Hoe wij van de Garo Hills-bewoners kunnen leren

Vanaf heden plaatsen we bijdragen van What if We Change, die videoblogposts maakt over de relatie tussen de mens en de natuur. Vandaag een eerste bijdrage van Megan.

Bijten in de hand die je voedt, we doen het allemaal als je bedenkt dat de Aarde die hand is. Met de auto naar je werk, de kiloknaller op je bord, even lekker weg met een vliegreisje.

In de Garo Hills in India kennen ze het dilemma ook. Branden ze bos plat om te leven van het verse stuk landbouwgrond tot het is uitgeput, of slagen ze erin een redelijk inkomen te verdienen terwijl ze hun leefomgeving in tact houden? What if we change-reporter Megan brengt in beeld hoe een aantal Indiërs bezig zijn dit dilemma te overwinnen. En als die Indiërs met hun beperkte middelen dit kunnen, dan kunnen wij het toch ook?


Ga naar whatifwechange.org voor meer verhalen en sluit je aan bij deze interactieve documentaire.

  1. 1

    Kiloknallers krijg je als je dierlijk voedsel efficiënt weet te produceren, dus met weinig ruimtebeslag, relatief weinig voedsel voor de dieren die je wilt slachten enzovoorts. Vanuit energetisch oogpunt is goedkoop vlees dus juist heel goed, vooral als je van dat vlees vervolgens zo weinig mogelijk eet.

  2. 3

    intensieve veehouderij is danwel efficiënt, het vergt nog steeds toevoer van veevoeder en dat komt nu hoofdzakelijk uit Brazilië, waar bossen worden gekapt om plaats te maken voor sojavelden. Het ruimtebeslag van intensieve veehouder ligt dus elders.

  3. 4

    Laat me een concreet voorbeeld noemen. Koeien kun je op stal zetten of buiten laten lopen. Veel mensen zouden zeggen dat koeien die buiten lopen, beter zijn. Alleen vreten die buiten lopende koeien veel meer dan koeien die op stal staan; bij de laatste is de hoeveelheid voedsel heel precies te doseren en dat scheelt. Het gras voor die beesten moet dan machinaal worden gemaaid, maar per saldo kost een biefstuk of een liter melk van een koe op stal minder dan van een buiten lopende.

  4. 5

    Ja, en je kunt het methaan opvangen, dus broeikastechnisch gezien is het ook beter.

    Maar het voer komt dus niet alleen van de weide, maar ook in sojavorm uit Brazilië e.d. (zoals Carlos al zei). Daardoor haal je twee ecosystemen uit evenwicht: die daar door de enorme netto export aan voedingsstoffen, en die hier door de netto import (mestoverschot).

    Daarnaast heb je dus ook nog het voortdurende gebruik van antibiotica. Dit levert een reëel gevaar voor de volksgezondheid op. De oorzaak ligt in de veehouderij, de veehouderij plukt de monetaire vruchten, maar de kosten van resistente bacteriën liggen bij de maatschappij.

    Financiële efficiëntie is nog geen goede maat voor werkelijke efficiëntie. Dat wordt het pas als je alle factoren een goed economisch gewicht meegeeft, zoals we in zeer kleine mate doen met bijvoorbeeld de CO2-emissiehandel. Dus dat je minder hoeft te betalen om een kilo knallervlees in huis te halen betekent helemaal niet dat het ook goedkoper is.

  5. 6

    In feite zijn er maar twee manieren om aan de komende voedselcrisis het hoofd te bieden. Eén van die manieren is intensivering. Het is eenvoudig onmogelijk met middeleeuwse methoden voldoende voedsel te produceren. De andere manier is het verminderen van de consumptie, vooral van soorten voeding die energie-inefficiënt zijn zoals vlees. Je kunt soja beter aan mensen te eten geven dan aan varkens die geen ander doel hebben dan weer door mensen te worden opgegeten.

  6. 7

    Er is an sich niets mis met intensivering, zolang die maar duurzaam is. Het woord zegt het al. Een groot deel van de huidige methoden is niet vol te houden, en moeten. gewoon. om. Duurzaam is trouwens geen vol synoniem voor biologisch (krakkemikkige term, maar ja, we zitten er aan vast).

    De grootste slag in landbouw- en veeteeltontwikkeling speelt zich buiten Europa af, en daar heeft ecologische landbouw zeer goede papieren (zie bijvoorbeeld http://www.sciencedaily.com/releases/2006/01/060123163315.htm).

    (Overigens ben ik veganist en enthousiast sojavreter. Maar gezien de reacties in mijn omgeving zie ik het nog geen gemeengoed worden.)