Van Peperstraten

7 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Eric Heupel (cc)

De Rooms-Katholieke Kerk over het Geloof van de Moslims

Gisteren verscheen in het Katholiek Nieuwsblad, een publicatie die in zekere kerkelijke middens als gezaghebbend wordt gezien, een opiniebijdrage van PVV-senator Marcel van der Graaff. In dit schrijven doet hij een aantal boude uitspraken over de verhouding tussen het katholieke geloof en de islam. Doorgaans zou ik dergelijke oprispingen achter mij laten. Echter, drs. M. de Graaff is niet enkel lid van de Eerste Kamer. Hij schreef het stuk namelijk als katholiek theoloog. Mijns inziens is het als katholiek theoloog dat hij dan ook een scheve schaats rijdt door de PVV af te schilderen als ware zij de incarnatie van de sociale leer van de Kerk en een beweging die op één of andere wijze de goedkeuring van de paus zou genieten.

Allereerst claimt de Graaff nogal makkelijk dat een eenvoudig verzet tegen een werkelijke of vermeende afbraak van het zorgstelsel betekent dat de PVV de “partij is waarin de sociale encyclieken van de paus [enkelvoud? JJvP] daadwerkelijk een vertaling krijgen in [het] politiek programma“. Ware dit zo, dan zou elke partij die zich als sociaal afficheert, “de sociale encyclieken van de paus vertalen”. De claim is dus óf onwaar, óf triviaal. Erger nog: lijkt het een poging van de PVV om zich te afficheren als een partij die op één of andere manier, meer dan anderen, het Rooms-Katholieke geloof politiek vertegenwoordigt, of door de Kerk wordt goedgekeurd. 

Foto: Eric Heupel (cc)

Leuk

Op 11 september 1944 werden meer dan 300 mensen, waarvan meer dan 200 burgers, in en rond Breskens gedood ten gevolge van een Brits bombardement op zich terugtrekkende Duitse legereenheden. Meer dan honderd burgerslachtoffers liggen op de Algemene Begraafplaats in Breskens begraven in een massagraf. Het massagraf is dan ook de plek waar op 4 mei de plaatselijke dodenherdenking wordt gehouden – het is het epicentrum van alles wat Bressiaanders in de oorlog hebben meegemaakt.

De VVV vindt het feit dat Breskens vrijwel volledig met de grond is gelijk gemaakt “leuk om te weten”. Leuk. Laat u dat woord eens over uw tong rollen. Leuk. Ik vind het niet leuk van de VVV, maar ik zal dan wel een grote flauwerd zijn. Alleen flauwerds vinden dingen niet leuk. Er zijn dingen die ik wèl leuk vind, zoals een baksteen door de ruiten van de VVV. En dan eens kijken of de VVV dat ook “leuk” vindt. Jammer genoeg staan er wetten in de weg, en praktische bezwaren.

Echter, de VVV is niet de enige die zich schuldig maakt aan dergelijke debiliteiten. De ANWB bakt ze ook bruin. Zo kopte de PZC gisteren dat de ANWB het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk door de ANWB is uitgeroepen als kanshebber voor de titel van “Leukste Uitje van Zeeland”. Daar hebben we `m weer, dat zelfde woord, grijnzend, kwijlend, en hinnikend van de lach staat het daar weer zwart op wit. Leuk. Andere kandidaten voor deze leuke prijs zijn leuke Zeeuwse attracties zoals de Voetbalexperience, Speelboerderij `t Klokuus en Kinderparadijs `t Vlindertje. Ik hoop maar dat degenen die verantwoordelijk zijn voor Voetbalexperience, Speelboerderij en Kinderparadijs het niet erg vinden even leuk te zijn als het Watersnoodmuseum.

Foto: Eric Heupel (cc)

Het slachtverbod: een bedreiging voor de godsdienstvrijheid

joodse rituele slacht 15e eeuw/Wiki MediaAfgelopen week heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel, ingediend door het lid Thieme (PvdD), dat tot strekking heeft de onverdoofde rituele slacht te verbieden, aangenomen. Dit wetsvoorstel heeft verstrekkende gevolgen voor een kleine, electoraal niet interessante groep Joden en islamieten, en en werd dus met ruime meerderheid aangenomen. Naar mijn mening zal het wérkelijke effect van deze wet echter veel verder rijken dan het kippenboutje van de familie Cohen in Amstelveen: het wordt nog het beste geïnterpreteerd als de eerste serieuze inperking van de godsdienstvrijheid sinds de recente ineenstorting van de confessionele politiek. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat het hierbij gaat blijven.

In Nederland is de zgn. “onverdoofde” slacht in 1991 verboden. Dat verbod lijkt een zeer humane innovatie, maar in feite betekent “verdoving” hier niet meer dat de slachter een stalen pin door het hoofd van het te slachten dier moet schieten. Ook ‘verdoofde’ slacht levert taferelen op die we in beschaafd gezelschap liever niet aanschouwen, maar het is aan dit hoogtepunt van humaniteit dat alles en iedereen zich nu moet conformeren, ongeacht de consequenties. Ons wordt nu verteld dat de huidige maatregel een uiting is van dierenliefde. Quod non. Het is ordinaire symboolpolitiek. De mythe dat de PVV en de VVD – die beiden het wetsvoorstel ondersteunen – ook maar in het minst (anders dan voor PR-offensieven als de ‘animal cops’) een antenne hebben voor ecologische of dierenwelzijngeoriënteerde politiek is ronduit lachwekkend. Beide partijen zouden het Brabantse platteland volplempen met megastallen – in de context van hun schier religieuze ijver voor de Mammon – als ze de kans hadden. Overigens hebben ook de tegenstemmen van CU, SGP en CDA weinig met dierenwelzijn van doen. Maar dit is dan ook welbeschouwd geen ‘dierenwet’, maar een ‘religieuzenwet’. Het doel is niet dieren te beschermen, maar een bepaald soort religieuzen te pesten – met verregaande consequenties.

Foto: Eric Heupel (cc)

Libië en de Rechtvaardige Oorlog (2)

Muammar Gaddafi/???? ??? | B.R.Q/Flicker Creative CommonsIn deel 1, dat gisteren verscheen, maakten we kennis met een aantal kernbegrippen uit de theorie van de rechtvaardige oorlog: de rechtvaardige reden, noodzakelijkheid en proportionaliteit. Vandaag kijken we hoe het samenspel van deze drie begrippen ons kan helpen bij het ethisch analyseren van een aantal militaire conflicten in het algemeen en de huidige aanval op Libië in het bijzonder.

Dé gerechtvaardigde reden om oorlog te voeren is zelfverdediging. Het staat staten vrij om zich te verweren tegen een aggressor, deze verdedigingsoorlog moet dan echter ook noodzakelijk zijn en proportioneel. Het enkele feit dat een staat aangevallen wordt betekent zeker niet dat elk middel gebruikt mag worden om zich te verweren. Het is onontkenbaar dat, bijvoorbeeld, de staat Israël op zich het recht heeft militaire acties te ontplooien om zich te verweren tegen de barrage van Grad-raketten die vanuit de Gazastrook op burgerdoelen worden afgeschoten. Aan de andere kant zou men kunnen argumenteren dat de zaak, hoe serieus ook, geen grootschalige militaire campagne legitimeerde: in 2008 werden meer dan 3.000 raketten op Israël afgevuurd, maar deze maakten in totaal slechts 8 slachtoffers en het Israëlische tegenoffensief was met de beste wil niet proportioneel te noemen. Operatie “Cast Lead” zou de toets der RK sociale leer  niet hebben doorstaan. Niet elk offensief wordt trouwens afgekeurd: waar overweldigende bewijzen zijn dat een aanval op korte termijn zal plaatsvinden kan de bedreigde partij het initiatief in handen nemen: de Zesdaagse Oorlog valt waarschijnlijk dus wel onder de stringente eisen van de theorie van de rechtvaardige oorlog.

Foto: Eric Heupel (cc)

Libië en de Rechtvaardige Oorlog

Schip schiet Tomahawkraket af op Libië, maart 2011Vrede is niet slechts het ontbreken van wapengeweld, niet eenvoudigweg een periode waarin de Tomahawks in hun silo’s blijven. Vrede is bovenal een relationele, sociale en internationale waarde die niet losgezien kan worden van de waardigheid van de menselijke persoon en een rechtvaardige nationale en internationale orde. In die zin is er in Libië geen staat van vrede geweest die plotseling doorbroken werd door de Franse, Britse en Amerikaanse interventies die volgden op Veiligheidsraadresolutie 1973.

Dat wil echter niet zeggen dat het militaire ingrijpen van deze en vele andere landen te verdedigen is volgens de breed aanvaarde theorie van de rechtvaardige oorlog, zoals geformuleerd binnen de intellectuele tradities van de Rooms-Katholieke Kerk. Integendeel: we zouden ons moeten laten leiden door deze inzichten en met uiterste scepsis en voorzichtigheid spreken over de mogelijkheden om gewapende conflicten met nog meer geweld te beslechten.

De Katholieke Sociale Leer, waarvan de theorie van de rechtvaardige oorlog een onderdeel is, wordt gedreven door een uiterste afkeer van militair geweld. Het inzetten van een gewapende macht is aan de strengste voorwaarden gebonden. De Pausen zijn hier altijd duidelijk over geweest: Leo XIII sprak over oorlog als “gesel” die over de naakte ruggen van de mensheid gaat, en de grote Paus Johannes Paulus II was ook volstrekt duidelijk in zijn standpunten. Hij noemde oorlog “een avontuur zonder terugkeer” en ontmaskerde het geweld door te zeggen dat “het (…) vernietigt wat het beweert te verdedigen: de waardigheid, het leven, de vrijheid van menselijke wezens”.

Foto: Eric Heupel (cc)

De Minister en het Plagiaat

Sinds enige dagen is de Duitse minister Karl-Theodor zu Guttenberg op een bijzonder manier in opspraak geraakt. De charismatische adellijke minister – de “Duitse Kennedy” – die veelvuldig getipt wordt als opvolger van Angela Merkel – blijkt grote delen van zijn in 2007 verschenen proefschrift te hebben overgenomen uit allerhande bronnen.

Hoewel de precieze schaal van het plagiaat nog niet volledig is vastgesteld lijken de voorlopige uitkomsten van het onderzoek van honderden vrijwilligers bijzonder ernstig. De voorlopige tussenstand is dat op bijna driekwart van de bladzijden van zu Guttenberg’s proefschrift er geplagieerde passages lijken te staan en dat betekent concreet dat +/- 20% van de tekst overgeschreven is. Dit is een adembenemende hoeveelheid. Voor de medestanders van zu Guttenberg, zijn partijgenoten en fanbase, lijkt dit alles geen probleem te vormen. De CSU-voorzitter heeft trouw geronkt dat de interesse in zu Guttenberg’s proefschrift slechts een uiting is van een infaam kommunistisch complot. Kanselier Merkel heeft al gauw gezegd dat ‘wetenschappelijke kwesties’ niet relevant zijn voor het functioneren van zu Guttenberg. De minister zelf heeft, volgens zijn fans op grootmoedige wijze, berouw getoond over de fouten die hij gemaakt heeft en heeft toegezegd zijn titel niet meer te zullen voeren. Hiermee is volgens velen de kous af.

Foto: Eric Heupel (cc)

Intellectuele integriteit in het fascismedebat is ver te zoeken

Karikatuur van Ramiro de Maeztu (Wikimedia Commons)

In de Nederlandse kranten woedt de afgelopen dagen en weken een wat kolderieke discussie rondom het boekje van Rob Riemen. Riemen stelt in zijn bijdrage dat Wilders politiek-theoretisch gezien thuishoort in het fascistoïde kamp. Eén reactie op deze these werd afgelopen dagen geleverd door Meindert Fennema, die als politicoloog eerder een boek heeft geschreven over Geert Wilders. Hij verwerpt de these van Riemen maar doet dit op m.i. oneigenlijke gronden.

Om te beginnen weigert hij op ook maar een enkel argument van Riemen in te gaan. Hij geeft hier een zonderlinge reden voor die ik, voordat de lezer mij weigert te geloven, in zijn geheel weer zal geven:

Met verbijstering las ik de kritiek van Han Warmelink op Frits Bolkestein, waarin hij beweert dat Wilders wel degelijk een hedendaagse fascist is. Niet zozeer om zijn inhoud, want die heb ik vaker gelezen, bijvoorbeeld bij Rob Riemen. Maar Riemen is een katholieke theoloog en Warmelink is docent staatsrecht in Groningen. En van een staatsrechtgeleerde mag je toch een minimale kennis van de politieke geschiedenis verwachten en enig respect voor de feiten.

Van een theoloog kan men dus, zoals Fennema impliceert, noch kennis van de politieke geschiedenis, noch respect voor feiten verwachten. Fennema negeert Riemen omdat hij theoloog is. De toevoeging dat Riemen ook nog eens een katholiek theoloog is zal wel bedoeld zijn om het antipapisme van zijn lezers te kietelen. Nu heb ik het goede geluk meerdere theologen te kennen. Vrijwel zonder uitzondering zijn dit mensen met brede intellectuele interesses en een passie voor sociale rechtvaardigheid. Waar het gaat om politiek inzicht hoor ik vaker verstandige dingen van theologen – zeker diegenen die gevormd zijn door de katholieke sociale leer – dan van politicologen en juristen. Maar goed, door Riemen af te serveren als een theologantje van wie qualitate qua geen intellectuele integriteit mag worden verwacht bevrijdt Fennema zich van de pijnlijke noodzaak om Riemen’s argumenten op steekhoudende wijze te weerleggen. Maar dat terzijde. Wat zegt Fennema over de argumenten van Warmelink? Eigenlijk ook niets, behalve snerende opmerkingen als: