Juan Cole | Open brief aan Links over Libië (1)

Een gastbijdrage van Juan Cole. Dit stuk werd met toestemming overgenomen van zijn weblog: Informed Comment. Zoals ik verwachtte, herovert de Libische bevrijdingsbeweging terrein, nu Qadaffi’s voordeel in pantservoertuigen en zware wapens wordt geneutraliseerd door de luchtcampagne van de VN-alliantie. In de nacht van zaterdag op zondag namen bevrijders cruciale oliesteden als Ajdabiya en Brega (Marsa al-Burayqa) wederom in, en leken vastberaden om verder westwaards op te rukken. Deze gezwinde opmars is deels vrijwel zeker mogelijk gemaakt door de haat jegens Qaddaffi onder de meerderheid van de bevolking in deze steden. Het Buraiqa Bassin bevat veel van Libië’s olierijkdom, en de Overgangsregering in Benghazi zal spoedig weer tachtig procent van deze grondstof beheersen, een voordeel in hun strijd tegen Qadaffi. Ik moedig de bevrijdingsbeweging onbeschroomd aan, en ik ben blij dat de interventie door de UNSC werd goedgekeurd en heeft voorkomen dat ze werd vermorzeld.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

1973

Vandaag een bijdrage van Peter van het weblog Codes, keuzes en maakbaarheid.

1973 gaat de geschiedenis in als de VN-resolutie, waarmee besloten werd tot ingrijpen in Libië. Een bijzonder getal. Want 1973 doet ook denken aan de officiële opening van het World Trade Center. Die opening herinnert niemand zich, de terreuractie op de Twin Towers wel.1973 is ook het jaar van Pinochet’s staatsgreep in Chili. Zijn er nog lezers die de straaljagers herinneren, die Allende’s residentie bestookten? En in 1973 vielen Egypte en Syrië met 200 vliegtuigen Israël aan, de inleiding tot de Jom Kippoeroorlog. In het Thaise Bangkok vielen ruim 1500 doden, toen de militaire junta een studentenopstand neersloeg. Geen VN-ingrijpen.

Goed nieuws was er ook. De V.S. beëindigden de Vietnamoorlog en de bombardementen op Cambodja. Een lange militaire interventie eindigde in de Parijse vredesakkoorden.

De VN-resolutie 1973 is natuurlijk niet terug te voeren op deze gebeurtenissen, maar dat deze resolutie tot stand kon komen, heeft wel te maken met de geschiedenis van de VN en het gegeven dat het bestaan van de VN niet heeft voorkomen dat oorlogen, staatsgrepen en hardhandig neerslaan van democratische bewegingen bijna dagelijkse kost is.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Quote du Jour | Lessen

Ik vind het gratuit om nu te zeggen dat het besluit verkeerd was en trek er een hoop lessen uit voor de toekomst.

Aldus premier Rutte aan het einde van het debat over de mislukte evacuatie met een helicopter in Libië.
Twee dingen komen dan in me op.
Ten eerste bleek de internationale samenwerking weer eens verre van optimaal. Wat is er dan precies gebeurd met de lessen die we van Sebrenica geleerd hebben? Welke garantie hebben we dat we in toekomstige situaties niet weer naïef ergens aan beginnen?
Ten tweede schiet me de uitspraak van Balkenende te binnen: “met de kennis van nu…”.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Khadaffi moet hangen!

Volgens Obama heeft de interventie in Libië een bloedbad voorkomen. Obama kan fantastisch spreken. Hij maakte van het bloedbad dat nooit heeft plaatsgevonden een vol-zintuigelijke ervaring. Je rook de lijkengeur. Je zag het rode bloed. Je hoorde het gegil. Je voelde het schaamrood op je kaken van deze barbaarse gruweldaad. Historici noemen dit ‘what if’ geschiedschrijving. Wat als Hitler in de jaren dertig was omgekomen, had WO II dan ooit plaatsgevonden? Gezellige kroegpraat, meer niet. Laat ik eens een andere hypothese opgooien. Even waardevol als Obama’s bakerpraatje. De troepen zouden Bhengazi veroveren, enkele leiders van de opstand opknopen en de rest van de bevolking met rust laten. Waarom? Laatste les van oorlogsvoering: overwinnaars gedragen zich. De sluwe woestijnvos is niet voor niets al 42 jaar aan de macht. Als hij een bloedbad had veroorzaakt, had hij zijn eigen doodvonnis getekend.

Gedane zaken nemen geen keer. We zitten in Libië. De oorlog duurt voort en de NAVO is het oneens over een exitstrategie. Amerika en Frankrijk willen de opstandelingen bewapenen. Dat kan, maar het aantal doden zal toenemen. Op dezelfde voet doorgaan? Dat kan niet. De grote doelen zijn bijna op. Dan blijven de kleine doelen –soldaten, tanks- over. Die hebben de neiging in de stad te zitten, met veel kans op extra burgerdoden. Wat dan wel? Als het de NAVO werkelijk om de Libische burgers ging *kuch* dan zouden ze direct aansturen op een staakt-het-vuren. Een Turkse of Duitse bemiddelaar sturen bijvoorbeeld. Maar het gaat niet om de Libische burgers. Het gaat om prestige, om grondstoffen en om macht.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Gatta

mustafa abdel jalilDit is Mustafa Abdel-Jalil, de Libische minister van Justitie die als eerste overliep naar de rebellen. En dit is Abdel-Hakim al-Hasidi, een of misschien de Libische rebellenleider. En dit is de reden waarom ik al veel eerder over Abdel-Jalil had moeten schrijven.

Jawel. De rebellen hebben blijkbaar de steun van Al-Qaeda en ik zag die bui al hangen. Kijk nog eens goed naar Abdel-Jalil. Dat is geen plukje haar op zijn voorhoofd, en ook geen Gorbyeske wijnvlek. Abdel-Jalil heeft een slijtplek op zijn voorhoofd van het vijf maal daags bidden. En die krijg je niet zomaar – daar moet je wel wat voor doen. Niemand krijgt namelijk zo’n plek door vijf keer per dag met je voorhoofd de bidmat te raken. Zo’n plek moet je maken. En waarom zou je zo’n plek maken? Om te laten zien hoe vroom je wel niet bent.

Also present was the town postman, Muhammad Ibadalla, who bore upon his forehead the gatta or permanent bruise which revealed him to be a religious fanatic who pressed brow to prayer-mat on at least five occasions per diem, and probably at the sixth, optional time as well. (Salman Rushdie, Shame, 1983, p. 41-42)

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Hillen’s heli, het geweld en Plan B

Toen de bemanning terug was en de evacué ook thuis, werd de Lynx op het Libische strand vooral kluchtig, iets voor Youp van ’t Hek. De Kamer buigt zich over alle blunders, maar of die nu zo interessant zijn?

Zorgelijk is wel de verhoudingen tussen de bestuurders en hun ambtelijke dienaren. Wat is er mis met de kwaliteit van de voorbereiding en de besluitvorming, als dit allemaal kan? Rutte gaf onmiddellijk aan dat hij op de hoogte was van de operatie en dat siert hem. Maar des te klemmender is de vraag: waarom is er niet beter politiek getoetst?

Elke dag krijgt een minister voorstellen voorgelegd. Die zijn soms gebaseerd op een uitdrukkelijke wens vanuit de politieke leiding, maar vaak ook op eigen initiatief vanuit de ambtelijke organisatie. Een beleidsmedewerker schrijft een verhaal, met kosten, uitvoerders, operationele risico’s en voordelen, juridische grondslagen. Als de taakverdeling dat vraagt, wordt afgestemd en gecoordineerd met andere departementen. Dat gaat gepaard met parafen uit het Haagse systeem; uiteindelijk wordt een voorstel, met een paraaf van minstens een secretaris generaal aan een minister of de ministerraad aangeboden.

De socioloog heeft daarvoor twee begrippenparen: “boven” en “onder”, almede “doel” en “middel”. De verdeling boven-onder karakteriseert de verhouding tussen bestuurder en ambtelijke organisatie: de politieke bestuurder is de baas en deambtelijke organisatie volgt en steunt.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Libië en de Rechtvaardige Oorlog (2)

Muammar Gaddafi/???? ??? | B.R.Q/Flicker Creative CommonsIn deel 1, dat gisteren verscheen, maakten we kennis met een aantal kernbegrippen uit de theorie van de rechtvaardige oorlog: de rechtvaardige reden, noodzakelijkheid en proportionaliteit. Vandaag kijken we hoe het samenspel van deze drie begrippen ons kan helpen bij het ethisch analyseren van een aantal militaire conflicten in het algemeen en de huidige aanval op Libië in het bijzonder.

Dé gerechtvaardigde reden om oorlog te voeren is zelfverdediging. Het staat staten vrij om zich te verweren tegen een aggressor, deze verdedigingsoorlog moet dan echter ook noodzakelijk zijn en proportioneel. Het enkele feit dat een staat aangevallen wordt betekent zeker niet dat elk middel gebruikt mag worden om zich te verweren. Het is onontkenbaar dat, bijvoorbeeld, de staat Israël op zich het recht heeft militaire acties te ontplooien om zich te verweren tegen de barrage van Grad-raketten die vanuit de Gazastrook op burgerdoelen worden afgeschoten. Aan de andere kant zou men kunnen argumenteren dat de zaak, hoe serieus ook, geen grootschalige militaire campagne legitimeerde: in 2008 werden meer dan 3.000 raketten op Israël afgevuurd, maar deze maakten in totaal slechts 8 slachtoffers en het Israëlische tegenoffensief was met de beste wil niet proportioneel te noemen. Operatie “Cast Lead” zou de toets der RK sociale leer  niet hebben doorstaan. Niet elk offensief wordt trouwens afgekeurd: waar overweldigende bewijzen zijn dat een aanval op korte termijn zal plaatsvinden kan de bedreigde partij het initiatief in handen nemen: de Zesdaagse Oorlog valt waarschijnlijk dus wel onder de stringente eisen van de theorie van de rechtvaardige oorlog.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Libië en de Rechtvaardige Oorlog

Schip schiet Tomahawkraket af op Libië, maart 2011Vrede is niet slechts het ontbreken van wapengeweld, niet eenvoudigweg een periode waarin de Tomahawks in hun silo’s blijven. Vrede is bovenal een relationele, sociale en internationale waarde die niet losgezien kan worden van de waardigheid van de menselijke persoon en een rechtvaardige nationale en internationale orde. In die zin is er in Libië geen staat van vrede geweest die plotseling doorbroken werd door de Franse, Britse en Amerikaanse interventies die volgden op Veiligheidsraadresolutie 1973.

Dat wil echter niet zeggen dat het militaire ingrijpen van deze en vele andere landen te verdedigen is volgens de breed aanvaarde theorie van de rechtvaardige oorlog, zoals geformuleerd binnen de intellectuele tradities van de Rooms-Katholieke Kerk. Integendeel: we zouden ons moeten laten leiden door deze inzichten en met uiterste scepsis en voorzichtigheid spreken over de mogelijkheden om gewapende conflicten met nog meer geweld te beslechten.

De Katholieke Sociale Leer, waarvan de theorie van de rechtvaardige oorlog een onderdeel is, wordt gedreven door een uiterste afkeer van militair geweld. Het inzetten van een gewapende macht is aan de strengste voorwaarden gebonden. De Pausen zijn hier altijd duidelijk over geweest: Leo XIII sprak over oorlog als “gesel” die over de naakte ruggen van de mensheid gaat, en de grote Paus Johannes Paulus II was ook volstrekt duidelijk in zijn standpunten. Hij noemde oorlog “een avontuur zonder terugkeer” en ontmaskerde het geweld door te zeggen dat “het (…) vernietigt wat het beweert te verdedigen: de waardigheid, het leven, de vrijheid van menselijke wezens”.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Vorige Volgende