De VVD is bezig met een nieuw beginselprogramma. In een reeks gastbijdragen gaat Ad van der Stok nader in op deze belangrijke stap voor die partij.
Mark Rutte zoekt naar ‘nieuwe woorden voor bekende waarden‘. Dat deed hij in de Rode Hoed, in een artikel in het NRC, dat in andere vorm op de VVD-site te lezen is en met het nieuwe concept-beginselprogramma, dat op 15 november aan het congres wordt voorgelegd. Rutte zoekt, maar vindt hij iets? En wat valt daarvan te vinden?
Als een echte VVD-er vindt de Rutte van de concept-beginselverklaring dat de staat klein moet zijn. De Rutte uit het NRC is tegen de neomoralistische nanny state en vraagt zich iets af: “Kunnen we onszelf wel met goed recht liberaal noemen als wij de nieuwe, bemoeizuchtige beleidsagenda gaan overnemen?”
Toch niet helemaal de goede vraag, want bemoeizucht stond en staat ook op de VVD agenda. De vraag zou moeten zijn: Als we echt een liberaal programma willen, waar bemoeien we ons dan niet meer mee?
Rutte over de staat
Rutte beschrijft de afgelopen dertig jaar denken over de staat. Hij beschrijft het maakbaarheidsdenken dat in de jaren zeventig op de grenzen van de werkelijkheid stuitte. De nieuwe machthebbers Thatcher en Reagan veranderde de koers. “De overheid, zo legde Reagan uit in zijn eerste inaugurele rede, was niet het antwoord op onze problemen; de overheid was het probleem“. Dus moest de overheid terugtreden. Steeds minder werd van de overheid verwacht dat ze de samenleving kon maken. Deze veranderde verwachting bepaalde mede de rol die de overheid in de jaren negentig aannam. Volgens het New Labour van Tony Blair moest maakbaarheid aan de mensen zelf overgelaten worden. De staat moest faciliterend zijn, dus zorgen voor goed onderwijs en een op herintreding op de arbeidsmarkt gerichte sociale zekerheid.