Gods schaduw

Plots lijkt er iets mis te gaan. Na honderd pagina’s over de voorouders en de jonge jaren van sultan Selim moet de lezer onverwacht 150 pagina’s tot zich nemen over Columbus, de val van Granada, de ontdekking van Amerika en ga zo maar door. Pas daarna, rond pagina 250, pakt Alan Mikhail de draad weer op en komt Selim ‘de Grimmige’ aan de macht. Wat Mikhail de lezer (klaarblijkelijk) duidelijk wil duidelijk maken is dat de ontdekking van Amerika niet los kan worden gezien van de strijd van de Europeanen tegen de islam. Hij zal uitleggen hoe dat écht zit. Voor wie een beetje ingevoerd is in de geschiedenis van Europa rond 1500, is dat een open deur. Iedereen weet dat Columbus zijn gevaarlijke plan om naar het Westen te varen, om zo het oosten te bereiken, aan het Spaanse koningspaar Ferdinand en Isabella probeerde te verkopen door te stellen dat hij zo contact kon leggen met de tegenstanders van de islam in Oost-Azië, waardoor de aartsvijand van Spanje ingesloten zouden worden. Columbus werd daarbij, zo blijkt uit zijn overvloedige papieren, gedreven door zijn obsessie om in navolging van de Portugezen grote ontdekkingen te doen. Hij schreef over zeereizen, getuigenverklaringen, kaarten, astronomie – maar vrijwel geen woord over de islam. Maar volgens Mikhail was Columbus een echte moslimhater. Al in zijn inleiding noemt hij Columbus een matamoros, een ‘morendoder’, en voegt daaraan toe (p.12): ‘Als gewoon soldaat was Columbus, een gelovig man, betrokken geweest bij de verovering van Granada door Isabella en Ferdinand; hij was het als zijn heilige plicht gaan zien om de moslims, de belangrijkste vijanden van het christendom, uit te roeien. Hij had meegevochten in tal van veldlagen tegen moslims, en meer in het bijzonder tegen het Ottomaanse rijk, de belangrijkste tegenstrever van Spanje in het Middellands Zeegebied. Daarbij had hij de smaak van moslimbloed flink te pakken gekregen en was hij bezield geraakt door het idee van een heilige oorlog. (…) Wat het hem op zijn tocht naar Amerika vooral om ging was, in naam van het christendom strijd te leveren tegen de islam.’ Afgezien van de mededeling dat Columbus een gelovig man was (en dus ongetwijfeld een hekel had aan de islam), is dit alles complete onzin. Columbus was een drammer, een fantast, een opschepper en leugenaar, maar had geen slagveld gezien en was zeker geen fanatieke ‘morendoder’. Het staat vast dat de eerste ontdekkingsreizen, vanaf omstreeks 1450, in opdracht van de Portugese koning Hendrik de Zeevaarder, gefinancierd werden door religieuze orden die op deze wijze de kruistochten wilden voortzetten. Maar dat religieuze sentiment werd tegen het eind van de vijftiende eeuw op de achtergrond gedrongen door economische belangen. Columbus bewees alleen maar lippendienst aan een ‘koninklijke’ plicht, de strijd tegen de islam. Hij was in de buurt van Granada tijdens het einde van het beleg, en is kort na de val van de stad daar binnengegaan; dat is alles. Hij was gekomen om met de koningin te praten over zijn plan. Maar Mikhail blijft het hele boek door volhouden (p. 353): ‘De kruisvaarder Columbus heeft lang zijn uiterste best gedaan de heilige stad [Jeruzalem] te veroveren […] hij heeft haar uiteindelijk nooit bereikt.’ Mihkail meent zelfs te weten hoe Columbus zo fanatiek was geworden. Hij had als jonge zeevaarder het eiland Chios bezocht, dat toen Genuees bezit was. Het eiland was vele jaren daarvoor betrokken geweest bij de laatste pogingen om de val van Constantinopel in 1453 te voorkomen (p. 80): ‘Door de terneergeslagenheid van de Chiotische oorlogsveteranen raakte Columbus ervan overtuigd dat het christendom geen keus had: het moest vol in de aanval tegen de islam, of anders zou het finaal te gronde gaan.’ Flauwe kul. En Mikhail zet niet alleen Columbus ten onrechte weg als morendoder: in een opmerkingen terzijde op (pagina 169) worden Columbus én Hernando Cortez aangeduid als ‘veteranen van de Spaanse Reconquista’. Cortez was geen lieverdje, maar in Spanje heeft hij geen moment gevochten. En dan is Mikhail nog niet klaar. Er hebben zich in Amerika, na 1492, gruwelijke misstanden voorgedaan. Hij moet en zal aantonen dat ook daar islamhaat achter schuilging; álles wat er in Europa én in Amerika gebeurde, was volgens hem in wezen de voortzetting van de strijd tegen de islam, of beter: tegen het Ottomaanse rijk. Hij spreekt van een ‘katholieke jihad’ (een jij-bak op zijn tijd kan geen kwaad) en wijst triomfantelijk op het Requerimiento (‘Vereiste’) een document dat door de Spaanse veroveraars voorgelezen werd als zij nieuw terrein betraden, en waarin zou staan dat de indianen (die de tekst uiteraard totaal niet begrepen) zich moesten bekeren, op straffe van slavernij. (Maar Mikhail citeert verkeerd: geëist werd dat de indianen predikers niets in de weg mochten leggen. Los daarvan was dat document natuurlijk een vrijbrief voor wreedheden.) Nee, dan was het Ottomaanse rijk volgens hem veel beschaafder. Hij kan natuurlijk niet ontkennen dat ook de Ottomaanse economie dreef op slavernij, maar komt dan met de vertrouwde doorzichtige smoesjes dat het daar allemaal veel minder erg was. Slaven deden volgens hem vooral lichte werkzaamheden, en je kon als slaaf carrière maken! Hij schrijft zelfs: ‘Binnen de islam was slavernij iets tijdelijks, niet iets ‘erfelijks’, en de banden tussen een slaaf en zijn of haar familie werden niet per definitie doorgesneden.’ Dat laatste was juist wél karakteristiek voor de Ottomaanse slavenhandel. Mannen, vrouwen en kinderen werden streng gescheiden gehouden. Seksueel verkeer was onmogelijk, verboden. Vrouwelijke slaven waren voor hun mannelijke meesters. Mannelijke slaven werden na ‘vangst’ meestal al gecastreerd. (En juist daarom, omdat ze geen familie hadden, konden ze hoge functies bekleden.) Kinderen verwekken was onmogelijk. Vandaar dat er in Amerika zeer veel, en in het Midden-Oosten totaal géén afstammelingen van slaven te vinden zijn. Maar voor Mikhail kan de islam geen (echt) kwaad doen. Al het goede komt van de islam. Hij schrijft op een gegeven moment zelfs dat de Spanjaarden (p. 196) ‘islamitische irrigatie- en olijfperstechnieken’ overnamen. Het valt nog mee dat de olijven zelf niet islamitisch zijn. Maar die mooie, goede islam, daar willen Europeanen niks van weten. de val van Granada was volgens Mikhail daarbij een keerpunt, het begin van het Grote Vergeten (p. 157): ‘De welbewuste veronachtzaming van meer dan zevenhonderd jaar Europees-islamitische geschiedenis begon in januari 1492 en gaat in verschillende gedaanten tot op de dag van vandaag door. Dit verhaal over Selim, de Ottomanen en de islam, moet hoognodig verteld worden om de traditionele kijk op het verleden te corrigeren.’ De oost-west relaties tot 1500 zijn zeker een onderwerp voor een mooi boek. Maar onwetendheid corrigeren doe je niet door onzin te verkopen. En bovendien, dit boek gaat officieel over heel iets anders, niet over 700 jaar maar over acht jaar, het bewind van Sultan Selim. Selim was de kleinzoon van Mehmet II, de Ottomaanse sultan die in 1453 Constantinopel veroverde en zo een einde maakte aan het Byzantijnse rijk. Selim werd door zijn vader Bayazet (Mehmets opvolger) Bayazet uitgezonden als gouverneur naar Trabzon, ver van de hoofdstad. Hij was nu eenmaal niet de oudste zoon. Maar Selim deed zijn plicht en toen Bayazets einde naderde, vocht hij zich een weg terug naar de hoofdstad (nu: Istanboel). Gedurende de acht jaar dat hij op de troon zat, toonde hij zich een doortastend en wreed heerser. Op weg vanuit Istanboel naar zijn eerste grote confrontatie, met de Perzische Safawiden, maakten zijn soldaten systematisch jacht op sjiieten. Tijdens zijn tweede grote militaire operatie, via Damascus zuidwaarts, tegen de Mammelukken in Egypte, deed hij exact hetzelfde. En ook in de jaren daarna werden sjiieten overal in zijn rijk als beesten opgejaagd en vermoord. Als er één man verantwoordelijk is voor het verdwijnen van deze vorm van de islam ten westen van de Eufraat en Tigris, dan is het Selim. Ondertussen wordt Mikhail, die sterk leunt op een latere hagiografie waarin Selim, niet moe te benadrukken hoe tolerant Selim was (Joden en christenen werden immers niet opgejaagd!) en zet hij Selims massamoorden in kleine zinnetjes weg. Een voorbeeldje, na aankomst van Selim in Damacus (p. 367): ‘Hij sloot overeenkomsten, deelde gunsten uit en deed in algemene zin alles wat hij kon om zijn territoriale veroveringen veilig te stellen en er de vrede te bewaren. Hij bleef daarbij gebrand op het uitroken van ook de laatste restjes van het oude regime. Zo liet hij in die paar maanden duizenden Mammelukse loyalisten in het openbaar executeren.’ Selim trok verder, versloeg de Mammelukken en veroverde Egypte. Het verzet tegen de Ottomanen in Egypte hield nog decennia aan. Er ontstond een bloedige guerrilla op het platteland. Toen Selim het eindelijk aandurfde om het geplunderde Caïro te betreden, en op de citadel zijn soldaten toesprak, lezen we bij Mikhail: ‘De hele stad barstte uit in gejuich.’ En wanneer Selims derde grote militaire operatie, een aanval op Marokko, niet doorgaat (want Selim komt te overlijden), beschrijft Mikhail (p. 439) hoe de wereld eruit had gezien als die aanval was gelukt: ‘De islam had het gewonnen van het christendom, de Ottomaanse pluriformiteit had gezegevierd over de Europese intolerantie.’ Niet alleen de islam, ook Selim kan blijkbaar niets fout hebben gedaan. En zijn invloed kan ook nauwelijks worden overschat (p. 453): ‘Dat Selim in de geschiedenis van de islam een centrale plaats inneemt moge duidelijk zijn.’ Hij zou zelfs de islam hebben gemoderniseerd! Dat wil zeggen, volgens Mikhail hervormde hij de rechtspraak. Vóór Selim (p. 469) ‘volgden rechters hun eigen interpretatie van de sharia, op basis van traditie en precedent; soms drukten ze gewoon hun zin door.’ Maar Selim: ‘…voerde een secularisering van de rechtbanken door, gericht op grotere toegankelijkheid en meer invloed. Ze kregen er tal van functies bij, zoals die van gemeentearchief, politiebureau, schandpaal en geschillenbeslechting. (…) Op die manier konden ze de nieuwe onderdanen – zowel joden als christenen en moslims – voor zich winnen door ze het gevoel te geven dat ze er onder de Ottomanen echt op vooruit gingen’ En dan volgt even verderop de triomfantelijke conclusie (p. 470): ‘In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht en beweerd – vroeger en nu, door schrijvers als Salman Rushdie, Thomas Friedman en Ayaan Hirsi Ali (veelal moslims dan wel ex-moslims) – heeft er binnen de islam dus wel degelijk een reformatie plaatsgevonden, en wel onder leiding van Selim. Bij diens Islamitische Reformatie werden nieuwe wegen ingeslagen inzake het functioneren van de islam en islamitische instellingen in een veranderende wereld.’ (…) Zijn ombouw van de rechtbanken is een van de meest indrukwekkende voorbeelden van bestuurlijke hervorming in de geschiedenis van de islam geweest.’ God mag weten wat deze puur bestuurlijke hervorming (zo te zien gericht op een veel strakkere controle van Selims onderdanen) te maken heeft met de reformatie of met de islam. Het klinkt alsof Mikhail een wanhopige poging doet antwoord te geven op het maar al te bekende verwijt van ‘veelal moslims dan wel ex-moslims’ dat de islam nodig hervormd zou moeten worden. Het is vijfhonderd jaar geleden al gebeurd! Praktisch tegelijk met de protestantse reformatie! Mikhail staat niet alleen in zijn bewondering voor Selim. De Turkse president Erdogan is een vaste bezoeker van Selims graf, en de nieuwste, grootste brug over de Bosporus is naar Selim genoemd. Mikhail is duidelijk geen bewonderaar van Erdogan maar beiden beschouwen het kortstondige tijdperk-Selim als een hoogtepunt in de geschiedenis van de islam. Met de val van de Mammelukken werd Selim immers ook heerser over Mekka en Medina, en kon hij zich laten uitroepen tot kalief, de plaatsvervanger van God op aarde, de heerser over alle moslims. Zijn voorgangers Mehmet en Bayazet konden dat niet, en Selims opvolger, zijn zoon Süleyman, mag dan bekendstaan als ‘de Grote’, voor veel moslims is hij het begin van het moreel verval van het Ottomaanse rijk. Wie verlangt naar de dagen waarin de islam waarlijk prachtig en machtig was, komt dus uit óf bij Mohammed en de eerste vier Rechtgeleide Kaliefen van de zevende eeuw óf, vooral voor Turkssprekende moslims, bij sultan Selim. En dat de sjjieten Selim haten, tot op de dag van vandaag, dat ze hem beschouwen als een beest, een ‘sjiietendoder’ zogezegd, dat moeten we maar gewoon vergeten. Dat moorden was nodig om de vrede te bewaren. Selim was geweldig, vindt Mikhail. Een oordeel dat al even betrouwbaar is als zijn oordeel over Columbus. En niets met geschiedkundig onderzoek te maken heeft. [boeklink]9789025304485[/boeklink]

Foto: IISG (cc)

De Tweede Kamer in ere hersteld

RECENSIE - In opdracht van de Tweede Kamer schreef  Carla Hoetink een boek over de terugkeer van het parlement in het bevrijdingsjaar 1945.

Zonder verkiezingen betrok op 25 september 1945 een merendeels wat ouder gezelschap het gebouw van de Tweede Kamer aan het Haagse Binnenhof. Het waren leden van de in 1937 gekozen volksvertegenwoordiging die hun plaats innamen in wat toen genoemd werd een Tijdelijk Parlement. Maar was het wel een parlement?

Allereerst ontbraken er nogal wat leden. Een kwart van de Kamerzetels kon niet worden bezet omdat de volksvertegenwoordigers waren overleden, vermoord door de nazi’s of uitgetreden. Ook was het vanzelfsprekend uitgesloten dat de fractie van de NSB terugkeerde. De vacante zetels werden vanaf november gevuld met leden van de zittende politieke partijen en enkele onafhankelijken die zich in de afgelopen bezettingsjaren  verdienstelijk hadden gemaakt in het verzet tegen de nazi’s. Dit na heel veel gedoe en gepolder aangevulde parlement werd het Voorlopige Parlement genoemd. Het functioneerde -met meer bevoegdheden dan het Tijdelijke- tot de installatie van het in mei 1946 bij de eerste naoorlogse verkiezingen gekozen parlement.

Geen haast

Volgens de anti-revolutionairen en de communisten, de groeperingen die het grootste aandeel hadden geleverd in het verzet, kwamen die verkiezingen veel te laat. Zij bestreden de legitimiteit van de Tijdelijke en de Voorlopige volksvertegenwoordiging. Het  mandaat dat de kiezers in 1937 hadden gegeven was immers al lang verlopen. De bezetting had de politieke situatie ook volledig veranderd. Het in juni 1945 aangetreden kabinet Schermerhorn-Drees mocht volgens velen niet op eigen houtje allerlei besluiten gaan nemen over de wederopbouw of over Nederlands Indië zonder de controle van een parlement dat een madaat had zoals dat in de Grondwet was voorgeschreven.

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Quote du Jour | Werken in de wetenschap

Ik zie ook bij collega’s in Leiden en aan andere universiteiten hoe moeilijk het is om genoeg onderzoekstijd te vinden. Hoe overwerkt ze zijn om goed onderwijs te kunnen blijven geven. Hoeveel vrije tijd ze erin moeten stoppen.

Daarmee is het een baan geworden die vooral toegankelijk is voor mensen met weinig zorgtaken en een gezondheid die bestand is tegen veel overuren. Een baan voor mensen die financieel het nog wel kunnen uitzingen op parttime aanstellingen en de onzekerheid van tijdelijke contracten. Om verschillende redenen begon dit mij op te breken.

Foto: Alex Hoekerd (cc)

De ommuurde stad

RECENSIE - Geschiedenis van de stad Utrecht.

Op 8 juni 1345 verscheen graaf Willem IV van Holland voor de muren van Utrecht. Met een groot adellijk gevolg, en vergezeld door zo’n dertigduizend soldaten. Het was duidelijk. De stad was te ver gegaan. Utrecht moest buigen. Willem nam zijn intrek in een inderhaast verlaten klooster, net buiten de stadsmuren. De burgers van Utrecht keken uit over een zee van vaandels en tenten.

Zo’n twee eeuwen lang was Utrecht de onbetwiste ‘hoofdstad’ van de Noordelijke Nederlanden. Kerkelijk, bestuurlijk én commercieel centrum in één. Hier zetelde de aartsbisschop; vlak daarnaast stond het paleis van de keizer en even verderop (aan de overkant van de Oude Gracht) stonden de huizen van kooplieden die handel dreven van de Oostzee tot Parijs. Maar zo tegen 1345 was de domstad al bijna een eeuw een twistappel tussen de graven van Holland en die van Gelre. Sinds de aartsbisschop niet meer benoemd werd door de keizer maar door de paus (de uitslag van de beroemde ‘investituurstrijd’), moesten Utrecht het doen zonder de steun van de Duitse keizer. En daardoor was het ooit zo machtige bisdom langzaam maar zeker steeds machtelozer geworden, tot de stad simpelweg betwist gebied was midden tussen twee ambitieuze graafschappen, Holland en Gelre.

Foto: Paille (cc)

Het lijk van de dictator

RECENSIE - Een nogal lugubere geschiedenis

Ze verblijven die nacht in een hotelletje in Port-Joinville, het belangrijkste stadje op het eilandje. Er is een bestelbusje geregeld. Die nacht duwen ze het busje door de straten, om pas buiten de stadskern echt te gaan rijden. Het is maar een kort stukje, het is niet meer dan 500 meter naar het kerkhof. Het is volle maan. Ze rijden het kerkhof op, en lopen met hun gereedschap naar het graf. Eerst moet de enorm zware deksel er afgetild. En daarvoor moet een gat worden geslagen. Een van de grafrovers ‘geeft een grote klap op het graf.’ Paniek. Honden slaan aan. Maar verder gebeurt er niets. Na lang ploeteren ligt de grafsteen opzij. ‘De kist verscheen in het maanlicht. We hoorden in de verte de golven. Het was zeer indrukwekkend.’ Hubert Massol, het brein achter de operatie roept: ‘Maréchal, nous voilá.’

Aldus de roof van het lijk van maarschalk Pétain, in het voorjaar van 1973. Of althans, het eerste deel van de roof. Daarna volgde nog het ruwe gesleep, de ontdekking van het gesloopte graf en een reeks arrestaties. De in het nauw gedreven Massol geeft een persconferentie waarop hij verklaart dat de kist ‘in onze handen blijft’ totdat de Franse president belooft dat de maarschalk eerst ondergebracht zal worden in de crypte van de Invalides (naast Napoleon, zogezegd) en daarna definitief herbegraven zal worden in Douaumont, het monument voor de slachtoffers van de Slag bij Verdun. Kort daarop treft de politie de kist aan onder een hoop rommel in een garagebox in de Parijse wijk Saint-Ouen, bekend vanwege zijn grote rommelmarkt.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: Patrick Gray (cc)

De val van Athene

RECENSIE - Selymbria moest veroverd. En snel. Wanneer dat niet gebeurde, dan zat er een gapend gat in de door Athene gedomineerde kustlijn van de Hellespont. Straks zouden de graanschepen vanuit de Zwarte Zee komen, richting Athene. Die aanvoer moest koste wat kost worden beschermd, om een hongersnood te voorkomen. En ondertussen werkten de aartsvijand van Atheners, de Spartanen, koortsachtig aan een nieuwe vloot. Die was bijna gereed, daar viel weinig aan te doen – maar de Spartanen mochten dus nooit één veilige haven krijgen in de buurt van de Bosporus. Kortom, de Atheense belegeraars van Selymbria hadden haast. Hun leider Alcibiades was in staat contact te leggen met een aantal aanhangers van Athene bínnen de stad. Op een afgesproken tijdstip zouden zij de stadspoorten openen.

Maar op het moment suprême bleek dat hij in de val was gelokt:

Toen kwam het vuursignaal – veel te vroeg! Er was iets misgegaan! Alcibiades kon zich niet veroorloven te aarzelen. Hij schreeuwde bevelen naar zijn kapiteins om hem te volgen zodra ze konden en rende met twintig lichtbewapende infanteristen en dertig hoplieten die toevallig het dichtst bij hem in de buurt waren, door het donker naar de stadsmuren. De poort stond open. Ze renden naar binnen en zagen toen recht voor zich het leger van Selymbria in volle wapenrusting over de brede straat op hen afkomen, de helmen neergeklapt, de rond schilden geheven. Het was een enorme overmacht. Wat moest hij doen? Vechten betekende zelfmoord. Vluchten was ondenkbaar

Foto: Sint -Katelijne-Waver (cc)

Een kleine Karel de Grote

RECENSIE - Na jaren van grote en kleine vernederingen was Karel de Grote het zat. En dus trok hij in 772 met een enorm leger het woongebied van de Saksen binnen, en verwoestte de Irminsul, een heiligdom op de Eresburg, aan het riviertje de Diemel. Wat die Irminsul precies was, weten we niet, maar als we de Karolingische bronnen mogen geloven, was dat het centrale heiligdom van de Saksen (die overigens geen centraal gezag kenden).

Een verpletterende slag voor het heidendom en de heidenen. Of toch niet. Tien jaar later werd een groot Frankisch leger verpletterend door de Saksen verslagen, en in datzelfde jaar hakte Karel óók weer in op de Saksen, in de Slag bij Verden. Een overwinning was niet voldoende: Karel liet na afloop ook nog eens 4500 krijgsgevangenen ombrengen. Toen was het eindelijk stil ten oosten van de Rijn. En er volgden jaren van draconisch bestuur.

Karel de Grote wordt momenteel voornamelijk herinnerd in deze gedaante van de ‘Saksendoder’. Maar hij was veel meer, wil Peter Rietbergen duidelijk maken. Hij was in elk geval de eerste Europese vorst die zich tot keizer liet kronen, en zo een dikke vinger opstak naar het Byzantijnse rijk. Maar die kroning was ook bittere noodzaak. Het immense Frankische Rijk was simpelweg te groot geworden. Karel plaatste de lokale graven en bisschoppen onder regionale koningen (bij voorkeur zijn zonen), en daarmee werd een hogere, keizerlijke bestuurslaag onvermijdelijk. Hij gaf het barbaarse, verdeelde Europa een Romeins ‘smoel’ zogezegd, en drukte zeer vasthoudend de noodzakelijke hervormingen door. Want imperiale noblesse oblige. Daarmee was hij dus niét de bedenker van het verenigd Europa, zoals tegenwoordig EU-voorlichters graag zeggen. Rietbergen: ‘Andere Europa’s waren eveneens mogelijk geweest’.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Abhi Sharma (cc)

Een oneindige geschiedenis

RECENSIE - © Uitgeverij Omniboek. Cover De geschiedenis van de slavernij, door Dick HarrisonEr zijn op dit moment rond de dertien miljoen slaven op de wereld. De meesten van hen, rond de tien miljoen, leven in Zuid-Azië (India, Pakistan, Bangladesh). Het gaat dan vooral om slachtoffers van schuldslavernij. Hele families zitten zó diep in de schuld bij hun landeigenaar, dat een of beide ouders zich aan hem hebben verkocht om die schuld af te lossen. Dat lukt meestal niet; droogte of ziekte leiden tot nieuwe schulden, waarna de landeigenaar de volgende generatie dwingt de schuld op zich te nemen.

In Latijn Amerika speelt hetzelfde probleem; Hier leven naar schatting anderhalf miljoen slaven. In het Midden-Oosten zijn er nog zo’n kwart miljoen en in Europa een vergelijkbaar aantal – dat zijn vooral seksslavinnen. Het gaat hier om conservatieve schattingen (van de International Labour Organisation); anderen schatten dat het totaal met een factor twee of drie omhoog moet. Alles bij elkaar zijn er momenteel waarschijnlijk even veel slaven als een, twee of drie eeuwen geleden.

Het verschijnsel slavernij mag dan grotendeels ondergronds zijn gegaan, of zich hebben teruggetrokken op het arme platteland, en slavernij mag tegenwoordig een veel kleinere bijdrage leveren aan de wereldeconomie dan vroeger – als het gaat om het absolute aantal slachtoffers is er niet veel veranderd.

Foto: Arthur Chapman (cc)

We moeten de wetenschapsgeschiedenis herschrijven

COLUMN - Europa en Amerika heersen in de wetenschappelijke wereld. Op school leer je dat Pythagoras, Galilei, Newton of Einstein de grote wetenschappelijke ontdekkingen deden. Een Griek, een Italiaan, een Engelsman, of een Duitser die later Amerikaan werd. China, India en Afrika deden er wetenschappelijk blijkbaar niet toe. Dat beeld klopt niet.

Zelfs als je als tiener goed bij de les kon blijven is het onwaarschijnlijk dat je veel over niet-westerse wetenschappers hebt gehoord. Ook in academische boeken over de geschiedenis van de wetenschap staan Europa en Amerika centraal. Maar hoe komt de wetenschapsgeschiedenis eruit te zien als je het Westen uit dat middelpunt haalt? Dat onderzoekt prof. dr. Rens Bod, hoogleraar Computationele en Digitale Geesteswetenschappen (UvA). Hij laat zien dat veel van de ideeën in de wetenschap een begin, midden en eind hebben in plekken over de héle wereld.

Verder denken dan je neus lang is

Van Pythagoras tot Plato, Griekenland is de wieg van onze westerse wetenschappen. Daar ontwikkelden we wiskunde en daar begon de filosofie, natuurwetenschap, geschiedkunde, muziekwetenschap… Eigenlijk, geloven we in Europa graag, begonnen de oude Grieken met alles. “Dat denk je”, zegt Bod, “maar is in feite een mythe”.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Abhi Sharma (cc)

Een wereldbeeld in beton

RECENSIE - © Uitgeverij Boom, Jakob Burckhardt, Wereldhistorische beschouwingen, vertaling Peter ClaessensDe Wereldhistorische Beschouwingen van Jakob Burckhardt geldt als een van de belangrijkste teksten van de negentiende-eeuwse geschiedwetenschap. Reikwijdte en inzicht zijn imposant – maar minstens zo fascinerend zijn de vooroordelen die hij voor latere generaties in beton heeft gegoten.

‘De geleidelijke gewenning aan totale bevoogding [door de staat] is uiteindelijk dodelijk voor elk initiatief; van de staat wordt alles verwacht, waaruit dan bij de eerste de beste machtsverschuiving voortvloeit dat alles van hem geëist wordt en men de staat met van alles opzadelt. Een ontwikkeling waarbij de cultuur de staat zijn programma’s voorschrijft, de staat de verwezenlijking van de moraal toedicht, de staat tot algemene steun en toeverlaat wil uitroepen en de betekenis van het begrip staat daarmee ingrijpend verandert.’

Het lezen van Burckhardts ‘Wereldhistorische beschouwingen’ (zijn colleges in Bazel, in de jaren 1870-1871) is als het luisteren naar een opera van Händel.

Het kabbelt rustig voort; soms erger je je aan de gemakzucht van de componist, maar nét op het moment dat je besluit iets anders te gaan luisteren, komt hij met een aria, een duet, waardoor je plots weer geboeid wordt. Burckhardt kabbelt voort. Hij structureert zijn visie op de geschiedenis langs drie thema’s (de staat, de religie, de cultuur), leidt ze in en behandelt daarna keurig alle zes interacties tussen deze drie aspecten – steeds keurig startend bij de oude Grieken, dan de Romeinen, de Middeleeuwen… tot aan de rand van de actualiteit. (Drie slothoofdstukken gaan over losse thema’s.) Toen was het zus, daarna was het zo…. Zo’n schematische aanpak kan gemakkelijk gaan vervelen en dat doet het ook – maar dan ineens werpt de bundel van zijn intellect licht op een onderwerp, een vage toekomst, die lezers anno herkennen. Zoals bovenstaande passage, waarin we gemakkelijk onze moderne, allesdoordringende, bijna totalitaire welvaartstaat herkennen. Dan blijkt Jakob Burckhardt niet alleen een groot historicus met een indrukwekkende greep op de materie en een fenomenaal geheugen (hij droeg zijn colleges volledig uit het hoofd voor), maar ook zoiets als een visionair. En dat wilde Burckhardt nu juist niet zijn.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Volgende