk zijn veranderd. Het probleem zit ‘m dus niet in het aanbod van arbeid, maar in de vraag naar arbeid. De maatregelen die de onze overheid voorstelt – kort gezegd: betere training voor jongeren – lossen op dit moment dan ook geen enkel probleem op.

RWE omarmt energietransitie

The massive erosion of wholesale prices caused by the growth of German photovoltaics constitutes a serious problem for RWE which may even threaten the company’s survival.

Vorige Volgende