Woekerwinsten voor CEO’s wetenschappelijke uitgevers

door Lukas Linsi, Léonie de Jonge, David Cheruiyot, Niels Bieleveld, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees. In welke sector werkt de bestbetaalde Nederlandse CEO? De bankwereld? Tech industrie? Nee, het zijn wetenschappelijke uitgevers. Dit blijkt uit ons onderzoeksproject over de vergoedingen voor bestuurders in de periode 2017-2020. De cijfers komen uit de jaarverslagen van de bedrijven. Tabel 1 toont de vijf bestbetaalde Nederlandse CEO’s van 2017 tot 2020. Terwijl de CEO van de onlangs vertrokken oliegigant Royal Dutch Shell de ranglijst aanvoert, blijven wetenschappelijke uitgevers niet ver achter. Zo wordt de tweede plaats in deze ranglijst ingenomen door de CEO van informatiedienstenbedrijf Wolters Kluwer, oorspronkelijk een uitgeverij van schoolboeken die in 1836 in Groningen werd opgericht. Op de derde plaats staat de CEO van RELX, voorheen bekend als Reed Elsevier, een bedrijf dat bekende academische diensten aanbiedt zoals ScienceDirectScopusSciVal of ClinicalKey. De CEO’s van deze uitgevers kregen van 2017-2020 meer dan 30 miljoen euro uitbetaald. Dit is ruim drie keer zoveel als het salaris van de CEO van de grootste Nederlandse bank, ING, over dezelfde periode, en bijna tien keer zoveel als wat de topman van ABN-AMRO binnenhaalde. Tabel 1. De vijf bestbetaalde CEO’s van Amsterdamse beursgenoteerde bedrijven, 2017-2020 (miljoen) Bedrijf CEO 2017 2018 2019 2020 Totaal 2017-2020 Shell Ben van Beurden 10,0 10,1 8,1 6,9 35,1 Wolters Kluwer Nancy McKinstry   7,7 7,8 7,9 7,8 31,2 RELX Erik Engstrom   9,9 7,8 8,7 4,0 30,4 Philips Frans van Houten 5,1 5,4 5,3 6,2 22,0 Heineken JF van Boxmeer (2017-19); Dolf van den Brink (2020) 6,7 6,7 6,4 0,9 20,7 BRON: Eigen gegevens verzameld uit jaarverslagen. Cijfers komen overeen met de totale compensatie die in een jaar is toegekend, inclusief basissalaris, bonus en aandelenpakketten. Omwille van de consistentie zijn alleen bedrijven die in elk van de vier jaren zijn waargenomen in de steekproef opgenomen. Laten we deze cijfers even in perspectief plaatsen. Het individuele salaris van deze twee CEO’s (ongeveer 7,5 miljoen euro per jaar) zou elk jaar ongeveer 120 universitair docenten kunnen financieren. Dividenduitkeringen in de orde van grootte van 200-300 miljoen euro die de bedrijven de afgelopen jaren jaarlijks aan de aandeelhouders hebben uitgekeerd, zouden theoretisch, als ze opnieuw in de wetenschap werden geïnvesteerd in plaats van aan financiële investeerders te worden uitgekeerd, nog eens 3.000-5.000 onderzoekers per jaar kunnen financieren (per uitgever) en daarmee nieuwe kennis kunnen genereren in plaats van winst op de aandelenmarkt. Deze cijfers zijn niet alleen een Nederlands fenomeen. Directeuren van andere grote spelers in de wereld van academische uitgevers, zoals Axel Springer (beursgenoteerd in Duitsland), Thomson Reuters (Canada) of John Wiley & Sons (Verenigde Staten), hebben een vergelijkbaar royaal salaris. Het publiceren van wetenschappelijke studies vormt weliswaar slechts een onderdeel van de activiteiten van deze bedrijven. Axel Springer runt bijvoorbeeld ook een breed scala aan tijdschriften, kranten en tv-zenders. Thomson Reuters en Wolters Kluwer zijn overstapt op bedrijfsanalyses en het verkopen van data- en informatiesoftware aan ziekenhuizen, advocaten en financiële professionals. Maar het publiceren van wetenschappelijk onderzoek blijft één van hun kernactiviteiten. RELX rapporteert een omzet van 2,7 miljard euro uit wetenschappelijke publicaties, wat overeenkomt met bijna de helft van de totale bedrijfsopbrengsten. 76 procent van deze inkomsten is afkomstig uit abonnementsgelden die zij in rekening brengen voor universiteitsbibliotheken en particuliere onderzoeksinstellingen om toegang te verlenen tot de portefeuilles van 2.650 wetenschappelijke tijdschriften, die samen ongeveer een half miljoen wetenschappelijke artikelen per jaar publiceren. Afgaande op het door RELX opgegeven wereldwijde marktaandeel van 18 procent, suggereert een snelle rekensom dat universiteiten wereldwijd alleen al zo’n 10 tot 15 miljard euro per jaar uitgeven aan abonnementsgelden. Dat is big business. Maar vanuit het oogpunt van het publiek is dit bedrijfsmodel niet wenselijk. Hoewel wetenschappelijke uitgevers een sleutelrol spelen in de verspreiding van wetenschappelijke kennis, zijn de uitgevers winstgerichte organisaties die een commerciële logica volgen. Dit staat in contrast met universiteiten, die grotendeels worden gefinancierd met publiek geld en die de productie faciliteren van de kennis die de uitgevers commercialiseren. Bot gezegd komt een aanzienlijk deel van de winst die wetenschappelijke uitgevers direct of indirect voort uit overheidsinvesteringen in het hoger onderwijs – een sector die in Nederland en daarbuiten structureel ondergefinancierd is. Toch is het meest opmerkelijke aspect van deze zaak niet eens de hoeveelheid belastinggeld die overheden investeren om toegang te verlenen tot wetenschappelijke tijdschriften. Het is het feit dat overheden, die de meeste universitaire onderzoekers in dienst hebben, ook direct of indirect betalen voor het onderzoek zelf dat in deze tijdschriften wordt gepubliceerd. Het is in sommige opzichten een verbijsterend bedrijfsmodel: gefinancierd door belastinggeld maken hooggekwalificeerde wetenschappers gebruik van de door de overheid gefinancierde onderzoeksinfrastructuur om aan gespecialiseerde onderzoeksprojecten te werken, vaak voor langere periodes. Als ze klaar zijn, leveren ze de belangrijkste inzichten van hun bevindingen aan de academische uitgevers – zonder dat er een vergoeding tegenover staat. (In sommige gevallen moeten auteurs nu zelfs zogenaamde ‘Author Processing Charges’ of APC’s betalen voor het indienen van hun artikelen, die vervolgens worden gebruikt om open access te betalen, waardoor de kosten worden verschoven van de lezers naar de auteurs). Zodra wetenschappers hun werk hebben ingediend bij een wetenschappelijke uitgever, treden hun collega’s vrijwillig op als peer reviewers namens de tijdschriften – wederom zonder kosten voor de uitgever. Wanneer het artikel het peer review proces heeft doorlopen en is goedgekeurd voor publicatie, hoeft de wetenschappelijke uitgeverij het manuscript alleen nog maar vorm te geven en hieraan een nummer toe te kennen in het tijdschriften systeem, voordat het met een mooie winst kan worden doorverkocht aan dezelfde openbare instellingen die het systeem direct of indirect bekostigen. Gezien deze omstandigheden is het niet verrassend dat wetenschappelijke uitgeverijen een zeer winstgevende bedrijfstak zijn. Tabel 2 vergelijkt de gemiddelde winstmarges over de periode 2017-2019 van RELX, Wolters Kluwer en John Wiley & Sons met enkele andere bekende wereldwijde bedrijven. Opmerkelijk genoeg hebben zowel RELX als Wolters Kluwer grote winstmarges van rond de 20 procent, wat dicht in de buurt komt van die van Google/Alphabet en Apple (twee van ’s werelds meest winstgevende bedrijven). Voor John Wiley & Sons liggen de marges iets lager, maar ze liggen nog steeds ver boven die van gevestigde fabrikanten als Philips en Volkswagen. Tabel 2. Vergelijking van de gemiddelde winstmarges in de periode 2017-19 Bedrijf Winstmarge (gemiddelde 2017-19) Microsoft 32,9 % Goldman Sachs 32,5 % Apple 26,9 % Google/Alphabet 24,8 % RELX 23,3 % Wolters Kluwer 19,4 % UBS 17,3 % Heineken 13,3 % John Wiley & Sons 11,6 % Philips 8,1 % Shell 7,5 % Volkswagen 6,4 % BRON: Orbis Als je naar deze cijfers kijkt, is het verleidelijk (en wel zo makkelijk) om uitgevers de schuld te geven van hun hebzucht. Tegelijkertijd kan men stellen dat opportunisme de aard en het doel is van elke commerciële onderneming met winstoogmerk. Wat misschien nog verrassender is, is het feit dat de institutionele structuren die deze duizelingwekkende winstkansen decennialang hebben gevoed – structuren waaraan wij, als leden van de academische gemeenschap, allemaal medeplichtig zijn geweest – vaak onbetwist blijven en daarom in stand worden gehouden. Naast de verbijsterende winstmarges die hierboven geschetst zijn, zijn er nog andere redenen om vraagtekens te zetten bij het huidige academische publicatiesysteem. Ten eerste worden universiteiten door deze structuren steeds afhankelijker van commerciële uitgevers, wat de academische vrijheid kan ondermijnen. In navolging van grote techbedrijven zoals Facebook, Amazon of Google hebben wetenschappelijke uitgevers hun verdienmodellen verder uitgebreid  richting data-analytics. Als onderdeel van deze strategie hebben ze de controle verworven over aanzienlijke delen van de digitale onderzoeksinfrastructuur van universiteiten, bijvoorbeeld door bedrijven over te nemen die een cruciale rol spelen in verschillende fasen van de onderzoekscyclus. Een goed voorbeeld hiervan is RELX/Elsevier: het bedrijf is eigenaar van zoekmachines (Scopus), referentiebeheersystemen (Mendeley) en kennisarchieven (Pure), waardoor het waardevolle gebruikersgegevens kan volgen (dat wil zeggen, vastleggen en opslaan) die vervolgens aan commerciële partijen kunnen worden verkocht. Het uitbesteden van de onderzoeksinfrastructuur aan commerciële partijen brengt aanzienlijke risico’s met zich mee op het gebied van onder andere privacy, gegevensbescherming en data-autonomie, evenals financiële risico’s. Vorig jaar waarschuwden Juliëtte Schaafsma en Martijn van der Meer bijvoorbeeld voor de gevaren van ongereguleerde en verborgen datatracking door grote uitgevers. Door de transitie naar open access hebben grote uitgevers namelijk hun verdienmodel aangepast, die nu deels gebaseerd is op de gebruikersdata van onderzoekers zelf. Maar wellicht nog wel belangrijker is het feit dat het huidige academische publicatiesysteem aantoonbaar slecht is voor de wetenschap. De dominante positie van deze uitgeverijen op de wereldwijde academische markt heeft de ongelijkheden in de wereldwijde kennisproductie in stand gehouden. Deze uitgevers hebben prestigieuze internationale tijdschriften gecreëerd die voornamelijk toegankelijk zijn voor universiteiten met aanzienlijke middelen, die voornamelijk gebaseerd zijn in Europa of Noord-Amerika. Universiteiten met beperkte middelen, voornamelijk gevestigd in het mondiale Zuiden, worden geconfronteerd met hoge abonnementskosten om toegang te krijgen tot deze ‘internationale’ tijdschriften. Deze beperkte toegang tot de academische gemeenschap heeft geleid tot een wereldwijde ongelijkheid in kennisproductie, wat weer ten koste gaat van diversiteit in de wetenschap. Terwijl er aan Nederlandse universiteiten enige discussies gaande zijn over privacy-vraagstukken met betrekking tot Google, blijven soortgelijke discussies over uitgevers schaars. In het algemeen is er vanuit de academische gemeenschap weinig weerstand tegen de ‘vender lock-in’ praktijken van wetenschappelijke uitgevers. Dit moet anders: bij het publiceren van wetenschappelijke artikelen gaat het uiteindelijk om commerciële bedrijven die publieke goederen en academische toekomsten monetariseren ten koste van medewerkers, studenten en uiteindelijk ook de belastingbetaler. Bovendien is het impliciet subsidiëren van aandeelhoudersuitkeringen en miljoenenbeloningen voor directieleden onverenigbaar met de principes van open wetenschap die onze universiteiten bepleiten. Het is weliswaar een uitdaging om los te komen van dit systeem, vooral omdat het gecoördineerde acties zou vereisen van verschillende instellingen, verspreid over verschillende disciplines en landen heen. Maar er zijn noemenswaardige alternatieven. ArXiv is een goed voorbeeld. Dit is een pre-print server die fungeert als publiek toegankelijk elektronisch archief voor wetenschappelijke artikelen uit verschillende vakgebieden, waaronder natuurkunde, wiskunde en statistiek. Er bestaan ook soortgelijke alternatieven in andere vakgebieden (zoals SocArXiv, PsyArXiv en BioRxiv). Daarnaast heeft recentelijk een hele redactieraad ontslag genomen bij twee vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften op het gebied van neurowetenschappen uit protest tegen de onhoudbare APC’s van Elsevier en richtten hun eigen open-access tijdschrift op. Naast deze discipline-gebonden initiatieven, zijn er inmiddels ook nationale en internationale plannen (waaronder Plan S) om de wurggreep van grote uitgevers te omzeilen. Hoewel deze initiatieven en acties laten zien dat verandering mogelijk is, zijn er meer systemische veranderingen nodig. Dit begint met een langetermijnvisie die niet alleen de toekomst van academisch publiceren en de relatie van universiteiten met commerciële uitgevers heroverweegt, maar ook een niet-commerciële onderzoekssoftware voorziet waarbij zowel data als privacy van onderzoekers gewaarborgd wordt. Over de auteurs: Lukas Linsi is universitair docent Internationale Politieke Economie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Léonie de Jonge promoveerde in juli 2019 bij de afdeling politicologie aan de Universiteit van Cambridge. Sinds september 2019 werkt ze als universitair docent Europese politiek en maatschappij aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze doet onderzoek naar rechts-populisme. David Cheruiyot is Assistent Professor bij het CMJS (Centre for Media and Journalism Studies) aan de Rijksuniversiteit Groningen. Niels Bieleveld was student-assistent / data-onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen en is nu werkzaam als Data Officer bij TKP Pensioen en begeleidt fondsen bij de transitie naar de Wet Toekomst Pensioenen (WTP).

Door: Foto: Michael Eisen, CC BY 3.0 , via Wikimedia Commons.
Foto: kiki99 (cc)

Van aandeelhoudersmodel naar gelijkwaardigheidsmodel (3)

Een gastbijdrage van Ries van der Vos.

Het aandeelhoudersmodel is niet meer van deze tijd. Vervang het door het gelijkwaardigheidsmodel, waarbij zeggenschap en ondernemingsrisico tussen kapitaal en arbeid wordt gedeeld. Een onderzoek in drie delen (lees ook deel 1 en deel 2). Vandaag het derde en laatste deel: de gevolgen wanneer het gelijkwaardigheidsmodel landelijk zou worden ingevoerd en hoe kan vervolg worden gegeven aan dit onderzoek.

Macro-economische effecten van het gelijkwaardigheidsmodel

Misschien wel de belangrijkste voordelen van het gelijkwaardigheidsmodel is dat er een andere economie ontstaat in de wereld, leidend tot een eerlijker inkomensverdeling en betere zorg voor het milieu. Wel moet dan iedereen willen meedoen met het gelijkwaardigheidsmodel. En dat is nog zeer onzeker. Het gelijkwaardigheidsmodel moet zich eerst maar eens op kleine schaal zich bewijzen.

Laten we veronderstellen dat alle Nederlandse ondernemingen gebruik maken van het gelijkwaardigheidsmodel. We beschouwen dan het effect voor de belastingen en de inflatie in vergelijking tot het bestaande aandeelhoudersmodel.

Effect voor de belastingen

Omdat het inkomen uit arbeid en kapitaal komen door een gelijkwaardige beloning, hoeft de inkomstenbelasting geen onderscheid meer te maken uit inkomsten uit vermogen (kapitaal) en inkomsten uit werk (arbeid). Dan kan het inkomen (uit arbeid + vermogen) worden belast in box1 en kan box3 verdwijnen. Hiermee wordt vermogen veel zwaarder belast dan in het huidige systeem. Geadviseerd wordt ook vermogenswinst (-verlies) als inkomsten mee te nemen bij de belastingheffing.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Language researcher looking puzzled, gemaakt met Dreamstudio, via Marc van Oosten dorp.

Hoe onderzoeken we de taal van kunstmatige intelligentie?

COLUMN - Ik denk dat er een half jaar geleden, toen met ChatGPT de eerste chatbot van een nieuwe generatie op internet verscheen, iets is gebeurd dat we nu nog niet gebruiken. In ieder geval is er nu een wezen dat geen mens is en toch menselijke taal kan gebruiken op een niveau dat tot nu toe nog nooit door iets of iemand werd bereikt die geen mens was.

Het is nog niet perfect, maar het is wel de moeite van het onderzoeken waard. Wat kan dat ding nog niet dat wij wel kunnen? Wat kan het wel dat bijvoorbeeld dieren niet kunnen? En wat kan het misschien zelfs beter dan wij? We kunnen vast van alles leren over menselijke taal door deze vergelijking te maken.

Maar hoe moeten we de taal van die chatbots bestuderen. Op internet staat sinds een paar dagen een artikel van een aantal onderzoekers van de Universiteit van Berkeley. Zij onderzochten of ChatGPT recursie kent, de eigenschap dat je in menselijke taal zinnen kunt inbedden in andere zinnen (ik wandel is een zin, die onderdeel is van jij denkt dat ik wandel en die laatste weer onderdeel van Marie zegt dat jij denkt dat ik wandel), enzovoort, zelfstandignaamwoordsgroepen in andere zelfstandignaamwoordsgroepen (mijn moeder in mijn moeders hoedje), enzovoort. Recursie wordt door veel onderzoekers gezien als dé definiërende eigenschap van menselijke taal.

Foto: Tyler Hewitt (cc)

Empirische onderbouwing genegeerd in neoliberale wetgeving

ANALYSE - De neoliberale wetgeving van de afgelopen decennia bevoordeelt vooral sterke, onafhankelijke burgers, ten koste van de kwetsbaren. Dat concludeert hoogleraar Marijke Malsch bij nadere beschouwing van de empirische onderbouwing van diverse wetten en beleid.

Bij sommige wetten is het probleem waarop zij gericht zijn duidelijk en ligt ook de oplossing voor de hand. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het rookverbod in cafés en de dodehoekspiegels bij vrachtwagens. Doelen en beoogde effecten van deze wetten zijn behoorlijk helder en zijn via empirisch onderzoek relatief eenvoudig vast te stellen. Maar er zijn ook wetten die veel gecompliceerder zijn en waarbij ook normatieve en rechtspolitieke vraagstukken een rol spelen.

Wetten maak je niet zomaar. Een wet is een ingrijpend middel. In de Aanwijzingen voor de regelgeving staat dat eerst andere maatregelen moeten worden geprobeerd.[1] En het Integraal toetsingskader beleid en regelgeving stelt dat een goede onderbouwing van wetsvoorstellen nodig is.[2] Als er empirisch onderzoek beschikbaar is dat relevant is voor een nieuwe wet, dan zou dat dus in een wetgevingstraject moeten worden betrokken.[3] De kans is dan groter dat de wet ‘werkt’ en geen of minder ongewenste neveneffecten heeft.

In dit artikel analyseer ik achtereenvolgens wetgeving en beleid over mensenhandel en prostitutie, over het spreekrecht voor slachtoffers en over het afbouwen van de ‘instituutszorg’.[4]

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Arch, CC0, via Wikimedia Commons, standbeeld Ton Koops, Jip en Janneke Zaltbommel,

Hoger opgeleiden hechten meer aan eenvoudige teksten

COLUMN - Er is de laatste jaren af en toe nogal wat te doen over eenvoudige teksten. Laatst ging het daar ook over tijdens een college voor de eerstejaars die hun eerste onderzoekjes moesten presenteren. Een van hen is bezig met de vraag of het voor de overheid nu verstandig is om teksten te schrijven in een zogeheten ‘B1-niveau’, en toen kwam mijn collega Wilbert Spooren aanzetten met het nieuwste nummer van Tijdschrift voor Taalbeheersing met een artikel over het onderwerp, dat die ochtend was binnengekomen. (Zo actueel zijn wij in ons onderwijs!)

Gisteren heb ik het artikel meteen ook gelezen. De auteurs, Henk Pander Maat en Jet Gravekamp, legden twee teksten voor aan een aantal groepen lezers – een brief van een bank en een brief van een zorginstelling. Van ieder van die brieven waren er twee versies: een in eenvoudige taal en een met een wat ingewikkelder taalgebruik. De vraag was niet alleen of er een verschil in begrijpelijkheid was, maar ook wat lezers van de teksten vonden en vooral ook van de auteur. Vind je iemand deskundiger naarmate hij meer moeilijke woorden gebruikt?

Verschillende groepen kregen verschillende versies van die brief te zien. In ieder van de groepen maakten de onderzoekers bovendien verschil tussen hoger opgeleiden en anders opgeleiden.

Foto: © Evelina Leivada et al Figure 5 from article DALL-E 2 fails to reliably capture common syntactic processes copyright ok. Gecheckt 15-11-2022

Computer begrijpt niet wat een vrouw zonder handtas is

COLUMN - Hoe goed kunnen computers menselijke taal begrijpen? Niet heel goed, laat de Catalaanse onderzoeker Evelina Leivada samen met Amerikaanse collega’s Elliot Murphy en Gary Marcus zien in een nieuw artikel.

Je hoort wel beweren dat het moment bijna daar is: computers kunnen denken en voelen en alles begrijpen wat we zeggen. Een paar jaar geleden sloot Elon Musk nog een project voor schrijvende computers omdat ze zo goed zouden zijn dat het eng werd. Eerder dit jaar werd een ingenieur bij Google ontslagen nadat hij een rapport had geschreven waarin hij beweerde dat een nieuwe chatbot van het bedrijf bewustzijn had, en mogelijk zelfs een ziel.

Van zielen hebben taalkundigen geen verstand, maar in ieder geval met het taalgevoel valt het voorlopig wel mee, zo laten Leivada en haar collega’s zien aan de hand van een aardig experimentje. Ze legden DALL-e, een van de bekendste AI-systemen van dit moment een aantal constructies voor waarvan bekend is dat ze kenmerkend zijn voor menselijke taal: mensen hebben er geen problemen mee en dieren (of computers) wel. Zou DALL-e dit wel begrijpen?

DALL-e is een van de voorbeelden van systemen die in het afgelopen jaar ineens in de belangstelling kwamen te staan: je kunt er een zinnetje intikken en de computer genereert een plaatje dat met het zinnetje correspondeert. Alleen blijken die plaatjes dus soms wel eigenaardig te zijn.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Het Wereldvenster Boekomslag Polarisatie in Nederland, redactie Paul Dekker. UItgeverij copyright ok. Gecheckt 18-10-2022

Politieke polarisatie is in Nederland geen overheersende trend

22 wetenschappers hebben hun inzichten over politieke polarisatie in Nederland gebundeld in een boek. Eén van hen, hoogleraar Paul Dekker, licht toe.

Oplopende tegenstellingen, dreigende tweedelingen, groeiende onenigheid, toenemend extremisme en verruwing en verharding in politiek en samenleving: Nederlanders maken zich er al langer grote zorgen over. Het paraplubegrip voor hun zorgen is al een tijdje polarisatie.

Heb je dat woord eenmaal opgepikt, dan zie je er ook steeds meer voorbeelden van. Van spanningen in je directe omgeving tot grote voorbeelden van demonstraties. Van voor- en tegenstanders van Zwarte Piet via conflicten over stikstof- en coronabeleid tot ontsporende Kamerdebatten. Maar heeft het wel zin om hier overal het polarisatie-etiket op te plakken en hoe reëel is de impliciete aanname dat er een brede maatschappelijke polarisatietrend onder stroomt?

In de gisteren verschenen bundel Politieke polarisatie in Nederland bieden 22 politicologen, sociologen en andere wetenschappers inzichten uit onderzoek om hier antwoord op te geven, zorgelijke ontwikkelingen te onderscheiden van spookbeelden, en remedies te bezien voor zorgelijke polarisatie.

Soorten polarisatie

Politieke polarisatie gaat over vergroting van tegenstellingen. Die kan intentioneel zijn – een politicus die polariseert om een keuze scherper neer te zetten of afstand te nemen tot een tegenstander – of iets wat mensen overkomt: ze drijven uit elkaar of worden naar extremere standpunten gedreven. Dit speelt bij individuen en binnen en tussen groepen en organisaties.

Foto: the Italian voice (cc)

Schaadt een obsessie met spelling de economie?

COLUMN - In de ogen van sommigen bestaat het vak Nederlands alleen om mensen te helpen voorbij de personeelsfunctionaris te geraken. Bij Nederlands leer je om “ik word” te schrijven in plaats van “ik wordt”, want als je ooit onverhoeds dat laatste schrijft in een sollicitatiebrief, gooit de afdeling Human Resources je brief zo in de prullenbak.

Dat vermoeden wordt nu bevestigd door Gentse economen: inderdaad worden cv’s terzijde gelegd als er spelfouten in werden gemaakt. In een experiment kregen mensen die verantwoordelijk waren voor het aannamebeleid van bedrijven brieven voorgelegd van door de onderzoekers verzonnen kandidaten. Sommigen kregen een cv zonder spelfouten, anderen dezelfde brief met 2 of met 5 van zulke fouten. Hoe meer fouten een cv bevatte, hoe groter de kans dat het terzijde werd gelegd. Het onderzoek staat hier.

Inheemse naam

Wat moeten we met zulke bevindingen? In het persbericht van de Universiteit Gent en in een nieuwsbericht dat de VRT van dat persbericht maakte, werd meteen een boodschap voor kandidaten gedestilleerd. Zie je wel, je moet goed opletten tijdens de les spelling, anders kom je nooit aan een baan. Het gedrag van die personeelsfunctionarissen wordt daarmee beschouwd als een natuurverschijnsel: zij denken nu eenmaal dat je incompetent bent en niet communicatief als je niet spelt volgens het Groene Boekje, dus je past je maar aan. Stijn Baert, de professor onder wiens supervisie het onderzoek werd uitgevoerd zegt in het bericht van de universiteit ook expliciet:

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: fidepus (cc)

Ritueel misbruik en de heilige status van Argos

OPINIE - Gastbijdrage van Pepijn van Erp (bestuurslid Stichting Skepsis) en Peter Zegers (boekhandelaar en publicist).

De vraag of satanisch ritueel misbruik voorkomt in Nederland lijkt terug van weggeweest. Wie de discussie in de jaren negentig van de vorige eeuw hierover nog voor de geest kan halen, moet dit bevreemden. Onderzoek wees toen uit dat het nagenoeg uitgesloten is dat er netwerken zijn waarin dat op grote schaal zou plaatsvinden, het totale gebrek aan concreet bewijs valt er niet mee te rijmen. Wat is er nu voor nieuws onder de zon?

De verhalen van vermeende slachtoffers van ritueel misbruik, met vaak onvoorstelbaar gruwelijke details over martelingen en kindermoord, zijn sindsdien niet verdwenen en een aantal therapeuten blijft er halsstarrig in geloven. Op websites van complotdenkers is het thema ook nooit weggeweest en kreeg het recent via het fenomeen QAnon een flinke boost.
Het radioprogramma Argos zorgde er in juni 2020 voor dat het onderwerp ook in de mainstream media opdook als iets waar opnieuw serieus onderzoek naar gedaan zou moeten worden met een uitzending waarin onderzoeksjournalisten Huub Jaspers en Sanne Terlingen verslag deden van hun eigen onderzoek.

Kamervragen

De Tweede Kamer gaat hierin mee. In antwoord op vragen van GroenLinks, PvdA en SP liet de minister van Justitie en Veiligheid weten dat hij geen reden ziet voor nieuw onderzoek. Hij schrijft echter ook wat ongelukkig: “Er valt niet uit te sluiten dat ritueel misbruik in Nederland voorkomt”, wat enerzijds klopt als een bus – hoe zou je dat immers volledig uit kunnen sluiten? – maar anderzijds makkelijk geïnterpreteerd kan worden als dat opsporingsinstanties er eigenlijk onvoldoende zicht op hebben.

Foto: Screenshots Goedemorgen Nederland via Republiek Allochtonië

Moslims op TV: Goedemorgen Nederland heeft nog een wereld te winnen

ACHTERGROND - door Tayfun Balçik

Het onderzoek ‘Moslims op TV’ houdt op een systematische wijze bij hoe ‘de moslims’ en/of de ‘de islam’ wordt geportretteerd op Nederlandse TV. In dit artikel maakt Tayfun Balçik een deel van de eerste resultaten bekend, met de focus op het WNL ochtendprogramma Goedemorgen Nederland. En om gelijk met de deur in huis te vallen: het ging bar weinig over moslims specifiek in de onderzochte periode. Corona en uiteraard de Black Lives Matter-beweging domineerden de agenda in Hilversum. In de periode van 1 tot en met 20 juni zijn er direct of indirect 50 ‘moslimberichten’ verschenen. Het leeuwendeel (39 berichten, 78% van het totaal) is als ‘negatief’ te kwalificeren.

Nu heeft dat laatste onderwerp vele aanknopingspunten met waar wij naar kijken bij Moslims op TV.  Maar omdat BLM voornamelijk over anti-zwart racisme gaat, zijn de gegevens over BLM in dit artikel alleen meegenomen wanneer het kruiste met discriminatie en racisme door of tegen moslims, en wanneer BLM werd geagendeerd door mensen met een mogelijke moslimachtergrond. Over die intersecties zal later in dit artikel nog op worden ingegaan. Nu is het tijd om te kijken naar de stand van zaken met betrekking tot moslimnieuws in de afgelopen maand bij WNL Goedemorgen Nederland.

Foto: kornerli (cc)

Huidhonger en eenzaamheid in coronatijd

ACHTERGROND - We Facetimen, Zoomen en Houseparty-en wat af in deze ‘intelligente’ lockdown. Maar schermtijd kan een knuffel niet vervangen. Veel mensen hebben huidhonger. Dr. Anouk Keizer start daarom onderzoek naar thuisisolatie, het gebrek aan aanraking en mentaal welzijn. Doe je mee?

“Wat mis je het meest?!?” Ik kijk naar een live video op Instagram. Een gesprek met een regisseur en hoofdrolspeler van een film, die vanwege de gesloten bioscopen online in première gaat. Hartjes vliegen over het scherm, de vragen van kijkers verschijnen onder de video. En de vraag “Wat mis je het meest tijdens de lockdown?” blijft maar terugkomen. “Knuffels” zegt de regisseur, “zeker weten knuffels”. “Ik wil niet dat deze Instagram live eindigt”, valt de actrice bij, “Ik voel me zo eenzaam en ik mis echt menselijk contact”. Gelukkig heeft ze een hond, die je gedurende de livesessie op de achtergrond hoort hijgen en knauwen op een bot. Maar wat als je in deze tijd van thuisisolatie en quarantaine helemaal alleen in je appartementje zit? Zonder partner of huisdier. Wat doet dat met een mens?

Alleen en eenzaam

De media schenken naast de vele berichten over sterfte- en besmettingscijfers van het coronavirus, ook aandacht aan het alleen thuiszitten. Zo schreef Volkskrantjournalist en filosoof Doortje Smithuijsen een artikel over de effecten van haar thuisisolatie. Alleen zijn, daarin staat zij zeker niet alleen. Want de groep alleenstaanden groeit al jaren, blijkt uit cijfers van het CBS. Ruim een kwart van de Nederlanders tussen de 25 en 45 jaar is single. In deze weken van zelfisolatie leven zij ook echt alleen. Dit kan leiden tot mentale klachten, zoals angst en depressie, zeggen psychologen van Tilburg University. Zelfs Koning Willem-Alexander schonk aandacht aan het alleen zijn en sprak in zijn toespraak over het ‘eenzaamheidsvirus’. En in het radioprogramma Met het Oog op Morgen ging het over huidhonger. Een bijna poëtische term, waarvan je zonder ‘m te kennen waarschijnlijk instinctief wel weet wat ermee wordt bedoeld: dat je lichaam het mist om aangeraakt te worden.

Foto: Esther Dyson (cc)

De riskante run op een medicijn

COLUMN - In New York,­­ momenteel een brandhaard van het coronavirus, begint vandaag een klinische test met bestaande medicijnen, die samen mogelijk helpen tegen corona. Dat kondigde gouverneur Andrew Cuomo aan. Het gaat om een combinatie van chloroquine (een middel tegen malaria), hydroxychloroquine (dat tegen lupus en arthritis wordt gebruikt), en zithromax, een antibioticum. De Food and Drug Administration (FDA) heeft zijn fiat aan de test gegeven.

Verhalen over de mogelijke effectiviteit van chloroquine en hydroxychloroquine deden afgelopen week al de ronde. De basis daarvoor ligt in een Franse studie. President Trump, die voor de test tekende, betoonde zich uiterst optimistisch (‘a real chance to be one of the biggest game changers in the history of medicine’).

Anderen zijn terughoudend. FDA-bestuurder Stephen Hahn zei: ‘Wellicht is dit het juiste middel, maar we weten nog weinig over de geschikte dosering; misschien doet dit meer kwaad dan goed.’ Dr. Anthony Fauci, hoofd van het National Institute of Allergy and Infectious Diseases, zei vrijdag dat het bewijs van de effectiviteit op zijn best ‘anekdotisch’ was.

Inmiddels hebben een aantal deskundigen de Franse studie (en andere data) onder de loep genomen. Gaetan Burgio, een Australische geneticus, ontleedde de gegevens op Twitter. De Franse studie keek naar slechts 20 proefpersonen, was niet gerandomiseerd, en in 16 gevallen was sprake van ronduit belazerde metingen. Zijn conclusie: er is geen enkel bewijs. In een ander draadje vat Jason Poque de bevindingen samen; hij trekt dezelfde conclusie.

Vorige Volgende