Met de bodemradar op Urk

Luchtfoto’s! Luchtfoto’s! Die waren best handig, redeneerden de generaals in de Eerste Wereldoorlog, om te weten waar vijandelijke loopgraven waren. En zo kregen de legers fotografische diensten, zo groeiden de fotoarchieven en zo kregen archeologen er een hulpmiddel bij. Op een zuurstofrijke bodem groeien gewassen beter, en een oude, reeds lang gedempte sloot is nog lang snel zuurstofrijker dan de omgeving. Zulke crop marks zijn zichtbaar op een luchtfoto. In Flanders Fields zijn zo tientallen middeleeuwse versterkte boerderijen geïdentificeerd, en elk jaar wordt wel iets ontdekt op de foto’s die in de jaren twintig boven Irak zijn gemaakt. Zoiets kan natuurlijk ook in Nederland. Een motte op Urk? Een lid van een lokale afdeling van de Nederlandse Archeologievereniging-AWN (zeg maar de vereniging van archeologieliefhebbers) bekeek de luchtfoto’s die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt van de droogvallende Noordoostpolder, en hij zag dat even voorbij Urk een kring lag in een deel van de polder dat ooit bij het eiland hoorde, maar al in de Late Middeleeuwen door de zee is verzwolgen. De kring is sindsdien nooit meer zichtbaar geweest, aangezien het nieuwe land in gebruik is genomen voor de landbouw. Ook op de foto’s van Google Earth en op de LIDAR-beelden van het Actueel Hoogtebestand is niets te zien. [caption id="attachment_368649" align="aligncenter" width="500"] Niets te zien: natuurlijk licht en LIDAR[/caption] De kring is dus gezien geweest en het kan van alles zijn, bijvoorbeeld een motte uit de Volle Middeleeuwen: een houten versterking op een heuvel, omgeven door een gracht. De klei die vrijkwam bij het graven van die gracht, werd gebruikt bij het opwerpen van de heuvel, die dus behoorlijk hoog kon zijn. Zulke versterkingen lijken in de negende eeuw voor het eerst te zijn gebouwd aan de riviermondingen en moesten Vikingen tegenhouden, en dat treft, want de kring die bij Urk korte tijd zichtbaar is geweest, lag aan de Nagela, de oude monding van de Overijsselse Vecht en/of IJssel. Het kan dus een motte zijn geweest, of een andere versterking uit een later tijdperk, of nog iets heel anders. [caption id="attachment_368651" align="aligncenter" width="365"] Inname van een motte (Tapijt van Bayeux)[/caption] Wie zal het zeggen, zolang er geen bodemonderzoek is gedaan? En zo komen we bij de AWN-werkgroep Geofysische Meettechnieken in de Archeologie, kortweg AWN-WGMA. Bodemradar Even terug naar het Verdrag van Malta, waarmee de landen van de Europese Unie in 1992 regels overeenkwamen voor de omgang met archeologisch erfgoed. Eén regel was dat amateurs niet langer mochten graven, wat betekende dat de leden van de AWN, die vaak heel professioneel waren, werden uitgesloten van hun hobby. (Het is natuurlijk beter zo, maar het zit menigeen nog altijd niet lekker.) Professioneel als de AWN-ers wilden zijn, gingen ze zich bezighouden met technieken die het bodemarchief onverstoord lieten, zoals bodemradar. Ground-penetrating radar, zoals het ook wel heet, is precies wat u denkt: radar om te zien wat er in de bodem zit. Het is gewoon een radiogolf die wel door zand of klei gaat, maar terugkaatst als de golf stuit op steen. Op de foto bovenaan ziet u hoe zo’n apparaat over de Urker akker wordt getrokken. Het signaal wordt in een computer geregistreerd en leent zich na nog wat digitale technieken voor verdere analyse. Zo is vast te stellen wat er in de bodem zit, en dat kan zowel een bovenaanzicht als een zijaanzicht zijn. Ik was vorige week een ochtend lang met de mensen van de WGMA mee. De boer was zo vriendelijk geweest zijn werkzaamheden wat uit te stellen, en een heel team was op zijn land aan het werk: om te beginnen met het karretje dat reed over de akker, maar er was ook iemand die met een drone het aangrenzende veld in kaart bracht, en iemand die met een metaaldetector over het land liep. Die vond alleen een spijker en een schroef, en was blij omdat dat betekende dat het apparaat goed was afgesteld. Het betekent bovendien dat schatgravers niet hoeven proberen iets te vinden, want als er al archeologische vondsten zijn te doen, zitten die vrij diep in de bodem, dus plunderaars kunnen de Urker akker negeren. Dat zal de boer geruststellend vinden. Tot slot één: de resultaten van het veldwerk vorige week waren nogal ambigu, en er zal waarschijnlijk meer onderzoek plaatsvinden om vast te stellen of de Urker motte heeft bestaan of niet. Wordt dus vervolgd. Tot slot twee: alle rapporten van de WGMA zijn online.

Door: Foto: Mainzer Beobachter Jona Lendering eigen foto Bodemradar
Foto: Andrea Piacquadio on Pexels

Linkse of rechtse wetenschap is een categoriefout

COLUMN - door Joyce Weeland

De wetenschap krijgt vaak het verwijt dat zij links is en dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Volgens onderzoeker Joyce Weeland is wetenschap niet links of rechts: de geloofwaardigheid wordt juist bedreigd zodra wetenschappelijke bevindingen politiek worden geframed.

Op universiteiten ontbreekt het aan diverse ideologische perspectieven en dit schaadt het vertrouwen in de wetenschap. Onder meer Andreas de Block en Musa al-Gharbi zetten dit verwijt uitgebreid uiteen in hun boeken en recent verscheen in NRC nog een opiniestuk over ‘linkse dominantie’ op universiteiten. Echter, de roep om ‘ideologische diversiteit’ op de universiteit klinkt misschien aantrekkelijk, maar het is een categoriefout. De universiteit is geen parlement waar elke overtuiging recht heeft op zetels.

Dat relatief veel wetenschappers progressief stemmen, betekent niet automatisch dat wetenschappelijke bevindingen vertekend zijn

Het idee dat wetenschap ‘links’ is omdat veel wetenschappers progressief stemmen, is misleidend. Hoogleraren stemmen inderdaad gemiddeld linkser dan andere beroepsgroepen, maar ze zijn niet ideologisch homogener dan professionals in andere sectoren. Hun politieke oriëntatie past in een breder patroon waarbij beroepen met veel cultureel kapitaal (zoals wetenschappers en kunstenaars) vaker naar links leunen, terwijl beroepen met veel economisch kapitaal (zoals CEO’s en managers) vaker rechts georiënteerd zijn (Van de Werfhorst, 2020).
Dat relatief veel wetenschappers progressief stemmen, betekent daarnaast niet dat wetenschappelijke bevindingen vertekend zijn. Wetenschap ontleent haar geloofwaardigheid aan transparantie, peer review en replicatie. Dat systeem is expliciet ontworpen om individuele aannames, voorkeuren en vooroordelen uit te filteren. Als bepaalde opvattingen nauwelijks voorkomen in de academie, kan dat evengoed betekenen dat ze empirisch niet standhouden. Sommige politieke ideologieën liggen verder af van empirische bevindingen dan andere.

Onderzoeksagenda’s

Ook het argument dat onderzoek bevooroordeeld is en vooral linkse thema’s behandelt, is discutabel. Onderzoeksagenda’s volgen actuele maatschappelijke vraagstukken en beschikbare data, geen partijprogramma’s. Zo steeg het aantal publicaties over gezondheidsongelijkheid significant in landen die door Europese bezuinigingen werden getroffen (Pietrovito et al., 2026).
Dat is geen ideologische ruk naar links, maar een reactie op reële maatschappelijke verschuivingen. Wetenschap volgt problemen, zij creëert ze niet. Echter, wetenschappers doen soms aan zelfcensuur, vanuit een afhankelijkheid van financiering en publicatiekansen, uit zelfbescherming of bezorgdheid om het welzijn van (sociale) groepen (Clark et al., 2023).

Rechtse stemmers missen thema’s als criminaliteit en de kosten van klimaatbeleid

De progressieve agenda van wetenschappers zou daarnaast ook het vertrouwen in de wetenschap beschadigen, bijvoorbeeld omdat het niet aansluit bij de belevingswereld van niet-wetenschappers.
Rechtse stemmers missen thema’s als migratie, criminaliteit en de kosten van klimaatbeleid. Sociale veiligheid in een diverse samenleving verdient serieuze academische aandacht, juist omdat simplistische frames schade en verdere polarisatie veroorzaken (Albarosa & Elsner, 2023Van Assche et al., 2023). En inderdaad, de kosten van klimaatbeleid zijn reëel en soms pijnlijk. Maar oplossingen voor klimaatbeleid worden onderzocht omdat we weten dat het negeren van klimaatverandering de maatschappelijke en economische kosten uiteindelijk alleen maar hoger zouden maken (Caruso, de Marcos & Noy, 2024Newman & Noy, 2023).

Het echte probleem

Het echte probleem rondom vertrouwen in de wetenschap wordt hiermee zorgvuldig vermeden: het vertrouwen in wetenschap wordt actief ondermijnd en daalt vooral waar politici en opiniemakers haar systematisch framen als ‘woke’, ‘activistisch’ of ‘elitair’. Wantrouwen is een gevolg van een politieke strategie die kennis verdacht maakt.

Niet een vermeend linkse universiteit tast het vertrouwen aan, maar het systematisch zaaien van twijfel

Hiermee wordt de vertrouwenskwestie omgedraaid: niet een vermeend linkse universiteit tast het vertrouwen aan, maar het systematisch zaaien van twijfel over wetenschap. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat mensen die zichzelf als ‘rechts’ beschrijven juist méér vertrouwen hebben in wetenschap in landen waar rechtse partijen de wetenschap niet aanvallen.
Deze mensen hebben minder vertrouwen zodra juist rechtse politici dat wél doen. Hetzelfde geldt spiegelbeeldig voor linkse mensen in landen waar linkse partijen wetenschap in twijfel trekken (Mede et al., 2023Lasco & Curato, 2019).

Het kan beter

Dit alles betekent niet dat wetenschappers zichzelf niet kritisch hoeven te bevragen, we niet hoeven te streven naar diversiteit op de universiteit, of dat we zaken niet beter kunnen doen. Allereerst: conclusies die gebaseerd zijn op feiten zijn niet per definitie objectief. Data en onderzoeksresultaten krijgen pas betekentis na interpretatie. Transparantie over uitgangspunten, gemaakte keuzes en positionaliteit is daarom cruciaal en dit zouden we in de wetenschap nog verder kunnen versterken.

Maak zichtbaar vanuit welk perspectief onderzoeksresultaten worden geduid

Zo is het in kwalitatief onderzoek gebruikelijk om je eigen positionaliteit als onderzoeker te bevragen, maar wordt dit in kwantitatieve studies niet of nauwelijks expliciet gemaakt. Het doel hierbij is niet om onderzoeksresultaten te relativeren, maar om zichtbaar te maken vanuit welk perspectief ze worden geduid.
De wetenschappelijke agenda wordt daarnaast vaak door een relatief klein groepje mensen met veel invloed bepaald. Beslissingen over wat wordt onderzocht hangen daarbij ook af van schaars beschikbare middelen, zoals financiering. Ook heeft de wetenschap nog een enorme kans om de maatschappelijke impact te vergroten door bevindingen beter en toegankelijker te communiceren, zodat inzichten niet alleen binnen academische kringen blijven, maar ook voor het grote publiek begrijpelijk en bruikbaar zijn.
Wie de kwaliteit en het vertrouwen in wetenschap echt wil versterken, moet stoppen met haar te reduceren tot een cultureel strijdtoneel. Investeren in een grote diversiteit aan onderzoeksprogramma’s, open science en betere wetenschapscommunicatie helpen hierbij meer dan ideologische quota. Kortom: de universiteit hoeft niet ‘rechtser’ te worden. Ze moet onafhankelijk blijven. Dat is iets heel anders.


Dit artikel verscheen eerder bij Sociale Vraagstukken. Joyce Weeland is onderzoeker en werkt als Associate Professor bij de afdeling Jeugd en Gezin aan de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences.

Literatuur
Albarosa, E., & Elsner, B. (2023). Forced migration and social cohesion: Evidence from the 2015/16 mass inflow in GermanyWorld Development167, 106228.

Burgers, F., Duiveman, A., & Hogeweg, L. (2026, 13 februari). Linkse dominantie op de universiteit ondergraaft vertrouwen in wetenschap. NRC. https://www.nrc.nl/nieuws/2026/02/13/linkse-dominantie-op-de-universiteit-ondergraaft-vertrouwen-in-wetenschap-a4919609

Caruso, G., de Marcos, I., & Noy, I. (2024). Climate changes affect human capitalEconomics of Disasters and Climate Change8(1), 157-196.

Clark, C. J., Jussim, L., Frey, K., Stevens, S. T., Al-Gharbi, M., Aquino, K., … & Von Hippel, W. (2023). Prosocial motives underlie scientific censorship by scientists: A perspective and research agendaProceedings of the National Academy of Sciences120(48), e2301642120.

Lasco, G., & Curato, N. (2019). Medical populismSocial Science & Medicine, 221, 1-8.

Newman, R., & Noy, I. (2023). The global costs of extreme weather that are attributable to climate changeNature Communications14(1), 6103.

Mede, V., Berger, S., Besley, J., Brick, C., Joubert, M., … Metag, J. (2025). Trust in scientists and their role in society across 68 countriesNature Human Behaviour, 9(4), 713-730.

Pietrovito, F., Rancan, A., Resce, G., & Santangelo, A. E. (2026). Do fiscal constraints affect health inequality research? A bibliometric perspective (No. esdp26102). University of Molise, Department of Economics.

Van Assche, J., Ardaya Velarde, S., Van Hiel, A., & Roets, A. (2023). Trust is in the eye of the beholder: How perceptions of local diversity and segregation shape social cohesionFrontiers in Psychology13, 1036646.

Van de Werfhorst, H. G. (2020). Are universities left‐wing bastions? The political orientation of professors, professionals, and managers in EuropeThe British Journal of Sociology, 71(1), 47-73.

Quote du Jour | definitiemacht

QUOTE - Professor Laura Batstra heeft voor het pedagogenblog pedagogiek.nu een interessant artikel geschreven over definitiemacht: de macht (van onder andere wetenschappers) om van zaken een definitie vast te stellen, waarmee vervolgens het denken over en het handelen in relatie tot deze zaken wordt gestuurd. Aanleiding is een subsidie-call voor onderzoek naar arme mensen:

Een zeer machtige definitiemacht is die van de instanties die grote sommen overheidsgeld verdelen over onderzoekers en onderzoeksgroepen. Met de inhoud van hun calls bepalen zij in sterke mate welk gedachtegoed geld en dus aandacht krijgt. Zo heeft verstrekker ZonMW (Zorg Onderzoek Nederland / Medische Wetenschappen) meerdere keren flinke impulsen gegeven aan het medicaliserende idee dat psychische stoornissen al vanaf jonge leeftijd huizen in mensen en dat vroege herkenning en behandeling erger kan voorkomen. Er is geen bewijs voor deze aanname, maar met vele tonnen onderzoeksgeld is het stoornisdenken wel extra versterkt in onderzoek en samenleving.

En nu is er de call van een andere subsidie-gigant, de NWO (Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek): “Het brein achter gezinskeuzes: inzichten voor gezondheid en gelijke kansen”, welke ook weer maatschappelijke problemen individualiseert. NWO stelt  €7.250.000 beschikbaar voor wetenschappers om oorzaken en oplossingen voor stresserende omstandigheden te definiëren op het niveau van het individu, die moet namelijk leren om onder stress toch verstandige keuzes te maken: “Door beter te begrijpen hoe hersenprocessen besluitvorming sturen, kunnen we interventies ontwikkelen en systematisch testen die gezinnen helpen gezondere, veiligere en kansrijkere keuzes te maken, nu en in de toekomst.”

Foto: "Penne With Milan Sauce" by Photos By Dlee is licensed under CC BY-ND 2.0

Onderzoek in kommetjes

In 1986 opende een vestiging van McDonald’s bij de Spaanse Trappen in Rome. De Italiaanse journalist Carlo Petrini, protesteerde niet met spandoeken maar met kommen penne die hij uitdeelde aan voorbijgangers. Zo begon Slow Food, inmiddels een wereldbeweging met honderdvijftigduizend leden in honderdzestig landen — gebouwd op het besef dat we niet sneller moeten eten, maar beter.

Nu is er Slow Science: een nieuw manifest, van begin dit jaar, die oproept tot een vergelijkbare omwenteling in de wetenschap. (De initiatiefnemers verwijzen expliciet naar de parallel met Slow Food.) Het nieuwe manifest is pan-Europees. Wat ze delen is een grondgedachte: dat versnelling een vijand is van kwaliteit.

Die gedachte komt geen moment te laat, want de snelkookpan van de wetenschap staat op ontploffen. De wereldwijde productie van wetenschappelijke artikelen steeg van twee miljoen in 2010 naar 3,3 miljoen in 2022 — een groei van 65 procent in twaalf jaar. Verwacht wordt dat door de komst van kunstmatige intelligentie die stroom alleen maar toeneemt. En er zijn weinig aanwijzingen dat hiermee ook de groei van kennis toeneemt.. Een bekende studie in Nature uit 2023, gebaseerd op een analyse van 45 miljoen artikelen en 3,9 miljoen patenten over zes decennia, toonde aan dat die artikelen en patenten steeds minder ‘disruptief’ zijn. Ze bouwen voort op bestaand werk in plaats van het te vervangen. Steeds meer onderzoekers, steeds meer artikelen, steeds minder echt nieuw inzicht.

Foto: Ewoud Butter, gemaakt tijdens demonstratie tegen racisme en fascisme op 22 maart 2025

Moslimdiscriminatie is niet los te zien van politieke context

OPINIE - door Ewoud Butter

Discriminatie van moslims in Nederland is geen incident, maar structureel, genormaliseerd en diepgeworteld. Dat bevestigt nieuw onderzoek. Het rapport is waardevol, maar heeft te weinig oog voor de politieke context die mede verklaart waarom moslims ‘onderzoeksmoe’ zijn. Aan dit kabinet vragen iets tegen moslimdiscriminatie te doen, is aan de brandweer vragen een brand te blussen terwijl een deel van de korpsleiding eerder met een jerrycan op het dak stond.

Discriminatie van moslims is geen uitzondering, maar een patroon dat diep verweven is met het dagelijks leven van veel Nederlandse moslims. Dat blijkt uit een onderzoek dat tussen december 2023 en december 2024 werd uitgevoerd door Regioplan en ERCOMER (Universiteit Utrecht), in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Geen incidenten, maar patronen

Moslimdiscriminatie komt voor in vrijwel alle onderzochte domeinen van het dagelijks leven: op school, op het werk, in de zorg en bij de overheid. Vaak gaat het niet om scheldpartijen of openlijk geweld, maar om alledaagse, subtiele vormen van uitsluiting. Niet minder pijnlijk, wél moeilijker aanwijsbaar.

Daarnaast is er sprake van institutionele discriminatie: regels en processen binnen organisaties die – vaak onbedoeld – systematisch nadelig uitpakken voor moslims. Denk aan strengere controles, belemmeringen bij toegang tot zorg of werk, of protocollen die niet aansluiten bij religieuze realiteit.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: © cartoon Marc van Oostendorp Iemand staat met haar foto in de krant, in ons herleefde managersfeuilleton De verleden tijd van lijken.

‘Boeken lezen, dat hoeft een neerlandicus kennelijk ook al niet meer’

COLUMN - “Mensen,” zei Flo, de nieuwe decaan van de faculteit altijd als ze het woord voerde. Sommigen verdachten haar er om deze reden van dat ze heimelijk weleens woke kon zijn. Waarom zei ze niet gewoon ‘dames en heren’ zoals vroeger? “De wereld is gek geworden” Deze sommigen drongen daarom af en toe aan de lunchtafel aan op haar ontslag, ook al hadden de lunchpartners helemaal geen macht om Flo te ontslaan.

Anderzijds wist niemand of ze vroeger, toen woke nog niet bestond, dan wél ‘dames en heren’ had gezegd.

Flo was zich in het geheel niet bewust van de discussie over haar eventuele wokedom. Ze vervolgde daarom haar toespraak. “Zoals jullie weten hebben we een nieuwe regering. Ik heb daar”, ze keek schalks om zich heen, “ook niet om gevraagd.” Er werd niet instemmend gehumd, het bleef eigenlijk doodstil. “Dit beleid”, zei Flo, nu ernstiger, “is mij natuurlijk een gruwel. Het stuit me tegen de borst. Ik word er, dat mogen jullie eerlijk weten, onpasselijk van.”

“En verdrietig”, vulde Wouter aan. Hij was inmiddels weer hoogleraar, maar zat naast haar omdat hij tot voor kort decaan was geweest. Samen hadden ze de boodschap voorbereid die ze nu naar voren moesten brengen.

Foto: JouWatch (cc)

Jonge mannen hebben minder egalitaire publieke genderopvattingen dan jonge vrouwen

ANALYSE - van Daniël van Wijk, Aart C. Liefbroer en Maaike van der Vleuten, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees.

Groeien de opvattingen van jonge mannen en vrouwen over gendergelijkheid uit elkaar? Maatschappelijke ontwikkelingen, zoals het gestegen opleidingsniveau van vrouwen en beleid om gendergelijkheid te bevorderen, en de reacties hierop door enkele invloedrijke mannen, doen vermoeden van wel. Tegelijkertijd ontbreekt systematisch bewijs over hoe de opvattingen over gendergelijkheid verschillen tussen vrouwen en mannen van verschillende leeftijden. In dit artikel onderzoeken wij dit aan de hand van recent gepubliceerde gegevens uit de European Social Survey. We maken een onderscheid tussen opvattingen over gelijkheid in de privésfeer (bijv. het gezinsleven) en de publieke sfeer (bijv. de politiek). Uit de analyses blijkt dat jonge mannen en vrouwen (15-29 jaar) sterker verschillen in hun opvattingen over gelijkheid in publieke genderrollen dan oudere mannen en vrouwen (30+). Zo zien jonge mannen minder voordelen van een gelijke genderverdeling in politieke en economische topfuncties dan jonge vrouwen, en zijn zij minder vaak voorstander van wetgeving die het aantal parlementaire zetels gelijk verdeelt tussen beide geslachten. Daarentegen zijn sekseverschillen in opvattingen over genderrollen in het gezinsleven kleiner en verschillen ze weinig tussen jongeren en ouderen.

De maatschappelijke kansen van vrouwen zijn de afgelopen decennia sterk verbeterd. Zo is het opleidingsniveau van vrouwen gestegen, en zijn vrouwen uit jongere generaties in vrijwel alle rijke landen inmiddels hoger opgeleid dan mannen. Nog bestaande ongelijkheden waarbij vrouwen in het nadeel zijn, zoals de loonkloof of de oververtegenwoordiging van mannen in topposities in bedrijven, worden door overheden actief bestreden. Jonge mannen voelen zich door deze ontwikkelingen mogelijk gepasseerd en zijn bang om hun (vaak gunstige) positie te verliezen. Deze gevoelens worden aangewakkerd door sommige radicaal-rechtse partijen en in “echo chambers” op sociale media, waarin influencers zoals Andrew Tate vrijuit hun visie over man-vrouwverhoudingen kunnen delen. Hebben deze ontwikkelingen geleid tot een groeiende kloof tussen jonge mannen en vrouwen in hun opvattingen over gendergelijkheid?

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Monument for the unknown bureaucrat - Duncan Stephen Luc Coekaerts (cc)

Niet lui maar immoreel: hoe politici de ambtenarij framen

ONDERZOEK - door Jessy Hendriks, Koen Damhuis, Sjors Overman, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees

Kritiek van politici op de ambtenarij is van alle tijden. Maar de inhoud van die kritiek is aan verandering onderhevig. Publieke dienstverleners worden niet zozeer meer neergezet als lui, ministeries als inefficiënt en de overheid als traag. Vandaag de dag bekritiseren volksvertegenwoordigers ambtenaren vooral om hun morele opvattingen, hun (on)partijdigheid en hun (on)betrouwbaarheid. Dat is een significante omslag met mogelijk grote gevolgen voor de loyaliteit van ambtenaren, de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever en uiteindelijk het functioneren van de publieke sector.

Bijna een halve eeuw geleden bedachten Amerikaanse onderzoekers de term “bureaucracy bashing” om kritiek op de ambtenarij te beschrijven. De wetenschappelijke aandacht voor dit fenomeen groeide in de jaren tachtig, toen prominente politici als Thatcher en Reagan zich geregeld negatief uitlieten over de publieke sector en ambtenaren. Zij schilderden hen af als inefficiënt, lui en overbodig. Sinds die tijd lijkt kritiek op de overheid en haar medewerkers echter te verschuiven. Termen als luiheid en inefficiëntie staan niet langer centraal. In plaats daarvan wordt publieke dienstverleners (ideologische) vooringenomenheid of onbetrouwbaarheid verweten. Zo hebben politici het over ‘linkse leraren’, een ‘discriminerende belastingdienst’ of een ‘vooringenomen OM’. Wij hebben als een van de eersten systematisch onderzoek gedaan naar de wijze waarop politici over de ambtenarij spreken, zowel in negatieve zin als in positieve zin.

Foto: Waitress, photo Andrea Piacquadio, via Pexels.

Strijd tegen platformisering is zaak van ons allen

De vakbonden FNV en CNV voeren al jaren actie tegen de platformisering van werk. Universitair hoofddocent Sociaal Recht Anja Eleveld en onderzoeker Erik Wesselius vinden dat de overheid meer moet doen. Ook de werkgevers mogen niet achterblijven.

Ongeveer twee jaar geleden startten de vakbonden FNV en CNV een rechtszaak tegen Temper. De rechtbank Amsterdam oordeelde onlangs dat mensen die voor platform Temper werken, vooral in de horeca, géén uitzendkrachten zijn.

De Hoge Raad moet er zijn definitieve oordeel nog over uitspreken

Het vonnis van de rechter betekent dat deze horecawerkers zich zelfstandige of zzp’er mogen blijven noemen. Maar dat houdt ook in dat zij niet, zoals werknemers in loondienst, bescherming genieten onder het arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht.

De Hoge Raad moet er zijn definitieve oordeel nog over uitspreken. Die uitspraak kan nog jaren op zich laten wachten. Maar zelfs dan is het nog maar de vraag of alle mensen die via een platform in de horeca werken, zullen worden gekwalificeerd als werknemer (of uitzendwerknemer). De nasleep van een eerder door de vakbonden gewonnen zaak, tegen het platform Deliveroo, doet anders vermoeden. Maaltijdbezorgers die via het platform Uber Eats werken, worden bijvoorbeeld nog steeds aangemerkt als zzp’er.

Ongewenst

Platformisering in de horeca heeft ongewenste gevolgen, met name voor de onderlinge solidariteit. Dat blijkt ook weer uit ons recente onderzoek.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Andrea Piacquadio, via Pexels

Jongvolwassenen zeggen ‘nee bedankt’ tegen flexwerk

ONDERZOEK - Flexwerk komt het vaakst voor onder mensen jonger dan 35 jaar. Lin Rouvroye toont in haar proefschrift aan dat jongvolwassenen hier niet uit zichzelf voor kiezen. Sterker nog, ze wijzen onzekere arbeidscontracten juist af.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek houdt gegevens bij over het aantal flexibele arbeidsrelaties onder de beroepsbevolking. De meest voorkomende vormen van flexwerk zijn: een tijdelijk contract voor bepaalde tijd (al dan niet met ‘uitzicht op vast’), een arbeidsovereenkomst via een uitzendbureau en een oproepcontract zonder een vaststaand aantal werkuren. Van de werkenden jonger dan 35 jaar had in 2023 iets meer dan de helft, 51 procent, een flexibel contract. Daarnaast werkte 8 procent van hen als zzp’er.

Je loopbaan beginnen met een flexibel arbeidscontract is in korte tijd een nieuwe norm geworden

Een flexibele start van het werkzame leven is een relatief nieuw gegeven. Figuur 1 toont het aandeel werknemers met een flexibele arbeidsrelatie per leeftijd in jaren, uitgesplitst naar verschillende geboortecohorten. Van de mensen die tussen 1965 en 1970 zijn geboren, had iets minder dan een kwart (24 procent) op 23-jarige leeftijd een flexibel arbeidscontract. Van diegenen die tussen 1990 en 1995 geboren zijn, slechts een paar decennia later, had de meerderheid op 23-jarige leeftijd (56 procent) een flexibele arbeidsrelatie. Je loopbaan beginnen op basis van een flexibel arbeidscontract is dus in relatief korte tijd een nieuwe norm geworden.

Foto: IowaPolitics.com (cc)

Thuisscholing in thuistaal: geen slecht idee

De pandemie was in sommige opzichten een ramp en in andere een schandaal. Er zijn onverteerbaar veel mensen gestorven en er zijn een aantal idiote maatregelen genomen. Maar voor de creatieve wetenschapper was het ook een kans.

Een zo’n creatieve wetenschapper is mijn collega Sharon Unsworth die samen met Marieke van den Akker en Caya van Dijk een artikel schreef over haar onderzoek naar het lot van Nederlandse meertalige families tijdens de lockdowns van de vroege jaren twintig. Omdat de scholen herhaaldelijk voor een langere periode gesloten waren, moesten ouders de taken van leerkrachten overnemen en hun kinderen zelf de weg wijzen in de stof. Hoe kwamen zij die periode door – en vooral natuurlijk: wat gebeurde er met hun talen? Ze schreven er een artikel over dat onlangs verscheen in het Journal of Child Language.

Ik weet niet zeker of ouders tijdens de pandemie ineens veel meer tijd hadden – het was mijn eigen ervaring niet. Maar hoe dan ook hebben maar liefst 587 gezinnen verslag uitgebracht, over in totaal meer dan 1000 kinderen. (Ik maak overigens zelf deel uit van een gezin met een meertalig kind en heb de vragenlijst zelf ook ingevuld.) Ze geven samen vermoedelijk wel een aardig inzicht, al deden er wel vooral hoger opgeleide ouders mee.

Foto: Header afbeelding © Marc van Oostendorp

Een Turks accent is nadeliger dan een Turkse naam

COLUMN - Mensen beoordelen hun medemensen voortdurend, en zo’n beetje op ieder mogelijke dimensie: hoe iemand eruit ziet, hoe hij zich gedraagt, hoe hij zich presenteert. En ook hoe die persoon klinkt. Mensen hoeven een ander meestal maar heel kort te zien of te horen om er een oordeel over te hebben. Dat heeft ongetwijfeld voordelen: je moet soms snel kunnen beoordelen of iemand te vertrouwen is. Maar het leidt natuurlijk ook tot ongewenste effecten, zoals discriminatie.

Discriminatie op basis van accent wordt de laatste tijd wel onderzocht. Vaak gaat het daarbij nog om autochtone accenten (hoe beoordelen we iemand met een Limburgs accent?), maar minstens even interessant zijn natuurlijk vreemde accenten. Zoals nu onderzocht in een nieuw artikel van een Moira Van Puyvelde en een aantal collega’s.

Zij lieten verschillende groepen mensen luisteren naar hetzelfde tekstje:

We zijn nu in de Verbindingsstraat. Je neemt de eerste straat rechts, de Sportpleinstraat. Dan loop je voor bij het sportplein en je neemt de eerste straat links. Dat is de Guido Gezellelaan. Je loopt tot het einde en aan de brasserie ga je naar links. Dan ben je in de Noordstraat en dan zie je de supermarkt aan de linkerkant

De truc was: verschillende groepen hoorden dit verhaal in verschillende contexten. De ene groep werd verteld dat ze de persoon, bijvoorbeeld Maarten Dhondt, hoorden en anderen werd over precies dezelfde opname verteld dat hij was ingesproken door Mert Doğan (de onderzoekers hadden er zorg voor gedragen dat die namen ongeveer hetzelfde klonken.) Een ander verschil was dat sommige van de opnamen met een Turks accent waren opgenomen en andere niet, al klonk er wel dezelfde persoon.

Volgende