De Arabische wereld tot 1970

Het is bijna 3000 kilometer van Aden naar Aleppo en ruim 5000 van Casablanca naar Kirkuk. Daar tussen liggen zeeën, steppen, bergen, woestijnen en rivieren. Er is rijk en arm, schatrijk en straatarm. Je hebt soennitische en sjiitische moslims, diverse soorten christenen, sefardische joden, druzen. De havensteden kijken naar de buitenwereld, andere mensen wonen op het platteland; op sommige plekken spreek je alleen gelijkgestemden, andere woonplaatsen zijn heterogeen. De Arabische wereld is heel gevarieerd. En dat was de enige kanttekening die ik heb bij het mooie boek van historicus Roel Meijer, Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld. Het is wat lastig te zien wat in een zó gevarieerd gebied het verbindende element is dat de gezamenlijke behandeling rechtvaardigt. Meijer erkent het probleem: hij begint zijn boek met het verdelen van de Arabische wereld in drie deelgebieden, namelijk de Maghreb, het Arabische Schiereiland en het Midden-Oosten. Maar wat er méér is dan de standaardtaal en een Ottomaans verleden dat deze gebieden verbindt, heb ik, om eerlijk te zijn, niet ontdekt. Dat gezegd zijnde: wauw, wát een goed boek! In 335 bladzijden en vijftig pagina’s nawerk praat Meijer je bij over de geschiedenis van (als ik het goed heb geteld) achttien landen waarvan afgelopen week alleen Tunesië en Irak de Nederlandse kranten niet haalden.noot De Arabische landen zijn voortdurend in het nieuws, en doorgaans om niet al te prettige redenen; als u de achtergronden bij de actualiteit wil begrijpen, is Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld verplichte literatuur. Elite en middenklasse Meijers verhaal spitst zich toe op de relatie tussen burger en overheid: het steeds wijzigende sociaal contract. Hij onderscheidt negen fases. De eerste daarvan was het traditionele islamitische sociale contract, zoals dat heeft bestaan in het Ottomaanse Rijk, waarin God een verbond had met de moslims, waarin regels bestonden voor de relaties tussen moslims onderling, en ook afspraken waren voor de relaties met niet-moslims. De negentiende-eeuwse hervormingen veranderden dat, en niet iedereen was daarmee gelukkig, al ontstond wel een klasse van schatrijke grootgrondbezitters die ervan profiteerde. Na de Eerste Wereldoorlog trokken westerse mogendheden de grenzen tussen de diverse Arabischsprekende landen. Het opleggen van een statische orde, zo anders dan het flexibele Ottomaanse systeem, was vanzelfsprekend een uiting van Europese macht en een onderdrukking van het Arabisch-eigene, maar Meijer wijst er terecht op dat de koloniale periode niet zomaar valt te typeren als een Europese overheersing. Ze valt beter te begrijpen als een pact tussen de westerse koloniale mogendheden en de Arabische elites. Dit hoofdstuk was in feite centrum-periferie-theorie voor arabisten. Wat je ook over de koloniale tijd mag denken, er kwam modern onderwijs en de arbeiders konden zich organiseren. Er ontstond een middenklasse, die na de Tweede Wereldoorlog en de Dekolonisatie een nieuw sociaal contract voorstond en fundamentele hervormingen eiste: gelijke rechten, democratische vertegenwoordiging, antisektarisme en een eerlijker verdeling van de welvaart. Hoewel dit sociale contract nergens werkelijk succes heeft gehad, zijn de idealen sindsdien aanwezig gebleven. Dictatuur De middenklasse was echter niet sterk genoeg en de stichting van de staat Israël verkleinde de speelruimte voor de politici in de nieuwe, seculiere republieken. Doorgaans was er een staatsgreep die een dictator aan de macht bracht, waarop een uitruil volgde: in ruil voor meer welvaart, gezondheidszorg, onderwijs en werkgelegenheid zag de bevolking af van politieke rechten. Het is dezelfde uitruil van civiele rechten tegen welvaart die eerder in de twintigste eeuw had plaatsgevonden in de Sovjet-Unie en Duitsland. Democratie was dan een façade. Extra werkgelegenheid betekende in de Arabische wereld overigens vaak uitbreiding van de bureaucratie. “In feite zijn de enige burgers in de nieuwe staten de ambtenaren,” zoals Meijer het samenvat. Een baantje bij de overheid, met alle privileges en bescherming van dien, was de droom van elke Arabier. Ik herinner me een Egyptische beambte die lang op een feest bleef en op de vraag of hij niet eens naar bed moest, serieus antwoordde dat hij wel zou slapen op kantoor. De dictaturen verloren de controle toen in de jaren zeventig de globalisering inzette. De bureaucratieën bleken inert; maatschappelijke organisaties vulden de gaten die de overheid liet vallen; de informele economie groeide; de veiligheidsdiensten werden repressief. De overheden waren gedwongen tot liberalisering en moesten ambtenaren ontslaan, waardoor de onvrede groeide, waarop de overheden antwoordden met deelpacten met aparte sociale groepen. Steeds meer mensen vielen buiten de boot. Hier had ik wel een vergelijking met Iran en Turkije willen zien, of Henk Beckers Generaties en hun kansen, dat zo aardig beschrijft hoe de overheid in Nederland een deelpact sloot met de generatie die was geboren tussen 1945 en 1960. Na de dictatuur Niet alle Arabische landen zijn republieken: Marokko, Jordanië, Saoedi-Arabië en de Golfstaten zijn monarchieën. Het sociaal contract in deze landen is met één woord te typeren: paternalisme. Koningen kunnen flexibeler opereren en zeker in de rijke Golfstaten hebben de overheden de mogelijkheid het klassieke sociale contract in stand te houden. Toen de Arabische Lente in 2011 aanbrak, kon die worden geabsorbeerd. Voor de republieken lag dat anders. Als reactie op het falen van de autoritaire stelsels ontstond hier een nieuw islamitisch sociaal contract. Dit islamisme was geen terugkeer naar het oude pact, maar was gericht op het overnemen van het in de twintigste eeuw gegroeide staatsapparaat. Daarbij onderscheidt Meijer een maximalistisch programma en een liberaler, minimalistisch programma. Intrigerend is zijn observatie dat islamistische bewegingen zich ervan bewust waren dat ze de façadedemocratieën alleen konden omzetten in een beter systeem met westerse hulp. Het Arabische heden De Arabische Lente begon in het voorjaar van 2011. De slagzinnen waren zó algemeen dat seculiere en islamistische partijen zich erin konden vinden: vrijheid, brood, rechtvaardigheid. En de overheid moest gewoon d’r werk eens gaan doen. Feitelijk greep men terug op de democratische ambities van na de Dekolonisatie. Meijer beschrijft het als een proces van zeven fasen, die bijna elk land doorliep, zij het niet in hetzelfde tempo: mobilisatie en eenheid, de eerste reactie van het regime, de verdeeldheid van het regime, de verdeeldheid van de sociale beweging, verkiezingen, stagnatie en repressie. Zelfs Tunesië, dat de democratische transitienoot heeft weten te maken, is inmiddels terug bij af. Meijers verklaring voor het falen van het nieuwe Arabische sociale contract is dat er teveel mensen waren (ambtenaren, soldaten, medewerkers van de veiligheidsdiensten…) die belang hadden bij het voortbestaan van de oude orde. De democraten hadden ook maar weinig competente leiders. Secularisten en islamisten konden bovendien samenwerken tot een bepaald punt, maar raakten daarna verdeeld. Gelukkig vormt deze mislukking niet het laatste woord. Meijer ontwaart een Tweede Arabische Lente in 2019, waarbij de opstandelingen hebben geleerd van de fouten van de Eerste Arabische Lente: ze wantrouwen het leger, ze schrijven niet voortijdig verkiezingen uit en zijn zich bewust van het gevaar van verdeeldheid. De tegenkrachten die ik noemde in de vorige alinea zijn er echter nog altijd, en helaas was er ook Covid-19. Milities Het laatste hoofdstuk van Meijers boek is het meest grimmig, en u raadt al waarover het gaat. Er zijn autoritaire staten zoals Algerije en Egypte; er zijn flexibele maar repressieve monarchieën; en er zijn conservatieve landen waar de overheid alleen een pact heeft met een klein deel van de ingezetenen. Hier functioneert de overheid nog. Elders, in wat Meijer de periferie noemt, nemen milities de macht over. Die milities zijn vaak sektarisch van aard, zoals de sjiitische Hezbollah in Libanon en de soennitische Islamitische Staat in Irak en Syrië. Andere verdedigen een regio, zoals in Libië, Koerdistan of Soedan. Ze halen hun inkomsten uit olie (Libië), smokkel en afpersing (Al Qaeda), of de verkoop van eten aan de onderdrukte bevolking (Hamas). Om draagvlak te behouden, moet tussen de militie en de bevolking op een of andere manier een nieuw sociaal contract ontstaan. Hier is Hezbollah het beste voorbeeld: de beweging steunt op een gemarginaliseerde sjiitische bevolking, heeft een duidelijke ideologie, biedt de eigen leden bestaanszekerheid en is bereid tot samenwerking met andere groepen, zowel binnen Libanon als internationaal (“Axis of Resistance”). Door staatstaken als de medische zorg, onderwijs en nutsbedrijven over te nemen, wordt zo’n militie een alternatief voor de staat. Dat klinkt heel aardig, maar zulke strijdgroepen bestaan bij de gratie van de permanente staat van oorlog. In landen waar milities de macht overnemen, is grote sterfte onder de burgerbevolking en vluchten degenen die geen lid zijn van de militie. Als ze de kans al krijgen. Aanrader U merkt dat ik me heb beperkt tot een samenvatting van Meijers boek, maar ik heb er ook een oordeel over: dit is een aanrader. Mijn eigen ervaring in de Arabische wereld is dat ik er minder van begrijp naarmate ik er meer over lees en ik meer mensen spreek. Voor mij is het als met een foto waarop je inzoomt: je ziet steeds meer interessante details maar herkent het totaalplaatje niet langer. Het boek van Meijer biedt weer wat hoofdlijnen. Natuurlijk ontbreken perspectieven. Zou een Irakees dit boek hebben geschreven, dan zou de nadruk wat meer hebben gelegen op de familiebanden tussen de diverse leiders, zoals de fascinerende As-Sadrs. Elk boek vertegenwoordigt de keuzes van de auteur, en de keuzes van Meijer zijn verhelderend. Hij toont dat dezelfde processen plaatsvinden in de drie door hem onderscheiden regio’s, en dat de daar al bestaande sociale, religieuze en geografische verschillen verklaren waarom de uitkomsten steeds anders zijn. Er zijn in de ogenschijnlijk verwarde geschiedenis wel degelijk patronen aan te wijzen. Meijer ordent. Ik denk dat ik daarin de docent van de Radbouduniversiteit herken, want Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld is heel goed gestructureerd, en wel volgens het beproefde didactische principe dat je eerst vertelt wat je gaat vertellen, dat je het vervolgens vertelt en dat je tot slot, bij Meijer aan het einde van elk hoofdstuk, nog eens vertelt wat je hebt verteld. Als hij van een bepaald verschijnsel enkele aspecten wil noemen, geeft hij eerst aan hoeveel dat er zijn en nummert hij ze ook. Het boek eindigt met een overzichtelijke bibliografie. De opbouw is daardoor wat schools,  maar ik las zelden zo’n helder boek over zo’n complex, zo’n actueel en zo’n interessant thema. [Full disclosure: Roel Meijer was een van de meelezers bij mijn boek over Libanon.]

Foto: NIOD BeeldbankWO2 bevrijding rijckholt september 1944 copyright ok. Gecheckt 06-11-2022

Na de bevrijding

Veel verzetslieden en oorlogsslachtoffers hebben na de oorlog hun verhalen voor zich gehouden. Of ze gaven slechts summiere informatie. Dat gold ook voor de soldaten die in Indië gevochten hebben. Sommige verhalen zijn nooit verteld. De tweede generatie bleef ook na de dood van de (groot)ouders vaak nog met vragen zitten over wat er in de oorlog precies is gebeurd in hun familie. Voor velen, inmiddels ook met pensioen, was dat een reden om archieven van instanties en de eigen familie te doorzoeken om antwoorden te vinden. Het heeft de afgelopen decennia geleid tot een hausse aan boeken en documentaires over slachtoffers zowel als daders, verzetsmensen en collaborateurs. En daarmee worden elk jaar weer stukjes geschiedenis toegevoegd, vragen beantwoord en nuances en correcties aangebracht.

Uit de stapel die dit jaar verscheen licht ik een boek met de titel ‘Na de Bevrijding’, eigenlijk dus niet over de oorlog zelf maar over de jaren direct daarna. Daarmee gaat het toch ook weer wel over de oorlog. Veel van wat direct na de bevrijding gebeurde stond immers volledig in het teken van de oorlog. Hoe sterk het verlangen ook was om de oorlogsellende snel te vergeten en vooruit te kijken, er moest een zware en voor velen tragische periode verwerkt worden. ‘Na de bevrijding’, het onlangs verschenen boek van een drietal historici verbonden aan de Radboud Universiteit laat zien hoe Nederlanders hun oorlogservaringen in de jaren veertig hebben verwerkt. De auteurs hebben daarvoor een originele aanpak gekozen. De voornaamste bronnen zijn artikelen uit de toen verschenen dagbladen die een beeld geven van de dagelijkse actualiteit en de wijze waarop gewone mensen met alle tekorten en handicaps de draad van hun leven weer proberen op te pakken. Met name regionale en lokale kranten waar er ‘nauwelijks afstand is tussen de journalist en de gewone burgers’ zijn in de ogen van de auteurs een belangrijke bron voor maatschappelijke ervaringen rond de bevrijding. Ze vormen een aanvulling op individuele getuigenissen en wat er in archieven te vinden is over deze periode.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Enric Borràs (cc)

Satellietfoto’s

COLUMN - Kijkt u eens naar onderstaande twee satellietfoto’s, met dank aan Google Earth.


Het is winter, 16 december 2019 om precies te zijn, en de mensen die in dit deel van onze planeet wonen (boven: N 31.546518 E 34.548088; onder: N 31.542875 E 34.486812), wonen te midden van behoorlijk wat groen. Tuinen waarschijnlijk, zelfs op de onderste satellietfoto – midden in een stad -beslaan ze behoorlijk wat oppervlak. En ondanks dat het winter is, oogt het allemaal behoorlijk groen. Wat wil je ook. Op 31 graden noorderbreedte zit je in de subtropen.

Op 17 augustus 2023 is dat niet heel erg veranderd. Eigenlijk is alleen de kwaliteit van de satelliet camera’s wat verbeterd.


U kunt op deze foto’s de rijen bomen, die soms op de foto’s van vier jaar daarvoor ook zichtbaar zijn, veel beter zien. Dit zijn niet zomaar tuinen, het zijn boomgaarden en akkers, zelfs in de stad.

Drie maanden later, op 24 november 2023 is op beide plekken de situatie volledig veranderd. Alle groen is verdwenen, en dat ligt niet aan het feit dat het winter is, dat had u in december 2019 al gezien.


Wat u daar ziet zijn tanktracks, op elke vierkante centimeter tussen de bebouwing heeft de rupsband van een tank gereden. Dit zijn twee plekken in Gaza, 48 dagen later. En wat u hier ziet, kunt u op Google Earth op meer plekken in Gaza zien. Een strook van 7 kilometer lang langs de kust bijvoorbeeld, vanaf de bestandslijn uit 1947 naar het zuiden, van ongeveer 600 tot 1500 m breed is op de schop gegaan. Niet alleen is alle groen er verdwenen, alle ruimte tussen de huizen, ook waar geen groen was, bestaat uit uitsluitend tanktracks van iets meer dan drie meter breed.

Foto: British Library on Unsplash

De grote koloniale oorlog

Chris Kaspar de Ploeg herschrijft in zijn trilogie ‘De Grote koloniale oorlog’ vijfhonderd jaar geschiedenis vanuit het gezichtspunt van kolonialisme, racisme en het verzet van onderworpen volken, arbeiders en vrouwen. Deel 1 gaat tot en met de Tweede Wereldoorlog. Het is een indrukwekkend werkstuk gebaseerd op een enorm aantal bronnen. Die leveren verrassende feiten en gezichtspunten op die de westerse beeldvorming van de Tweede Wereldoorlog en alles wat er aan voorafging op scherpzinnige wijze corrigeren en vooral ook aanvullen.

De oorlog is in de meeste populaire verhalen een conflict tussen staten met een hoofdrol voor de leiders. Onze vijand was Duitsland, de kwade genius was Adolf Hitler. Vorig jaar, bij de 80e herdenking van de bevrijding, fietste ik door een Drents dorp waar aan elke boom vlaggen van bevrijders hingen: Canadese, Amerikaanse, Franse en Britse. Ik miste de vlaggen van de Sovjets die met hun Rode Leger de nazi’s de genadeklap hebben gegeven, ook al kwamen ze uiteindelijk niet zo ver als Drenthe. Grote verbazing. De rol van Sovjet-Rusland is na de oorlog snel ondergesneeuwd onder de Koude Oorlogspropaganda. Zoals ook het in de westerse landen virulente antisemitisme. Na de bevrijding was er voor de verschrikkingen van de holocaust lange tijd slechts beperkte aandacht. De bezetting van ons land door een vreemde mogendheid stond centraal en niet het fascisme. Dat was voor velen, zeker in de jaren dertig, niet het grootste probleem. De Ploeg citeert in zijn boek diverse Amerikaanse en Britse autoriteiten die zich positief hebben uitgelaten over het fascisme als tegenwicht tegen socialisme en communisme. En die ook niet vies waren van antisemitisme en racisme. Zo toonde Churchill zich in de jaren twintig enthousiast over het verbod van linkse partijen door Mussolini. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk steunden met een geheim pact de bezetting van Ethiopië door de Italiaanse fascisten.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Met geweld afgedwongen migratie

Sgarasta (foto) ligt aan westkust van Harris, een van de Hebriden eilanden in het noorden van Schotland. Waar nu golfers een balletje slaan vond  in 1828 de eerste ontruiming plaats op de westelijke eilanden van dertig boerenfamilies. Ze werden gedwongen te verhuizen naar de veel minder aantrekkelijke oostkust. Hun huizen werden in brand gestoken om te voorkomen dat ze terug zouden keren. Schapenteelt op grote schaal leverde voor de landeigenaar meer op dan de pacht van de boeren. De operatie was onderdeel van de Schotse Highland Clearances, die tienduizenden gezinnen in de Highlands en de Hebriden vaak met veel geweld dwongen de plek te verlaten waar hun families eeuwenlang hadden gewoond. Vanaf het midden van de achttiende eeuw vonden ontruimingen plaats op gezag van de adellijke landeigenaren die hun land wilden exploiteren voor de wolindustrie. Dat gebeurde nadat de Engelsen aan de dissidente Schotse aanhangers van Jacobus II een definitieve nederlaag hadden toegebracht in de Slag bij Culloden. De landlords verengelsten en kozen voor een rijk leven in Londen in plaats van de zorg voor hun eigen mensen, schrijft Linda Bennet Pennel, een verre nazaat van een Schotse boerenfamilie.

De Clearances hadden een enorme impact op de arme boerenbevolking. Hun traditionele leven in een open ruimte met  gemeenschappelijk gebruik van de beschikbare grond (de Commons) werd in één klap volledig verwoest. Op Skye was geoloog Sir Archibald Geike in 1852 aan het werk toen het dorp Suisnish ontruimd werd. Hij kon uit de eerste hand verslag doen:

Foto: Rescued by Rover (cc)

Racisme in de oorlogsgeschiedenis

ACHTERGROND - De Britse prinses Anne onthulde vorige maand in Kaapstad een monument voor merendeels zwarte Zuid-Afrikaanse mannen die in de Eerste Wereldoorlog in Oost-Afrika het Britse leger hielpen de Duitsers te verslaan. De 1.772 mannen vervulden gevaarlijke en slopende taken als niet-strijder in Oost-Afrika, maar tot nu toe hadden ze geen graf of herdenkingsplaats.

In 2021 heeft het Verenigd Koninkrijk zijn excuses aangeboden nadat in een rapport werd gesteld dat “alomtegenwoordig racisme” de oorzaak was van het feit dat er geen eer werd betoond aan ten minste 100.000 zwarte en Aziatische soldaten die aan de kant van het land waren gesneuveld. De Commonwealth War Graves Commission (CWGC) waarvan prinses Anne voorzitter is, werd in 1917 opgericht als de Imperial War Graves Commission. Het was de bedoeling om  al degenen uit het Britse rijk te herdenken die hun leven verloren in de Eerste Wereldoorlog met namen gegraveerd op een grafsteen of op een gedenkteken. Uit een onderzoek uit 2021 bleek dat 116.000 tot 350.000 slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog nooit zijn herdacht. Een brief uit 1923 van de koloniale gouverneur van de Gold Coast (nu Ghana), geciteerd in het rapport, zei dat Afrikanen “nauwelijks in een staat van beschaving verkeerden om zo’n gedenkteken te waarderen”.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Woordenboeken als wapens voor de rechter

Er zijn vermoedelijk geen woorden waarover zoveel is geschreven als over Jood. Althans, dat meent Ewoud Sanders, en als er iemand is die dat weten kan, is hij dat – de Nederlandse historicus die het allermeest weet over taal.

Sanders is zelf ook al heel lang bezig geweest met het onderwerp. Twintig jaar geleden deed hij al onderzoek naar ‘het beeld van Joden in de Nederlandse taal, hij wilde er zelfs op promoveren. Er waren toen overigens allerlei problemen – het Meertens Instituut in Amsterdam wilde zijn netwerk van informanten liever niet met dit gevoelige onderwerp confronteren – en het onderzoek sneeuwde een beetje onder. Hij promoveerde uiteindelijk op een in de verte verwant onderwerp: kinderverhalen over jodenbekeringen. Maar de vraag wat voor beeld er nu precies opduikt van de Nederlandse kijk op joden als je naar de gebezigde taal kijkt, bleef hem bezighouden.

En nu, in tijden waar het antisemitisme weer zoveel reëler is, nam hij het toch weer op.

Dat is volkomen terecht, want er blijkt heel veel over te vertellen. De methode Sanders is dat je door de geschiedenis heengaat en onderzoekt in wat voor samenstellingen (jodenkoek, jodenstreek), uitdrukkingen (twee joden weten wat een bril kost) en plaatsaanduidingen (Jeudenhoek) het woord voorkomt, om zo te achterhalen wat voor beeld erop duikt. Eerder paste hij dat toe op het n-woord, en in dit geval werkt het even goed.

Foto: kosta korçari (cc)

Een mislukte vredesmissie

RECENSIE - Deze zomer verscheen de biografie van oorlogsverslaggever, avonturier, militair en politicus Jan Fabius (1888-1964) Groter dan het leven door Koen Vossen. Tegelijkertijd verscheen een heruitgave van Fabius’ meest bekende boek: Zes maanden in Albanië. Raymond Detrez las dit boek en dook in de bijzondere geschiedenis van dit kleine Balkanland.

In de jaren 1910-1911 sloten Bulgarije, Griekenland, Montenegro en Servië een militair bondgenootschap met de bedoeling de Osmanen definitief te verdrijven uit de laatste gebieden op de Balkan die ze nog in hun bezit hadden. Over de verdeling van de meeste veroverde, of, zoals ze het zelf zagen, bevrijde gebieden – Epirus, Macedonië, Thracië – bleven de afspraken nogal vaag; alleen over Albanië waren Griekenland, Montenegro en Servië het roerend eens. Griekenland zou heel Epirus (waartoe ook Zuid-Albanië behoorde) annexeren, Montenegro Noord-Albanië met de stad Scutari (Shkodra) en Servië Centraal-Albanië met de havenstad Durazzo (Durrës). Naar wat de Albanezen daar zelf van dachten werd niet gevraagd.

Dat hadden de Albanezen voor een deel aan zichzelf te danken. Ze waren tamelijk goed in het Osmaanse staatsbestel geïntegreerd geweest; Albanese ambtenaren en militairen bezetten in Istanbul vooraanstaande posities. De bewoners van het moeilijk toegankelijke Albanese hooggebergte werden door de Osmaanse overheid gemakshalve ongemoeid gelaten. Maar vooral, de Albanezen zagen in het behoud van de territoriale integriteit van het Osmaanse Rijk de beste bescherming tegen de expansiedrift van hun Griekse en Slavische buren. Ze sloegen pas alarm toen in maart 1878 het Verdrag van San Stefano, dat Rusland na een succesvolle oorlog afdwong van het Osmaanse Rijk, een aantal gebieden met een Albanese bevolking in West-Macedonië en Oost-Albanië toewees aan Bulgarije. Het Verdrag van Berlijn, dat de Grote Mogendheden in juli 1878 sloten, stak daar een stokje voor, maar schonk dan weer andere gebieden met een Albanese bevolking aan Montenegro. De in 1878 gestichte Liga van Prizren, waarmee de Albanezen zich verdedigden tegen de plannen van hun buren, ijverde meer voor lokale autonomie en culturele emancipatie binnen het Osmaanse Rijk dan voor regelrechte onafhankelijkheid. Toen echter in 1912 de beraamde Balkanoorlog uitbrak en de bondgenoten zich opmaakten om Albanië onder elkaar te verdelen bood onafhankelijkheid voor de Albanezen de enige overlevingskans. Ze hadden geluk. Oostenrijk-Hongarije en Italië wilden liever niet dat Servië en Griekenland hun grondgebied zouden uitbreiden. Italië beschouwde Albanië zelfs uitdrukkelijk als behorende tot zijn invloedssfeer. De andere mogendheden waren minder geïnteresseerd, maar hadden blijkbaar geen bezwaar. En zo gebeurde het dat de Conferentie van London eind juli 1913 besliste dat de lijn Midye-Enez, respectievelijk aan de Zwarte en de Egeïsche Zee, voortaan de westelijke grens van het Osmaanse Rijk zou vormen en dat er “Albanees vorstendom” werd gevestigd. Verder moesten de Balkanlanden zelf maar uitzoeken hoe ze de buit zouden verdelen – met de Tweede Balkanoorlog, onder de voormalige bondgenoten, als gevolg.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: smurf-figure-bunch-of-flowers-blue-115424-pixabay

Apeshit over een smurf

COLUMN - Toen ik de blauwe man bij de openingsceremonie van de Olympische Spelen zag, moest ik lachen. Een smurf in drag! Een moderne IJdele Smurf…wat een lollige aanvulling van het queerfeestje, dat dit onderdeel van de hele toestand duidelijk was.

Twee dagen later blijkt half Nederland apeshit te gaan, omdat ze dachten een persiflage op het schilderij Het Laatste Avondmaal van Da Vinci te hebben gezien. En dat dit een flagrante, opzettelijke bespotting van het christendom was. Hè? Om te beginnen is Jezus niet blauw, en ook niet  naakt. Hij zit aan een tafel (zonder voeten, want op die plek is ooit een deur ingebouwd), met zijn 12 apostelen, die allen op hun eigen manier geschokt reageren op de aankondiging dat 1 van hen Jezus zal verraden. Hoe kom je erop dat dit tafereel ook maar enigszins overeenkomt met wat we vrijdagavond zagen?

En hoe kom je erop dat de Fransen het ook maar in hun hoofd zouden halen welke religie dan ook bij zo’n wereldwijd bekeken evenement zouden betrekken?? Iemand ooit gehoord van de laïcité? Nog los van het feit dat ze uiteraard niemand voor het hoofd zouden stoten; dat zou wel heel dom zijn. Nee, de dommen hier zijn de radicaal-rechtse en aartsconservatieve schreeuwers!

Foto: Emory Allen (cc)

Uit angst voor de opstand

RECENSIE - In de jaren zestig kreeg BVD-medewerker Marinus de Meijer het verzoek om de geschiedenis van de voorgangers van de geheime dienst vast te leggen. De Meijer zat vlak voor zijn pensioen en hij was de enige van zijn collega’s die de vooroorlogse inlichtingendiensten uit eigen ervaring kende. Voor de oorlog was hij medewerker van de inlichtingendienst van de Rotterdamse politie en in die functie had hij veel te maken met de Centrale Inlichtingendienst (CI). Toen de oorlog aanbrak en het hele CI-archief vernietigd moest worden, begroef hij in zijn achtertuin een kist met stapels rapporten over communisten en trotskisten. ‘Mijn archief’ noemde hij dat. Het werd direct na de oorlog de basis voor de cartotheek van de BVD aan de hand waarvan in de Koude Oorlog een groot deel van links Nederland werd gevolgd.

Het rapport van De Meijer was in 1968 klaar, maar het bleef –uiteraard– intern. Het is onlangs alsnog, deels gewit, vrijgegeven na een inzageverzoek aan de AIVD. Medewerkers van de Radboud Universiteit hebben het rapport in leesbare vorm online gezet. Een lofwaardig initiatief.

Het rapport was de aanleiding voor een bundel beschouwingen over het werk van inlichtingen- en veiligheidsdiensten onder de titel Uiterst Vertrouwelijk; achter de schermen van de Nederlandse geheime diensten. Die ondertitel suggereert meer dan waargemaakt kan worden in het geval van een geheime dienst. De auteurs gebruiken de geschiedschrijving van De Meijer om te reflecteren op hedendaagse ontwikkelingen op dit gebied. Maar het is duidelijk dat De Meijer in zijn interne rapportage meer kwijt kon over het verleden dan de experts van nu over het heden. Daarom is zijn rapport interessanter dan veel in zeer algemene en neutrale termen geschreven bijdragen over de huidige praktijk van de geheime dienst.

Foto: Flickr CC BY 2.0 DEED European Parliament - A smile hidden behind the European flag

De Europese canon (46-50)

Vandaag rond ik mijn reeks over de Europese canon af. We bereiken onze eigen tijd en zoals u al kon raden: het is nauwelijks nog Europese geschiedenis. Het oude werelddeel is meer dan ooit opgenomen in een grotere wereld.

De Koude Oorlog

Periode: Vanaf 1948

Alternatief: De Muur

De luchtbrug naar Berlijn, via Wikimedia Commons.

De Verenigde Staten, met een kapitalistisch systeem, en de Sovjet-Unie, met een communistisch systeem, hadden in de Tweede Wereldoorlog de Europese democratieën gered. Italië was van partij gewisseld en bleef autonoom, maar Duitsland en Oostenrijk kwamen onder curatele. Een curatele die moeizaam was doordat de twee supermachten het vaak oneens waren. Eén van de punten waar de fricties konden escaleren was de gedeelde Duitse hoofdstad Berlijn.

Wie er nu komt, ziet overal de herinneringen: Checkpoint Charlie, het monument voor de Luchtbrug waarmee de westelijke geallieerde de door de Sovjets geblokkeerde stad voedden, de resten van de Muur, het raadhuis van Schöneberg waar president Kennedy zijn toespraak “Ich bin ein Berliner” hield. Het onlangs aan de Unter den Linden geopende museum voor de Koude Oorlog heeft geen onverdeeld positieve recensies ontvangen, maar die lijken vooral te komen van mensen die een expositie van voorwerpen verwachten, terwijl dit museum zich richt op een meer actieve betrokkenheid  van de bezoeker.

Foto: Flickr CC BY 2.0 DEED European Parliament - A smile hidden behind the European flag

De Europese canon (41-45)

Overmorgen zijn de Europese verkiezingen en met het oog daarop blog ik deze week over de Europese canon. Vandaag vijf onderwerpen vol geweld, met ergens op de achtergrond de doorbraak van het modernisme. De Eerste Wereldoorlog werd gewonnen door de partijen die het meeste innoveerden, en vernieuwing werd het toverwoord van de twintigste eeuw.

De instorting van het Europese systeem

Periode: 1911-1922

Alternatieven: Eerste Wereldoorlog, Vrede van Versailles

De Eerste Balkanoorlog

Tussen de Europese mogendheden waren altijd fricties en spanningen, maar zolang er koloniën te verdelen waren, was er een bliksemafleider. Toen het verkeerd begon te gaan, was dat dan ook op het laatste stukje wereld dat nog niet was verdeeld: op de Balkan. Het Ottomaanse Rijk was verzwakt, Italië viel het aan in Libië (1911) en in het jaar erop vielen ook Servië, Montenegro, Griekenland en Bulgarije aan. Dat was de Eerste Balkanoorlog. Die duurde bijna acht maanden; de Ottomanen verloren vrijwel al hun Europese bezittingen. De vrede duurde één maand. Toen brak de Tweede Balkanoorlog uit, waarin Servië, Montenegro, Griekenland en het Ottomaanse Rijk zich keerden tegen Bulgarije.

In de zomer van 1914 volgde de Derde Balkanoorlog die, zoals bekend, niet gelokaliseerd bleef tot de Balkan en al snel bekendstond als de Grote Oorlog – en later als Eerste Wereldoorlog. Alle mogendheden raakten betrokken en pas in november 1918 tekende men een wapenstilstand. In de tussentijd was in Rusland de revolutie uitgebroken, die overging in een burgeroorlog, terwijl rond de Egeïsche Zee Griekenland en de Turkse Republiek nog vochten tot 1922.

Volgende