Twintig jaar onderzoek naar de boze burger

Na de moord op Pim Fortuyn, twintig jaar geleden, kregen we te maken met een nieuw fenomeen: de boze burgers. Jelle van der Meer en Marcel Ham plozen uit hoe de wetenschap al die jaren dacht over boze burgers. De moord op Pim Fortuyn op 6 mei 2002 bracht het land in shock. Maar achteraf gezien, heeft het enorme electorale succes van Fortuyn en zijn partij LPF een veel grotere impact gehad op politiek en samenleving. Een slagveld was het, in zetels. Niet voor niks heette dit al snel ‘de opstand’ en ‘de revolte’; daaruit sprak schrik en angst. Het had grote indruk gemaakt dat op de avond van de moord een woedende menigte Fortuyn-aanhangers aan de poorten van het Binnenhof stond te rammelen. Het beeld van ‘boze burgers’ was geboren. De analyses en onderzoeken kwamen onmiddellijk op gang en zijn sindsdien niet meer gestopt. Wie zijn zij, wat willen zij? Zijn ze wel boos? We zetten twintig jaar onderzoek op een rijtje. En beginnen bij het begin. Acht jaar paarse coalitie Een revolte lag rond de eeuwwisseling niet in het verschiet. Na acht jaar paarse coalitie (VVD, PvdA en D66) stonden de economische indicatoren op zonneschijn. Als die opstand er dan opeens toch is, staan columnisten en opiniemakers onmiddellijk met hun duidingen klaar. Ze gaan alle kanten op. Het zijn ‘onzekere burgers’ in identiteitscrisis door ongereguleerde immigratie en een mislukte integratie (onder anderen Paul Scheffer). Of ‘verliezende burgers’ die de nadelen voelen van neoliberalisering en globalisering (onder anderen René Cuperus). Door de ‘politieke elite monddood gemaakte burgers’, vanwege hun ‘racistische’ zorgen over de multiculturele samenleving (onder anderen Afshin Ellian). ‘In de steek gelaten burgers’, door een bureaucratische overheid die niet levert wat ze zou moeten leveren (o.a. Gabriël van den Brink), of juist ‘assertieve, veeleisende burgers’ die ongeduldig hun vinger opsteken (ook Gabriël van den Brink). Of ‘de teleurgestelde kiezers’ die politiek de weg zijn kwijtgeraakt omdat de ont-ideologiserende partijen op elkaar zijn gaan lijken, samengeklonken tot een politiek-bestuurlijke kaste die de werkelijke noden van de burgers niet meer ziet (bijna allen). Revolutionaire trekken De grote gemene deler is een alarmistische toon over een gevaarlijk smeulend ongenoegen, en een vertrouwensbreuk tussen kiezer en gekozene, met revolutionaire trekken. De politiek had dit moeten onderkennen. En zeker ook de beleidsonderzoekers. Daarmee heeft men vooral het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) op het oog. Het SCP zag vooraf geen revolutionaire stemming en ziet die ook achteraf niet. De SCP-rapporten prediken keer op keer geruststelling en kalmte: onderzoek toonde geen heftige stijgende trends in onvrede en ontevredenheid onder de Nederlanders. 2002 was een samenloop van omstandigheden, zo luidt de analyse: een deel van de kiezers was om verschillende redenen uitgekeken op paars, en een charismatische buitenstaander slaagde erin die uiteenlopende groepen te mobiliseren op onvrede over zorg, veiligheid en natuurlijk migratie en integratie. Ontevredenheid over beleid, leidend tot een democratische afrekening met een kabinet, is iets anders dan een fundamentele breuk. Daarvan was geen sprake, en van afkeren van de politiek evenmin, gezien de hoge opkomst (Dekker & De Hart 2003). Het gaat de verkeerde kant op Een direct gevolg van de Fortuyn-revolte is een toename van opiniepeilingen en opinieonderzoek bij media, wetenschap en beleidsonderzoek. Om de vinger aan de pols te houden, breidt het SCP zijn systematische bevolkingsonderzoek stevig uit, met vanaf 2008 zelfs elk kwartaal een monitor onder de naam Burgerperspectieven. De onderzoeken laten zien dat het vertrouwen in de politiek sterk reageert op actualiteiten (crises, verkiezingen, nieuw kabinet), met pieken en dalen. Op de lange termijn – tot heden – is er door alle schommelingen heen hoogstens een licht dalende trend voor het vertrouwen in regering en Tweede Kamer. Opvallend is een andere uitkomst: Nederlanders zeggen tevreden te zijn over hun eigen leven, maar dat gaat samen met onbehagen over de samenleving. Jaar op jaar, tot vandaag aan toe, is er een vrij constante meerderheid van rond de 60 procent die vindt dat het met Nederland de verkeerde kant op gaat. Gevraagd naar oorzaken, komen er thema’s langs als veiligheid, zorg, economische onzekerheid, ongelijkheid, ‘de politiek’ en immigratie en integratie. De volgorde wisselt van jaar tot jaar, maar bijna altijd staan bovenaan de zorgen over het samenleven: de omgangsvormen, het gebrek aan fatsoen en respect, verlies van gemeenschapszin. Ergernis en machteloosheid De uitkomsten gelden voor alle soorten Nederlanders, maar er zijn wel verschillen tussen groepen, met opleiding als belangrijkste verschilmaker. Onder lager opgeleiden is er minder tevredenheid over het eigen leven, meer onbehagen over de samenleving, minder vertrouwen in de politiek en minder tevredenheid over het functioneren van de democratie. Omdat het onbehagen zo hardnekkig en breed aanwezig is, verdiept het SCP zich erin en probeert het te achterhalen welke emoties mensen voelen bij hun verhalen (Dekker e.a. 2013). En dat zijn vooral ergernis en machteloosheid, en iets minder ook boosheid. Boosheid gaat samen met het aanwijzen van schuldigen, met name ‘de politiek’ die burgers negeert en niets van hun problemen begrijpt. Deze groep ‘boze burgers’ is negatiever over politiek, migranten en de EU. Ze zijn niet politiek afgehaakt, juist meer dan gemiddeld politiek en maatschappelijk betrokken; ze gaan vaker stemmen (vooral PVV) of participeren anderszins. Deze categorie ‘boze burgers’ vormt echter slechts een paar procent van die grote groep Nederlanders met onbehagen. Onderstroom wordt bovenstroom Niet zozeer boosheid dus, maar maatschappelijk onbehagen is wat ons plaagt. Nederland is geen uitzondering, ook in de meeste andere Europese landen is een dergelijk onbehagen zichtbaar, constateert socioloog en politicoloog Eefje Steenvoorden (2016). En in vergelijking is Nederland een van de minst pessimistische landen. De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) wijst in een advies aan het kabinet op mogelijke oorzaken als individualisering en meritocratisering, en noemt onbehagen een diffuse free-floating emotie. Mensen voelen dat zelf anders. Zij koppelen hun onbehagen aan concrete ervaringen en vraagstukken, zoals migratie, veiligheid en fatsoenlijk samenleven, waarvan ze niet snappen dat ze niet allang opgelost zijn. En dat dat niet is gebeurd, versterkt het gevoel van frustratie (RMO 2013). Grote maatschappelijke kloven Als je het kwantitatieve en kwalitatieve onderzoek op een rijtje zet, springen twee pijnpunten eruit. Met voorop machteloosheid: een gevoel bij velen geen grip te hebben op samenleven en samenleving. En als tweede een vervreemding van de politiek: de afstand, het gevoel niet gezien, niet begrepen en niet gehoord te worden. Deze pijnpunten zijn niet uniek bij specifieke groepen te traceren, al weten we van de kwantitatieve onderzoeken dat ze niet gelijk verdeeld zijn. Het onbehagen is geen onverschilligheid; mensen tonen politieke en maatschappelijke betrokkenheid, die echter samengaat met een gevoel geen invloed te hebben. Ze uiten hun grote zorgen over wisselende kwesties, zonder dat duidelijk wordt waar precies de schoen wringt, laat staan in welke richting mensen oplossingen zoeken. Veel commentatoren weten het wel. Zij wijzen op grote, maatschappelijke kloven veroorzaakt door sociaal-economische en sociaal-culturele ongelijkheden. Met vooral opleiding als verdelende factor. Het onbehagen is een uiting van onvrede hierover, de oplossing is het dichten van die kloven. De toon van deze analyses is net als twintig jaar geleden vaak alarmistisch – ‘veenbrand’, ‘de perfecte storm’ – en daarin resoneert de angst voor een herhaling van een Fortuyn-achtige opstand door een onderklasse. Niet alleen boos, maar ook afgehaakt (zie bijvoorbeeld de Atlas van afgehaakt Nederland (De Voogd & Cuperus 2021)). Sluimerende revolutie Brandstof voor deze ongerustheid is de groeiende steun voor populistische partijen. Los van de vraag of deze partijen inderdaad een gevaar zijn voor de democratie − onder politicologen woedt daarover een stevig debat − valt te betwisten of het onbehagen inderdaad een onderklassevraagstuk is en een sluimerende revolutie in zich draagt. Sociaal-economische thema’s als ongelijkheid komen in de onderzoeken, zowel enquêtes als interviews, niet bovendrijven als de grootste zorgen. Bovendien bestaat het onbehagen bij een veel grotere groep Nederlanders dan alleen bij een laagopgeleide onderklasse. Onderzoeken tonen geen toename in maatschappelijk of democratisch afhaken. Het gaat er niet om of er ongelijkheden bestaan in Nederland. Waar het hier wel om gaat, is dat het onbehagen niet een-op-een gekoppeld is aan die ongelijkheden. Daarmee zoek je in de verkeerde richting. Boze protesten Net zomin kan onbehagen gekoppeld worden aan boze protesten. Dat zijn collectieve uitingen van onvrede op een specifiek thema. Denk aan boeren tegen stikstof, studenten tegen leningen, Groningers voor meer compensatie, gekleurde Nederlanders tegen Zwarte Piet en voor Zwarte Levens, buurtbewoners tegen asielzoekerscentra, anti-vaxers voor vrijheid, enzovoort. Elke tijd heeft zijn protesten, en soms waren die een stuk groter of heftiger dan tegenwoordig, zoals de krakersrellen en vredesdemonstraties van begin jaren tachtig. Ergens in de afgelopen jaren is de ‘boze burger’ een etiket geworden dat op allerlei protest of ontevredenheid wordt geplakt. Met steeds de betekenis: pas op, dit staat voor veel meer; en als subtekst: misschien maar een beetje toegeven. De ‘boze burger’ wordt gezien als een ‘risicoburger’ (Van Gunsteren, geciteerd in Verhoeven 2009). Dat is te angstig. Protest, boosheid en zelfs ressentiment, van welk slag dan ook, horen bij een democratie. Coherente politieke visie We verwijzen nog een keer naar de RMO, die het onbehagen beschrijft als een diffuse free-floating emotie. De filosoof Hans Blokland schreef in een mooi essay over onbehagen dat je niet moet verwachten dat mensen heel precies en consistent onder woorden kunnen brengen wat ze denken en vinden van politiek en samenleving. Blokland: ‘Ondanks een voortdurend stijgend scholingsniveau beschikken mensen ook vandaag maar zelden over een enigszins consistente en coherente politieke visie, en worden zij vooral bewogen door vooroordelen, beelden, emoties en wanen van de dag.’ Daardoor is het lastig om te achterhalen waar voor burgers de pijn zit achter dat maatschappelijk onbehagen. Met als gevolg dat iedere onderzoeker, journalist of politicus daar iets in kan leggen. Niet gehoord, niet gezien, niet begrepen Populistische politici maken hier gebruik van; ze zullen de mensen precies vertellen waaronder ze gebukt gaan (veiligheid, migranten) en wijzen op ‘de Puinhopen van Paars’ of ‘de Ravage van Rutte’ (Baudet). Goede politici zullen mensen de ruimte geven om met elkaar en samen met hen op zoek te gaan naar hun problemen, wensen en verlangens achter het onbehagen. We hoeven nu niet verder te zoeken, eigenlijk weten we genoeg. De rode draad in alle onderzoek naar onbehagen is een gevoel van machteloosheid en van verbroken verbindingen, waaronder met de politiek. Mensen voelen zich niet gehoord, niet gezien en niet begrepen. Dan is het antwoord: ga in gesprek. Laat mensen vertellen over hun leven en hun problemen, over hun zorgen en over samenleven. Begin met het herstel van verbinding, leg een brug tussen hun leven en dat van anderen en de politiek. Doe op die manier iets aan die machteloosheid. Spreekuren in de wijk Laten we het concreet maken: gemeenteraadsleden en wethouders gaan ieder minstens eenmaal per week een dagdeel spreekuur houden in een vaste buurt of wijk. Doel: luisteren, ervaringen uitwisselen, problemen leren kennen, elkaar serieus nemen. En serieus nemen betekent zo nodig ook tegenspreken. En helpen is niet per se overnemen, maar ook niet met een kluitje in het riet sturen. Te snel heet dat cliëntelisme, maar dat is watervrees; politici zijn volksvertegenwoordigers en daarbij hoort contact met de kiezers. Veel zorgen zijn landelijk en dus gaan ook landelijke politici (Eerste en Tweede Kamerleden) spreekuren houden op vaste plekken. Waarom moet het regionale ziekenhuis dicht? Waarom gaan de grenzen niet dicht? Waarom worden er niet meer huizen gebouwd? Spreekuren zouden een toeslagenaffaire veel eerder aan het licht brengen. Hoe is het mogelijk dat Kamerleden niet weten hoe hun regels in de praktijk uitpakken? Onbegrijpelijke regels We gaan nog een stap verder. Ook de hoogste bestuurders van de instanties waarmee burgers dagelijks te maken hebben, moeten uit hun cocon komen: de woningcorporaties, de zorginstellingen, de zorgverzekeraars, het UWV, de Belastingdienst, de politie... Ook zij weten onvoldoende wat er leeft bij mensen. Met vrijwel alle instanties ervaren burgers afstand en onbereikbaarheid; ook figuurlijk, door onbegrijpelijke regels en gebrek aan inlevingsvermogen bij uitvoering. Het is voor burgers belangrijk dat zij directeuren zien, en voor directeuren − of hoe zij zich ook noemen − is het belangrijk dat zij burgers zien en spreken, hun leven en hun problemen kennen. Ten slotte: mensen – buren, wijkbewoners, dorpsbewoners, stadsbewoners, burgers – moeten ook met elkaar gaan praten, in het echt, niet alleen op sociale media. Om te beginnen over het samenleven. Van alle verbindingen is deze het moeilijkste, want hoe organiseer je dit? In ieder geval kunnen de spreekuren met politici en bestuurders mensen helpen stappen te zetten als ze herontdekt hebben dat ze niet machteloos zijn als ze samenwerken. Mensen met de meeste toerusting op dit gebied kunnen hierin een voortouw nemen. Noblesse oblige. Gebrek aan verbindingen We leven in tijden van pessimisme. Niet de ongelijkheden of kloven zijn het eerste probleem, dat is wel het gebrek aan verbindingen. ‘Van kloof naar brug’, in de woorden van Tim ’S Jongers in zijn Participatielezing van dit jaar. Uitwisseling van ervaringen, om een einde te maken aan het gevoel van mensen dat ze niet gezien worden. Het meest vernederende, zo schrijft de filosofe Marjan Slob in de Volkskrant begin 2022, is dat er niet werkelijk naar je gekeken wordt. ‘Dat je wordt genegeerd. Dat je een figurant bent in het verhaal van een ander.’ Laten we proberen om verhalen te verbinden. Dit artikel verscheen eerder bij Sociale Vraagstukken. Jelle van der Meer is journalist. Marcel Ham is hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Dit is een ingekorte versie van het boek 'Niet boos maar machteloos. Twintig jaar onderzoek naar de boze burger', te bestellen bij Uitgeverij Van Gennep. -o-o-o- Bronnen Blokland, H. (2006). Een poel van maatschappelijk onbehagen. De Witte Raaf, editie 120, maart/april Dekker, P. & J. de Hart (2003). Geen knieval voor het tijdgeestje: het SCP en de onvrede van 2002. Beleid & Maatschappij 30 (1) Dekker, P., J. den Ridder (2011). Stemming onbestemd. Verdiepingsstudie Continu Onderzoek Burgerperspectieven. Den Haag: SCP Dekker, P., L. van Noije & J. den Ridder (2013). Overvloed aan onbehagen. In: RMO, Het onbehagen voorbij. Een wenkend perspectief op onvrede en onmacht. Den Haag: RMO Lange, S.L. de, J. Zuure (2018). Woest. De kracht van verontwaardiging. Amsterdam: ROB/UAP (zie ook deze bewerkte versie) RMO (2013). Het onbehagen voorbij. Een wenkend perspectief op onvrede en onmacht. Den Haag: RMO Tim ’S Jongers. (2022). Beledigende broccoli. Over de ervaringskennis van kwetsbaren. Van Gennep SCP (2021). Verschil in Nederland. Zes sociale klassen en hun visies op samenleving en politiek. Den Haag Slob, M. (2022). De tijd van hautaine polemiek is voorbij. De Volkskrant, 21-1-2022 Steenvoorden, E. (2016). Societal Pessimism: A Study of its Conceptualization, Causes, Correlates and Consequences. Proefschrift UvA Verhoeven, I. (2009). Burgers tegen beleid. Een analyse van dynamiek in politieke betrokkenheid. Amsterdam: Aksant Voogd, J. de, R. Cuperus (2021). Atlas van afgehaakt Nederland. Over buitenstaanders en gevestigden. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Door: Foto: Foto Engin Akyurt portrait of an angry man, via unsplash.
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Poetry du Jour | Gelukkig is het goede aan iets lang laten duren dat alles weer terug stil valt

Lieke Marsman, onze Dichter des Vaderlands, was ziek, is ziek: ze heeft kanker, kraakbeenkanker. Dat werd al in 2017 geconstateerd. Lieke Marsman heeft hierover geschreven in haar boek De volgende scan duurt 5 minuten.

En ze is daarvoor behandeld, met radiotherapie. Helaas heeft die bestraling niet geleid tot genezing. Haar arm en schouder zijn nu geamputeerd.

Sterkte Lieke. We denken aan je.

Het gedicht ‘Vasthoudendheid’, is het openingsgedicht van haar debuutbundel Wat ik mijzelf graag voorhoud, uit 2010.

 

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Closing Time | Skyrim – The Dragonborn Comes (VoicePlay)

Het was al eer een tijdje geleden dat we hier wat computerspelletjesmuziek hadden. Deze keer, in plaats van het (vaak ook heel gave) elektronische gepriegel, Heel Wat Anders: namelijk een a capella nummer van het computerspel Skyrim V – The Elder Scrolls. Nadat je een opdracht hebt vervuld, als ik het goed begrepen heb, kun je de barden die je tegenkomt in het spel het voor je laten zingen. Het spel schijnt een klassieker te zijn, maar uit eigen ervaring kan ik er niets over zeggen helaas. Deze uitvoering van het nummer is gemaakt door de a capella groep VoicePlay.

Foto: Kotomi_ (cc)

Searching for Utopia

Bij het kunstevenement ArtZuid plaatst men in het Amsterdamse stadsdeel Oud-Zuid allerlei contemporaine sculptuur. Die staat er dan een tijdje en gaat dan weer weg, waarna twee jaar later weer andere beelden worden geplaatst. Vaak is het  aanbod geslaagd, in 2017 was het onthutsend voorspelbaar en meestal is er een absolute publieksfavoriet. Geen enkel kunstwerk maakte meer en positievere reacties los dan “Searching for Utopia”, dat in 2011 stond aan de Apollolaan. Een gigantische schildpad, waarop een mannetje zat, langzaam zoekend naar een betere wereld.

De populariteit kwam misschien door de locatie. Het beeld stond meteen achter een oorlogsmonument. Een prachtige aanvulling die bij menigeen de associatie opriep met Bloems’ constatering “zo moeizaam triomfeert gerechtigheid”. Het kunstwerk was echter ook uit zichzelf geweldig en mocht wat langer blijven staan om ArtZuid de gelegenheid te geven de fondsen te verzamelen om het aan te schaffen. Dat is dus niet gelukt.

Ik fiets zes keer per week langs de plek waar “Searching for Utopia” heeft gestaan. Regelmatig denk ik eraan hoe Amsterdam een mooi kunstwerk misliep. Twee jaar geleden zag ik het onverwacht terug: het staat tegenwoordig in Namen, halverwege de heuvel waarop Menno van Coehoorn de citadel bouwde. U ziet het beeld hierboven. Ik gun de hoofdstad van Wallonië het allerbeste, maar het steekt. (Er schijnt een ander kopie van het beeld te staan in Nieuwpoort.)

Foto: (bron: livius.org)

De eerste filosofen (10): De atoomtheorie

De deeltjes van Leukippos en Demokritos

ACHTERGROND - Leukippos leefde in Thracië, het Griekse gebied ten noorden van de Egeïsche Zee. Volgens deze filosoof bestaat alles wat is uit heel kleine, ondeelbare elementen, die hij atomen noemde. Daarbij stelde hij dat alles een kenbare natuurlijke oorzaak heeft. Er zijn geen goden, en er is geen hogere wil of kracht die bepaalt wat er gebeurt. En dus ook geen Nous.

Zijn leerling Demokritos, afkomstig uit dezelfde regio, werkte deze theorie verder uit. De atomen zijn volgens hem ondeelbaar, maar verschillen wel van vorm en eigenschap. Atomen bewegen zich door het niets, het liefst in een rechte lijn, en zonder doel.

Deze bewegingen hebben een oorzaak: botsingen met andere atomen. En tijdens dit rondvliegen van de atomen ontstaan weer andere botsingen, waarbij de zware atomen zullen klonteren en de lichtere naar de buitenkant zullen dringen. Dit is het proces waaruit grotere gehelen kunnen ontstaan. Dit alles gebeurt volstrekt toevallig.

De eigenschappen van de atomen zelf kunnen we niet zien. Maar als de atomen combinaties gaan vormen en zodoende grotere elementen creëren, dan geven zij hun eigenschappen wel aan die elementen mee. Zodoende kunnen de verschillende eigenschappen van de onderliggende bouwstenen tóch zichtbaar worden.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

DNB: Excuses voor bijdrage aan slavernij

“We moeten niet vergeten dat slavernij ons welvaart heeft gebracht” – het had ook gezegd kunnen worden door Klaas Knot die vandaag namens De Nederlandsche Bank (DNB) excuses heeft aangeboden voor de bijdrage die de bank heeft geleverd aan de slavernij (maar het werd helaas gezegd door een VVD’er die de dingen graag “in hun tijd” ziet). Onderzoek laat zien dat DNB werd opgericht met geld dat voor een deel is verdiend met slavernij en daarna indirect verdiende aan slavernij. Daarvoor biedt DNB vandaag dus excuses aan. Nu de Nederlandse Staat nog.

Foto: Zomeraanbod Museum MORE in Gorssel en Ruurlo © Museum MORE. copyright ok. Gecheckt 09-11-2022

Kunst op Zondag begint museale zomer in museum MORE

VERSLAG - Museum MORE is klaar voor een gastvrije zomer. Voor Kunst op Zondag bezocht ik twee nieuwe exposities in Museum MORE in Gorssel. In de Tuinzaal hangen 40 doeken van Anya Janssen. In de grote expositieruimte op de eerste etage is een retrospectief ‘Het leven als spektakel’ van de Duitse schilder Norbert Tadeusz (1940-2011) te zien. De derde mijlpaal is de viering van de 80ste verjaardag van kunstenaar Pat Andrea (1942) vandaag, zondag 26 juni, in Museum MORE op Kasteel Ruurlo.

Eerste uitgebreide solo Anya Janssen

Het team van Museum MORE geeft Anya Janssen (Arnhem, 1962) alle ruimte in de lichte en ruime tuinzaal voor haar eerste, uitgebreide expositie. Voor Earthlings dook kunsthistoricus en gastcurator Fleur Junier in het werk van Janssen. Samen met de kunstenaar heeft Junier een selectie gemaakt van zo’n veertig doeken uit Janssens werk vanaf begin jaren negentig tot nu. In de tuinzaal kun je deze keuze nu zelf verkennen.

Museum MORE- Ecce Homo (2019) © Anya Janssen- particuliere collectie© foto Hans Wijninga

Ecce Homo (2019) © Anya Janssen, Particuliere collectie © foto Hans Wijninga.

Janssen en de mens

Anya Janssen is gefascineerd door de mens. Ze bekijkt de mens met grote bewondering en laat dit gevoel zien in monumentale portretten. In de beginjaren schildert Janssen vooral zichzelf, later juist de medemens. Met Ecce Homo gaat ze voor even, terug naar het zelfportret. Janssen gaat in dit werk de confrontatie aan met haar eigen sterfelijkheid, geïnspireerd op het werk van de zeventiende-eeuwse schilder Francisco de Zurburán. Het is meer dan een zelfportret in traditionele zin, Janssen verschijnt ook als metafoor. Als een zinnebeeld van vergankelijkheid.

Foto: (c) Livius.org

De eerste filosofen (8): Anaxagoras

ACHTERGROND - We gaan nu drie filosofieën behandelen die probeerden het probleem van Parmenides op te lossen. Parmenides stelde: hoe kan verandering plaatsvinden in een wereld waarin iets niet zomaar kan veranderen in iets anders?

De Milesiërs

De eerste is de filosofie van Anaxagoras, een reizende goeroe die werkte als filosoof en astronoom.

Het zal lezers opvallen dat de naam van deze man irritant veel lijkt op zijn collega’s Anaximandros (die van die oerchaos) en Anaximenes (die van dat water). Alle drie waren ook afkomstig uit de regio van Milete. Anaxagoras bracht de filosofie daarvandaan naar Athene, waar hij zich als eerste grote filosoof zou vestigen.

Anaxagoras was wat jonger dan zijn bijna-naamgenoten en zag zich geconfronteerd met de vraag van Parmenides: hoe kan verandering bestaan als iets niet zomaar in iets anders kan veranderen, verdwijnen of verschijnen?

Alles zit in alles

Om te beginnen sloot Anaxagoras zich aan bij zijn filosofische voorvader Anaximandros, door te stellen dat de wereld is ontstaan uit een soort oerchaos. Maar het onbestemde element apeiron waarmee Anaximandros die oerchaos probeert te omschrijven laat Anaxagoras verder links liggen.

De oerchaos, beredeneert Anaxagoras, moet eruit hebben gezien als een ongeordende hoeveelheid minuscule deeltjes: de onveranderlijke elementen. Zij zijn oneindig klein en hebben altijd bestaan en zullen altijd bestaan.

Closing Time | Bots Boerendans

Geen boterberg, geen melkplas meer
Maar een gezonde juttepeer
En frisse lucht, tot besluit
Ieder voelt zich fijn, een keer er tussenuit

In 1990 wist Bots de boeren wel een hart onder de riem te steken: als het je allemaal even teveel wordt, ga dansen!

En Bots was ook niet te beroerd een advies mee te geven voor de malaise waarmee boeren destijds mee werden geconfronteerd: De veestapel moest… (u raadt het al?).
Welnu, zong Bots, doe de koeien weg en ga fruit telen. Een lekkere Hollandse juttepeer bijvoorbeeld.

Quote du Jour | Tandje bij zetten

De Nederlandse ziekenhuizen moeten eerst zelf een tandje bij zetten om de wachtlijsten weg te werken voordat hulp uit Duitsland aan bod komt.

Dat vindt minister Kuipers van VWS tenminste. Een dergelijk genereus aanbod zo hooghartig afwimpelen getuigd voor een behoorlijke blindheid voor de stand van zaken. Als de minister een beetje goed was geïnformeerd, dan zou hij weten dat het ziekteverzuim in de zorg nog steeds torenhoog is.

Foto: (c) Livius.org

De eerste filosofen (7): Zenon van Elea

Een gelopen wedstrijd

ACHTERGROND - Achilleus en een schildpad besluiten een hardloopwedstrijd te houden. Natuurlijk gaat Achilleus ervan uit dat hij deze met gemak zal winnen. Hij weet immers dat hij meer dan twee keer zo snel rent als de schildpad.

Als het dier vraagt of hij met een voorsprong van een meter of tien mag starten, gaat Achilles dan ook welwillend akkoord. Hierop barst de schildpad echter in lachen uit en beweert hij de wedstrijd hierdoor al gewonnen te hebben.

‘Waarom?’ vraagt Achilleus natuurlijk.

‘Welnu,’ zegt de schildpad: ‘op het moment dat jij op de plek bent gekomen waar ik gestart ben, dan ben ik alweer een stukje verder nietwaar?’

‘Dat klopt,’ lacht Achilleus, ‘maar de afstand tussen ons is dan al veel minder geworden dan die tien meter!’

‘Inderdaad,’ zegt de schildpad, ‘Maar als je aangekomen bent op dat punt waar ik toen was, dan ben ik weer net een stukje verder gekropen, toch?’

Achilleus knikt.

‘En telkens zal je naar de plek hollen waar ik het laatst was,’ stelt de schildpad. ‘Maar in de tijd die jij nodig hebt om daar te komen, ook al is die nog zo kort, zal ik altijd een stukje verder kunnen lopen. Telkens lig ik een klein stukje voor, en moet je weer een heel klein stukje inhalen. En het aantal stukjes dat je in zal moeten halen, is oneindig, ook al zijn ze nog zo klein. Je kunt me dus nooit inhalen,’ lacht de schildpad.

Foto: Wonder woman0731 (cc)

Hoe bestrijden we institutioneel racisme?

VERSLAG - van Eline Dondorp

Etnisch profileren, racistische Whatsappjes en discriminatie op de werkvloer: de politie is weer negatief in het nieuws. Maar niet alleen daar, ook in de politiek, onderwijs en beleid zien we verontrustende patronen. Hoe is institutioneel racisme ontstaan? En hoe komen we er vanaf?

“Over het beleid dat we in Nederland hebben, zal niemand die het maakt zeggen: ‘Mijn intentie is om onderscheid te maken tussen groepen, ten voordele van de ene groep en ten nadele van een andere groep.’ Toch gebeurt dit in Nederland wel structureel,” vertelt dr. Markha Valenta (UU). Samen met dr. Diantha Vliet (UU) en Cemil Yilmaz (IZI solutions) sprak ze over institutioneel racisme als direct gevolg van het slavernijverleden. Volgens Vliet is institutioneel racisme een patroon dat langzaam in onze samenleving is geslopen: “Onze geschiedenis, ook ons slavernijverleden, maakte langzaam maar zeker bepaalde keuzes makkelijker en normaal.”

Heel complex vraagstuk

Eerder verscheen de documentaire De blauwe familie bij KRO-NCRV. In de documentaire vertellen politiemensen hoe zij of collega’s vanwege hun huidskleur geïntimideerd, getreiterd en gediscrimineerd worden. De leiding grijpt niet in en zij die melding maken, zien weinig verandering op de werkvloer.

In een interview naar aanleiding van de documentaire zei Martin Sitalsing, politiechef in Midden-Nederland en portefeuillehouder diversiteit, dat racisme en discriminatie “een structureel probleem” zijn binnen de politie. In 2021 werden Rotterdamse agenten schriftelijk berispt om racistische berichtjes op WhatsApp. Ook toen sprak Sitalsing van een “heel complex vraagstuk” dat in de hele samenleving speelt en vraagt om continu investering in leiderschap, diversiteit en de norm stellen als die wordt overschreden.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Vorige Volgende