Professor maakt gehakt van argumentatie tegen verbod ontgassen

Vorige week schreven we over het onderzoeksrapport ‘Floating Degassing in the Netherlands: Rights and Obligations under International Law.‘Dat professor Arcuri en phd-kandidaat Errol, beide van Erasmus School of Law, schreven met ondersteuning van The Erasmus Initiative ‘Dynamics of Inclusive Prosperity’. Ook hebben we aandacht besteed aan de reactie van minister Harbers, waarin hij uitlegde dat een nationaal verbod niet zou kunnen. Dinsdag publiceerde professor Arcuri een open brief aan de minister, waarin ze de argumenten van de minister weerlegt. Reden voor de Tweede Kamer om de stemmingen over de moties over varend ontgassen uit te stellen. Uit de wandelgangen hoort Sargasso dat er mogelijk een technische briefing georganiseerd gaat worden met professor Arcuri, zodat Tweede Kamerleden zich kunnen laten informeren over de (on)mogelijkheden van een nationaal verbod. Brief professor Arcuri In de open brief gaan Arcuri en Erol in op de drie argumenten die minister Harbers noemt als oorzaak om geen nationaal ontgasverbod in te kunnen of hoeven stellen. Op de eerste plaats hanteerde minister Harbers het argument dat artikel 18 van het Verdrag van Wenen inzake Verdragenrecht. Op de tweede plaats noemde de minister praktische bezwaren en ten derde beargumenteerde de minister dat de Nederlandse staat voldoet aan zijn mensenrechten verplichtingen door zich internationaal in te zetten voor een verbod op varend ontgassen. Verdrag van Wenen inzake verdragenrecht Op p. 2 van de brief geeft de minister een concrete motivering waarom specifieke bepalingen van internationale verdragen worden gezien als een belemmering voor de Nederlandse regering om  maatregelen te nemen tegen varend ontgassen. De minister stelt in zijn brief dat Nederland geen nationale wetgeving kan aannemen om ontgassen te verbieden  vanwege artikel 18 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht (VCLT). Dit artikel luidt als volgt: Artikel 18. Verplichting voorwerp en doel van een verdrag niet ongedaan te maken alvorens zijn inwerkingtreding Een Staat moet zich onthouden van handelingen die een verdrag zijn voorwerp en zijn doel zouden ontnemen, indien: a) hij het verdrag heeft ondertekend of de akten die het verdrag vormen heeft uitgewisseld onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, totdat hij zijn bedoeling geen partij te willen worden bij het verdrag kenbaar heeft gemaakt; of b) hij zijn instemming door het verdrag gebonden te worden tot uitdrukking heeft gebracht in de periode die aan de inwerkingtreding van het verdrag voorafgaat op voorwaarde dat deze inwerkingtreding niet onnodig wordt vertraagd. De minister betoogt dat de plicht tot het instellen van de ontgassingsinfrastructuur, vastgelegd in het Verdrag, impliceert dat een nationaal verbod zonder de oprichting van een dergelijke installatie in strijd zou zijn met de bepalingen uit het verdrag: Omdat de oplossing voor het aanleggen van ontgassingsinstallaties is opgenomen in dit verdrag, zou een nationale beperking zonder het aanleggen van ontgassingsinstallaties in strijd zijn met de bepalingen uit het verdrag. Deze redenering is volgens Arcuri en Erol echter twijfelachtig. Artikel 5.02 van de 2017 Wijzigingen van het CDNI bepaalt: De Verdragsluitende Staten verplichten zich ertoe om infrastructurele en andere voorzieningen voor de afgifte en inname van restlading, overslagresten, ladingrestanten, waswater en dampen tot stand te brengen dan wel te laten brengen. Dit is een positieve verplichting, wat inhoudt dat de staat verplicht is iets te doen. Niets in het verdrag belet de Nederlandse staat om deze infrastructuur al te realiseren. De redenering van de minister zou deugdelijk zijn als de bepaling zou zijn geformuleerd als een negatieve verplichting, dat wil zeggen een verplichting iets niet te doen. Het artikel had bijvoorbeeld kunnen luiden: De Verdragsluitende Staten verbinden zich er niet toe de infrastructuur op te zetten of te laten opzetten vóór het verdrag is in werking getreden. Nergens in het verdrag kan echter zo’n negatieve verplichting gevonden worden. Dit betekent dat, mocht de Nederlandse staat dat willen, nu al kan worden begonnen met het opbouwen van een dergelijke infrastructuur. Evenzo is er in het verdrag geen verplichting om varend ontgassen niet te verbieden of varend ontgassen niet door te voeren in nationale regelgeving voordat het verdrag in werking treedt. Het verdrag stelt een algemene en onvoorwaardelijke verplichting om varend ontgassen te verbieden. Nederland kan varend ontgassen dus verbieden voordat het verdrag in werking treedt. Sterker nog, als art. 18 VCLT überhaupt moet worden ingeroepen, kan het zijn om het tegenovergestelde te beweren. In dit verband moeten we opmerken dat een van de belangrijkste doelstellingen van het CDNI verdrag de bescherming van het milieu is. Er is onderhandeld over de CDNI-amendementen van 2017 om dit doel te realiseren. De onderhandelingen waren succesvol en consensus tussen de Overeenkomstsluitende partijen over inhoudelijke wijzigingen zijn bereikt. In 2017 heeft de CDNI Wijzigingen zijn aangenomen door de Conferentie van de Verdragsluitende Partijen. Dit draagt er getuige van dat een internationaal gecoördineerde oplossing voor varend ontgassen bestaat. Het is dan moeilijk te begrijpen hoe het doel en doel van de amendementen van 2017, dat is om het milieu te beschermen door een verbod op varend ontgassen uit te vaardigen, kan worden overtreden door een daarop gerichte binnenlandse regeling. In de brief van het ministerie staat verder dat het verboden zou zijn ‘het verdrag voorlopig toepassen’. In het rapport Floating Degassing in the Netherlands: Rights and Obligations under International Law hebben Arcuri en Erol echter al aangetoond dat staten het recht hebben om varend gassen te reguleren om andere redenen dan de veiligheid tijdens de navigatie. Die andere redenen omvatten ook de bescherming van het milieu. Dit is iets anders dan voorlopige toepassing van de CDNI-amendementen. Bijvoorbeeld volgens art. 7.2.3.7.0 van de bijlagen bij het ADN kan een ontgassingsverbod worden geregeld via nationale wettelijke maatregelen, zoals ik op Sargasso ook al meerdere keren heb betoogd. Eenzijdige binnenlandse maatregelen verenigbaar met de Wijzigingen van 2017 zouden volgens Arcuri en Erol dan ook niet noodzakelijkerwijs neerkomen op een voorlopige toepassing van het CDNI verdrag. Praktische argumenten tegen een nationaal ontgasverbod Afgezien van de kwestie van de verenigbaarheid met het internationaal recht, geeft de minister andere argumenten met betrekking tot de effectiviteit van een nationaal verbod op varend ontgassen, zoals het onvoldoende aantal ontgassingsinstallaties. In het eerdere rapport houden Arcuri en Erol zich niet bezig met vragen over effectiviteit, omdat ze zich alleen richten op de vraag of gerechtelijke stappen niet mogelijk zijn vanwege internationaal recht. Hoewel deze argumenten buiten het bestek van hun rapport vallen, merken ze op dat het de verantwoordelijkheid van de Nederlandse staat is om een oplossing voor dit probleem te vinden. Het is ook begrijpelijk dat er niet genoeg installaties zijn, aangezien varend ontgassen is toegestaan. De instelling van een nationaal verbod (met een gewenningsperiode) zou de oprichting van dergelijke installaties kunnen bespoedigen. Zoals het er nu uitziet, lijkt de situatie op een kip-ei-probleem: omdat er onvoldoende ontgassingsinstallaties zijn is de minister van mening dat varend ontgassen niet verboden kan worden en omdat er geen regel is die varend ontgassen verbiedt, wordt de betreffende infrastructuur niet aangelegd. Het risico van deze redenering is dat tekortkomingen in het huidige economisch systeem kan worden ingezet als excuus om niet te handelen. Bovendien, overwegende dat de onderhandelingen over de wijziging in 2012 zijn gestart en afgesloten in 2017 en dat de verwachting was dat alle leden dat in 2020 zouden moeten doen hebben geratificeerd, kan het redelijk zijn geweest om al jaren geleden begonnen te zijn met de aanleg van de infrastructuur. Evenzo heeft Nederland de wijziging van 2017 in 2020 geratificeerd, en had het volgens Arcuri en Erol aantoonbaar werk moeten maken van praktische oplossingen uitvoering te geven aan het overeengekomen verbod op varend ontgassen. Het ontbreken van bestaande ontgassingsinstallaties is  waarschijnlijk geen rechtvaardiging voor het niet nakomen van deze verplichtingen. Kortom, in het licht van haar mensenrechtenverplichtingen en het feit dat het CDNI binnenkort in werking kan treden, staat de Nederlandse regering onder druk verplichting om de voorwaarden te scheppen voor de uitvoering van het verbod. Ook stelt de minister dat een nationaal verbod de kosten bij de schippers zou leggen. De wijzigingen van het CDNI uit 2017 bepalen dat de verlader de kosten van het verantwoord ontgassen van een schip moet dragen. Uit de brief van de minister wordt niet duidelijk waarom de Nederlandse geen verordening kan aannemen die deze regel uit het Verdrag al volgt. Bij de uitvoering van het CDNI-verdrag zal de Nederlandse deze regel sowieso volgens nationaal recht moeten uitvoeren en, vanuit internationaalrechtelijk oogpunt, is er geen reden om geen regel vast te stellen die de kosten al bij de bevrachter legt. Kortom, met betrekking tot de argumenten rond effectiviteit, willen we dat graag benadrukken dat het ontbreken van voldoende voorwaarden om een verbod uit te voeren (zoals het ontbreken van van voldoende ontgassingsinstallaties) lijkt Arcuri en Erol geen legitiem argument om verder te gaan uitstellen van de goedkeuring van de noodzakelijke wetgeving ter bescherming van de Nederlandse burgers en de milieu tegen de schade veroorzaakt door drijvende ontgassing. Europees Verdrag voor de rechten van mens Tot slot stelt de brief van de minister dat Nederland zijn mensrechtenverplichtingen vervult door het initiatief te nemen voor de CDNI 2017 Wijzigingen. Arcuri en Erol stellen dat prijzenswaardig is dat Nederland een actieve rol heeft gespeeld bij de totstandkoming en goedkeuring van de amendementen. Maar dat de enkele handeling van het onderhandelen over en ratificeren van een conventie waarschijnlijk niet zal volstaan om aan de zorgplicht te voldoen. Evenzo is het volgens hen moeilijk in te zien hoe het feit dat een uitvoeringsregeling gereed is, maar niet uitgevoerd kan worden, gelijkgesteld kan worden aan de naleving van mensenrechtenverplichtingen. Als dit het geval zou zijn, zouden veel regeringen internationale wetgeving en/of wetsontwerpen kunnen gebruiken om mensenrechtenverplichtingen te omzeilen. De belangrijkste vraag is of de rechten op leven en op gezinsleven voldoende zijn beschermd door de enkele bekrachtiging of het bestaan van een uitvoeringsverordening. Gezien de stagnerende situatie rond drijvende ontgassing en het feit dat internationaal verdragen zijn ingezet als argument om niet op te treden, is het volgens Arcuri en Erol de vraag of in in dit geval de bekrachtiging en het bestaan van een uitvoeringsverordening beschouwd kan worden als een voldoende voorwaarde om aan de mensenrechtenverplichtingen te voldoen. Moties Tweede Kamer In de Tweede Kamer zijn vorige week vier moties ingediend over varend ontgassen. Lammert van Raan, PvdD, heeft een motie ingediend waarin hij oproept om binnen 3 maanden tot een nationaal verbod op varend ontgassen te komen. De motie van Kröger, GroenLinks, Alkaya, SP, en De Hoop, PvdA, verzoekt de regering om een nationaal verbod op varend ontgassen aan te kondigen en om alles in het werk te stellen om de besluiten te nemen zoals geformuleerd in de roadmap om een nationaal verbod ook daadwerkelijk zo snel mogelijk in te laten gaan. Tjeerd de Groot, D66, heeft een motie ingediend waarin hij het Kabinet oproept om provincies aan te sporen haast te maken met vergunningverlening aan ontgassingsinstallaties en provincies daar waar nodig en mogelijk in bij te staan. Ook roept hij het Kabinet op om parallel een landelijk verbod op varend ontgassen voor te bereiden dat in moet gaan als er een netwerk van ontgassingsinstallaties gerealiseerd is of als Zwitserland het CDNI-verdrag ratificeert. Pouw Verweij, JA21, en Van der Plas, BBB, hebben een motie ingediend waarin ze het ministerie oproepen om in overleg te gaan met de industrie om uit te zoeken welke ruimte nodig is voor alternatieven voor varend ontgassen En om in overleg met de Inspectie Leefomgeving en Transport, de betrokken overheden en het bedrijfsleven in overleg te gaan om het bedrijfsleven voldoende aanwezige alternatieve ontgassingscapaciteit te laten inzetten alvorens een algeheel verbod op varend ontgassen ingaat. Conclusie In hun brief komen professor Arcuri en phd-kandidaat Erol tot dezelfde conclusies als ik voor Sargasso al eerder deed: een nationaal ontgasverbod is mogelijk en er is geen internationale belemmering voor de invoering ervan. Dat het ministerie van I&W hulp heeft ingeroepen van het ministerie van Buitenlandse Zaken bevreemd, omdat verschillende provincies in het verleden aan hebben gegeven dat het ministerie een landelijk en provinciaal ontgasverbod tegen hield op basis van een geheim verklaard advies van de landsadvocaat. Dat nu het Verdrag van Wenen inzake het Verdragsrecht wordt aangehaald leest dan ook als een gelegenheidsargument en de brief van Arcuri en Erol bevestigd die indruk. Het maakt ook nieuwsgierig naar het advies van de landsadvocaat. De in de Kamer voorliggende moties zijn van wisselende kwaliteit. De motie van JA21 en BBB klinkt als een voortzetting van de taskforce varend ontgassen, of hoe dat praatcircus tegenwoordig ook heet. Het is het huiswerk dat de minister sinds de aankondiging in 2018 van een landelijk verbod in 2020 al lang en breed had moeten uitvoeren. Zoals Arcuri en Erol ook stellen is er niets in het CDNI of de wijzigingen uit 2017 dat dat verhinderd. Het is eerder politiek, bestuurlijk onwil en meestribbelen van verladers als Vitol, Trafiqura en Glencore. De motie van PvdD roept simpelweg op tot een snel verbod. Daarmee is er nog geen oplossing voor schippers, omwonenden of natuur. Tenzij er gehandhaafd gaat worden op basis van de wet economische delicten, maar dan zijn schippers de dupe in plaats van verladers. De motie van D66 en die van GroenLinks, SP en PvdA geven allebei blijk van besef dat er naast een verbod ook gewerkt moet worden aan een netwerk van ontgassingsinstallaties. Waarbij de motie van GroenLinks, SP en PvdA de minister vastklinkt aan zijn eigen roadmap. Al kom ik daar alleen een uitstelbrief over tegen.

Door: Foto: Inland tanker Vlissingen. Foto BoH, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons.
Foto: bertknot (cc)

Als de werkelijkheid doodloopt, bouwen we een ark.

Dit is een beetje een treurige Poëzieweek, omdat Lieke Marsman aftreedt als Dichter des Vaderlands. Het leed wordt niet eens verzacht doordat er een andere dichter aantreedt – de kandidaat heeft zich volgens de organisatie teruggetrokken ‘om persoonlijke redenen’ – maar het lijkt me voor iedere kandidaat heel lastig om in Marsmans voetsporen te treden.

Kenmerkend voor haar oeuvre is dat haar afscheidsbundeltje Ter gelegenheid van poëzie, waarin ze haar werk uit de afgelopen twee jaar verzamelde, behalve gedichten ook columns en essays bevat, want bij Marsman lopen genres altijd in elkaar over en dat heeft ze niet vanwege de zware mantel van het Dichterschap ineens veranderd. Ze vullen elkaar ook aan, ze vormen een geheel, die verschillende teksten, een zoektocht naar het Dichterschap met een grote D en het dichterschap met een kleine – wat moet je met je goedgekozen woorden in een tijd van crisis?

In haar voorwoord komt Marsman tot een radicale conclusie:

Hoe vaker ik politiek geëngageerde gedichten schrijf, hoe meer ik er dan ook van overtuigd raak dat kunst de wereld alleen kan veranderen wanneer kunstenaars de politiek in gaan. Daarmee bedoel ik niet dat kunstenaars geen geëngageerde kunst meer moeten maken, ik bedoel eigenlijk vooral: in hemelsnaam – meer kunstenaars in de politiek, hoe fijn zou dat zijn.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Stem anders (Studio Wiersema, stemanders.nu, overgenomen met toestemming) copyright ok. Gecheckt 16-02-2023

Stem anders #PS2023

Over exact zes weken, op 15 maart, kiezen we de leden van de Provinciale Staten. Nogal belangrijk, want zij kiezen vervolgens de leden van de Eerste Kamer. Dus: stem anders! 

Goed nieuws in aanloop naar de Eerste Kamerverkiezingen. Rutte wordt kennelijk een beetje zenuwachtig van het verbond tussen GroenLinks en de PvdA waarmee ze in mei weleens de grootste EK-fractie kunnen worden. In een Telegraaf-interview afgelopen week zei Rutte: “Als GroenLinks en PvdA de grootste partijen worden, ontwikkelen ze enorm veel zelfvertrouwen en ik vind dat de VVD die beweging nu al moet stoppen.” Ook denkt hij dat verkiezingswinst de partijen “momentum op weg naar de Tweede Kamerverkiezingen” geeft. Mooi.

Volgens Rutte snakken we naar “stabiliteit” omdat we “uit drie grote crises [komen]: de economische recessie, daarna corona en nu is er oorlog op het continent.” Best opmerkelijke constatering, als je bedenkt dat, ten eerste, die crises nog volop aan de gang zijn en, ten tweede, er nog talloze andere crises zijn waar we onder gebukt gaan, die nota bene onder 12 jaar Rutte zijn ontstaan of verergerd: de klimaatcrisis, de wooncrisis, de zorgcrisis, de jeugdzorgcrisis, de onderwijscrisis, de asielopvangcrisis, de stikstofcrisis, de openbaar-vervoercrisis, de armoedecrisis, pensioencrisis en wellicht kunnen we ook spreken van een rechtsstatelijkheidscrisis, vanwege het feit dat de regering zich steeds minder aantrekt van mensenrechten en de opkomst van anti-rechtsstatelijke extreem- en radicaal-rechtse partijen. Het lijkt wel of de VVD crises creeert om ze vervolgens in te zetten als reden om maar toch vooral VVD te blijven stemmen, want “stabiliteit”.

Foto: bron: screenshot

Tory-horror en The Last Leg

RECENSIE - The Last Leg rules! Noot vooraf; ik strooi hier veel met Engelstalige quotes en uitdrukkingen, omdat de vertaling gewoon minder goed overkomt. Omdat het er zoveel zijn heb ik nagelaten om die allemaal cursief te markeren, voor de leesbaarheid.

De Britse comedyshow op Channel 4 The Last Leg (voor wie het niet kent; presentator Adam Hills en sidekicks Alex Brooker en Josh Widdecomb zijn alledrie gehandicapt, funny as fuck and uncompromisingly taking the piss with everything and everybody, including themselves. Echt een aanrader!) opende vrijdag met de opmerking: “Tonight we check in on the latest government scandal. Check in on another government scandal, and wrap up yet another government scandal. We’re starting to think that maybe Liz Truss wasn’t the problem” [-] “They couldn’t even go through one month without a scandal. They couldn’t even do dry January.”

Nadhim Zahawi, Chairman of the Conservative Party en minister ‘Without portfolio’ kwam in opspraak wegens fiscale fraude. Hij moest 5 miljoen pond betalen aan de Britse fiscus HMRC, waarvan 1,3 miljoen boete. Hij bestaat het hierbij te vermelden dat het ging om “honest mistakes”. Waarop de HMRC er fijntjes op wees dat er geen boetes worden opgelegd voor “innocent errors”. Eerder werd hij al op de vingers getikt doordat hij de kosten voor het verwarmen van zijn stallen opvoerde als aftrekpost. Ook dat deed hij af als “genuine mistake”. Conclusie van het Last-Leg-team: “This quy makes a lót of mistakes, he’s like the Mr. Bean of accounting”.

Closing Time | City Garden Movement

Ik weet niet of mijn associatie met garden cities (tuindorpen) per se terecht is, maar de muziek van indiepopband Garden City Movement op hun album Apollonia past er wat mij betreft goed bij: gezapig, loom, maar eigenlijk ook wel relaxed.

Foto: Afbeelding Ari He via Unsplash.

Kunnen we algoritmes maken die niet uitsluiten?

COLUMN - van Rosa van den Dool.

Met het toeslagenschandaal werd nogmaals duidelijk dat data en datatechnologieën niet neutraal zijn en kunnen discrimineren, net als mensen. Hoe kunnen we dit soort data-onrechtvaardigheid de das omdoen?

De Nederlandse overheid verzamelt grote hoeveelheden privacygevoelige data van en over burgers. Wat er vervolgens met deze gegevens gebeurt is niet altijd zichtbaar, maar kan wel grote impact hebben op ons levenWanneer ik inlog op de website van de Belastingdienst om belastingaangifte te doen, schrik ik van de hoeveelheid informatie die over mij in het systeem staat: de overheid weet beter wat ik dit jaar heb verdiend dan ikzelf.

Algoritmen helpen overheidsinstanties omgaan met de oneindige stroom aan binnenkomende data. Deze computerprogramma’s bepalen vervolgens op basis van jouw gegevens of jij bijvoorbeeld in aanmerking komt voor een steekproef, waarmee ze checken of je wel genoeg belasting betaalt of wel recht hebt op huurtoeslag. Heel efficiënt, maar hieraan kleeft ook een keerzijde: algoritmes die gebruikt worden om informatie te sorteren en verwerken zijn niet neutraal en kunnen discrimineren. Of jij dus wordt uitgekozen voor een steekproef, kan zomaar worden bepaald op basis van je naam of de buurt waarin je woont.

Discriminerende technologie

Cultuur- en mediawetenschapper dr. Gerwin van Schie (UU) onderzoekt hoe het gebruik van data en algoritmen kan leiden tot discriminatie en onrechtvaardigheid in Nederland. “Als je wordt geboren in Nederland, melden je ouders je aan bij de gemeente en komen je gegevens terecht in de databases van de overheid. Je leeftijd wordt geregistreerd, maar bijvoorbeeld ook je geboorteland én het geboorteland van je ouders.”

Foto: people looking at Picasso Guernica, gemaakt met DALL·E 2.

Kunst op Zondag | Artificieel intelligent plagiaat

ChatGPT pleegt plagiaat. De artificieel intelligente tekstrobot is leuk in het nieuws geweest (ook bij Sargasso). Van complimenten over hoe vlot er een redelijk aardige tekst uit komt, tot waarschuwingen over misbruik (bijvoorbeeld studenten die hun proefwerk door ChatGPT laten maken).

Maar tot nu toe is niemand nog op het idee gekomen ChatGPT (of de ontwerpers en eigenaars daarvan) voor de rechter te slepen wegens plagiaat. Bij AI-tools voor beeldende kunst, waar je ook met een paar woorden je eigen meesterwerkje kan maken, is dat sinds kort wel aan de orde.

De Amerikaanse kunstenaars Sarah Andersen, Kelly McKernan en Karla Ortiz hebben een rechtszaak aangespannen tegen de makers van de kunstgeneratoren Stable Diffusion, de Discord-interface van Midjourney en het internetplatform DeviantArt, dat de AI-kunstgenerator DreamUp maakt.

De kwestie: de kunstgeneratoren schenden de auteursrechten van de kunstenaars.  De software maakt immers gebruik van  auteursrechtelijk beschermde werken van miljoenen kunstenaars.

Hoe een rechter volgens de Amerikaanse wetgeving daar over zal oordelen is gissen. Maar een voorzichtige proef op de som laat zien dat ze wel degelijk enige kans hebben. En dat kan de makers van de AI-kunstgeneratoren een flinke duit aan schadevergoeding gaan kosten.

Deze ‘Nighthawks’, gemaakt met Stable Diffusion…

Closing Time | Oceanic

Zo’n 90 procent van de geluiden die je hoort op het album Choral Feeling van Oceanic zijn stemmen, hoewel vaak niet meer als zodanig herkenbaar, wat ertoe leidt dat je tijdens het luisteren bij elk instrument of beat of melodie probeert te ontdekken of het een stem is of niet. Oceanic is gefascineerd door stemmen en zang: “Als je op een synth een C indrukt is het altijd een C. Daarvoor koop je zo’n ding natuurlijk ook. Maar een stem heeft altijd een vibrato, hij zwerft om een toon heen. Als je dat omlaag pitcht tot een bas krijg je een onzuivere toon. Het wordt nooit strak. Het is allemaal menselijk.”

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Vorige Volgende