Waarom vluchtelingen in de de jaren negentig nog geen probleem waren
ACHTERGROND - Dertig jaar geleden migreerden meer mensen, ook moslims, naar Europa dan nu. Toch maakte men zich toen niet zo openlijk zorgen. Wat maakt het verschil? Een geschiedenisles van migratiehistoricus prof. Leo Lucassen.
In de negentiger jaren vluchtten ongeveer evenveel mensen naar Europa als nu. Naturlijk was een deel van de bevolking en een deel van de politici van mening dat er te veel vluchtelingen op ons afkwamen. Toch is het anti-migratiesentiment en het anti-Islamgeluid in 2020 veel luider dan toen. Als de groep migranten niet groter is, en de samenstelling is niet wezenlijk anders. Wat is er dan aan de hand? Migratiehistoricus Leo Lucassen maakte een historische analyse van de situatie. Hieronder vijf stappen die laten zien hoe we bij de huidige stand van zaken zijn gekomen.

1. Vluchtelingen kwamen meer in ons vizier
Een aangepast EU-visabeleid maakte migratie veel zichtbaarder. Sinds 1993 moeten de meesten mensen uit Afrika, Azië en het Midden-Oosten een visum aanvragen om Europa in te komen. Eerder namen vluchtelingen voor het overgrote deel de bus, trein of het vliegtuig. Door deze “papieren grens” kan dat niet meer.
Nu wagen ze zich aan illegale smokkelaars en aan een levensgevaarlijke vlucht over zee. Als gevolg hiervan loopt vluchten steeds vaker fataal af. Lucassen ziet dat de media sinds 2013 zoveel meer aandacht geven aan vluchtelingen omdat ze zoveel zichtbaarder zoveel gevaarlijkere routes nemen.
