Dekolonisatie in de geschiedschrijving

Objectiviteit zal in de geschiedschrijving altijd een discussiepunt blijven. Wat er vroeger gebeurd is en welke betekenis we daaraan moeten geven zal door diegenen die er bij waren moeilijk anders dan vanuit hun subjectieve beleving kunnen worden weergegeven. En degenen die er niet bij waren en er later op terugkomen kunnen zich moeilijk volledig losmaken van hun eigen tijdgebonden denkkader. Waar het dus bij de beoordeling van geschiedkundig werk om zou moeten gaan is de vraag of de auteur zich rekenschap heeft gegeven van zijn of haar handicap en of er op z'n minst een goede poging is gedaan om de nodige afstand te bewaren om in de richting van de -helaas onhaalbare- objectiviteit te komen. Tegen deze achtergrond ben ik altijd geïnteresseerd in kritische beschouwingen over geschiedenisboeken. Die zijn doorgaans nuttig en leerzaam. Soms zijn ze ook vermakelijk. Het valt me echter moeilijk een kritische beschouwing serieus te nemen als de criticus mij al vanaf de allereerste pagina ervan probeert te overtuigen dat hier geen sprake is van wetenschappelijk verantwoord werk, 'maar van manipulatie en geschiedvervalsing'. Dat schrijft Bauke Geersing in de tweede alinea van zijn inleiding op De Nederlandse krijgsmacht tijdens de dekolonisatie van Nederlands-Indië 1945-150; hoe het NIMH deze geschiedenis manipuleert en vervalst. In dat boek bekritiseert hij een uitgave van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, onderdeel van een door de regering geïnitieerd onderzoeksprogramma waarvan de resultaten op 17 februari 2022 zullen worden gepresenteerd. Dit deel heet: 'Krijgsgeweld en Kolonie - Opkomst en ondergang van Nederland als koloniale mogendheid 1816-2010' en Geersings kritiek richt zich met name op hoofdstuk 11 van dit boek 'De oorlog met de Republiek Indonesië 1945 -1950/1952'. Nog voordat de inleiding met beschuldigingen aan het adres van de auteurs en uitgever ten einde komt confronteert Geersing mij vervolgens op p. 16/17 al met zijn conclusie over de wetenschappelijke ondeugdelijkheid van het besproken boek: De situaties van toen worden beoordeeld met de ogen en opvattingen van nu. Stelselmatig worden andersluidende onderzoeksresultaten achtergehouden, zonder enige rechtvaardiging. Er worden zelfs data gefabriceerd en verzonnen. Smaad en laster maken deel uit van dit deel van de NIMH-uitgave. De eenzijdige, vooringenomen en ongenuanceerde tekst houdt op geen enkele wijze rekening met de legitieme belangen van bij het onderzoek betrokken Indiëveteranen, hun familie en nabestaanden. Een schending van het wetenschappelijke integriteitsprincipe 'verantwoordelijkheid'. Westerling Met dergelijke aanvangsstellingen, die in de volgende honderd bladzijden eindeloos worden herhaald,  vind ik het moeilijk om Geersings kritiek onbevangen tegemoet te treden. De veroordeling is hier aan de bewijsvoering voorafgegaan. Ik vrees ook dat zijn betoog daarom weinig gehoor zal vinden buiten de kring van degenen die toch al niets wilden weten van kritiek op het Nederlands optreden in de onafhankelijkheidsoorlog van Indonesië. En dat is jammer, want een gezonde kritische beschouwing van het werk van de historici die in opdracht van de regering het optreden van de Nederlandse krijgsmacht zo goed mogelijk moeten beschrijven is uiteraard van groot belang. Maar Geersing lijkt daartoe niet in staat. Zijn beschouwingen worden vooral gestuurd door wrok jegens enkele historici die hij verwijt zijn eigen boek over Raymond Westerling niet naar waarde te schatten. Over dit boek, waarin Geersing probeert Westerling vrij te pleiten van oorlogsmisdaden, schreef Koos-Jan de Jager op de geschiedenissite Historiek: 'De toon die Geersing aanslaat als het gaat om zijn veroordeling van een groot deel van de historische literatuur als “onhistorische kletskoek” en “vooringenomen geschiedschrijving” is volstrekt ongeloofwaardig.' Een herkenbaar oordeel als je kijkt naar zijn kritiek op het onderhavige boek van het NIMH. In deze geest bestookte hij ook al eerder de coördinatoren en medewerkers aan het onderzoeksprogramma over de dekolonisatieperiode van Indonesië, en dan vooral onderzoeker Remy Limpach, de auteur van 'De brandende kampongs van generaal Spoor'. Anti-antikolonialisme Hier zou ik deze boekbespreking dus kunnen stoppen. Maar met het oog op de presentatie van de resultaten van het gehele onderzoeksproject volgend jaar februari wil ik toch een paar woorden wijden aan de invalshoek van Geersing bij het onderzoek naar de geschiedenis. Het zou namelijk zomaar kunnen dat zijn wrokkige uitvallen naar andere historici bij die gelegenheid worden overgenomen door conservatieve en extreem nationalistische politici en publicisten. Bij deze dus vast een waarschuwing voor wat we uit deze hoek kunnen verwachten. Geersings doel is duidelijk: de eer en de goede naam van Indiëveteranen redden, allereerst die van zijn favoriet Raymond Westerling. En uiteraard ook van de auteur die hem zoveel lof heeft toegezwaaid. Nederlands koloniale verleden in de Indische archipel verdient geen veroordeling en het Nederlandse leger deed wat het moest doen in de chaos na de Tweede Wereldoorlog. Kritiek op het kolonialisme is een hedendaags politiek standpunt dat het zicht op wat er werkelijk aan de hand was belemmert. En de auteurs van Krijgsgeweld en Kolonie geven blijk van een 'vooringenomen' antikolonialistisch standpunt. Met hun standpunt zouden ze er blijk van geven 'dat zij bewust hebben besloten een zwarte bladzijde te schrijven' (over smaad en laster gesproken). Zo komen zij tot een geschiedschrijving die op 'fundamentele punten' niet klopt. Het Nederlandse perspectief Geersing is jurist en een van die punten betreft de ingangsdatum van de onafhankelijkheid van Indonesië. Wie uitgaat van het Indonesische perspectief zal meteen de datum van 17 augustus 1945 noemen; de dag waarop Soekarno officieel de onafhankelijkheid uitriep. Geersing erkent echter alleen het Nederlandse perspectief en zegt dat het land pas bij de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949 onafhankelijk werd. Nederland voerde dus geen oorlog tegen een andere land, i.c. Indonesië, het leger was er voor het herstel van orde en rust in 'eigen land'. In een voetnoot laat hij weten dat een historicus mee zou moeten gaan met 'juridische motiveringen van toen'. Ergo, iedereen die over de bezettingstijd schrijft zou het juridisch kader van de nazi's moeten respecteren. Het probleem is dat Geersing niet ziet dat zijn kritiek op de 'eenzijdige' geschiedschrijving van het NIMH op hemzelf terugslaat omdat hij geen enkel ander perspectief erkent als dat van het Nederlandse koloniale bestuur en het Nederlandse leger. Hij bestrijdt de opvatting van de auteurs die meer aandacht dan voorheen willen geven aan 'de niet-Nederlandse stem in de gedeelde geschiedenis van gekoloniseerden (overheersten) en kolonisatoren (overheersers)'. Was dat niet juist de bedoeling van het hele project om een meer evenwichtige geschiedschrijving te krijgen? Geersing valt in zijn boek terug op het oude, onevenwichtige, door de koloniale bril gekleurde perspectief dat de afgelopen tijd in toenemende mate bekritiseerd is. En terecht. Zie bijvoorbeeld David van Reybroucks Revolusi. Geersing wil de niet-Nederlandse stem eigenlijk niet horen. Hij vindt het onduidelijk wat we daaronder moeten verstaan en meent dat de niet-Nederlandse stem 'alleen een betrouwbare bron lijkt omdat die niet-Nederlands is en Nederland de kolonisator was.' Vendetta 'Wat is de achtergrond van deze belediging, smaad en lastercampagne die onze Indiëveteranen, hun familie en nabestaanden in het hart treft?', vraagt Geersing zich in zijn slotwoord af. 'Het heeft veel weg van een vendetta tegen Nederland, de Nederlanders.' Daar herkennen we de politiek gekleurde invalshoek van Geersings kritiek. 'Het is een hedendaags politiek standpunt dat kolonialisme slecht is en veroordeeld moet worden', schreef hij eerder. 'Het is de opvatting dat wat wij nu slecht vinden naar hedendaagse inzichten altijd slecht was. Het is het met terugwerkende kracht verlenen van eeuwigheidswaarde aan hedendaagse inzichten.' Wat Geersing eigenlijk wil is dat het koloniale denken voor eeuwig gaat gelden als maatstaf in de geschiedschrijving. Waar hij aan voorbij gaat is dat 'wij', of laten we zeggen op z'n minst een groot deel van ons, het kolonialisme al lang geleden op goede gronden hebben veroordeeld. En dan heb ik het nog niet eens over de inzichten van de Indonesiërs. Geersings 'Nederland' is, om het in zijn eigen woorden te zeggen, een 'hersenspinsel', dat helaas nog leeft in bepaalde politieke kringen die zich tegen de veroordeling van dit verleden blijven keren.   [boeklink]9789464247916[/boeklink]    

Door: Foto: Clivid (cc)
Foto: Richard Scoop (cc)

Historische excuses

COLUMN - Wat of ik als historicus en als Amsterdammer nou vond van de historische excuses die burgemeester Halsema onlangs maakte voor het slavernijverleden? Ik had de vragensteller graag een wijs en diepzinnig antwoord gegeven, maar ik heb geen uitgekristalliseerde mening. Dat wil niet zeggen dat ik niet een paar losse, half uitgewerkte gedachten zou hebben.

Kentheorie

Om te beginnen zit er aan zo’n historisch excuus een kentheoretisch aspect. Niemand zal ontkennen dat het geweldig goed was toen Willy Brand door de knieën ging voor het monument voor de Getto-opstand in Warschau, want zowel hijzelf als de andere aanwezigen hadden de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Het maken van een excuus voor iets dat lang geleden is gebeurd veronderstelt dat er zoiets zou zijn als een overerfbaarheid in slachtofferschap en daderschap. Ik weet niet goed hoe ik zoiets zou kunnen onderbouwen.

Begrijp me niet verkeerd: er bestaan historische continuïteiten en die zijn met het sociaalwetenschappelijke instrumentarium te onderbouwen. Maar ik weet gewoon niet goed hoe ik slachtofferschap na het verstrijken van tijd nog kan documenteren. Als ik lees dat een intelligent en gewaardeerd schrijver als de Libanees Amin Maalouf oppert dat het Westen zich moet verontschuldigen voor de Kruistochten, bekruipt mij een zekere ergernis. In de eerste plaats omdat “het” Westen niet bestaat en in de tweede plaats omdat naar mijn idee de Ottomaanse periode de historische continuïteit heeft gebroken.

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Foto: Bob Leckridge (cc)

De ondergang van de geesteswetenschappen

COLUMN - Ach ja, de geesteswetenschappen. Deze week is het de Martin-Luther-universiteit in Halle-Wittenberg en dit keer zijn het classici wier instituut wordt bedreigd. Twee weken geleden waren de archeologen in Sheffield de pineut. Er is een petitie hier en er is een petitie daar. U moet ze maar even tekenen, als u denkt dat het nog zin heeft.

Die laatste acht woorden zijn insinuerend. Natuurlijk heeft het wél zin er wat van te zeggen als universiteiten iets waardevols mollen. Dat ik die acht woorden toevoeg, is echter om diezelfde reden. Het is zinvol te noteren dat het geen verrassing is. Een jaar of zes geleden documenteerde ik in een stukje “Ex oriente nox” hoe het traditionele onbegrip voor de humaniora steeds vaker overging in sloop.

Ik had niet de verwachting of hoop dat het iets zou uithalen. De geesteswetenschappen zijn te verdeeld om nog gered te worden. Illustratief is dat maar weinig classici de petitie over archeologie in Sheffield onder de aandacht brachten en dat weinig archeologen de petitie voor de classici in Halle-Wittenberg delen. Zo gaat het altijd in de geesteswetenschappen. Wie wordt bedreigd, kan alleen terugvallen op zijn allernaaste collega’s. Ook in Nederland. Toen de Vrije Universiteit de studierichting Nederlands ophief, maakten vooral de neerlandici reuring. Ze hadden meer bijval verdiend van andere geesteswetenschappers.

Foto: cc Maria Theresia im Kreise ihrer Familie Martin van Meytens, Public domain, via Wikimedia Commons.

Beter wordt het niet

RECENSIE - ‘Zo schrijf je geschiedenis’, zegt Geert Mak bij wijze van aanprijzing op de cover van dit boek. Maar ‘Beter wordt het niet’ is geen geschiedenisboek. Althans, not on my watch. Of zou Mak bedoelen dat Caroline de Gruyter met dit boek ‘geschiedenis schrijft’? Dat lijkt me uiterst onwaarschijnlijk. De ondertitel luidt ‘Een reis door de Europese Unie en het Habsburgse rijk’. Maar dat klopt ook al niet. Verreweg de meeste hoofdstukken spelen zich af in Wenen. Wat is ‘Beter wordt het niet’ dan wél? De beste omschrijving is waarschijnlijk: ‘Op zoek naar herinneringen aan het Habsburgse rijk’. Want dát is wat De Gruyter doet. De oude Otto van Habsburg, de zoon van de laatste Oostenrijkse keizer (Karel) en tevens Europarlementariër tot 1999, die heeft ze helaas nooit mogen ontmoeten maar verder komen er heel wat mastodonten voorbij. Grote namen die vertellen hoe schön het vroeger eigenlijk was.

De Gruyter, bekend vanwege haar bijdragen in de NRC, schrijft normaliter over de Europese Unie. Omdat ze tot voor kort in Wenen woonde (van 2013 tot 2017 om precies te zijn), meent ze een bijzondere kijk op Europa te hebben ontwikkeld: ‘Door mijn tijdelijke onderdompeling in de Habsburgse wereld ben ik mezelf allerlei vragen gaan stellen over Europa die ik waarschijnlijk niet – of anders – gesteld had als ik niet vier jaar in Wenen was neergestreken.’ Ze ziet interessante overeenkomsten tussen de EU en het Habsburgse rijk: ‘De Habsburgers, ontdekte ik, werden gedreven door dezelfde constante queeste naar compromissen die ik uit Brussel kende. Wat me al even bekend voorkwam: het bijvijlen, het aanpassen en hervormen dat nooit ophoudt omdat de ene hervorming nu eenmaal tot de andere leidt.’

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Blind Walls Gallery, Clowns, animals and freaks © Johan Moorman © foto Wilma Lankhorst.

Kunst op Zondag | verkent Blind Walls Gallery

RECENSIE - Blind Walls Gallery is het buitenmuseum van de stad Breda. Het museum op straat is gratis toegankelijk en omvat ruim 90 muurschilderingen. Te voet of met de fiets kun je de geschilderde geschiedenis van de Baronie van Breda ontdekken. Voor details over de werken is er de Blind Walls Gallery website én sinds kort een rijk geïllustreerde jubileumcatalogus.

“Elke muurschildering is weer een nieuw avontuur op zich,
dankzij de kleurrijke makers die eraan meewerken
en dankzij ons gedreven team.“

Uitspraak Dennis Elbers in Blind Walls Gallery, het museum op straat (2020).

Blind Walls Gallery Maria Hemelvaartkerk #105 © Isakov © foto Wilma Lankhorst

Blind Walls Gallery, Maria Hemelvaartkerk © Isakov © foto Wilma Lankhorst.

Waar gaat Blind Walls Gallery over?

Blind Walls Gallery is de naam van ‘Het museum op straat’ in Breda. De rijke geschiedenis van de stad is hier de primaire inspiratiebron voor nationale en internationale street art kunstenaars. Het idee van Blind Walls Gallery is geïnspireerd door het oudste geschilderde stadsgezicht uit de Nederlands kunst: een zestiende-eeuws drieluik. Hierop staat onder andere de stadsmuur van het middeleeuwse Breda. Deze muur, die de stad bescherming en aanzien gaf, is nu grotendeels verdwenen. Talrijke blinde muren van huizen en kantoren, in zowel laag- als hoogbouw kwamen er voor in de plaats. Deze blinde muren geven de stad een grijs en grauw aanzien, ze dagen uit tot verwaarlozing van de publieke ruimtes. Blind Walls Gallery streeft er sinds 2014 na om Breda een nieuw stadsgezicht geven.

Foto: aesop (cc)

Spinozaland

RECENSIE - De regen kwam met bakken uit de hemel. Maar de schipper stelt de reiziger gerust. ‘Springt u maar op de wal. En dan links, rechts en nog een keer rechts, daar is het huis van de chirurgijn.’ En korte tijd later vond hij inderdaad het gezochte huisje. De meid deed open en de bezoeker stelt zich in het latijn voor: ‘Oldenburg, nobili saxo. Ik wens de heer Spinoza te spreken…’

Was het écht slecht weer, die dag? De meid verstond de bezoeker niet, vertelt Maxime Rovere – verstond de schipper hem wél? Of voelde de schipper aan dat zulk hoog bezoek maar één doel kon hebben: Bento de Spinoza? Het is het eeuwige probleem bij ‘geromantiseerde’ non-fictie: de werkelijkheid is altijd verwarrend en chaotisch, en een roman moet nu eenmaal vaart maken.

Vaart, dat maakte Henri Oldenburg in elk geval, in die zomer van 1666. De wetenschapper/diplomaat reisde al geruime tijd door Europa, op zoek naar de belangrijkste vertegenwoordigers van de ‘Nieuwe filosofie’. Zo kwam hij ook in Amsterdam, waar hem werd verteld dat hij ook langs Rijnsburg moest gaan, het ballingsoord van Spinoza. Spinoza begreep onmiddellijk dat hij een voorname gast over de vloer had. De heren zetten zich op een bankje (p. 262/263):

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: ubberdave (cc)

Vuistrecht en wisselgeld

RECENSIE - Hij vertelde het graag. Hoe hij tijdens de overwinningsparade, achter de Duitse colonne aan, over de Champs-Élysées had gereden. Hoog te paard. Op de trottoirs had zich een menigte nieuwsgierige, uitgehongerde, woedende Fransen verzameld. Er werd geschreeuwd, gevloekt, gesist. Ze herkenden de gehate Bismarck, uiteraard. Er hoefde er maar één een schot te lossen, en de chaos zou uitbreken. Een van hen, zo zag Bismarck, keek wel héél woest. Bismarck verliet de colonne, reed op hem af, en vroeg om een vuurtje voor zijn sigaar. En hij kreeg een vuurtje. Bismarck bedankte (hij sprak perfect Frans), en reed door.

Waar gebeurd? De Pruisische kanselier was een ervaren leugenaar. Maar zo zag hij zichzelf graag: onafhankelijk opererend, nergens bang voor, altijd kalm. En die Franse woede, die was maar oppervlakkig. Die zou wel weer overgaan. Dat laatste was niet waar. En dat wist Bismarck donders goed.

De Frans-Duitse Oorlog van 1870/71 gooide het Europese machtsevenwicht volkomen overhoop. Dat Pruisen een opkomende macht was, dat begreep iedereen al vele jaren. Bismarcks superieure diplomatie was tot twee maal toe uitgemond in ‘gerechtvaardigde’ oorlogsverklaringen en eclatante overwinningen. Eerst op de Denen, om Sleeswijk Holstein. Daarna op het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk, om het gezag binnen de Duitse Bond. Beide keren toonde het Pruisische leger dat het superieur was aan alles wat verder een leger heette te zijn. En beide keken de andere grootmachten toe. Maar de spanning steeg. Met name de Fransen voelden zich bedreigd en vernederd. Iedereen begreep dat een Frans-Duitse oorlog een kwestie van tijd was. Het wachten was op de vonk die het kruitvat tot ontploffing zou brengen.

Foto: Abhi Sharma (cc)

Dit Amerika

RECENSIE - Laat ik beginnen met een waarschuwing. Wie ‘Dit Amerika’ van Jill Lepore koopt op basis van de ondertitel, ‘Pleidooi voor een betere natie’, komt bedrogen uit. Want dat pleidooi ontbreekt. Het boekje is wellicht een pleidooi te noemen, maar dan wel een warrig pleidooi voor heel iets anders. Namelijk dat de Amerikaanse liberal historici de geschiedenis van de Verenigde Staten niet langer moeten negeren. Want zoals de door Lepore geciteerde historicus Carl Degler 35 jaar geleden al opmerkte: als zij geen nationale geschiedenis meer willen schrijven, omdat dat idee hen tegenstaat, dan zullen anderen dat gaan doen. En dan zijn historici (en de hele Verenigde Staten) nog verder van huis.

Lepore’s pleidooi is in wezen een warrige beschrijving van hoe Amerikaanse historici of gewoon denkers van diverse pluimage zijn omgegaan met begrippen als natie en nationalisme. Het is geen gemakkelijk leesvoer. Lepore schrijft nogal ploeterend,  zoals we al wisten dankzij haar vorig jaar verschenen, vuistdikke geschiedenis van de Verenigde Staten, ‘Deze waarheden’. Daar komt bij dat ze veel te veel als bekend veronderstelt, en veel te vaak bronnen citeert zonder dat de lezer enig idee krijgt waaróm dat boek en dat citaat nu juist hier opduikt. Ze hanteert de omgevallen-boekenkast-stijl, kortom. En het gebodene maakt alles bij elkaar nu niet bepaald een doordachte indruk.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: The Integer Club (cc)

Gods schaduw

RECENSIE - Plots lijkt er iets mis te gaan. Na honderd pagina’s over de voorouders en de jonge jaren van sultan Selim moet de lezer onverwacht 150 pagina’s tot zich nemen over Columbus, de val van Granada, de ontdekking van Amerika en ga zo maar door. Pas daarna, rond pagina 250, pakt Alan Mikhail de draad weer op en komt Selim ‘de Grimmige’ aan de macht. Wat Mikhail de lezer (klaarblijkelijk) duidelijk wil duidelijk maken is dat de ontdekking van Amerika niet los kan worden gezien van de strijd van de Europeanen tegen de islam. Hij zal uitleggen hoe dat écht zit.

Voor wie een beetje ingevoerd is in de geschiedenis van Europa rond 1500, is dat een open deur. Iedereen weet dat Columbus zijn gevaarlijke plan om naar het Westen te varen, om zo het oosten te bereiken, aan het Spaanse koningspaar Ferdinand en Isabella probeerde te verkopen door te stellen dat hij zo contact kon leggen met de tegenstanders van de islam in Oost-Azië, waardoor de aartsvijand van Spanje ingesloten zouden worden. Columbus werd daarbij, zo blijkt uit zijn overvloedige papieren, gedreven door zijn obsessie om in navolging van de Portugezen grote ontdekkingen te doen. Hij schreef over zeereizen, getuigenverklaringen, kaarten, astronomie – maar vrijwel geen woord over de islam. Maar volgens Mikhail was Columbus een echte moslimhater. Al in zijn inleiding noemt hij Columbus een matamoros, een ‘morendoder’, en voegt daaraan toe (p.12):

Foto: IISG (cc)

De Tweede Kamer in ere hersteld

RECENSIE - In opdracht van de Tweede Kamer schreef  Carla Hoetink een boek over de terugkeer van het parlement in het bevrijdingsjaar 1945.

Zonder verkiezingen betrok op 25 september 1945 een merendeels wat ouder gezelschap het gebouw van de Tweede Kamer aan het Haagse Binnenhof. Het waren leden van de in 1937 gekozen volksvertegenwoordiging die hun plaats innamen in wat toen genoemd werd een Tijdelijk Parlement. Maar was het wel een parlement?

Allereerst ontbraken er nogal wat leden. Een kwart van de Kamerzetels kon niet worden bezet omdat de volksvertegenwoordigers waren overleden, vermoord door de nazi’s of uitgetreden. Ook was het vanzelfsprekend uitgesloten dat de fractie van de NSB terugkeerde. De vacante zetels werden vanaf november gevuld met leden van de zittende politieke partijen en enkele onafhankelijken die zich in de afgelopen bezettingsjaren  verdienstelijk hadden gemaakt in het verzet tegen de nazi’s. Dit na heel veel gedoe en gepolder aangevulde parlement werd het Voorlopige Parlement genoemd. Het functioneerde -met meer bevoegdheden dan het Tijdelijke- tot de installatie van het in mei 1946 bij de eerste naoorlogse verkiezingen gekozen parlement.

Geen haast

Volgens de anti-revolutionairen en de communisten, de groeperingen die het grootste aandeel hadden geleverd in het verzet, kwamen die verkiezingen veel te laat. Zij bestreden de legitimiteit van de Tijdelijke en de Voorlopige volksvertegenwoordiging. Het  mandaat dat de kiezers in 1937 hadden gegeven was immers al lang verlopen. De bezetting had de politieke situatie ook volledig veranderd. Het in juni 1945 aangetreden kabinet Schermerhorn-Drees mocht volgens velen niet op eigen houtje allerlei besluiten gaan nemen over de wederopbouw of over Nederlands Indië zonder de controle van een parlement dat een madaat had zoals dat in de Grondwet was voorgeschreven.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Volgende