Last minute fladderkleding

Paniek. Ik ga op meivakantie naar een warm land en ik vraag me ineens af welke kleding ik daar dan aan moet. Nu vraag ik me aan het begin van ieder seizoen af wat ik het jaar daarvoor gedragen heb, dus dat is niet nieuw. Maar vliegvakanties naar warme oorden verstoren het normale proces, kom ik nu achter. Daar ben ik niet mentaal op voorbereid. Als je gewoon in de buurt van Nederland blijft, verandert de temperatuur geleidelijk en kan je rustig wennen aan wat mensen bij die temperaturen dragen en aan wat dat voor jou betekent. Bij een zonvakantie daarentegen gaat het een stuk abrupter. Je moet bovendien van tevoren al hebben ingepakt. Hoe doe je dat als je je zomergarderobe al tijden niet hebt gezien of gedragen? Dan brengen vakanties ook nog verwachtingen met zich mee, dat je het er maximaal naar je zin moet hebben bijvoorbeeld. Dit jaar zeker, want hallo, we mogen weer! En er gaat bewijs komen in de vorm van stralende vakantiefoto’s. Wij mensen houden van vakantiefoto’s. De kleding dus. Mijn plan was om voorlopig geen nieuwe zomerkleding te kopen, niet voordat ik mijn huidige collectie een stukje verder heb uitgeleefd. Maar met een naderende vakantie voel ik me nu toch ineens onzeker. Het is lang geleden dat ik dit zo meemaakte en ik vraag me van alles af. Heb ik wel kleren om te dragen daar? Natuurlijk heb ik wel kleren, maar heb ik leuke vrolijke zomerse kleren? Ik zou het niet weten! En het lijkt ineens heel belangrijk. Na alle ellende in de wereld, mét alle ellende in de wereld, lijkt het heel belangrijk om fladderende kleren te dragen als(of) het warm is en de zon schijnt. Ik wil zon, ik wil luchtigheid, ik wil fladderen. Ter voorbereiding en beoordeling heb ik mijn zomerkleding maar weer tevoorschijn gehaald. Ik moet me toch wel afvragen of ik me in die kleding niet ga voelen als een relikwie uit het verleden. Een deel van de kleding begint na jaren toch wel dat gevoel bij me op de roepen namelijk. Dat is niet zo gek, want het komt ook uit een ander tijdperk. In ieder geval uit een andere levensfase. Of ik toen zorgelozer was dan nu durf ik niet te zeggen, maar ik wil er niet naar terug. Ik wil vooruit kijken, naar een stralende toekomst. Ik ben op zoek naar een wereld waarin alles geweldig is en iedereen gelukkig. Kan ik dat kopen in de vorm van kleding? Het hoeft niet te speciaal. Bij voorkeur is het kleding die ik in Nederland ook gewoon aan kan, niet alleen op zonovergoten dagen in warmere landen. En ook op momenten dat ik me niet zo fladderend voel, maar dat het me wel helpt om daar te komen zeg maar. Het ideale kledingstuk dat alles goedmaakt. Dat zoek ik. Met dat idee vaaglijk in mijn hoofd scrol ik naarstig over duurzame en eerlijke warenhuizen, op zoek naar zo’n gelukkig makend kledingstuk. Omwille van efficiëntie probeer ik alles wat ik tegenkom zo snel mogelijk te beoordelen. Er is enige haast geboden, want ik heb nog maar iets meer dan een week. Ik probeer geen impulsaankopen te doen, want dat loopt vaak niet goed af. Gelukkig doe je dat bij eerlijke duurzame webshops niet zo snel. Na uren scrollen, na honderden zo niet duizenden hoopvolle momenten, moet ik concluderen dat ik het nog niet gevonden heb. Ik heb wat kanshebbers gezien, maar ik heb meer tijd en informatie nodig om het goed te beoordelen. Voor een grondige inspectie zou ik de kleren eerst moeten bestellen, maar ik heb nog niet besloten dat ik dat de moeite waard vind. Want naar alle waarschijnlijkheid is het gewoon kleding. Geen geluk in de vorm van textiel, geen eeuwig vakantiegevoel. Niet veel meer dan een stuk kleding zoals ik die al in mijn kast heb liggen. Ik sluit alles af en hervat mijn plan om eerst mijn huidige zomergarderobe verder uit te leven. Ik ga er van genieten, te beginnen op vakantie.

Door: Foto: Jemimah Gray (Unsplash)
Foto: Regan Vercruysse (cc)

Plastic kleding

In een serie artikelen onderzoek ik kleding vanuit het perspectief van duurzaamheid, met als doel bij te dragen aan een eerlijker imago van kleding. In het eerste deel: plastic.

De winkels zijn weer open! Dat betekent dat we onze consumptiehonger weer ongeremd kunnen stillen. In december was alles dicht, maar niet getreurd! Ze hebben hun spullen voor je bewaard. De plastic kleren zijn er nog.

In december hebben de kledingcollecties een hoog gehalte bling-bling. In de winkelstraten glittert en glanst de zogenaamde feestkleding je tegemoet. Dat verraadt dat er een bijzondere grondstof in zit: plastic in de vorm van textielvezels. En dat glitterende spul is nog maar het topje van de plastic berg.

Het lijkt wel een goed bewaard geheim dat er plastic in kleding zit. Hoewel veel Nederlanders een mening hebben over plastic folie om een komkommer, hoor en lees ik maar weinig over plastic kleren. Als er plastic in kleding zit, moeten we daar als consument dan niet iets mee?

Verhullende labels

Met plastic kleren doel ik dus niet alleen op regenjassen en glitters. Als ik het heb over ‘plastic kleren’ dan heb ik het over kleren van ‘synthetische’ stoffen, waar polyester te bekendste van is. Deze stoffen worden gemaakt van aardolie en in feite zijn de stoffen of textielsoorten plastics. Ook andere plasticsoorten worden van aardolie gemaakt.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

‘Bloot of bedekt’ roept vooral vragen op

RECENSIE - Kleding, naaktheid en alles taboes daaromheen – het is een fascinerend maar ook een heel omvangrijk onderwerp.coverblootofbedekt

Je zou er een prachtig boek over kunnen schrijven, maar dat vereist dan wel een stevige greep op een ongelofelijke hoeveelheid materiaal. Mineke Schipper heeft het ongetwijfeld geprobeerd, maar is daar helaas niet in geslaagd. ‘Bloot of Bedekt’ stijgt niet uit boven een grote verzameling feitjes en anekdotes.

De hoofdstuktitels suggereren thema en structuur maar eenmaal van start, schiet Schipper al snel alle kanten op.

Het eerste hoofdstuk, ‘Niets om het lijf’, begint met het thema (reacties op) naaktheid, maar meandert al snel in de richting van de sociale rol van kleding.

Hoofdstuk nummer twee, ‘Van een touwtje naar meer’, start met sierlittekens (een greepje voorbeelden), en gaat dan via de peniskoker (het eigenlijke onderwerp) naar de vraag waarom mannelijke kleding de laatste tweehonderd jaar zo saai is geworden. Daar valt veel over te zeggen (meer dan ze doet), maar doe het niet híér.

De hoofdstukken zijn, kortom, ongeleide projectielen.

Zo’n anekdotenboekje zou op zich nog vermakelijk leesvoer kunnen zijn, maar Schipper drijft de lezer (deze lezer) regelmatig tot wanhoop door slordig taalgebruik, vaagheden, vergissingen en (zoals te verwachten) onverwachte sprongen naar totaal andere onderwerpen.

Foto: P K (cc)

De lessen en leren broek van mijn vader

COLUMN - Mijn vader, de JR van de streek, bracht mij het een en ander bij. Onder andere: als je met bankiers gaat praten, doe je een pak aan. Bankiers zijn namelijk hysterisch vooringenomen wat betreft het uiterlijk van hun cliënten. Al heb je drie ton op je rekening: kennen ze je slechts gehuld in je kloffie, dan zullen ze de vloer met je dweilen. Pijl op trekken.

Mijn vader was lange tijd zelf best extravagant qua kleding. Zo heeft hij van mijn tweede tot mijn zestiende dezelfde leren broek aan gehad. Een te korte wijde pijpen geval dat er na twee jaar verweerd uit zag met diepe vervormingen bij de billen en de knieën. Het moet ook gestonken hebben, dat kan niet anders, want hij deed het alleen uit om te slapen. Maar als hij naar de bankiers ging – waar hij telkens miljoenen franks van los peuterde – dan stak hij zichzelf in het keurige. Het was alsof ik elke keer een Nieuwe Vader had. Ik haatte die vieze leren broek, moet u weten.

Die vieze leren broek droeg hij dus verder altijd. Ook als wij op road trip bij het sjiekste hotel van Monaco stopten. Dan parkeerde hij, met een knipoog naar ons op de achterbank, de Porsche ergens achterin en liep, vieze leren broek en al, de lobby binnen om om twee suites te vragen. Hij had ook een soort gitzwarte afro en een ring in één oor, als een piraat. Hij zag er woest uit. De lobbydudes keurden hem geen blik waardig, hun keurige hotels waren steevast volgeboekt, en ik ging door de grond van schaamte tot hij een vuistdikke bundel meijers uit zijn borstzak haalde. Opeens hadden ze plek. Vaste prik. En als mijn vader de Porsche pal voor de deur haalde om de bagage uit te laden, en onze Catherine-Deneuve-look-alike van een moeder in haar Yves Saint Laurent-broekpak er waardig uit stapte, voor zoverre men waardig uit een Porsche kan stappen, dan smolt hun dedain en bogen ze als onderdanige Japanners. (U begrijpt ondertussen dat mijn vader iemand was die met een heel gezin in een Porsche op duizenden kilometers lange road trips ging.) Ik haatte ook die chique hotels. We waren daar altijd de enige kinderen waardoor ik mijn hele kindertijd hevig verlangd heb naar het paradijs van de camping waar al mijn schoolvriendjes hun vakanties botvierden, maar waar ik eenmaal volwassen gek genoeg nooit aan heb kunnen wennen. Momentum gemist, of zoiets. Ik verafschuw reizen, maar als het echt moet, dan laat ik me en mijn voltallige kinderschaar liefst op duizenden kilometers lange road trips rijden. In een ruime Volvo wel te verstaan, niet in een Porsche. Men moet immers niet overdrijven in de zucht naar zijn kindertijd.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: rijans (cc)

Vuile kleding uit Bangladesh

ELDERS - Deze week geen nieuws uit de VS, maar een uitstapje naar Zuid-Azië. Kledingfabrikanten in Bangladesh, in nauwe samenwerking met de overheid, schrikken niet terug voor intimidatie en moord om hun winstmarges in stand te houden.

Het is inmiddels tweeënhalve maand geleden dat in Savar, Bangladesh een grote kledingfabriek instortte. Het officiële dodental werd vastgesteld op 1.127. Ongeveer 2500 mensen raakten gewond, vaak zeer ernstig.

Hoewel de dag voorafgaand aan de instorting scheuren in het gebouwen werden aangetroffen en een bouwkundige had gewaarschuwd dat het gebouw onveilig was, ging het werk in de fabriek, eigendom van Sohel Rana, gewoon door. Tot verbazing van velen werd Rana vier dagen na de ramp gearresteerd. In de praktijk stonden fabriekseigenaren in Bangladesh immers boven de wet, zoals dit artikel in de New York Times laat zien:

Bangladesh’s legal system has rarely favored anyone confronting the power structure. Much of the legal code has remained intact since the British imperial era, when laws were devised to control the population and protect the colonialist power structure. Legal reformers continue to push to modernize the criminal code, but the pace of change has been slow. Moreover, the police and other security forces are deeply politicized, with a bloody legacy of carrying out extrajudicial killings.

Many garment factory owners are now entrenched in the nation’s power elite, some as members of Parliament. Garments represent 80 percent of the country’s manufacturing exports, giving the industry vast economic power, while factory owners also finance campaigns during national elections, giving them broad political influence.

Foto: copyright ok. Gecheckt 10-02-2022

Greenpeace strijdt voor schone spijkerbroeken

ACHTERGROND - De meeste winkels beginnen weer aan de zoveelste uitverkoop van het jaar. Voor een schijntje koop je tassen vol kleding, die doorgaans met nogal wat impact op het milieu geproduceerd wordt. Gelukkig gaven een aantal grote merken afgelopen jaar aan hun vervuilende productielijnen te willen opschonen. 

Greenpeace mag misschien bekend staan om rubberen bootjes naast grote schepen die op walvissen jagen, of om  het blokkeren van treinen die kernafval vervoeren, ze hebben ook acties die wat dichter bij de leefwereld van mensen blijven. Bijvoorbeeld het project ‘Detox my Fashion’, waarmee de groene strijders de mode-industrie wil bewegen milieuvriendelijker te produceren.

Eerder in 2012 gingen modeketens Mango, Zara en Esprit al om. Recent gaf ook Levi Strauss & Co (pdf) aan dat ze zich willen inspannen om voor 2020 alle gevaarlijke chemicaliën uit hun productieproces te weren.

Daarmee is de actie van Greenpeace al aardig succesvol. Bovengenoemde modeketens zijn groot. Zara bijvoorbeeld heeft 1830 winkels wereldwijd en haalde in 2011 een omzet van bijna negen miljoen euro (overigens hebben andere merken van moederbedrijf Inditex als Pull&Bear, Bershka of Massimo Dutti zich niet vastgelegd op schonere productieprocessen). Esprit haalt met ruim 1000 winkels meer dan drie miljoen euro omzet. In elke grote winkelstraat kom je deze namen tegen, en elk vijftienjarig meisje heeft er iets van in haar kast hangen.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Volgende