Bendito Machine IV – Fuel the Machines
MOOI – Een animatie over een naïef onhandig volkje dat niet kan leven zonder haar machines en dat wordt bestuurd door een kleine groep gierige klootzakken. FILMPJE!. Meer informatie: over het Bendito Project.
De nieuwe Happy Planet Index (HPI) is uit. In de top 25 van deze index, die het aantal ‘gelukkige levensjaren’ deelt door de ecologische voetafdruk, staan welgeteld NUL westerse landen. Nederland bekleedt de 67e plaats, Amerika de 105e, Luxemburg staat op plaats 138. Costa Rica gaat ruim aan kop, net als bij de vorige editie. Costa Ricanen zijn namelijk heel gelukkig, worden ook bijna 80 en hebben daar heel weinig aarde voor nodig. In Nederland zouden we moeten zeggen: interessant, hoe flikken die Costa Ricanen dat? Maar er wordt hier nauwelijks aandacht aan besteed. Raar is dat.
MOOI – Een animatie over een naïef onhandig volkje dat niet kan leven zonder haar machines en dat wordt bestuurd door een kleine groep gierige klootzakken. FILMPJE!. Meer informatie: over het Bendito Project.
Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.
Afgelopen zaterdag berichtte de Volkskrant dat het Nederlandse bedrijfsleven in 2011 zijn groei en CO2-uitstoot aan het ‘ontkoppelen is’. Bij 27 grote Nederlands bedrijven, waaronder ING, Unilever, Ahold en NS, groeide de omzet met 5 tot 10 procent, maar daalde de uitstoot met gemiddeld 6 procent. KPN stapte volledig over op groene stroom, NS zette energiezuinigere Sprinters in, Shell fakkelde iets minder af. Het lijkt goed nieuws, maar helaas zijn deze bedrijven niet representatief voor Nederland als geheel.
De totale CO2 uitstoot van Nederland, dus inclusief huishoudens, transportsector, landbouw etc., groeit nog steeds. Er is wel sprake van een relatieve ontkoppeling; we verbruiken nu een kwart minder CO2 om een euro te verdienen dan in 1990, en ongeveer de helft minder dan in 1960 (hoewel deze trend de laatste jaren is gestopt, zie groene lijn). Maar met een grotere en rijkere bevolking zet dit in absolute zin geen zoden aan de dijk. Nederland moet eigenlijk tegen de bevolking- en inkomensgroei op innoveren.
Het lange termijn plaatje is echt ontnuchterend. Als we in 2050, met de dan rijkere wereldbevolking van negen miljard, het klimaatprobleem beheersbaar willen houden, dan zouden we op wereldniveau twintig keer(!) minder CO2 per verdiende dollar moeten uitstoten. Van gemiddeld 768 gCo2/$ naar 36 gCo2/$. Nederland zou ongeveer tien keer(!) efficiënter moeten worden (zie tabel beneden) wat neerkomt op ongeveer 5% efficiëntiewinst per jaar. Een economie die draait op 36 gram CO2 per dollar, dat is eigenlijk onhaalbaar, of zoals Tim Jackson zegt: een mythe. En dan geldt die 36 gram ook nog bij een relatief gunstig scenario. De wereldbevolking zou tegen 2050 zomaar nog groter kunnen zijn en ‘Europese’ inkomens hebben (scenario 2,3 en 4).
In de Tegenlicht-uitzending van vorige week over ‘Cleantech’ kwam led-lamp-pionier Frans Otten aan het woord (40:00). Otten – achterkleinzoon van Anton Philips trouwens – gaf aan waarom hij zijn technologie deelde met een Chinees staatsbedrijf. De veelgehoorde redenering is dat Chinezen er meteen mee weglopen, maar Otten zette zijn angst overboord: zijn doel is immers dat China energiezuinige lampen gaat gebruiken, en of hij daar nou wel of niet financieel beter van wordt is van ondergeschikt belang. De toekomst van technologie is zo snel en zo veel mogelijk delen. Goed van Tegenlicht om dat nog eens te benadrukken.
Maar Otten hintte nog iets over de toekomst: aangezien een led-lamp 30 jaar meegaat, is het model van ‘zoveel mogelijk lampen produceren’ ook passé. Een bedrijf als dat van Otten zou misschien eerder de dienst ‘verlichting’ moeten gaan leveren, door bijvoorbeeld led-lampen te leasen. Een verschuiving van product naar dienst, van kwantiteit naar kwaliteit, van ‘output’ naar ‘outcome’. Is dat iets wat we meer gaan zien?
We leren allemaal op school dat meer economische ontwikkeling gepaard gaat met een verschuiving van de primaire- (grondstoffen) en secundaire- (industrie) naar de tertiaire- of dienstensector, met de dienst als het ongrijpbare broertje van het goed, niet vast te pakken, niet te verplaatsen of op te bergen. Dat zou goed nieuws zijn: allemaal naar een gedematerialiseerde ‘ontkoppelde’ economie waarbij voor elke euro aan waarde steeds minder grondstoffen en uitstoot nodig is.
Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.
Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.
Het is al vaker gezegd: de elektrische auto zou wel eens een cruciale rol kunnen gaan vervullen in de energievoorziening van de toekomst. Hoe realistisch is dit idee vraagt gastredacteur Henri Bontenbal zich af (blog). Bontebal is CDA-beleidsmedewerker duurzaamheid en milieu, maar schrijft dit stuk op persoonlijke titel.
In zijn inaugurele rede aan de TU Delft (kliktv) heeft prof. Ad van Wijk dit idee onlangs opnieuw voor het voetlicht gebracht. In zijn visie is een duurzame parkeergarage de elektriciteitscentrale van de toekomst. Als auto’s in de toekomst worden voorzien van brandstofcellen, kunnen zij biogas en waterstof omzetten naar elektriciteit. Prof. Van Wijk: “Als je in de parkeergarage met brandstofcellen elektriciteit opwekt, hebben we met een garage van 500 auto’s een 40 MW elektriciteitscentrale gebouwd.” Hoe realistisch is dit idee?
Technologische innovaties en maatschappelijke trends laten zich niet precies voorspellen. Dat geldt evengoed voor de toekomstige energievoorziening en de rol van de elektrische auto daarin. Toch kunnen we een aantal ingrediënten van de toekomstige energievoorziening redelijkerwijs voorzien. In de eerste plaats zal het aandeel hernieuwbare energie fors toenemen. Parallel daaraan zal er een verschuiving plaatsvinden van een lineaire energielevering (van elektriciteitscentrale naar gebruiker) naar een mix van centrale en decentrale energieproductie. Ten derde is daarvoor een slim energienetwerk met mogelijkheden voor een efficiënte elektriciteitsopslag een vereiste.
Achter de duurzaamheidspolitiek gaat dikwijls een door het bedrijfsleven betaalde lobby schuil. Lobbyen is legitiem als de belangen die daar achter schuil gaan transparant worden gemaakt. Dat is in de discussie over het klimaat steeds minder vaak het geval. Belangrijke pressiegroepen proberen met behulp van selectieve informatie en door deze eindeloos te herhalen, de publieke opinie te beïnvloeden. En met succes. De scepsis over klimaatverandering nestelt zich diep in ons, terwijl die op ondeugdelijke argumenten berust.
Actualiteit 1: ‘Canada ruziet met eu over olie uit teerzand’, meldt Trouw op 23 februari. Dat is lobby 1.0: lobby’s van bedrijven verdedigen belangen. Actualiteit 2 komt uit The Guardian: Nederlandse regering verzet zich tegen EU-plan teerzandolie. Gevalletje lobby 2.0: overheden en bedrijven spannen samen. Actualiteit 3, waarover in tal van media is bericht, geeft zicht op lobby 3.0: industriebelangen financieren de Amerikaanse politieke ‘denktank’ Heartland Institute om de klimaatwetenschap te ondermijnen. Lobbyen voor of tegen duurzaamheid, in Nederland, en door Nederland, hoe werkt dat eigenlijk?
Actualiteiten 1 en 2 gaan over een plan van de eu om motorbrandstoffen uit teerzandolie als extra vervuilend aan te merken. Een soort malus-regeling in de eu-motorbrandstoffenrichtlijn voor brandstoffen op teerzandbasis. Onder meer bp, Shell en Total hebben belangen in de Canadese teerzanden. Zij zien niet graag dat de afzet van producten uit teerzanden wordt bemoeilijkt door artikel 7A van de eu-richtlijn, die de brandstoffen onderscheidt naar CO2-voetafdruk van de grondstoffen. Dat deze bedrijven lobbyen tegen het eu-voornemen is niet verwonderlijk. Maar opmerkelijk is wel dat de Nederlandse regering keert zich ook tegen het eu-plan keert.
Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.
In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.
Vanaf heden plaatsen we bijdragen van What if We Change, die videoblogposts maakt over de relatie tussen de mens en de natuur. Vandaag een eerste bijdrage van Megan.
Bijten in de hand die je voedt, we doen het allemaal als je bedenkt dat de Aarde die hand is. Met de auto naar je werk, de kiloknaller op je bord, even lekker weg met een vliegreisje.
In de Garo Hills in India kennen ze het dilemma ook. Branden ze bos plat om te leven van het verse stuk landbouwgrond tot het is uitgeput, of slagen ze erin een redelijk inkomen te verdienen terwijl ze hun leefomgeving in tact houden? What if we change-reporter Megan brengt in beeld hoe een aantal Indiërs bezig zijn dit dilemma te overwinnen. En als die Indiërs met hun beperkte middelen dit kunnen, dan kunnen wij het toch ook?
Ga naar whatifwechange.org voor meer verhalen en sluit je aan bij deze interactieve documentaire.
Eind vorig week vond in Berlijn weer een conferentie van het Institute of New Economic Thinking (INET) plaats. INET is opgericht door superbelegger en filantroop George Soros en probeert het huidige paradigma binnen de economische wetenschap – met de rationale mens, een elegant maar overversimpeld wereldbeeld en economische groei als pijlers – omver te werpen. Inzichten uit b.v. de (neuro)psychologie of ecologie, en de nieuwe 21e eeuwse uitdagingen (duurzaamheid, financiële instabiliteit, ongelijkheid) zouden de in zichzelf gekeerde econoom weer wakker moeten schudden. Niet voor niets kregen deelnemers aan de conferentie een button opgespeld met Where is the post-autistic economy?
De conferentie was voor ons jonge, kritische studenten/onderzoekers een mogelijkheid om direct in discussie te treden met halfgoden als Joseph Stiglitz, Amartya Sen, James Heckman, maar ook met invloedrijke personen als Joschka Fischer en Soros zelf. De presentaties van de overige sprekers (videos) waren vaak ook zeer de moeite waard. Niet alles was nieuw, niet alles was baanbrekend, maar er zat genoeg tussen om je serieus aan het denken te zetten. Een kleine greep:
De milieueconoom Peter Victor begon zijn verhaal met het plaatje waar elke econoom elke discussie mee zou moeten beginnen: dat van de economie ingebed in het ecosysteem dat niet alleen de grondstoffen moet kunnen blijven leveren maar ook de afvalstoffen moet kunnen blijven opvangen. De druk op het ecosysteem vervijfvoudigde in de afgelopen 50 jaar. Om in 2050 de dan 9 miljard mensen tellende wereldbevolking een redelijk welvarend leven te bieden zonder de aarde definitief uit te putten, zou er een revolutionaire ontkoppeling (van economie en milieudruk) moeten plaatsvinden: we zouden meer dan 100 keer efficiënter moeten gaan produceren. Maar economische krimp levert weer werkloosheid etc. op. Victor probeert uit dit dilemma te ontsnappen door middel van o.a. kortere werkweken en bevolkingsbeperking. Deze zomer is zijn doorrekening voor wat dat voor Canada en het VK zou betekenen klaar.
Dat kan! Sargasso is een collectief van bloggers en we verwelkomen graag nieuw blogtalent. We plaatsen ook regelmatig gastbijdragen. Lees hier meer over bloggen voor Sargasso of over het inzenden van een gastbijdrage.
De huidige stedenbouw reflecteert onze afhankelijkheid van olie. Nu die opraakt of onbetaalbaar wordt, heeft dat grote gevolgen voor ons wonen en werken. Bouw daarom piramidesteden, zegt architect Aad Breed in dit pleidooi.
Het bouwen van aparte woonsteden en -wijken ver van de werkplek heeft er na de oorlog voor gezorgd dat een leven zonder de auto vrijwel onmogelijk is geworden. Hierdoor zijn er talloze milieuproblemen ontstaan, zoals files, vervuiling, stank, verkeersongevallen en -lawaai, een steeds groter beslag op natuur en landbouwgrond, de verrommeling van het platteland, maar ook de klimaatverandering en een mogelijke zeespiegelstijging. Als de olieprijzen door de schaarste straks onbetaalbaar worden, kunnen veel mensen niet makkelijk meer naar hun werk, de landbouwproductie neemt af en wordt het een stuk moeilijker om met vliegtuigen landbouwproducten uit verre landen naar Nederland te krijgen. Alle woon-werkverkeer en vrachtvervoer wordt problematisch.
Het einde van de stad
Na de oorlog is er geen echte stad meer gebouwd. Datgene waardoor een stad juist een stad is, verdween. In de nieuwe steden kwam er een gedeelte waar je uitsluitend kon wonen, een gedeelte waar je uitsluitend kon winkelen, een gedeelte waar je uitsluitend kon werken en een gedeelte waar je uitsluitend kon ontspannen. Het zijn de grootschalige slaapsteden en nieuwbouwwijken van na de oorlog met aparte winkelcentra en daarbuiten een bedrijven- of kantorenterrein, die we nu saai, onherbergzaam, onveilig en ongezellig noemen, en die eigenlijk het etiket “stad” niet meer waard zijn.