Slavenhandel – business a usual

‘O, Gij christenen in naam! Zou niet een Afrikaan u kunnen vragen, hebt gij dit geleerd van uw God die tegen u zegt: Doe aan alle mensen zoals u wilt dat u behandeld wordt? Is het niet erg genoeg dat wij losgerukt worden van ons land en onze vrienden om te zwoegen voor uw weelde en winstbejag? Moeten de liefste vrienden en verwanten nu ook nog van elkaar worden gescheiden? (…) Waarom moeten ouders hun kinderen verliezen, broeders hun zusters of echtgenoten hun vrouwen?’ Aldus het droeve lot van de slaven wanneer, ze na weken of maanden opgesloten te zijn geweest op zee, onder de meest smerige omstandigheden, verhandeld worden op de slavenmarkt. De oproep komt van Olaudah Equiano, een van de zeer weinige zwarte slaven die hun ervaringen op schrift hebben gesteld. Hij was toen al een vrij man en verbonden aan de Engelse Society for the Abolition of the Slave Trade, een door hoogstaande christelijke idealen gedreven organisatie. Vandaar dat hij in zijn memoires een hartstochtelijk beroep op zijn christelijke, burgerlijke lezers om een einde te maken aan de gruwel van de slavernij, die gezinnen uiteenjaagt. Maar, zo schrijft Piet Emmer droogjes, uit deze passage blijkt dat het activisme zijn herinneringen heeft gekleurd (p.186): ‘De Europeanen in de West waren helemaal niet in staat om de familiebanden onder de slaven te verbreken. Dat was meestal al gebeurd in Afrika vóórdat de slaven daar aan de Europese handelaren waren verkocht.’ Daar komt bij dat er aanwijzingen zijn dat Equinao persoonlijk nooit de gruwelijke oversteek plus slavenmarkt heeft meegemaakt, maar als slaaf in de West is geboren. Desondanks gaan historici ervan uit dat zijn ‘herinneringen’ betrouwbaar zijn, namelijk gebaseerd op zijn vele gesprekken met andere slaven. Ook Piet Emmer denkt dat. Bij gebrek aan beter, waarschijnlijk.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Maatschappelijk middenveld is geen beweging meer

OPINIE - Slavenhandel in Libië, bombardementen op Jemen. Het maatschappelijk middenveld in Nederland heeft niet meer de flexibiliteit om gezamenlijk aandacht te vragen voor urgente en actuele thema’s, schrijft Marc Broere in zijn column op Vice Versa. We moeten het daarom hebben van TV-presentator Floortje Dessing en MMA-vechter Francis Ngannou.

Het was Floortje Dessing die er afgelopen week voor zorgde dat Jemen op de voorpagina van de Nederlandse kranten kwam en in De Wereld Draait Door. ‘Televisiemaakster Floortje Dessing zit klem tussen de strijdende partijen in Jemen. De plots heftig oplaaiende oorlog verraste de ambassadeur van het Rode Kruis die ter plaatse onder meer zou gaan kijken hoe het Nederlandse hulpgeld werd besteed’, aldus een van de nieuwsberichten.

Kennelijk hebben we eerst een bekende Nederlander nodig die in de problemen zit om uitgebreide media-aandacht te genereren voor een conflict dat alles in zich heeft om op dit moment eigenlijk iedere dag prominent in de kranten te staan.

In Jemen speelt een bloedig conflict waar een coalitie, onder aanvoering van Saoedi-Arabië, vecht tegen door Iran gesteunde Houthi-rebellen. Het land lijkt de speelbal van grotere geopolitieke krachten in de regio te zijn en de bevolking is het weerloze slachtoffer. Saoedi-Arabië blokkeert nu zelfs alle humanitaire hulp aan het land, waardoor hulp eigenlijk als oorlogsmiddel wordt ingezet. Dit is een extreme situatie.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: OneWorld Nederland (cc)

Excuses voor slavernijverleden houden slavenmentaliteit in stand

OPINIE - De Antilliaanse psychiater Glenn Helberg vraagt blank Nederland de Caribische gemeenschap zijn excuses aan te bieden voor het leed en het onrecht van de slavernij. Alleen zó, betoogt Helberg, kunnen zwarten zich ontdoen van het negatieve zelfbeeld dat blanken hen met die slavernij oplegden. Zulke excuses zijn onzinnig, vindt Bart Voorzanger.

In het Amsterdamse Oosterpark staan zo langzamerhand heel wat beelden en monumenten. Het lelijkste daarvan is zonder twijfel het aluminium figuurzaagsel dat de moord op Theo van Gogh gedenkt; een goede tweede is het slavernijmonument dat vast stijf staat van diepe symboliek, maar dan ook verder nergens van. ’t Is goed zo; akelige gebeurtenissen verdienen geen esthetiek.

Bij dat slavernijmonument wordt vandaag, 1 juli 2013, plechtig herdacht dat Nederland 150 jaar geleden de slavernij afschafte. De weekendkranten stonden dan ook vol stukken over het onrecht van toen en wat dat nu nog voor mensen betekent.

De heer Glenn Helberg, psychiater en voorzitter van het Overlegorgaan Caribische Nederlanders schreef een opmerkelijk stuk in het NRC. Hij vindt dat de nazaten van de slavenhouders hun excuses moeten aanbieden voor de gevolgen die de nazaten van de slaven nu nog altijd van die slavernij ondervinden. Wat hij bedoelt, is overigens net wat anders: hij wil dat blanke Nederlanders, bij monde van hun regering, hun excuses aanbieden aan de zwarte nazaten van slaven. En dat maakt een hoop uit. Nazaten van slaven zijn vaak ook nazaat van slavenhouders; als Helberg bedoelde wat hij schreef, zouden ze zichzelf excuses moeten maken. En geen mens weet welke nu levende blanke Nederlanders slavenhouders onder hun voorouders hebben of zelfs maar hoeveel of hoe weinig dat er zijn. Maar goed, dat zijn details.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.