Angst… dat de Duitse Energiewende zal slagen
Het Instituut of Energy Research (IER) stelt dat angst een belangrijke drijfveer is voor de Duitse ‘Energiewende’. Een energietransitie die, zo wordt verder beweerd, gedoemd is te falen in het reduceren van CO2-emissies indien geen gebruik zal worden gemaakt van kernenergie en schaliegas. Craig Morris stelt echter dat het erop lijkt dat sommige critici zelf bang zijn; bang dat de Duitsers hun energietransitie voor elkaar krijgen zonder inzet van schaliegas of kernenergie.
Het IER schrijft in zijn commentaar Germany’s Angst Over Hydraulic Fracturing and Emissions Targets:
[…] if Germany does insist on meeting its own CO2 goals, banning hydraulic fracturing would close the country off to a source of relatively low-emission energy and make meeting its stated targets more difficult.
Er valt niks weinig af te dingen op die zin, maar veel meer op stellingen elders – te beginnen met de titel.
Beschuldigingen van Duitse angst ploppen op zoals in het spel Whack-A-Mole. Ze zijn gemakkelijk te weerleggen, zeker als we rekening houden met de reactie van andere landen op nucleaire incidenten.
Zorgen over de risico’s van kernenergie speelden een hoofdrol in het Duitse debat na het ongeluk in Tsjernobyl in 1986, toen Duitse ambtenaren het publiek waarschuwden voor de risico’s. In reactie daarop implementeerde Duitsland haar eerste uitfasering van kernenergie – zestien jaar later, in 2002. De regering die de uitfasering implementeerde trad aan in 1998 en besteedde vier jaar aan het plannen en uitonderhandelen van de details van de uitfasering met experts en eigenaren van kerncentrales. Zo’n tijdsplanning klinkt eerder als professioneel, dan als paniekvoetbal.
