Vuistrecht en wisselgeld

Hij vertelde het graag. Hoe hij tijdens de overwinningsparade, achter de Duitse colonne aan, over de Champs-Élysées had gereden. Hoog te paard. Op de trottoirs had zich een menigte nieuwsgierige, uitgehongerde, woedende Fransen verzameld. Er werd geschreeuwd, gevloekt, gesist. Ze herkenden de gehate Bismarck, uiteraard. Er hoefde er maar één een schot te lossen, en de chaos zou uitbreken. Een van hen, zo zag Bismarck, keek wel héél woest. Bismarck verliet de colonne, reed op hem af, en vroeg om een vuurtje voor zijn sigaar. En hij kreeg een vuurtje. Bismarck bedankte (hij sprak perfect Frans), en reed door. Waar gebeurd? De Pruisische kanselier was een ervaren leugenaar. Maar zo zag hij zichzelf graag: onafhankelijk opererend, nergens bang voor, altijd kalm. En die Franse woede, die was maar oppervlakkig. Die zou wel weer overgaan. Dat laatste was niet waar. En dat wist Bismarck donders goed. De Frans-Duitse Oorlog van 1870/71 gooide het Europese machtsevenwicht volkomen overhoop. Dat Pruisen een opkomende macht was, dat begreep iedereen al vele jaren. Bismarcks superieure diplomatie was tot twee maal toe uitgemond in ‘gerechtvaardigde’ oorlogsverklaringen en eclatante overwinningen. Eerst op de Denen, om Sleeswijk Holstein. Daarna op het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk, om het gezag binnen de Duitse Bond. Beide keren toonde het Pruisische leger dat het superieur was aan alles wat verder een leger heette te zijn. En beide keken de andere grootmachten toe. Maar de spanning steeg. Met name de Fransen voelden zich bedreigd en vernederd. Iedereen begreep dat een Frans-Duitse oorlog een kwestie van tijd was. Het wachten was op de vonk die het kruitvat tot ontploffing zou brengen. Bismarck was er klaar voor. Zo’n oorlog was dé kans om de Duitse Bond om te smeden tot een echt Duits vaderland (onder Pruisisch gezag). In Frankrijk was iedereen er van overtuigd dat het Franse leger geen moeite zou hebben met de Pruisen. Het leger was er klaar voor. De enige die beter wist, was keizer Napoleon III. Maar uiteindelijk moest ook hij eraan geloven. De aanleiding was futiel. Spanje zat zonder koning, en nodigde een Duitse prins uit om de troon te bestijgen. Bismarck deed of het hem niet interesseerde, maar rook een kans en zette grote druk op de (onwillige) kandidaat. Die stemde in, het voornemen werd openbaar gemaakt, de Franse pers ontplofte, de prins zag er van af. Dat had het einde van de affaire kunnen zijn – maar de Fransen eisten van de Pruisische koning Wilhelm de garantie dat zoiets nóóit meer zou gebeuren. Dat vond Wilhelm te ver gaan. Frankrijk voelde zich wéér vernederd. Bismarck hoefde eigenlijk niets te doen om zijn gewenste oorlog te krijgen. Iedereen dacht dat het spannend zou worden, dat het lang kon gaan duren, en dat Frankrijk uiteindelijk zou zegevieren. Iedereen, behalve de Duitse legerleiding en Napoleon III. Binnen een paar weken was de oorlog beslist. De Fransen werden grondig verslagen; de keizer werd opgesloten in Kassel. Parijs werd omsingeld. En vanaf dat moment werd alles anders. Het Duitse opperbevel zette niet door. Men vreesde straatgevechten. De Krupp-kanonnen, die op de slagvelden een cruciale rol hadden gespeeld, werden lange tijd niet ingezet. Parijs zou vanzelf wel vallen – maar de stad ‘hield vol’. Bismarck, altijd gevoelig voor de publieke opinie, moest met lede ogen aanzien hoe de stad die tot dan toe toch vooral geassocieerd werd van zonde en frivoliteit, alom geprezen werd als een stad van helden. ‘Wat uitslag ’t verder worstlen heeft - Frankrijk is herboren! Schoon doodgemarteld, Frankrijk leeft!’ Aldus Dirk Harting, dominee en oprichter van de Enkhuizer Courant. De Nederlandse kranten hielden de ontwikkelingen tijdens de oorlog zo goed mogelijk bij, vooral door de berichten in de Britse en Duitse pers te vergelijken. Die omslag in het denken was overal merkbaar. Minachting voor Frankrijk en Napoleon III (de zoon van ‘onze’ koning Lodewijk Napoleon) maakte begin 1871 plaats voor bewondering. En Bismarck en Pruisen, tot dan toe gevreesd en bewonderd, werden afgeschilderd als de schurken in een afschuwelijk drama. Ondertussen hadden de opinion leaders in ons land ook een scherp oog voor de gevolgen van de oorlog op de lange termijn. Nadat er dan eindelijk een bestand was gesloten (met als onderdeel die triomfmars door een deel van de stad), voorspelde de Arnhemse Courant: ‘Frankrijk oogst thans de rampspoed die het, zestig jaar geleden [onder Napoleon, mh], gezaaid heeft, doch Duitsland zaait thans, op zijn beurt, de rampspoed die het later oogsten zal. Het heeft Frankrijk geleerd hoe men revanche neemt voor de verongelijking van een menschengeslacht, en die les zal Frankrijk niet licht vergeten.’ Bismarck was zich daar maar al te zeer van bewust. Vandaar dat hij uiteindelijk, tegen zijn zin, akkoord ging met de annexatie van Elzas-Lotharingen. Ook zónder die annexatie zou het tot een nieuwe oorlog komen, was zijn redenering – en dan kun je maar beter over een vooruitgeschoven buffer beschikken. 43 jaar later was het zover. Paul Moeyes heeft een vlot leesbaar boek geschreven over de Frans-Duitse oorlog. En dat kan in dit taalgebied zeker geen kwaad. De oorlog betekende ook voor het neutrale Nederland een waterscheiding. Voortaan, zo constateerde men, heerste in Europa het ‘vuistrecht’,  het recht van de sterkste. Kleine naties vormden slechts diplomatiek wisselgeld, dat was duidelijk. (Vlak voordat de oorlog uitbrak, stelden de Fransen in het geheim aan Bismarck voor om Luxemburg en een deel van België uit te ruilen. Bismarck ging daar niet op in maar onthulde het voorstel op een uitgekiend moment.) Wat te doen in deze barre tijden? Forten bouwen, legers formeren, dat had geen zin. Dat had Thorbecke al in 1839 geschreven. Hij zocht kracht in een democratisch bestuur: ‘Onze legers (…) zullen een algemeen gevaar niet van ons afwenden. Maar ons zedelijk, ons constitutioneel te versterken, ja onoverwinnelijk te maken, dat hangt van ons af.’ Tijdens de oorlog bouwde staatsrechtgeleerde J.Th Buys hierop voort. Bewapening was niet het antwoord; de enige echte verdedigingslinie was de bloei van nationale cultuur. We moesten anders zijn dan de rest van Europa, uniek. Maar daar werd geen werk van gemaakt: ‘Er ligt iets aantrekkelijks in die vredige stemming, en toch wie met onze buitenlandse toestanden vertrouwd is, zal weinig geneigd zijn dit als een gunstig teken aan te merken. Veeleer zal hij u zeggen dat de heersende kalmte meer van zwakheid dan van jeugdig zelfvertrouwen getuigt, meer van onvermogen dan van kracht…’ Ondertussen maakte de confessionele pers zich óók zorgen om dat nationaal verval, maar daar legde men de nadruk op zedelijk verval, veroorzaakt door het gedachteloos imiteren van het zedeloze Frankrijk. In een ‘Open Brief’ aan het hoofd van de landmacht luitenant-generaal Knoop, schreef dominee L.J. van Rhijn: ‘Ik ken een binnenlandse vijand die niet denkbeeldig, die werkelijk aanwezig is en die met het beste leger en de geduchtste volkswapening op zichzelve alleen niet is te overwinnen. Die vijand is christushaat, de godverzaking (…), materialisme bij de ruwe menigte. Daarin ligt de ware grond van Frankrijks val en nog altijd voortdurende verwarring en ellende.’ De Frans-Duitse oorlog vormde, kortom, een stimulans voor de landsverdediging (want die forten kwamen er toch, met de Vestingwet van 1874) én voor de pogingen om ons kwetsbare kleine landje een eigen karakter te geven. Méér aandacht voor de unieke Nederlandse cultuur, klonk het vanuit liberale kring. Een nieuw offensief tegen het (Franse) atheïsme en materialisme, was de roep vanuit confessionele kring. Die aandacht voor onze vaderlandse geschiedenis en cultuur, die kwam er, en hetzelfde geldt voor dat zedelijk offensief. Zo veroorzaakte de Frans-Duitse oorlog niet alleen een radicale omkering van het Europese machtsevenwicht, ze schiep ook de diepe sporen waarlangs de Nederlandse samenleving zich gedurende een halve eeuw zou ontwikkelen. [boeklink]9789029540223[/boeklink]

Foto: Abhi Sharma (cc)

Dit Amerika

RECENSIE - Laat ik beginnen met een waarschuwing. Wie ‘Dit Amerika’ van Jill Lepore koopt op basis van de ondertitel, ‘Pleidooi voor een betere natie’, komt bedrogen uit. Want dat pleidooi ontbreekt. Het boekje is wellicht een pleidooi te noemen, maar dan wel een warrig pleidooi voor heel iets anders. Namelijk dat de Amerikaanse liberal historici de geschiedenis van de Verenigde Staten niet langer moeten negeren. Want zoals de door Lepore geciteerde historicus Carl Degler 35 jaar geleden al opmerkte: als zij geen nationale geschiedenis meer willen schrijven, omdat dat idee hen tegenstaat, dan zullen anderen dat gaan doen. En dan zijn historici (en de hele Verenigde Staten) nog verder van huis.

Lepore’s pleidooi is in wezen een warrige beschrijving van hoe Amerikaanse historici of gewoon denkers van diverse pluimage zijn omgegaan met begrippen als natie en nationalisme. Het is geen gemakkelijk leesvoer. Lepore schrijft nogal ploeterend,  zoals we al wisten dankzij haar vorig jaar verschenen, vuistdikke geschiedenis van de Verenigde Staten, ‘Deze waarheden’. Daar komt bij dat ze veel te veel als bekend veronderstelt, en veel te vaak bronnen citeert zonder dat de lezer enig idee krijgt waaróm dat boek en dat citaat nu juist hier opduikt. Ze hanteert de omgevallen-boekenkast-stijl, kortom. En het gebodene maakt alles bij elkaar nu niet bepaald een doordachte indruk.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Quote du Jour | Werken in de wetenschap

Ik zie ook bij collega’s in Leiden en aan andere universiteiten hoe moeilijk het is om genoeg onderzoekstijd te vinden. Hoe overwerkt ze zijn om goed onderwijs te kunnen blijven geven. Hoeveel vrije tijd ze erin moeten stoppen.

Daarmee is het een baan geworden die vooral toegankelijk is voor mensen met weinig zorgtaken en een gezondheid die bestand is tegen veel overuren. Een baan voor mensen die financieel het nog wel kunnen uitzingen op parttime aanstellingen en de onzekerheid van tijdelijke contracten. Om verschillende redenen begon dit mij op te breken.

Foto: The Integer Club (cc)

Gods schaduw

RECENSIE - Plots lijkt er iets mis te gaan. Na honderd pagina’s over de voorouders en de jonge jaren van sultan Selim moet de lezer onverwacht 150 pagina’s tot zich nemen over Columbus, de val van Granada, de ontdekking van Amerika en ga zo maar door. Pas daarna, rond pagina 250, pakt Alan Mikhail de draad weer op en komt Selim ‘de Grimmige’ aan de macht. Wat Mikhail de lezer (klaarblijkelijk) duidelijk wil duidelijk maken is dat de ontdekking van Amerika niet los kan worden gezien van de strijd van de Europeanen tegen de islam. Hij zal uitleggen hoe dat écht zit.

Voor wie een beetje ingevoerd is in de geschiedenis van Europa rond 1500, is dat een open deur. Iedereen weet dat Columbus zijn gevaarlijke plan om naar het Westen te varen, om zo het oosten te bereiken, aan het Spaanse koningspaar Ferdinand en Isabella probeerde te verkopen door te stellen dat hij zo contact kon leggen met de tegenstanders van de islam in Oost-Azië, waardoor de aartsvijand van Spanje ingesloten zouden worden. Columbus werd daarbij, zo blijkt uit zijn overvloedige papieren, gedreven door zijn obsessie om in navolging van de Portugezen grote ontdekkingen te doen. Hij schreef over zeereizen, getuigenverklaringen, kaarten, astronomie – maar vrijwel geen woord over de islam. Maar volgens Mikhail was Columbus een echte moslimhater. Al in zijn inleiding noemt hij Columbus een matamoros, een ‘morendoder’, en voegt daaraan toe (p.12):

Foto: IISG (cc)

De Tweede Kamer in ere hersteld

RECENSIE - In opdracht van de Tweede Kamer schreef  Carla Hoetink een boek over de terugkeer van het parlement in het bevrijdingsjaar 1945.

Zonder verkiezingen betrok op 25 september 1945 een merendeels wat ouder gezelschap het gebouw van de Tweede Kamer aan het Haagse Binnenhof. Het waren leden van de in 1937 gekozen volksvertegenwoordiging die hun plaats innamen in wat toen genoemd werd een Tijdelijk Parlement. Maar was het wel een parlement?

Allereerst ontbraken er nogal wat leden. Een kwart van de Kamerzetels kon niet worden bezet omdat de volksvertegenwoordigers waren overleden, vermoord door de nazi’s of uitgetreden. Ook was het vanzelfsprekend uitgesloten dat de fractie van de NSB terugkeerde. De vacante zetels werden vanaf november gevuld met leden van de zittende politieke partijen en enkele onafhankelijken die zich in de afgelopen bezettingsjaren  verdienstelijk hadden gemaakt in het verzet tegen de nazi’s. Dit na heel veel gedoe en gepolder aangevulde parlement werd het Voorlopige Parlement genoemd. Het functioneerde -met meer bevoegdheden dan het Tijdelijke- tot de installatie van het in mei 1946 bij de eerste naoorlogse verkiezingen gekozen parlement.

Geen haast

Volgens de anti-revolutionairen en de communisten, de groeperingen die het grootste aandeel hadden geleverd in het verzet, kwamen die verkiezingen veel te laat. Zij bestreden de legitimiteit van de Tijdelijke en de Voorlopige volksvertegenwoordiging. Het  mandaat dat de kiezers in 1937 hadden gegeven was immers al lang verlopen. De bezetting had de politieke situatie ook volledig veranderd. Het in juni 1945 aangetreden kabinet Schermerhorn-Drees mocht volgens velen niet op eigen houtje allerlei besluiten gaan nemen over de wederopbouw of over Nederlands Indië zonder de controle van een parlement dat een madaat had zoals dat in de Grondwet was voorgeschreven.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Alex Hoekerd (cc)

De ommuurde stad

RECENSIE - Geschiedenis van de stad Utrecht.

Op 8 juni 1345 verscheen graaf Willem IV van Holland voor de muren van Utrecht. Met een groot adellijk gevolg, en vergezeld door zo’n dertigduizend soldaten. Het was duidelijk. De stad was te ver gegaan. Utrecht moest buigen. Willem nam zijn intrek in een inderhaast verlaten klooster, net buiten de stadsmuren. De burgers van Utrecht keken uit over een zee van vaandels en tenten.

Zo’n twee eeuwen lang was Utrecht de onbetwiste ‘hoofdstad’ van de Noordelijke Nederlanden. Kerkelijk, bestuurlijk én commercieel centrum in één. Hier zetelde de aartsbisschop; vlak daarnaast stond het paleis van de keizer en even verderop (aan de overkant van de Oude Gracht) stonden de huizen van kooplieden die handel dreven van de Oostzee tot Parijs. Maar zo tegen 1345 was de domstad al bijna een eeuw een twistappel tussen de graven van Holland en die van Gelre. Sinds de aartsbisschop niet meer benoemd werd door de keizer maar door de paus (de uitslag van de beroemde ‘investituurstrijd’), moesten Utrecht het doen zonder de steun van de Duitse keizer. En daardoor was het ooit zo machtige bisdom langzaam maar zeker steeds machtelozer geworden, tot de stad simpelweg betwist gebied was midden tussen twee ambitieuze graafschappen, Holland en Gelre.

Foto: Paille (cc)

Het lijk van de dictator

RECENSIE - Een nogal lugubere geschiedenis

Ze verblijven die nacht in een hotelletje in Port-Joinville, het belangrijkste stadje op het eilandje. Er is een bestelbusje geregeld. Die nacht duwen ze het busje door de straten, om pas buiten de stadskern echt te gaan rijden. Het is maar een kort stukje, het is niet meer dan 500 meter naar het kerkhof. Het is volle maan. Ze rijden het kerkhof op, en lopen met hun gereedschap naar het graf. Eerst moet de enorm zware deksel er afgetild. En daarvoor moet een gat worden geslagen. Een van de grafrovers ‘geeft een grote klap op het graf.’ Paniek. Honden slaan aan. Maar verder gebeurt er niets. Na lang ploeteren ligt de grafsteen opzij. ‘De kist verscheen in het maanlicht. We hoorden in de verte de golven. Het was zeer indrukwekkend.’ Hubert Massol, het brein achter de operatie roept: ‘Maréchal, nous voilá.’

Aldus de roof van het lijk van maarschalk Pétain, in het voorjaar van 1973. Of althans, het eerste deel van de roof. Daarna volgde nog het ruwe gesleep, de ontdekking van het gesloopte graf en een reeks arrestaties. De in het nauw gedreven Massol geeft een persconferentie waarop hij verklaart dat de kist ‘in onze handen blijft’ totdat de Franse president belooft dat de maarschalk eerst ondergebracht zal worden in de crypte van de Invalides (naast Napoleon, zogezegd) en daarna definitief herbegraven zal worden in Douaumont, het monument voor de slachtoffers van de Slag bij Verdun. Kort daarop treft de politie de kist aan onder een hoop rommel in een garagebox in de Parijse wijk Saint-Ouen, bekend vanwege zijn grote rommelmarkt.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Patrick Gray (cc)

De val van Athene

RECENSIE - Selymbria moest veroverd. En snel. Wanneer dat niet gebeurde, dan zat er een gapend gat in de door Athene gedomineerde kustlijn van de Hellespont. Straks zouden de graanschepen vanuit de Zwarte Zee komen, richting Athene. Die aanvoer moest koste wat kost worden beschermd, om een hongersnood te voorkomen. En ondertussen werkten de aartsvijand van Atheners, de Spartanen, koortsachtig aan een nieuwe vloot. Die was bijna gereed, daar viel weinig aan te doen – maar de Spartanen mochten dus nooit één veilige haven krijgen in de buurt van de Bosporus. Kortom, de Atheense belegeraars van Selymbria hadden haast. Hun leider Alcibiades was in staat contact te leggen met een aantal aanhangers van Athene bínnen de stad. Op een afgesproken tijdstip zouden zij de stadspoorten openen.

Maar op het moment suprême bleek dat hij in de val was gelokt:

Toen kwam het vuursignaal – veel te vroeg! Er was iets misgegaan! Alcibiades kon zich niet veroorloven te aarzelen. Hij schreeuwde bevelen naar zijn kapiteins om hem te volgen zodra ze konden en rende met twintig lichtbewapende infanteristen en dertig hoplieten die toevallig het dichtst bij hem in de buurt waren, door het donker naar de stadsmuren. De poort stond open. Ze renden naar binnen en zagen toen recht voor zich het leger van Selymbria in volle wapenrusting over de brede straat op hen afkomen, de helmen neergeklapt, de rond schilden geheven. Het was een enorme overmacht. Wat moest hij doen? Vechten betekende zelfmoord. Vluchten was ondenkbaar

Foto: Sint -Katelijne-Waver (cc)

Een kleine Karel de Grote

RECENSIE - Na jaren van grote en kleine vernederingen was Karel de Grote het zat. En dus trok hij in 772 met een enorm leger het woongebied van de Saksen binnen, en verwoestte de Irminsul, een heiligdom op de Eresburg, aan het riviertje de Diemel. Wat die Irminsul precies was, weten we niet, maar als we de Karolingische bronnen mogen geloven, was dat het centrale heiligdom van de Saksen (die overigens geen centraal gezag kenden).

Een verpletterende slag voor het heidendom en de heidenen. Of toch niet. Tien jaar later werd een groot Frankisch leger verpletterend door de Saksen verslagen, en in datzelfde jaar hakte Karel óók weer in op de Saksen, in de Slag bij Verden. Een overwinning was niet voldoende: Karel liet na afloop ook nog eens 4500 krijgsgevangenen ombrengen. Toen was het eindelijk stil ten oosten van de Rijn. En er volgden jaren van draconisch bestuur.

Karel de Grote wordt momenteel voornamelijk herinnerd in deze gedaante van de ‘Saksendoder’. Maar hij was veel meer, wil Peter Rietbergen duidelijk maken. Hij was in elk geval de eerste Europese vorst die zich tot keizer liet kronen, en zo een dikke vinger opstak naar het Byzantijnse rijk. Maar die kroning was ook bittere noodzaak. Het immense Frankische Rijk was simpelweg te groot geworden. Karel plaatste de lokale graven en bisschoppen onder regionale koningen (bij voorkeur zijn zonen), en daarmee werd een hogere, keizerlijke bestuurslaag onvermijdelijk. Hij gaf het barbaarse, verdeelde Europa een Romeins ‘smoel’ zogezegd, en drukte zeer vasthoudend de noodzakelijke hervormingen door. Want imperiale noblesse oblige. Daarmee was hij dus niét de bedenker van het verenigd Europa, zoals tegenwoordig EU-voorlichters graag zeggen. Rietbergen: ‘Andere Europa’s waren eveneens mogelijk geweest’.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: Abhi Sharma (cc)

Een oneindige geschiedenis

RECENSIE - © Uitgeverij Omniboek. Cover De geschiedenis van de slavernij, door Dick HarrisonEr zijn op dit moment rond de dertien miljoen slaven op de wereld. De meesten van hen, rond de tien miljoen, leven in Zuid-Azië (India, Pakistan, Bangladesh). Het gaat dan vooral om slachtoffers van schuldslavernij. Hele families zitten zó diep in de schuld bij hun landeigenaar, dat een of beide ouders zich aan hem hebben verkocht om die schuld af te lossen. Dat lukt meestal niet; droogte of ziekte leiden tot nieuwe schulden, waarna de landeigenaar de volgende generatie dwingt de schuld op zich te nemen.

In Latijn Amerika speelt hetzelfde probleem; Hier leven naar schatting anderhalf miljoen slaven. In het Midden-Oosten zijn er nog zo’n kwart miljoen en in Europa een vergelijkbaar aantal – dat zijn vooral seksslavinnen. Het gaat hier om conservatieve schattingen (van de International Labour Organisation); anderen schatten dat het totaal met een factor twee of drie omhoog moet. Alles bij elkaar zijn er momenteel waarschijnlijk even veel slaven als een, twee of drie eeuwen geleden.

Het verschijnsel slavernij mag dan grotendeels ondergronds zijn gegaan, of zich hebben teruggetrokken op het arme platteland, en slavernij mag tegenwoordig een veel kleinere bijdrage leveren aan de wereldeconomie dan vroeger – als het gaat om het absolute aantal slachtoffers is er niet veel veranderd.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Vorige Volgende