Explosie in Beiroet
Ik heb hier op Sargasso al eens eerder verteld dat ik Libanon een fijn land vind en Beiroet een heerlijke stad. Het was letterlijk liefde op het eerste gezicht: we waren net geland; het was avond; mijn zakenpartner, zijn echtgenote en ik zaten in een taxi; ik zat voorin; we draaiden de kustweg op en ineens rolde de stad – een verzameling wolkenkrabbers in het donker – zich voor me uit. “Wauw”, zei ik. En ik was verkocht.
Problemen
Libanon is een land met enorme problemen. Een slechte relatie met Syrië, dat de onafhankelijkheid van Libanon lange tijd niet heeft willen erkennen; een intens slechte relatie met Israël, dat een muur langs de wederzijdse grens heeft gebouwd; 100.000 Armeense en 175.000 Palestijnse vluchtelingen; de Syrische bezetting; de Israëlische bezetting; de wonden van de Burgeroorlogen; een speelbal voor vreemde mogendheden; de staat-in-de-staat van Hezbollah; gierende corruptie; de nasleep van de moord op oud-premier Hariri; vervuiling; de slechte positie van vrouwen; problemen rond de kieswet. En sinds een tijdje ook nog eens anderhalf miljoen Syrische vluchtelingen op een bevolking van ongeveer vier-en-half miljoen Libanezen.
Laat dat laatste even op u inwerken. De Syriërs bezetten Libanon van 1976 tot 2005; zes jaar later keerden de Syriërs terug, nu als vluchtelingen. De Libanezen hebben ze opgevangen. Niet van harte, vaak harteloos, maar ze deden het. Ik ben er vrij zeker van dat de tien miljoen Nederlanders in 1951 géén drie miljoen Duitsers zouden hebben opgevangen. Ik heb de Libanezen altijd bewonderd om wat ze voor vluchtelingen doen.