Nina de Haan

8 Artikelen
1 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Yan Krukov (Pexels)

Waarom ik een lastige klant ben

COLUMN - Ik ben een lastige klant geworden. En dan ook nog specifiek bij webshops die ik juist leuk vind, omdat ik daar nu eenmaal het liefst bestel. Maar als er dan iets misgaat, kan ik daar soms heel slecht tegen.

Als ik iets nodig heb of wil kopen, doe ik vaak erg mijn best om een duurzame variant bij een duurzame bron te halen. Het vergt dan wat uitzoekwerk om te komen tot een optie waar ik voor wil gaan. Ik woon niet in een grote stad, dus webshops bieden een uitkomst, je kent het wel. Het product moet alleen wel met de post en daarna kan je het pas in het echt zien. Een gokje dus.

Ruis

Ik bestel dus weleens wat bij duurzame online winkels. En hoe goed dit wereld-verbeterende bedrijf ook haar best doet, online winkelen blijft een ellende. Met als voornaamste probleem dat het beeld dat je van de producten hebt hoe dan ook vertekend is. Je vormt je beeld op basis van hoe het product wordt weergegeven en dat beeld hoeft helemaal niet overeen te komen met het echte product. Er zit ruis op de lijn.

En als ik dan zo veel moeite heb gedaan om online iets uit te zoeken waar ik achter denk te kunnen staan, wat ik kan bestellen bij een ‘goede webshop’, en wat helemaal naar mij toe wordt gebracht, dan kan ik er heel slecht tegen als het product anders is dan hoe ik het me had voorgesteld. Als het erg tegenvalt moet ik het namelijk terugsturen en dan was het allemaal voor niks. Dat is enorm zonde van de moeite, het karton, de uitstoot en het geld.

Foto: Tino Ferreira (cc)

Verbloemde vulva

COLUMN - De allereerste vagina staat op de cover van de Playboy! Word je daar niet nieuwsgierig van? Want hoe is die vagina dan in beeld gebracht? En waarom nu ineens wel een vagina en eerder blijkbaar niet?

Ik heb geen weet van Playboy-covers, dus waarom er eerder geen vagina’s op stonden, is me niet helemaal duidelijk. Al lijkt het me best een prestatie om een goede foto van een vagina te maken, omdat de vagina inwendig is. Zie daar maar een mooie cover van te maken. Of zullen ze toch gewoon een vulva bedoelen, zoals meestal?

Jawel hoor, het is inderdaad een vulva die pronkt op de cover van de Duitse Playboy, zie ik in het artikel van RTL Nieuws. Een stukje biologieles: de vagina is de opening die eindigt in de baarmoedermond, dat stuk wat bekend is omdat er penissen in passen, je weet wel. De vulva daarentegen is het hele gebied van het geslachtsdeel, dus inclusief de schaamlippen, de hoed, de clitoris en de vagina.

Deze vulva is van Marisa Papen, een Vlaams model dat graag het taboe rondom vulva’s doorbreekt. Voor de cover is die van haar kundig gedecoreerd maar vooral gecensureerd met ‘digitale’ bloemen. Ze wilde eigenlijk helemaal naakt, maar dat mocht niet volgens de advocaten van het tijdschrift, schrijft RTL Nieuws. Deze elegante oplossing werd wel geaccepteerd.

Foto: Jemimah Gray (Unsplash)

Last minute fladderkleding

COLUMN - Paniek. Ik ga op meivakantie naar een warm land en ik vraag me ineens af welke kleding ik daar dan aan moet. Nu vraag ik me aan het begin van ieder seizoen af wat ik het jaar daarvoor gedragen heb, dus dat is niet nieuw. Maar vliegvakanties naar warme oorden verstoren het normale proces, kom ik nu achter. Daar ben ik niet mentaal op voorbereid.

Als je gewoon in de buurt van Nederland blijft, verandert de temperatuur geleidelijk en kan je rustig wennen aan wat mensen bij die temperaturen dragen en aan wat dat voor jou betekent. Bij een zonvakantie daarentegen gaat het een stuk abrupter. Je moet bovendien van tevoren al hebben ingepakt. Hoe doe je dat als je je zomergarderobe al tijden niet hebt gezien of gedragen?

Dan brengen vakanties ook nog verwachtingen met zich mee, dat je het er maximaal naar je zin moet hebben bijvoorbeeld. Dit jaar zeker, want hallo, we mogen weer! En er gaat bewijs komen in de vorm van stralende vakantiefoto’s. Wij mensen houden van vakantiefoto’s.

De kleding dus. Mijn plan was om voorlopig geen nieuwe zomerkleding te kopen, niet voordat ik mijn huidige collectie een stukje verder heb uitgeleefd. Maar met een naderende vakantie voel ik me nu toch ineens onzeker. Het is lang geleden dat ik dit zo meemaakte en ik vraag me van alles af.

Foto: Still uit De Prijsknaller, KRO-NCRV

Kleding als wegwerpproduct

DOCUMENTAIRE - Deze week zag ik de eerste aflevering van De Prijsknaller, waarin Eva Cleven en Ersin Kiris onderzoek doen naar de consequenties van fast fashion. In een halfuur worden alle problemen die onze huidige kledingindustrie veroorzaakt aangestipt.

De kern van het probleem, zoals in de documentaire naar voren komt, is dat kleding een wegwerpproduct is geworden. Kleding is goedkoper dan ooit en we kopen per persoon meer kleding dan ooit. Ook gooien we het sneller weer weg om het te vervangen voor nieuwe items uit de winkel. Het is alsof we minder waarde zijn gaan hechten aan individuele kledingstukken. Ze kosten niet veel, dus ze zullen wel niet veel waard zijn, toch?

Dat kleding goedkoper is dan eerder heeft te maken met de kwaliteit van de kledingstukken. De materialen zijn goedkoper. In De Prijsknaller wordt genoemd dat er in toenemende mate polyester in kleding zit en dat dit bijdraagt aan de slechte kwaliteit ervan. Een slechte kwaliteit kleding heeft niet alleen invloed op hoe snel wij in Nederland onze kleding wegdoen, maar ook op in hoeverre het nog hergebruikt of gerecycled kan worden.

In De Prijsknaller wordt pijnlijk duidelijk wat er gebeurt met kleding die je in de textielbak stopt. Eerder konden wij onszelf nog vertellen dat onze kleding via deze weg een tweede leven krijgt bij iemand die kleding nodig heeft en er blij mee is. Na het zien van de documentaire kan dat echt niet meer. Als jij jouw kleding niks waard vindt, is de kans namelijk groot dat ieder ander er net zo over denkt en het dus helemaal niet goed terechtkomt.

Foto: Regan Vercruysse (cc)

Plastic kleding

In een serie artikelen onderzoek ik kleding vanuit het perspectief van duurzaamheid, met als doel bij te dragen aan een eerlijker imago van kleding. In het eerste deel: plastic.

De winkels zijn weer open! Dat betekent dat we onze consumptiehonger weer ongeremd kunnen stillen. In december was alles dicht, maar niet getreurd! Ze hebben hun spullen voor je bewaard. De plastic kleren zijn er nog.

In december hebben de kledingcollecties een hoog gehalte bling-bling. In de winkelstraten glittert en glanst de zogenaamde feestkleding je tegemoet. Dat verraadt dat er een bijzondere grondstof in zit: plastic in de vorm van textielvezels. En dat glitterende spul is nog maar het topje van de plastic berg.

Het lijkt wel een goed bewaard geheim dat er plastic in kleding zit. Hoewel veel Nederlanders een mening hebben over plastic folie om een komkommer, hoor en lees ik maar weinig over plastic kleren. Als er plastic in kleding zit, moeten we daar als consument dan niet iets mee?

Verhullende labels

Met plastic kleren doel ik dus niet alleen op regenjassen en glitters. Als ik het heb over ‘plastic kleren’ dan heb ik het over kleren van ‘synthetische’ stoffen, waar polyester te bekendste van is. Deze stoffen worden gemaakt van aardolie en in feite zijn de stoffen of textielsoorten plastics. Ook andere plasticsoorten worden van aardolie gemaakt.

Foto: Cyril Wermers (cc)

De wooncrisis oplossen is óók de energietransitie versnellen

OPINIE - De woorden ‘wooncrisis’ en ‘energietransitie’ worden niet vaak in één zin gebruikt. Dat moet veranderen, stelt Nina de Haan.

In deze wooncrisis zou je bijna vergeten dat we onze woningen óók nog moeten verduurzamen, je bent immers al blij als je een huis hebt. Maar de stijgende prijzen voor gas en elektriciteit drukken ons met de neus op de feiten: we zaten al in de knel en als we geen haast maken met het verduurzamen van woningen wordt het nog erger.

Huurders in woon- en energiearmoede

De wooncrisis eist zijn tol: een groot deel van de bevolking is steeds meer geld kwijt aan huur of aan de aankoopsom van een koophuis. Terwijl huur- en koopprijzen van huizen oplopen, lopen ook de prijzen voor gas en elektra op en zo de maandelijkse lasten die mensen daaraan kwijt zijn. In een jaar tijd zijn de gasprijzen acht keer zo hoog geworden. Volgens Nibud komen honderdduizenden Nederlanders financieel in de knel door de gasprijsstijgingen. Naast toenemende ‘woonarmoede’ hebben Nederlanders dus ook te maken met toenemende energiearmoede.

De gevolgen van de energieprijsstijgingen blijven vaak zelfs verborgen, omdat mensen erop reageren door minder energie te gaan gebruiken om zo te voorkomen dat ze hun rekeningen niet meer kunnen betalen. Zij stoppen bijvoorbeeld met warm eten, warm douchen en de verwarming aanzetten. Zij zitten letterlijk in de kou – of in de hitte in de zomer. Hun wooncomfort holt achteruit en dit wordt niet direct gezien aan de kosten die ze daadwerkelijk betalen.

Foto: Cyril Wermers (cc)

Waarom we nu eindelijk massaal beter woonbeleid eisen

ACHTERGROND - Op zondag 12 september heeft de nieuwe woonbeweging zich op de kaart gezet. Tijdens het Woonprotest in Amsterdam spraken 15.000 demonstranten zich uit voor beter woonbeleid. Zij spraken zich uit tegen de wooncrisis met te hoge woningprijzen, te hoge huren en te veel onzekerheid voor huurders en kopers. De problemen stapelen zich al jaren op en steeds meer mensen lijden eronder. Het was dan ook wachten op een massaal protest. Een veel gestelde vraag is daarom: waarom werd er niet eerder massaal geprotesteerd tegen de wooncrisis? Nina de Haan legt het uit.

Een immense wooncrisis

Ondanks dat er de laatste tijd veel over de wooncrisis gesproken en geschreven wordt, is er nog geen algemeen gedeeld begrip van hoe de crisis precies is ontstaan, hoe deze stand houdt en hoe we het moeten oplossen.

Dat is wel begrijpelijk, want de wooncrisis is een gigantisch en complex probleem waarbij vele verschillende belangen een rol spelen. Het treft niet alleen alle mensen die lijden onder hoge woonlasten of precair wonen in de huursector en alle mensen die grote moeite hebben een huis te kopen vanwege hoge woningprijzen. Het treft zeer diverse belangen van grote groepen mensen en instanties We hebben het dan over alle eigenwoningbezitters, hun banken, alle woningbeleggers (inclusief onze pensioenfondsen), alle eigenaren van dure (bouw)grond zoals gemeenten, en groepen als woningcorporaties, projectontwikkelaars en bouwers. Deze gevestigde belangen maken het geen makkelijk probleem om te bespreken, laat staan op te lossen.

Foto: Steve Jurvetson (cc)

Het imagoprobleem van de vastgoedbelegger

OPINIE - Nina de Haan ziet problemen met vastgoedbeleggen. ‘De gevolgen zijn niet te overschatten.’

De vastgoedbelegger kampt sinds kort met een imagoprobleem. Nu de woonopstand goed op stoom komt, wordt beleggen in vastgoed aan alle kanten aangevallen én verdedigd.

Tot kort geleden was het beeld eenzijdiger. Toen werd ik online overspoeld door berichten van jonge mensen die me er zonder enige gêne van wilden overtuigen zo snel mogelijk te gaan beleggen in vastgoed. Want echt, het is niet moeilijk en met de juiste hulp (lees: die van hen) kan iedereen het! Wie slim is, belegt in vastgoed, zo luidt het credo.

Vastgoedbeleggen geeft je een stabiel ‘passief’ inkomen. Ik noem het zelf liever een onverdiend inkomen, omdat er wel degelijk iemand voor werkt. Namelijk de huurder die maandelijks klem zit door te hoge woonlasten of de koper die nog 30 jaar moet kromliggen voor een hypotheek.

Maar door dat buiten beschouwing te laten, wordt het beeld gecreëerd dat de rentenier slim is en de arbeider blijkbaar niet slim genoeg om zelf te gaan rentenieren. Het heeft echter weinig met slim zijn te maken, slechts met oud geld en beleid. Zij met vermogen kunnen beleggen in vastgoed, zij zonder vermogen zijn genoodzaakt te werken voor andermans rendement omdat ze nu eenmaal een huis nodig hebben. Op die manier vergroot beleggen de vermogensongelijkheid die er al was. Beleggen is geen hack om vermogen op te bouwen, want het fiscale systeem is bewust zo ingericht en het dient hen die al vermogen hebben.