Politiek-ambtelijke verhoudingen onder het minderheidskabinet-Jetten: worden ambtenaren politieker?

van Lars Brummel en Danique François Onder het kabinet-Schoof kwamen de verhoudingen tussen ministers en ambtenaren onder een vergrootglas te liggen. Op sommige departementen botsten bewindspersonen en bureaucratie met elkaar, wat leidde tot openlijke controverses en bestuurlijke problemen. [1] Met het aantreden van het kabinet-Jetten is een nieuwe politieke periode aangebroken, die door menig ambtenaar met opluchting is verwelkomd. Tegelijkertijd bevindt dit nieuwe minderheidskabinet – het eerste in Nederland sinds 1939 – zich in vrijwel onbekend vaarwater. In zijn beginweken bleek hoe lastig regeren zonder vaste meerderheid in beide Kamers kan zijn. Zo wist minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) met veel moeite steun van een meerderheid van de Tweede Kamer te krijgen voor zijn begroting, nadat zowel linkse als rechtse oppositiepartijen forse kritiek hadden op zijn plannen. [2] Dat het kabinet-Jetten geen meerderheid heeft in zowel de Tweede als Eerste Kamer, heeft niet alleen gevolgen voor bewindspersonen. Het heeft mogelijk ook consequenties voor ambtenaren. Wat betekent het minderheidskabinet voor de Nederlandse politiek-ambtelijke verhoudingen, nadat deze eerder onder het kabinet-Schoof op scherp zijn komen te staan? Bestuurbaarheid onder druk? Tijdens de formatie van het kabinet-Jetten klonk vaak het bezwaar dat een minderheidskabinet zou leiden tot meer politieke instabiliteit. Minderheidsregeringen hoeven echter niet per se instabieler te zijn dan meerderheidsregeringen. Een internationale vergelijkingsstudie naar bijna 500 kabinetten in 30 verschillende landen tussen 1977 en 2019 toonde aan dat minderheidskabinetten gemiddeld net zo lang bleven zitten als meerderheidskabinetten. [3] Hierbij horen ook belangrijke kanttekeningen. Minderheidskabinetten blijken vooral stabiel te zijn als zij vooraf formele en schriftelijke afspraken hebben gemaakt met andere partijen die hen alsnog de steun van een parlementaire meerderheid kunnen garanderen. Bij het ontbreken van zo’n constructie (zoals in het geval van het kabinet-Jetten) bleek een minderheidskabinet juist minder stabiel dan een meerderheidskabinet. Daarnaast brengt een tweekamerstelsel extra moeilijkheden met zich mee voor een minderheidskabinet. Een belangrijke uitdaging is dat plannen uit het coalitieakkoord niet vanzelfsprekend leunen op steun van meerderheden in beide Kamers. Bewindspersonen moeten nu voortdurend op zoek naar wisselende meerderheden. Volgens sommigen zou dit leiden tot een “permanente formatie”. Hoewel de verschillende kabinetten-Rutte meestal ook geen meerderheid hadden in de Eerste Kamer, is de situatie voor het kabinet-Jetten nog nijpender met slechts 66 zetels in de Tweede Kamer en 22 zetels in de Eerste Kamer. Hierbij komt dat de politieke samenstelling van de Eerste Kamer zeer verschilt van de Tweede Kamer, en dat deze verschillen na de Provinciale Statenverkiezingen van 2027 mogelijk nog groter kunnen zijn. Gevolgen voor ambtenaren: ligt verdere politisering op de loer? Met deze nieuwe uitdagingen voor bewindspersonen groeit de druk op ambtenaren mogelijk. De toegenomen politieke onvoorspelbaarheid kan ertoe leiden dat bewindspersonen hun grip op het ambtelijk apparaat willen vergroten, bijvoorbeeld door middel van meer politieke benoemingen op ministeries. Desondanks zijn er onder het kabinet-Jetten momenteel weinig aanwijzingen voor zogeheten formele politisering. Het aantal partijpolitieke adviseurs binnen de ministeries is vergelijkbaar met vorige kabinetsperiodes. Alleen minister Van den Brink (Asiel en Migratie) heeft als vicepremier gebruik gemaakt van zijn recht om niet één, maar twee politiek adviseurs aan te stellen. [4] Een verdere functionele politisering van het ambtelijk apparaat lijkt een reëler scenario. Bij functionele politisering draait het om hoe ‘het politieke’ een steeds grotere rol speelt in het gedrag en het werk van ambtenaren. Dat betekent niet automatisch dat ambtenaren meer betrokken zullen raken bij politieke onderhandelingen of bijvoorbeeld vaker in contact zullen treden met Kamerleden van oppositiepartijen. Functionele politisering kan ook betekenen dat ambtenaren in hun advisering aan bewindspersonen meer rekening zullen houden met de politieke haalbaarheid van beleidsvoorstellen en -alternatieven. Onder een minderheidskabinet moeten ambtenaren zich in hun ambtelijke adviezen niet alleen richten op de uitvoering van het coalitieakkoord, maar ook oog moeten hebben voor wisselende meerderheden in beide Kamers. Politieke sensitiviteit wordt voor ambtenaren zodoende nog belangrijker. Op deze manier kan onder het minderheidskabinet de zelfpolitisering van topambtenaren, zoals Erik-Jan van Dorp dit omschrijft, [5] verder toenemen. Ambtenaren zullen zich steeds meer verhouden tot wat er in de politiek speelt. Concreet kan dit ervoor zorgen dat ambtenaren verschillende terugvalopties aan de minister zullen meegeven, zoals uitgewerkte alternatieven die óf voor de linkerflank óf voor de rechterflank acceptabel zijn. Mogelijk zullen ambtenaren creatiever moeten zijn om tot haalbare beleidsadvisering te kunnen komen. Het zwaartepunt van de samenwerking tussen ambtenaren en bewindspersonen verschuift van de uitwerking van het coalitieakkoord naar het kunnen bieden van doordachte keuzeruimte aan een breder politiek publiek. Bewindspersonen zullen daarbij meer moeten vertrouwen op de creativiteit en sensitiviteit van hun ambtenaren. Het is de vraag of dit minderheidskabinet hiermee een nieuwe ontwikkeling in politiek-ambtelijke verhoudingen inluidt, of dat het een bestaande trend voortzet. Volgens de bestuurskundigen Van den Berg en Belloir is er immers al langer sprake van sterke functionele politisering onder Nederlandse topambtenaren. [6] Topambtenaren geven zelf ook aan dat politiek-strategisch inzicht belangrijker is voor hun positie dan inhoudelijke expertise of procedurele kennis. Ook onder het kabinet-Jetten zal de vraag naar politiek-strategisch inzicht van ambtenaren groot blijven. Waar het vorige kabinet-Schoof zich kenmerkte door groeiend ongemak en wantrouwen op verschillende ministeries, kan het huidige kabinet de samenwerking en het vertrouwen tussen ministers en ambtenaren mogelijk herstellen. Die relatieve rust betekent echter niet dat het ambtelijk werk minder politiek wordt. Juist een minderheidskabinet kent zijn eigen vorm van politieke onvoorspelbaarheid, met wisselende meerderheden en ad-hoc onderhandelingen. De politieke en strategische rol van ambtenaren wordt onder het kabinet-Jetten niet minder relevant, maar mogelijk nog belangrijker. Op die manier kunnen ambtenaren mogelijk toch politieker worden in de komende kabinetsperiode. Noten: [1] Yesilkagit, K. (2026). Tussen loyaliteit en tegenspraak: politiek-ambtelijke verhoudingen onder het kabinet-Schoof. In S. Otjes & J. Vervliet (Red.), Het experiment-Schoof: Beschouwingen over het kabinet-Schoof 2024–2026 (pp. 131–148). Montesquieu Instituut. [2] NOS (2026, 1 april). Minister Sjoerdsma van alle kanten onder vuur: ‘Eet van twee walletjes’. https://nos.nl/artikel/2608684-minister-sjoerdsma-van-alle-kanten-onder-vuur-eet-van-twee-walletjes [3] Krauss, S., & Thürk, M. (2022). Stability of minority governments and the role of support agreements. West European Politics45(4), 767-792. [4] Ministerie van Algemene Zaken. (2026, 13 maart). Beslisnota: Mededeling aan TK over aanstellingen PA’s. https://open.overheid.nl/documenten/1331a492-862f-4886-a180-d52a2403e249/file [5] Van Dorp, E. J. (2023). ‘The minister wants it’: self-politicisation and proxy politics among senior civil servants. Public Policy and Administration38(4), 424-444. [6] Van den Berg, C., & Belloir, A. (2022). Functionele politisering en politieke fragmentatie: Ontwikkelingen in de ambtelijke top in de periode 2007-2021. Bestuurskunde31(2), 13-24. Dit artikel verscheen eerder in De Hofvijver (een uitgave van het Montesquieu Instiuut) van 27 mei 2026. Lars Brummel is universitair docent aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. Danique François is promovenda aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. 

Door: Foto: "Charles Montesquieu" by shizhao is licensed under CC BY 2.0
Foto: "250710RobJetten323 (cropped)" by Jeroen Mooijman is licensed under CC BY 4.0

Wie heeft de formatie gewonnen en verloren?

ANALYSE - van Simon Otjes, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees (1 februari 2026): de CPB-doorrekeningen naast de begrotingstabellen gelegd maken duidelijk wie winnaars en verliezers zijn in het coalitieakkoord tussen D66, VVD en CDA dat op 30 januari 2026 gepresenteerd.

Als er een coalitieakkoord gepresenteerd wordt, bladeren de echte nerds naar de bijlagen met de begrotingstabellen. Papier is geduldig: fractievoorzitters kunnen pijnlijke maatregelen verbloemen in prachtig proza. Extra belasting voor burgers en bedrijven wordt een vrijheidsbijdrage. Maar in de begrotingstabellen worden de echte keuzes gemaakt. Hier kunnen we ook zien wie de echte winnaars en verliezers zijn.

D66 verliezer van de formatie; CDA en VVD winnaars

Samen met David Willumsen ontwikkelde ik een methode om onderhandelingen te analyseren. We leggen de CPB-doorrekeningen van de programma’s naast de begrotingstabellen. Immers deze maken gebruik van heel vergelijkbare items. Zo kan je zien wie zijn beloften in het akkoord gekregen heeft en wie daar minder goed in geslaagd is: als een voorstel van een partij in het akkoord is gekomen krijgt de partij een score “1” voor dat voorstel zo niet krijgen ze de score “0”.

D66 diende bij het CPB in totaal 196 voorstellen in, gevolgd door het CDA met 130 en de VVD met 87. De bijbehorende begrotingstabellen telden 72 afzonderlijke posten. Van de voorstellen van D66 vonden er uiteindelijk 46 hun weg naar het akkoord. Dat komt neer op nét meer dan een kwart van het verkiezingsprogramma. Zo werd op initiatief van D66 het terugdraaien van de bezuinigingen op brede brugklassen opgenomen. Ook het samenvoegen van de kinderbijslag en het kindgebonden budget tot één uniforme regeling kwam uit de koker van D66.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Azzedine Rouichi on Unsplash

De formatie: “stabiliteit” als hoogste waarde, maar voor wie?

De berichtgeving over de afsplitsing bij de PVV legt een duidelijke prioriteit bloot. In analyses verschijnt stabiliteit als doorslaggevend criterium. Het woord “kansen” valt snel, alsof het ontstaan van deze nieuwe fractie vanzelf al vooruitgang betekent. Inhoud volgt later, zo lijkt het. Of verdwijnt misschien zelfs wel naar de achtergrond.

Die framing wordt expliciet gemaakt door Rob Jetten, die zoals gezegd stelt dat de nieuwe fractie kansen biedt. Er komt een opvallend onderscheid bovendrijven: het probleem met de PVV lijkt misschien uiteindelijk minder te liggen bij haar standpunten dan bij de onvoorspelbaarheid van haar leider. Dat oordeel geldt, zo lijkt het, ook binnen D66. De PVV geldt daarmee als ongeschikt door haar vorm, niet door haar inhoud. Zodra de factor Wilders wordt afgezwakt, komt samenwerking binnen bereik. Jetten vraagt zich voor de vorm nog wel even af welke koers de nieuwe fractie gaat varen, maar die vraag kan hij zelf ook wel beantwoorden.

Dus kansen? Welke kansen zijn dat precies? En voor wie? Het antwoord op de vraag lijkt procedureel: onderhandelingsmacht in een minderheidsconstructie. Dat klinkt bestuurlijk volwassen en rationeel. Het blijft tegelijk leeg. Procedure wordt doel. Het parlementaire schaakbord verschuift en dat heet winst. het zijn in ieder geval geen kansen voor de rechtsstaat en voor al gemarginaliseerde groepen, want over de richting gaat het niet.

Foto: De interruptie microfoon in de plenaire zaal van de Tweede Kamer Credit: www.tweedekamer.nl

66 zetels en geen richting: het kabinet dat niemand echt wil

Het wordt dus een minderheidskabinet van D66, VVD en CDA met samen 66 zetels. Een typisch symptoom van politieke uitputting. Dat het als serieuze optie wordt gepresenteerd, zegt minder over bestuurlijke moed dan over de mate waarin de Nederlandse politiek vastgelopen is in haar eigen uitsluitingslogica. Dit kabinet ontstaat niet omdat het inhoudelijk klopt, maar omdat bijna alles wat wél zou kunnen, vooraf al onbespreekbaar is verklaard, vooral door de VVD, die het formatieproces gijzelde.

Formeel is een minderheidskabinet volkomen legitiem. In de praktijk betekent het dat het kabinet structureel afhankelijk wordt van partijen die het zelf niet wil omarmen, maar wel nodig heeft om te overleven. Dat vergt openheid, onderhandelingsbereidheid en een zekere ideologische bescheidenheid. Precies die eigenschappen ontbreken bij de drie partijen die hier samen optrekken. De VVD wil regisseren zonder toe te geven. D66 wil hervormen maar weet niet waar voldoende medestanders te vinden zijn. Het CDA wil relevant blijven maar weigert te kiezen. Samen leveren ze geen experimentele bestuursvorm op, maar een permanente formatiefase.

Wat hier verkocht wordt als pragmatisme, is in werkelijkheid het ontlopen van politieke verantwoordelijkheid. Dit kabinet heeft geen gezamenlijk verhaal over de richting van het land. Er is geen gedeelde analyse van de crises die spelen, alleen een gedeelde wens om niet opnieuw te hoeven onderhandelen met partijen die inhoudelijk of electorale risico’s opleveren. Dat leidt tot beleid dat per dossier moet worden bijeengeschraapt, met wisselende meerderheden en steeds weer nieuwe concessies. Besturen wordt zo een tactisch spel, geen politieke keuze.

Quote du Jour | Op naar de val van het kabinet?

“Het zal niet de eerste keer in de politieke geschiedenis zijn dat Statenverkiezingen de val van een kabinet inluiden.”
(Hans Goslinga in Trouw)

Een soort Freudiaanse verschrijving van de Trouw-columnist? Hij heeft hier het woord ‘zal’ gebruikt in plaats van ‘zou’. Of is Goslinga nu toekomstvoorspeller geworden? In zijn column wijst hij er terecht op dat de coalitiepartners die het kabinet overeind proberen te houden electoraal ook elkaars grootste concurrenten zijn. VVD en PVV kijken met argusogen of het CDA wel overeind blijft, maar tegelijkertijd zouden ze die partij het liefste opvreten. Opmerkelijk: al in 1848 constateerde Thorbecke dat de Eerste Kamer elke grond en elk doel mist. En Pieter Oud, founding father van de VVD, heeft honderd jaar geleden al gezegd dat als de Eerste Kamer afwijkt van de Tweede Kamer zij de wil frustreert van de rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging; maar als zij de Tweede Kamer volgt bewijst zij haar overbodigheid.

Foto: -JvL- (cc)

Minderheidsregeringen hoeven niet minder stabiel te zijn

Gastbijdrage van Tom van der Meer (eerder verschenen op Stuk Rood Vlees)

Minderheidsregeringen hebben in Nederland een slechte naam. Ze zouden instabiel zijn, en weinig effectief. Begin april verscheen in de Volkskrant een interview waarin staatsrechtgeleerde Wim Voermans dit punt onderstreepte. Hij omschreef de minderheidsregering als een ‘loopgravenoorlog’ en een ‘flipperkastspel’. De Volkskrant kopte zelfs: ‘gedoemd te mislukken’.

Maar is dat zo?

Verschillende politicologen raden juist aan om de optie serieus op tafel te leggen. Zitten die er dan zo naast? En waarom hebben zowel de Raad voor het Openbaar Bestuur (in 2016) als de Staatscommissie Parlementair Stelsel (in 2018) stellig geadviseerd om de minderheidsregering als een realistisch alternatief te onderzoeken tijdens een kabinetsformatie?

Inhoudelijk pleiten verschillende argumenten voor minderheidsregeringen. Ze stellen zowel coalitie- als oppositiepartijen in staat om zich te profileren, en kunnen meer ruimte bieden aan het dualisme tussen regering en parlement. Zeker in een land waar een grote bereidheid bestaat van oppositiepartijen om met voorstellen van de regering in te stemmen, is het risico te overzien.

Maar die argumenten zeggen natuurlijk weinig over de stabiliteit van de coalitie die de minderheidsregering draagt?

Minderheidsregeringen kunnen even stabiel en effectief zijn als meerderheidskabinetten

Cruciaal is hoe je de steun voor een minderheidsregering formaliseert. Wie de minderheidsregering formeert uit bittere noodzaak, bij gebrek aan enige meerderheidssteun, moet niet gek staan te kijken wanneer dat kabinet sneller valt. Maar wie weloverwogen een minderheidsregering formeert, en daarvoor a priori publieke steun vindt bij relatief vaste gedogers, kan op meer succes rekenen.

Foto: copyright ok. Gecheckt 23-11-2022

Komt er iets terecht van tegenmacht en dualisme?

ANALYSE - Tjeenk Willink schetste het al. Je moet niet verwachten dat een cultuur die in decennia is gegroeid in een paar maanden verdwenen is. En een regeerakkoord op hoofdlijnen verandert iets, maar, in zijn woorden: als de controleur (de Kamer) niet verandert, zal ook de gecontroleerde (het kabinet) dezelfde blijven. Tegenmacht en dualisme veronderstellen dat de Tweede Kamer zich als onafhankelijke macht opstelt. Nu zijn de controleur en de gecontroleerde daarvoor te zeer met elkaar vervlochten. Het vlechtwerk is in handen van de politieke partij.

Over die vervlechting gaat dit artikel en over dualisme dat een vorm van ontvlechting is. Het eindigt met verschillende voorstellen om dat dualisme te vergroten. Een aantal daarvan kwam reeds in het publieke debat langs, zoals een regeerakkoord op hoofdlijnen. Maar ze zijn niet allemaal van voldoende kaliber om langdurige verandering te bewerkstelligen.

Ollongren en het kroonjuweel van D66

Terugkijkend moet gezegd worden dat Kasja Ollongren op een wel heel uitzonderlijke manier de belangrijkste kroonjuweel van D66 opnieuw glans heeft gegeven. Zelfs zonder het zo bedoeld te hebben leidde ze een discussie in over democratische vernieuwing, die ook in ’66 werd gevoerd. Het gebrek aan dualisme klonk toen zo:

“Het parlement kan niet functioneren. De meerderheid van de parlementsleden behoort tot de coalitiepartijen. Dat maakt hun positie zwak en onvrij. Ze zijn meer betrokken bij het bestendigen van de coalitie dan bij de belangen van de kiezers. En de ministers weten dat. Ze kunnen er misbruik van maken. U weet dat ze dat soms doen.”

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Rosenthal verrast in Berlijn: Nederlands tijdens persconferentie

Uri Rosenthal (Foto: Wikimedia Commons)

Het was een belangrijk bezoek voor de kersverse Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal. Zijn eerste reis ging naar Duitsland, de belangrijkste partner van Nederland en ook het enige Europese land waar vanuit de regering harde woorden vielen over het nieuwe Nederlandse kabinet. Rosenthal verraste tijdens de persconferentie met zijn Duitse ambtgenoot Guide Westerwelle door Nederlands te spreken. Noch zijn gastheer, noch de Duitse pers verstond zo zijn uitleg over waarom VVD en CDA met de PVV in zee zijn gegaan.

De openingswoorden van Rosenthal waren nog uitgeschreven in het Duits. Rosenthal deed zijn best en met enig doorzettingsvermogen droeg hij ze voor.

‘Briljant Duits’
“Gefeliciteerd met uw briljante Duits. De journalisten zijn wat verlegen, anders zouden ze applaudisseren,” was het merkwaardige commentaar van de Duitser Westerwelle.

Rosenthal probeerde het daarna niet meer in het Duits, maar schakelde na een enkele opmerking in het Engels over op het Nederlands. Toegegeven: een Nederlandse verslaggever stelde een vraag in het Nederlands, maar dat Rosenthal vervolgens in het Nederlands antwoordde is opmerkelijk, want noch zijn Duitse gastheer Westerwelle, noch de Duitse pers verstond zo een woord van wat hij zei. Een tolk was niet aanwezig en dat terwijl het inhoudelijk niet eens zo onbelangrijk was wat hij te melden had.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Gemaakte meerderheden en het minderheidskabinet

Het Binnenhof (foto: flickr/Lightmash)Zesenzeventig zetels. Dat is de meerderheid van het komende kabinet in de Tweede Kamer. Een hele nauwe meerderheid. Maar op veel manieren heeft het komende kabinet niet de steun van een meerderheid: niet van de Nederlands kiezers of de Staten Generaal.
Er is sprake van een manufactured majority: van een minderheid wordt in een verkiezingsuitslag een meerderheid gemaakt om het land regeerbaar te maken. Eigenlijk hoort zo iets bij een land met een districtenstelsel: grappig genoeg is het nu zo dat in het Verenigd Koninkrijk het systeem niet meer werkt, er is een coalitieregering nodig omdat het districtenstelsel geen heldere meerderheden meer oplevert.

Deze coalitie heeft geen meerderheid van de stemmen gehaald. De VVD haalde 20.49% van de stemmen, de PVV 19.63% van de stemmen en het CDA 15.45%. Dat is samen 49.55% van de stemmen. De coalitie partijen hebben alle drie een restzetel binnen gehaald. Restzetels worden in ons kiesstelsel toegekend aan grotere partijen dan aan kleinere partijen: omdat rechts minder versplinterd is dan links zijn zij dus groter. Nou was er een lijstverbinding op links: tussen PvdA en GroenLinks. Als D66 bij die lijstverbinding had gezeten dan was er geen meerderheid gekomen voor rechts. Dan had hun teller stil blijven staan op 75. Links heeft dit kabinet te danken aan zijn eigen verdeeldheid.

Nou zou je kunnen stellen dat met de Trots op Nederland (0,56% van de stemmen) dit kabinet zou steunen en dat de SGP (1.73% van de stemmen en 2 zetels) in de Tweede Kamer hier daadwerkelijk steun aan heeft belooft te geven. Maar toveren met cijfers kan iedereen. Zo hebben uitgesproken tegenstanders van samenwerking met de PVV, Klink (goed voor 33115 stemmen, een halve zetel), Ferrier (1269 stemmen), Koppejan (3604 stemmen) en Schinkelshoek (304 stemmen), samen 39192 stemmen opgehaald. Zonder die stemmen zou het CDA op 20 zetels zijn blijven steken en had GL/PvdA een extra restzetel opgehaald: terug naar 75.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

het Saillant | Het rechtse gedoogkabinet komt er niet

SaillantLOGODe eerste officiële afhaker bij het CDA is een feit. Het is een kwestie van tijd voordat er meer volgen. Een rechts minderheidskabinet komt er dus niet.

Ik zal eerlijk zijn, de wens is wel enigszins de vader van de gedachte. Maar het is ook niet langer irreëel dat Rutte 1, het droomkabinet van ons Maxime er niet komt, omdat er gewoonweg geen steun is binnen de fractie van het CDA. De eerste afhaker is namelijk een feit. Jan Schinkelshoek de nummer 27 van de afgelopen kamerverkiezingen wenst niet langer aanspraak te maken op zijn mogelijke zetel in de Tweede Kamer.

Eerst waren het prominenten die protesteerden, toen een zeer prominente die vliegende start van de onderhandelingen faciliteerde. Er waren protesterende leden en nog meer bezwaarde prominenten. Er was een (fantoom-)lid in de fractie dat in gewetensnood zou zitten. En toen weer diezelfde zeer prominente CDA-er die zijn ‘ja mits, neen tenzij’-brief schreef. Het rommelde en het rommelde binnen het CDA, maar tegelijkertijd bleef het allemaal bij klagen en zeuren.

De CDA-top had al gemeld dat het congres een belangrijke stem hoewel niet doorslaggevende zou krijgen bij het al dan niet goedkeuren van het nog af te sluiten coalitieakkoord. Maar hoeveel protesterende congresgangers er ook zouden zijn, binnen het gezagsgetrouwe CDA-ledenbestand zou natuurlijk nooit meer dan de helft ook daadwerkelijk tegen een akkoord stemmen. Het land moet natuurlijk wel bestuurd worden, enzo….

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Geert Wilders, een nieuwe regent

Geert Wilders (Foto: Wikimedia Commons/Groep Wilders)

De fractieleiders van de progressieve partijen hebben een Kamerdebat aangevraagd over de legitimiteit van de vorming van een minderheidskabinet, op een moment dat nog niet alle mogelijkheden voor een meerderheidskabinet onderzocht zijn. De rechtse fractieleiders zullen het niet moeilijk vinden deze vraag te beantwoorden. De standpunten van de verschillende partijen liggen zover uit elkaar, dat een meerderheidskabinet zeer waarschijnlijk niet meer mogelijk zou zijn. De onmiddellijke formatie van een minderheidskabinet is een manier om verder tijdsverlies te voorkomen.

Vragen over de vorm die het minderheidskabinet aanneemt zullen echter moeilijker te beantwoorden zijn. De kiezers hebben een aantal duidelijke signalen afgegeven. Een serieus te nemen deel van de Nederlandse bevolking steunt de PVV, zo blijkt uit het verkiezingsresultaat, dus heeft de partij alle recht om bij de formatiebesprekingen aan te schuiven. De winst van de PVV was echter niet het duidelijkste signaal in dit verkiezingsjaar. Dat was namelijk het verpletterende verlies van het CDA. Na acht jaar aan de macht te zijn geweest verloor de partij twintig zetels, de grootste verschuiving bij deze editie. Het is daarom op zich al bevreemdend dat de partij opnieuw in beeld is bij de formatie, maar dit is nog te rechtvaardigen. De afstand tussen links en rechts is zo groot dat het CDA, zo aangeslagen als de partij is, toch weer mee moet doen om Nederland bestuurbaar te houden.

Wat echter nauwelijks valt te verklaren is, waarom het CDA een volwaardig regeringspartner wordt, ondanks het verlies, en dat de PVV, door de kiezer beloont met een gigantische verkiezingswinst, en bovendien groter dan het CDA, slechts gedoogsteun zal leveren. Het CDA hoeft niet te regeren. Door zich als gedogende, stille partner van een kabinet VVD-PVV op te werpen zou de partij aan zijn verplichting om het land bestuurbaar te houden voldoen. Door te gaan regeren negeert de partij een toch wel heel erg duidelijk signaal van de kiezer.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Volgende