In het ‘open’ kantoor kan niemand zich verstoppen
Carla werkte op een middelgroot kantoor. Ze vond haar werk leuk, maar aan één ding kon ze moeilijk wennen: ze voelde zich voortdurend bekeken. Vreemd was dat niet, want haar werkplek bevond zich in één grote ruimte waarin tientallen collega’s zaten. Als ze geconcentreerd wilde werken, verkaste ze soms naar een van de stilteruimtes. Maar ook daar was ze niet veilig voor de nieuwsgierige blikken van voorbijgangers. Alle wanden waren gemaakt van glas.
Op een dag zei het afdelingshoofd tegen Carla: “We moeten praten.” Samen liepen ze zijn kantoor binnen. Net als de stilteruimtes had het iets weg van een reusachtig aquarium. Iedereen die langsliep kon zien wat zich binnen deze glazen kubus afspeelde. Het afdelingshoofd gebaarde haar te gaan zitten. Hij zuchtte nog eens diep en zei toen: “Het spijt me, maar je contract loopt af. Je bent ontslagen.” Carla barstte in tranen uit. En de hele afdeling keek mee.
Parasol naast je bureau
Carla’s verhaal is niet uniek. Als schrijver van een boek en een handvol artikelen over het ‘open’ kantoor heb ik zo’n beetje alle klachten over dit type werkplek voorbij zien komen. Meestal gaan ze over luidruchtige collega’s, ongewenste geuren en te warm of te koud afgestelde verwarmingen. Maar ook de klacht “ik voel me bekeken” scoort hoog, vooral onder vrouwen en medewerkers met taken die wat minder routineus zijn en veel denkwerk en creativiteit vereisen.