De moeizame verhouding tussen oppositiepartijen en het kabinet-Jetten

van Rick van Well Sinds het aantreden van het minderheidskabinet-Jetten zijn de stemmen van de parlementaire oppositie in de Tweede Kamer van doorslaggevende betekenis. Dat biedt de oppositie vanzelfsprekend kansen: in ruil voor de benodigde Kamersteun kan zij meer invloed uitoefenen dan bij een kabinet met een vaste meerderheid. Tegelijkertijd is de parlementaire oppositie sterk versnipperd en verdeeld. Besturen of bestrijden? Zowel voor de linkse als de rechtse oppositie zijn er aanknopingspunten om samen te werken met het kabinet-Jetten, gezien de relatief centrale ideologische positie van de regeringspartijen. Nederland kent bovendien een lange traditie van bereidwilligheid onder politieke elites om samen te werken. Sterker nog, oppositiefracties wijzen doorgaans relatief weinig regeringsvoorstellen af. In de afgelopen decennia stemde gemiddeld slechts een vijfde tot een kwart van de oppositiekamerleden tegen wetgeving van de regering. Ook uit vraaggesprekken met Kamerleden blijkt dat maar weinig Kamerleden vinden dat het de taak van de oppositie is om een kabinet zo snel mogelijk ten val te brengen. Toch bestaan er verschillen in opvattingen over de manier waarop oppositie moet worden gevoerd. Dat werd bijvoorbeeld zichtbaar tijdens een debat tussen Geert Wilders (PVV) en Joost Eerdmans (JA21) bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Wilders waarschuwde Eerdmans om niet per dossier met het kabinet te onderhandelen: “Dan krijgt u op onderdelen gelijk, maar op iets anders houdt u een kabinet in stand dat ook precies doet wat uw kiezer niet wil.” De PVV kiest er liever voor zich tegen de regering te verzetten dan via compromissen eigen beleidsdoelen te verwezenlijken. De partij stemde in de Eerste Kamer zelfs tegen haar eigen asielwetten. Eerdmans verdedigt juist de tegenovergestelde benadering. Zijn partij richt zich op wat er binnen de bestaande verhoudingen te verbeteren valt: “wij zijn in de wedstrijd om te halen wat we kunnen”. De ene oppositie is de andere niet Dit illustreert dat er naast de links-rechts breuklijn een tweede breuklijn binnen de oppositie bestaat: die tussen een bestuurlijk georiënteerde oppositie, die wil laten zien dat zij resultaten kan boeken, en een kritische of obstructieve oppositie, die juist wil benadrukken dat zij geen onderdeel van het bestuur is. Uit onderzoek van Tom Louwerse en mijzelf blijkt dat oppositiepartijen die eerder regeringsverantwoordelijkheid hebben gedragen, zoals CDA, VVD en PvdA, zich de afgelopen decennia steeds vaker achter kabinetsvoorstellen scharen. Oppositiepartijen die structureel buiten de regering staan, zoals FVD en de SP, en voorheen de PVV, keren zich juist steeds sterker tegen het regeringsbeleid. Bij een minderheidskabinet maken oppositiepartijen met die laatste strategie zich echter minder relevant. Dit spanningsveld leidde tot de grootste afsplitsing in de parlementaire geschiedenis, die van de Groep Markuszower. De BBB probeert op onbegrijpelijke wijze beide oppositiestijlen te combineren door een motie van wantrouwen tegen het kabinet te steunen, maar er nog steeds zaken mee te willen doen. Voor het kabinet zijn daarom vooral PRO en JA21 belangrijke gesprekspartners. Met PRO heeft het kabinet een Tweede Kamermeerderheid, terwijl het met JA21 nog slechts één zetel nodig heeft. PRO heeft bovendien een extra troef dankzij haar grote aantal zetels in de Eerste Kamer. Deze partijen kunnen via incidentele steun en eigen voorstellen het kabinetsbeleid veranderen. Hetzelfde geldt voor de kleinere oppositiepartijen. Juist omdat het kabinet geen vaste meerderheid heeft, kunnen enkele Kamerleden bij specifieke stemmingen doorslaggevend zijn. Met steun van de ChristenUnie, de SGP en 50PLUS komt het kabinet bijvoorbeeld al dicht bij een meerderheid. De risico’s van samenwerking Samenwerking met de regering brengt echter ook risico’s met zich mee. Oppositiepartijen hebben in zekere mate een informatieachterstand en moeten daarom alert zijn op opportunistisch gedrag van ministers. Een voorbeeld is minister Sjoerdsma, die van de PVV, JA21 en 50PLUS steun kreeg voor zijn begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking waarin de steun aan VN-hulporganisatie voor Palestijnse vluchtelingen UNRWA werd afgebouwd, om vervolgens alsnog steun voor UNRWA te regelen. Voor een kabinet dat het vertrouwen van de oppositie wil winnen, was dat een weinig overtuigende start. Daarnaast zijn er electorale risico’s. Constructieve samenwerking tussen regering en oppositie kan ten koste gaan van de klassieke functies van de oppositie: de regering kritisch controleren en voor kiezers herkenbare alternatieven formuleren. Als nieuwe fusiepartij moet PRO nog een duidelijk onderscheidend profiel opbouwen. Tegelijkertijd draagt de partij het trauma mee van de electorale afstraffing die volgde op de VVD-PvdA-samenwerking in het kabinet-Rutte II. JA21 wil zich juist van andere rechtse partijen onderscheiden door concrete resultaten te boeken, maar heeft inmiddels te maken met stevige concurrentie op rechts, onder meer van PVV, FVD, BBB, de Groep Markuszower en Mona Keijzer. Voor beide partijen draait de vraag daarom niet alleen om hoeveel invloed zij kunnen verwerven, maar ook om hoe zichtbaar hun eigen politieke profiel blijft wanneer die invloed via compromissen wordt uitgeoefend. Dat maakt de verhouding tussen constructieve en kritische oppositie tot een delicate balanceeract. Als de concessies van het kabinet te beperkt zijn, kan samenwerking alsnog onaantrekkelijk worden. Waarom samenwerking moeizaam van de grond komt Het kabinet-Jetten heeft voor samenwerking ook nog eens beperkte ruimte gecreëerd. De kabinetten-Rutte slaagden er nog in om steun van de oppositie te verwerven door vroeg in het beleidsproces onderhandelingen aan te gaan en deelakkoorden te sluiten met oppositiefracties. Het kabinet-Jetten lijkt echte onderhandelingen met de oppositie juist eindeloos uit te stellen. Het ontstond doordat wederzijdse blokkades tijdens de formatie het onmogelijk maakten een meerderheidscoalitie te vormen. Dat maakt samenwerking met PRO en JA21 politiek gevoelig: die wordt onvermijdelijk bezien tegen de achtergrond van de formatie. Bovendien hebben de coalitiepartijen hun onderhandelingsvrijheid behoorlijk ingeperkt door een gedetailleerd regeerakkoord op te stellen. Daarmee is de ruimte voor het creëren van wisselende meerderheden aanzienlijk verkleind. Opvallend genoeg handelen oppositiefracties ook deels vanuit de logica van een vaste meerderheidscoalitie. Zij vragen het kabinet om een totaaldeal en een structurele keuze voor links of rechts. Dat is des te opmerkelijker omdat meer dualisme en het werken met wisselende meerderheden juist terugkerende idealen zijn in discussies over de Nederlandse parlementaire democratie. Dreigt een impasse? Tegelijkertijd slagen de linkse en rechtse oppositiefracties er niet in zich effectief tegen het kabinet te verenigen. Met steun van de rechtse oppositie kan de coalitie voorstellen voor alternatief beleid van de linkse oppositie wegstemmen, en andersom. Zo voorkwamen de Groep Markuszower en de SGP dat de oppositie bij het aantreden van het kabinet-Jetten de AOW-bezuinigingen kon tegenhouden. Bovendien lijken de meeste oppositiepartijen weinig belang te hebben bij een kabinetsval en vervroegde verkiezingen. Zowel het kabinet als partijen in de oppositie lijken nog zoekende in de nieuwe parlementaire verhoudingen. Dat is des te opmerkelijker omdat de meeste hoofdrolspelers hebben ervaren hoe eerdere kabinetten succesvol met de oppositie samenwerkten. Als zij een kabinetsval willen voorkomen doen zij er goed aan lessen te trekken uit die recente episode uit onze parlementaire geschiedenis. Dit artikel verscheen eerder bij het Montesquieu Instituut. Rick van Well is wetenschappelijk medewerker van het DNPP, het nationale kenniscentrum over politieke partijen, onderdeel van de Rijksuniversiteit Groningen.

Door: Foto: APB 2026 scherm afbeelding Debat direct Tweede Kamer
Foto: "Charles Montesquieu" by shizhao is licensed under CC BY 2.0

Politiek-ambtelijke verhoudingen onder het minderheidskabinet-Jetten: worden ambtenaren politieker?

COLUMN - van Lars Brummel en Danique François

Onder het kabinet-Schoof kwamen de verhoudingen tussen ministers en ambtenaren onder een vergrootglas te liggen. Op sommige departementen botsten bewindspersonen en bureaucratie met elkaar, wat leidde tot openlijke controverses en bestuurlijke problemen. [1] Met het aantreden van het kabinet-Jetten is een nieuwe politieke periode aangebroken, die door menig ambtenaar met opluchting is verwelkomd. Tegelijkertijd bevindt dit nieuwe minderheidskabinet – het eerste in Nederland sinds 1939 – zich in vrijwel onbekend vaarwater. In zijn beginweken bleek hoe lastig regeren zonder vaste meerderheid in beide Kamers kan zijn. Zo wist minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) met veel moeite steun van een meerderheid van de Tweede Kamer te krijgen voor zijn begroting, nadat zowel linkse als rechtse oppositiepartijen forse kritiek hadden op zijn plannen. [2]

Dat het kabinet-Jetten geen meerderheid heeft in zowel de Tweede als Eerste Kamer, heeft niet alleen gevolgen voor bewindspersonen. Het heeft mogelijk ook consequenties voor ambtenaren. Wat betekent het minderheidskabinet voor de Nederlandse politiek-ambtelijke verhoudingen, nadat deze eerder onder het kabinet-Schoof op scherp zijn komen te staan?

Bestuurbaarheid onder druk?

Tijdens de formatie van het kabinet-Jetten klonk vaak het bezwaar dat een minderheidskabinet zou leiden tot meer politieke instabiliteit. Minderheidsregeringen hoeven echter niet per se instabieler te zijn dan meerderheidsregeringen. Een internationale vergelijkingsstudie naar bijna 500 kabinetten in 30 verschillende landen tussen 1977 en 2019 toonde aan dat minderheidskabinetten gemiddeld net zo lang bleven zitten als meerderheidskabinetten. [3] Hierbij horen ook belangrijke kanttekeningen. Minderheidskabinetten blijken vooral stabiel te zijn als zij vooraf formele en schriftelijke afspraken hebben gemaakt met andere partijen die hen alsnog de steun van een parlementaire meerderheid kunnen garanderen. Bij het ontbreken van zo’n constructie (zoals in het geval van het kabinet-Jetten) bleek een minderheidskabinet juist minder stabiel dan een meerderheidskabinet. Daarnaast brengt een tweekamerstelsel extra moeilijkheden met zich mee voor een minderheidskabinet.

Foto: "250710RobJetten323 (cropped)" by Jeroen Mooijman is licensed under CC BY 4.0

Wie heeft de formatie gewonnen en verloren?

ANALYSE - van Simon Otjes, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees (1 februari 2026): de CPB-doorrekeningen naast de begrotingstabellen gelegd maken duidelijk wie winnaars en verliezers zijn in het coalitieakkoord tussen D66, VVD en CDA dat op 30 januari 2026 gepresenteerd.

Als er een coalitieakkoord gepresenteerd wordt, bladeren de echte nerds naar de bijlagen met de begrotingstabellen. Papier is geduldig: fractievoorzitters kunnen pijnlijke maatregelen verbloemen in prachtig proza. Extra belasting voor burgers en bedrijven wordt een vrijheidsbijdrage. Maar in de begrotingstabellen worden de echte keuzes gemaakt. Hier kunnen we ook zien wie de echte winnaars en verliezers zijn.

D66 verliezer van de formatie; CDA en VVD winnaars

Samen met David Willumsen ontwikkelde ik een methode om onderhandelingen te analyseren. We leggen de CPB-doorrekeningen van de programma’s naast de begrotingstabellen. Immers deze maken gebruik van heel vergelijkbare items. Zo kan je zien wie zijn beloften in het akkoord gekregen heeft en wie daar minder goed in geslaagd is: als een voorstel van een partij in het akkoord is gekomen krijgt de partij een score “1” voor dat voorstel zo niet krijgen ze de score “0”.

D66 diende bij het CPB in totaal 196 voorstellen in, gevolgd door het CDA met 130 en de VVD met 87. De bijbehorende begrotingstabellen telden 72 afzonderlijke posten. Van de voorstellen van D66 vonden er uiteindelijk 46 hun weg naar het akkoord. Dat komt neer op nét meer dan een kwart van het verkiezingsprogramma. Zo werd op initiatief van D66 het terugdraaien van de bezuinigingen op brede brugklassen opgenomen. Ook het samenvoegen van de kinderbijslag en het kindgebonden budget tot één uniforme regeling kwam uit de koker van D66.

Foto: Azzedine Rouichi on Unsplash

De formatie: “stabiliteit” als hoogste waarde, maar voor wie?

De berichtgeving over de afsplitsing bij de PVV legt een duidelijke prioriteit bloot. In analyses verschijnt stabiliteit als doorslaggevend criterium. Het woord “kansen” valt snel, alsof het ontstaan van deze nieuwe fractie vanzelf al vooruitgang betekent. Inhoud volgt later, zo lijkt het. Of verdwijnt misschien zelfs wel naar de achtergrond.

Die framing wordt expliciet gemaakt door Rob Jetten, die zoals gezegd stelt dat de nieuwe fractie kansen biedt. Er komt een opvallend onderscheid bovendrijven: het probleem met de PVV lijkt misschien uiteindelijk minder te liggen bij haar standpunten dan bij de onvoorspelbaarheid van haar leider. Dat oordeel geldt, zo lijkt het, ook binnen D66. De PVV geldt daarmee als ongeschikt door haar vorm, niet door haar inhoud. Zodra de factor Wilders wordt afgezwakt, komt samenwerking binnen bereik. Jetten vraagt zich voor de vorm nog wel even af welke koers de nieuwe fractie gaat varen, maar die vraag kan hij zelf ook wel beantwoorden.

Dus kansen? Welke kansen zijn dat precies? En voor wie? Het antwoord op de vraag lijkt procedureel: onderhandelingsmacht in een minderheidsconstructie. Dat klinkt bestuurlijk volwassen en rationeel. Het blijft tegelijk leeg. Procedure wordt doel. Het parlementaire schaakbord verschuift en dat heet winst. het zijn in ieder geval geen kansen voor de rechtsstaat en voor al gemarginaliseerde groepen, want over de richting gaat het niet.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Quote du Jour | Op naar de val van het kabinet?

“Het zal niet de eerste keer in de politieke geschiedenis zijn dat Statenverkiezingen de val van een kabinet inluiden.”
(Hans Goslinga in Trouw)

Een soort Freudiaanse verschrijving van de Trouw-columnist? Hij heeft hier het woord ‘zal’ gebruikt in plaats van ‘zou’. Of is Goslinga nu toekomstvoorspeller geworden? In zijn column wijst hij er terecht op dat de coalitiepartners die het kabinet overeind proberen te houden electoraal ook elkaars grootste concurrenten zijn. VVD en PVV kijken met argusogen of het CDA wel overeind blijft, maar tegelijkertijd zouden ze die partij het liefste opvreten. Opmerkelijk: al in 1848 constateerde Thorbecke dat de Eerste Kamer elke grond en elk doel mist. En Pieter Oud, founding father van de VVD, heeft honderd jaar geleden al gezegd dat als de Eerste Kamer afwijkt van de Tweede Kamer zij de wil frustreert van de rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging; maar als zij de Tweede Kamer volgt bewijst zij haar overbodigheid.

Foto: De interruptie microfoon in de plenaire zaal van de Tweede Kamer Credit: www.tweedekamer.nl

66 zetels en geen richting: het kabinet dat niemand echt wil

Het wordt dus een minderheidskabinet van D66, VVD en CDA met samen 66 zetels. Een typisch symptoom van politieke uitputting. Dat het als serieuze optie wordt gepresenteerd, zegt minder over bestuurlijke moed dan over de mate waarin de Nederlandse politiek vastgelopen is in haar eigen uitsluitingslogica. Dit kabinet ontstaat niet omdat het inhoudelijk klopt, maar omdat bijna alles wat wél zou kunnen, vooraf al onbespreekbaar is verklaard, vooral door de VVD, die het formatieproces gijzelde.

Formeel is een minderheidskabinet volkomen legitiem. In de praktijk betekent het dat het kabinet structureel afhankelijk wordt van partijen die het zelf niet wil omarmen, maar wel nodig heeft om te overleven. Dat vergt openheid, onderhandelingsbereidheid en een zekere ideologische bescheidenheid. Precies die eigenschappen ontbreken bij de drie partijen die hier samen optrekken. De VVD wil regisseren zonder toe te geven. D66 wil hervormen maar weet niet waar voldoende medestanders te vinden zijn. Het CDA wil relevant blijven maar weigert te kiezen. Samen leveren ze geen experimentele bestuursvorm op, maar een permanente formatiefase.

Wat hier verkocht wordt als pragmatisme, is in werkelijkheid het ontlopen van politieke verantwoordelijkheid. Dit kabinet heeft geen gezamenlijk verhaal over de richting van het land. Er is geen gedeelde analyse van de crises die spelen, alleen een gedeelde wens om niet opnieuw te hoeven onderhandelen met partijen die inhoudelijk of electorale risico’s opleveren. Dat leidt tot beleid dat per dossier moet worden bijeengeschraapt, met wisselende meerderheden en steeds weer nieuwe concessies. Besturen wordt zo een tactisch spel, geen politieke keuze.

Foto: -JvL- (cc)

Minderheidsregeringen hoeven niet minder stabiel te zijn

Gastbijdrage van Tom van der Meer (eerder verschenen op Stuk Rood Vlees)

Minderheidsregeringen hebben in Nederland een slechte naam. Ze zouden instabiel zijn, en weinig effectief. Begin april verscheen in de Volkskrant een interview waarin staatsrechtgeleerde Wim Voermans dit punt onderstreepte. Hij omschreef de minderheidsregering als een ‘loopgravenoorlog’ en een ‘flipperkastspel’. De Volkskrant kopte zelfs: ‘gedoemd te mislukken’.

Maar is dat zo?

Verschillende politicologen raden juist aan om de optie serieus op tafel te leggen. Zitten die er dan zo naast? En waarom hebben zowel de Raad voor het Openbaar Bestuur (in 2016) als de Staatscommissie Parlementair Stelsel (in 2018) stellig geadviseerd om de minderheidsregering als een realistisch alternatief te onderzoeken tijdens een kabinetsformatie?

Inhoudelijk pleiten verschillende argumenten voor minderheidsregeringen. Ze stellen zowel coalitie- als oppositiepartijen in staat om zich te profileren, en kunnen meer ruimte bieden aan het dualisme tussen regering en parlement. Zeker in een land waar een grote bereidheid bestaat van oppositiepartijen om met voorstellen van de regering in te stemmen, is het risico te overzien.

Maar die argumenten zeggen natuurlijk weinig over de stabiliteit van de coalitie die de minderheidsregering draagt?

Minderheidsregeringen kunnen even stabiel en effectief zijn als meerderheidskabinetten

Cruciaal is hoe je de steun voor een minderheidsregering formaliseert. Wie de minderheidsregering formeert uit bittere noodzaak, bij gebrek aan enige meerderheidssteun, moet niet gek staan te kijken wanneer dat kabinet sneller valt. Maar wie weloverwogen een minderheidsregering formeert, en daarvoor a priori publieke steun vindt bij relatief vaste gedogers, kan op meer succes rekenen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: copyright ok. Gecheckt 23-11-2022

Komt er iets terecht van tegenmacht en dualisme?

ANALYSE - Tjeenk Willink schetste het al. Je moet niet verwachten dat een cultuur die in decennia is gegroeid in een paar maanden verdwenen is. En een regeerakkoord op hoofdlijnen verandert iets, maar, in zijn woorden: als de controleur (de Kamer) niet verandert, zal ook de gecontroleerde (het kabinet) dezelfde blijven. Tegenmacht en dualisme veronderstellen dat de Tweede Kamer zich als onafhankelijke macht opstelt. Nu zijn de controleur en de gecontroleerde daarvoor te zeer met elkaar vervlochten. Het vlechtwerk is in handen van de politieke partij.

Over die vervlechting gaat dit artikel en over dualisme dat een vorm van ontvlechting is. Het eindigt met verschillende voorstellen om dat dualisme te vergroten. Een aantal daarvan kwam reeds in het publieke debat langs, zoals een regeerakkoord op hoofdlijnen. Maar ze zijn niet allemaal van voldoende kaliber om langdurige verandering te bewerkstelligen.

Ollongren en het kroonjuweel van D66

Terugkijkend moet gezegd worden dat Kasja Ollongren op een wel heel uitzonderlijke manier de belangrijkste kroonjuweel van D66 opnieuw glans heeft gegeven. Zelfs zonder het zo bedoeld te hebben leidde ze een discussie in over democratische vernieuwing, die ook in ’66 werd gevoerd. Het gebrek aan dualisme klonk toen zo:

“Het parlement kan niet functioneren. De meerderheid van de parlementsleden behoort tot de coalitiepartijen. Dat maakt hun positie zwak en onvrij. Ze zijn meer betrokken bij het bestendigen van de coalitie dan bij de belangen van de kiezers. En de ministers weten dat. Ze kunnen er misbruik van maken. U weet dat ze dat soms doen.”

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Rosenthal verrast in Berlijn: Nederlands tijdens persconferentie

Uri Rosenthal (Foto: Wikimedia Commons)

Het was een belangrijk bezoek voor de kersverse Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal. Zijn eerste reis ging naar Duitsland, de belangrijkste partner van Nederland en ook het enige Europese land waar vanuit de regering harde woorden vielen over het nieuwe Nederlandse kabinet. Rosenthal verraste tijdens de persconferentie met zijn Duitse ambtgenoot Guide Westerwelle door Nederlands te spreken. Noch zijn gastheer, noch de Duitse pers verstond zo zijn uitleg over waarom VVD en CDA met de PVV in zee zijn gegaan.

De openingswoorden van Rosenthal waren nog uitgeschreven in het Duits. Rosenthal deed zijn best en met enig doorzettingsvermogen droeg hij ze voor.

‘Briljant Duits’
“Gefeliciteerd met uw briljante Duits. De journalisten zijn wat verlegen, anders zouden ze applaudisseren,” was het merkwaardige commentaar van de Duitser Westerwelle.

Rosenthal probeerde het daarna niet meer in het Duits, maar schakelde na een enkele opmerking in het Engels over op het Nederlands. Toegegeven: een Nederlandse verslaggever stelde een vraag in het Nederlands, maar dat Rosenthal vervolgens in het Nederlands antwoordde is opmerkelijk, want noch zijn Duitse gastheer Westerwelle, noch de Duitse pers verstond zo een woord van wat hij zei. Een tolk was niet aanwezig en dat terwijl het inhoudelijk niet eens zo onbelangrijk was wat hij te melden had.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Gemaakte meerderheden en het minderheidskabinet

Het Binnenhof (foto: flickr/Lightmash)Zesenzeventig zetels. Dat is de meerderheid van het komende kabinet in de Tweede Kamer. Een hele nauwe meerderheid. Maar op veel manieren heeft het komende kabinet niet de steun van een meerderheid: niet van de Nederlands kiezers of de Staten Generaal.
Er is sprake van een manufactured majority: van een minderheid wordt in een verkiezingsuitslag een meerderheid gemaakt om het land regeerbaar te maken. Eigenlijk hoort zo iets bij een land met een districtenstelsel: grappig genoeg is het nu zo dat in het Verenigd Koninkrijk het systeem niet meer werkt, er is een coalitieregering nodig omdat het districtenstelsel geen heldere meerderheden meer oplevert.

Deze coalitie heeft geen meerderheid van de stemmen gehaald. De VVD haalde 20.49% van de stemmen, de PVV 19.63% van de stemmen en het CDA 15.45%. Dat is samen 49.55% van de stemmen. De coalitie partijen hebben alle drie een restzetel binnen gehaald. Restzetels worden in ons kiesstelsel toegekend aan grotere partijen dan aan kleinere partijen: omdat rechts minder versplinterd is dan links zijn zij dus groter. Nou was er een lijstverbinding op links: tussen PvdA en GroenLinks. Als D66 bij die lijstverbinding had gezeten dan was er geen meerderheid gekomen voor rechts. Dan had hun teller stil blijven staan op 75. Links heeft dit kabinet te danken aan zijn eigen verdeeldheid.

Nou zou je kunnen stellen dat met de Trots op Nederland (0,56% van de stemmen) dit kabinet zou steunen en dat de SGP (1.73% van de stemmen en 2 zetels) in de Tweede Kamer hier daadwerkelijk steun aan heeft belooft te geven. Maar toveren met cijfers kan iedereen. Zo hebben uitgesproken tegenstanders van samenwerking met de PVV, Klink (goed voor 33115 stemmen, een halve zetel), Ferrier (1269 stemmen), Koppejan (3604 stemmen) en Schinkelshoek (304 stemmen), samen 39192 stemmen opgehaald. Zonder die stemmen zou het CDA op 20 zetels zijn blijven steken en had GL/PvdA een extra restzetel opgehaald: terug naar 75.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

het Saillant | Het rechtse gedoogkabinet komt er niet

SaillantLOGODe eerste officiële afhaker bij het CDA is een feit. Het is een kwestie van tijd voordat er meer volgen. Een rechts minderheidskabinet komt er dus niet.

Ik zal eerlijk zijn, de wens is wel enigszins de vader van de gedachte. Maar het is ook niet langer irreëel dat Rutte 1, het droomkabinet van ons Maxime er niet komt, omdat er gewoonweg geen steun is binnen de fractie van het CDA. De eerste afhaker is namelijk een feit. Jan Schinkelshoek de nummer 27 van de afgelopen kamerverkiezingen wenst niet langer aanspraak te maken op zijn mogelijke zetel in de Tweede Kamer.

Eerst waren het prominenten die protesteerden, toen een zeer prominente die vliegende start van de onderhandelingen faciliteerde. Er waren protesterende leden en nog meer bezwaarde prominenten. Er was een (fantoom-)lid in de fractie dat in gewetensnood zou zitten. En toen weer diezelfde zeer prominente CDA-er die zijn ‘ja mits, neen tenzij’-brief schreef. Het rommelde en het rommelde binnen het CDA, maar tegelijkertijd bleef het allemaal bij klagen en zeuren.

De CDA-top had al gemeld dat het congres een belangrijke stem hoewel niet doorslaggevende zou krijgen bij het al dan niet goedkeuren van het nog af te sluiten coalitieakkoord. Maar hoeveel protesterende congresgangers er ook zouden zijn, binnen het gezagsgetrouwe CDA-ledenbestand zou natuurlijk nooit meer dan de helft ook daadwerkelijk tegen een akkoord stemmen. Het land moet natuurlijk wel bestuurd worden, enzo….

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Volgende