Hans Overduin

115 Artikelen
18 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Hans Overduin doceerde geschiedenis in het middelbaar onderwijs en bij de Koninklijke Landmacht. Hij raakte geïnteresseerd in volkscultuur door zijn specialisatie in de Middeleeuwen en de middeleeuwse literatuur.
Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Het midzomermotief in de volkscultuur

ACHTERGROND - Afgelopen 21 juni begon op een regenachtige dag de zomer. Preciezer uitgedrukt: het was de dag van de zomerzonnewende of midzomer (solstitium aestivum, zomersolstitium) op het noordelijk halfrond, waarbij binnen 24 uur het meeste zonlicht van het jaar schijnt: de ‘langste dag’. Deze jaarlijkse zonnewende is de gebeurtenis waarbij de zon, gezien vanaf de aarde, haar noordelijkste of zuidelijkste positie bereikt, afhankelijk van het halfrond. De zon staat dan recht boven een van beide keerkringen: de Kreeftskeerkring in het noorden of de Steenbokskeerkring in het zuiden.

Naarmate de zon schijnbaar in de richting van de Kreeftskeerkring beweegt (uiteraard is het de aarde die beweegt), worden de dagen op het noordelijk halfrond langer en op het zuidelijk halfrond juist korter. Wanneer de zon schijnbaar naar de Steenbokskeerkring beweegt, is dit andersom. Deze schijnbare beweging keert letterlijk om op het moment van de zonnewende.

Dat 21 juni de ‘langste dag’ is, was in de geschiedenis der mensheid al snel bekend. Het was een kwestie van observatie: elke dag komt de zon op een ander punt aan de horizon op en gaat zij op een ander punt onder. Ook de maximale hoogte die de zon bereikt aan de hemel is op elke dag anders. Als het zomer gaat worden, gaat de zon steeds noordelijker op- en onder en komt zij ook rond het middaguur steeds hoger aan de hemel staan. Na de zomerwende gaat ze weer terug. Al in de prehistorie konden mensen de dag van de zonnewende bepalen door het gebruik van voorwerpen en objecten zoals stenen, stokken of bouwwerken, die bijvoorbeeld door hun schaduw elk jaar opnieuw het tijdstip van de zonnewende aangaven.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Religie in Romeins Britannia

ACHTERGROND - De Nederlandse limes, de noordelijke grens van het Romeinse Rijk in het gebied dat nu Nederland heet, is ondertussen een bekend fenomeen geworden, maar de Britten konden er ook zo niet meer van. Bij gebrek aan een Rijn bouwden de Romeinen een muur die als Hadrian’s Wall al tijden legendarisch is en een stuk noordelijke limes vormt die dwars door het uiterste noorden van Engeland loopt, niet ver van de huidige Schotse grens. Deze muur werd in 122 n.Chr. gebouwd en beschermde het Romeinse gebied tegen invallen van de meer noordelijk wonende ‘barbaren’ zoals de Picten. Na Hadrianus slaagde Antoninus Pius er nog in om de noordelijke stammen, die onrustig bleven, te onderwerpen. Hij richtte een nieuwe linie op die echter al snel verlaten werd zodat de Muur van Hadrianus uiteindelijk de noordelijke limes werd. Het is allemaal in zekere zin vergelijkbaar met Nederland, waar de Romeinen tot in het Waddengebied doordrongen, maar zich uiteindelijk beneden de grote rivieren terugtrokken.

Het bezette gebied werd de Romeinse provincie Britannia die in stand bleef tot de vijfde eeuw. Net als in Nederland zijn de Romeinen in het huidige Verenigd Koninkrijk nooit definitief verslagen, maar zijn ze eenvoudigweg vertrokken omdat de troepen elders nodig waren. Ze lieten hierbij van alles achter, complete forten (langs de Muur van Hadrianus alleen al zestien), villa’s en tempeltjes inclusief de nodige artefacten. Veel van het bouwmateriaal werd later door de Britten hergebruikt; er zijn complete kerkjes van gebouwd.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Het dubbel-geloof van Alaska

ACHTERGROND - Tegenwoordig associëren we Alaska staatkundig in de eerste plaats met de Verenigde Staten van Amerika waarvan het sinds 1959 de grootste staat is, even groot als Spanje, Frankrijk, Duitsland en de Benelux samen. Dat Alaska Amerikaans gebied is, is pas sinds 30 maart 1867 toen de VS ‘Аляска’ – het woord is afgeleid van het Aleoetische ‘alaxsxaq’, dat ‘vasteland’ betekent – voor 7,2 miljoen Amerikaanse dollar van het tsaristische Rusland werd gekocht. Op 11 mei 1912 werd Alaska officieel een ‘incorporated territory’ en op 3 januari 1959 de 49ste staat van de VS. Alaska was dus vroeger Russisch gebied in het verlengde van de Siberische cultuur. Wat is hier nog van over en wat betekent dat voor de huidige en vroegere pagane en christelijke religies?

Het begin van de bewoning van Alaska

Het Aziatische deel van Rusland en Alaska worden gescheiden door de Beringstraat (Russisch: Берингов пролив; Beringov proliv), maar dat is niet altijd zo geweest. De zeestraat ontstond ‘pas’ in het Plioceen,  altijd nog zo’n vijf tot twee en een half miljoen jaar geleden. Tijdens de meest recente ijstijd, het Weichseliaan, 116.000 tot 11.500 jaar geleden, daalde het zeeniveau in de Beringstraat en kwam zij in sommige perioden weer droog te staan (verklaring, zie hier) en trokken vroege bewoners vanuit Siberië naar Amerika. Terzijde: in tegenstelling tot wat aanvankelijk gedacht werd stootten deze immigranten waarschijnlijk niet door naar de rest van Noord- en Zuid-Amerika aangezien de doorgang tussen Alaska en de rest van Noord-Amerika geblokkeerd werd door landijs. Tegenwoordig is men van mening dat de oudste bewoners van Amerika het continent deels over water hebben bereikt. Toen het landijs tijdens het daarop volgende interglaciaal smolt (preciezer: een tijdelijke recessie waardoor er een ijsvrije corridor richting het huidige Canada ontstond) was er wel sprake van een doorstroming van Siberiërs naar de rest van Amerika. Het is daarom wellicht geen toeval dat de culturen van de Siberiërs en van de Indianen en zelfs van de Groenlandse Inuit (Eskimo’s) de nodige overeenkomsten vertonen, met name voor wat betreft hun religie, het sjamanisme. Sjamanisme is gebaseerd op de veronderstelling dat de zichtbare wereld met onzichtbare krachten of geesten is doordrongen die het leven van de levenden beïnvloeden. In tegenstelling tot animisme en animatisme, dat gewoonlijk door een groot aantal leden van een gemeenschap wordt beoefend, is voor sjamanisme gespecialiseerde kennis en capaciteit vereist.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

“Geen Leeraer op den Stoel is voor gevaer beveiligd” (1755)

ACHTERGROND - Dat het beroep van journalist niet tot de veiligste behoort is al geruimte tijd bekend, maar recentelijk werden we in ons brave landje weer eens met de neus op de feiten gedrukt: journalisten aangevallen bij de Mieraskerk in Krimpen aan den IJssel en recentelijk een journalistiek fotograaf die gewoon een foto van een brand wilde maken en met een shovel compleet met auto en vriendin in een sloot werd gekieperd. Om nog maar te zwijgen van hulpverleners die inmiddels al gedurende diverse jaren bedreigd worden. Zijn er dan helemaal geen veilige beroepen meer ? Nou, misschien dat van dominee. Braver kan je je toch niet voorstellen. Maar dat is niet altijd zo geweest. Hierbij drie voorbeelden waarbij predikanten hun leven niet zeker waren, in omgekeerde chronologische volgorde verhalen uit 1755, 1668 en 1573.

1755: Moordaanslag in de Waalse Kerk

In de ochtend van zondag 12 oktober 1755 ging ‘pasteur’ Jean Henri François voor in de Franstalige protestantse Waalse Kerk in Amsterdam. Tijdens een gebed waarbij het kerkvolk ongetwijfeld de ogen gesloten had, klonk een schot. Direct viel de dominee van de kansel en kwam hevig bloedend op de grond terecht. Kennelijk was iemand tijdens het gebed met een pistool de kerk binnengeslopen en had de trekker overgehaald. De kogel had de voorganger aan zijn hoofd geraakt en was vervolgens afgeketst op een pilaar schuin achter de preekstoel. Uiteraard ontstond er meteen grote consternatie. Te oordelen naar de plas bloed meende men aanvankelijk dat de predikant dood was, maar dat bleek mee te vallen. De plas bloed was een gevolg van de val van de kansel en verder betrof het slechts een schampschot. François werd naar de kosterswoning overgebracht waar besloten werd tot een aderlating, omdat de dominee wel eens een infectie of bloedvergiftiging opgelopen had kunnen hebben. In de hysterie van het moment besloten ook andere gemeenteleden zich te laten aderlaten.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Bedevaartplaats Keinse

ACHTERGROND - Waarschijnlijk realiseren de meeste lezers het zich niet, maar Nederland telt een respectabel aantal actieve bedevaartplaatsen, zowel onder als boven de grote rivieren. Het Meertens Instituut komt tot 662, waarbij ook zaken als jaarlijks terugkerende processie, zoals de Stille Omgang in Amsterdam, zijn meegeteld. De bekendste Nederlandse bedevaartplaats is waarschijnlijk Maastricht met zijn vele relieken en Heiligdomsvaart . Maar er zijn ook tal van bescheiden bedevaartsplaatsen die bij het grote publiek volslagen onbekend zijn. Middels deze blog een interessant voorbeeld.

Op bedevaart

Het houden van een bedevaart is bepaald niet beperkt tot het christendom -zie bijvoorbeeld de voor moslims min of meer verplichte bedevaart naar Mekka en de hindoeïstische/boeddhistische bedevaart naar de heilige berg Kailas . De intenties van moderne bedevaarten kunnen, althans in het christendom, verschillen van de oorspronkelijke. Traditioneel betreft een bedevaart de reis naar een plaats die verbonden is met een gebeurtenis uit de Bijbel, of waar Jezus, Maria of een andere heilige worden vereerd. Gelovigen hopen daar een goddelijke zegen te verkrijgen en, destijds, een aflaat voor hun zonden. De bedevaart kon worden opgelegd door een biechtvader als boetedoening, en de uitvoering is dan een voorwaarde voor vergeving. Tegenwoordig leggen pelgrims ook een hele of gedeeltelijke bedevaart af om de ervaring; ‘om er geweest te zijn’, om andere mensen te ontmoeten, om over God en het leven na te denken, om tot bezinning te komen, of om een poosje afstand te nemen van een hectisch dagelijks bestaan. Weer anderen pelgrimeren als getuigenis van vrede en solidariteit met slachtoffers van onderdrukking en geweld of om geld in te zamelen voor een goed doel. De insteek is dan ook niet altijd vanuit het christelijke geloof.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Ketters uit “De naam van de roos” (2)

LONGREAD - In deel 1 scheidde ik fictie van feiten, ging in op de historische personen die onder hun werkelijke naam in het boek voorkomen en tenslotte had ik het over de raamvertelling waar de rest van het verhaal en de diepere lagen van het boek in worden gehangen: het ‘congres’ tussen de Franciscanen en Dominicanen in dat mysterieuze benedictijner klooster hoog in de Italiaanse noordelijke Apennijnen. Ik ga nu verder met een korte paragraaf over de historische context, het begrip ‘ketters’, het brede kader waarin de ketterijen uit De Naam van de Roos kunnen worden geplaatst, en ten slotte de franciscaanse beweging en de ketterijen die hier uiteindelijk uit voortvloeiden.

Historische context

De historische context waarin dit fictieve ‘congres’ is geplaatst laat zich als volgt omschrijven.
Franciscus vormde met zijn orde een broederschap die niet zozeer zakelijk was, maar meer een menselijke personengemeenschap. Bij de dood van Franciscus was de broederschap nog in volle ontwikkeling, en er ontstonden twee stromingen: de Spiritualen (of spirituelen, viri spirituales), zeg maar de ‘preciezen’, en de Conventuelen, de ‘rekkelijken’ (naar convent, klooster – zij woonden meestal in kloosters en zwierven dus niet). De Spiritualen bleven trouw aan de oorspronkelijke norm van Franciscus, terwijl de conventuele richting meer in ontwikkeling was en minder letterlijk volgens de regel van Franciscus leefde. De Spiritualen kwamen uiteindelijk in conflict met de kerkelijke hiërarchie. In 1309 werd in Toscane een groep spiritualen actief rond Ubertino da Casale (zie deel 1).

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Ketters uit “De naam van de roos” (1)

ACHTERGROND - In 1980 schreef Umberto Eco zijn eerste roman, Il nome della rosa, die een sensatie werd, vooral nadat het na een paar jaar in vele talen vertaald werd. In december 1986 wijdde het destijds befaamde literaire tijdschrift Bzzlletin er een themanummer aan. In 1999 kreeg het boek een plaats in Le Mondes ‘100 boeken van de eeuw’. Daar kwam in 1986 nog een iconische rolprent overheen met Sean Connery in de hoofdrol. Terzijde: Umberto Eco was een groot James Bond-fan, wiens rol door Sean Connery meermalen werd vertolkt.

De Naam van de Roos is een bijzonder intrigerende roman met diverse lagen. Hierover ga ik het in deze blog niet hebben; voor wie daarin is geïnteresseerd is op het Internet meer dan genoeg te vinden. Dit artikel gaat over werkelijk bestaand hebbende ketterijen die in het boek voorkomen. Ik ga het – na een introductie – alleen over deze ketterijen zelf hebben en hun context in het boek en de (kerk-)geschiedenis. Om niet te ver uit te wijden laat ik de politiek-religieuze context (met name de Investituurstrijd) buiten beschouwing.

De locaties

De Naam van de Roos is een historische roman – Eco heeft zijn werk in zijn ‘Naschrift’ (1984) ook als zodanig gekwalificeerd – en de film doet daar als palimpsest nog een schepje bovenop. Maar zoals elke historische roman heeft ook De Naam van de Roos links met historische feiten. Zo is het een uitdaging op zich uit te vissen welke locaties Eco geïnspireerd hebben. Als voorbeeld voor het Benedictijnse klooster uit de roman heeft waarschijnlijk de Sacra di San Michelle gediend. En het Castel del Monte in Apulië stond model voor het scriptorium en de bibliotheek, terwijl Eco waarschijnlijk ook geïnspireerd is geweest door de kloosterbibliotheken op Athos, de Heilige Berg, in Griekenland, dat hij in 1977 en 1988 bezocht heeft. Tenslotte, het portaal van de abdijkerk Saint Pierre in Moissac heeft waarschijnlijk model gestaan voor het visioen van de Adson, de assistent van de hoofdpersoon.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Van den vos Reynaerde (2)

ACHTERGROND - In het eerste deel gaf ik een inleiding op de voorlopers van Van den vos Reynaerde, op de traditie waaruit het gedicht is voortgekomen en op het verschil tussen dierenfabel en dierenepos. Een dierenepos is niet, zoals de fabel, moralistisch, maar satirisch van aard.

In dit deel ga ik in op de opvattingen van René Broens. De schrijver dekt zich van tevoren in door te stellen dat er tot op heden geen eensluidende interpretatie bestaat van Van den vos Reynaerde en haalt daarbij Prof. Em. Joris Reynaert (geen familie) aan. Voorts stelt Broens dat zijn Reynaert-interpretatie sterk afwijkt van, zoals hij dat noemt, de ‘beeldbepalende Reynaertonderzoekers’. Hij noemt als zodanig Bart Besamusca, André Bouwman, Rick Van Daele, Jozef Janssens, Joris Reynaert, Paul Wackers en last but not least de in het eerste deel al genoemde Frits van Oostrom.

Drie van deze hoogleraren (Broens’ promotor Wackers, Besamusca en Van Oostrom) waren medeverantwoordelijk voor het feit dat Broens’ dissertatie (zie deel 1) uiteindelijk werd afgekeurd omdat zij zich niet konden vinden in zijn afwijkende interpretatie van de Reynaert. Koudwatervrees van de hooggeleerden of ging Broens de wetenschappelijke discipline te buiten?

Het deed mij denken aan de dissertatie van Maria de Groot, theologe en neerlandica, wiens dissertatie over het evangelie naar Johannes (Messiaanse ikonen, 1988) door de theologische faculteit werd afgekeurd en vervolgens door de faculteit Nederlands werd goedgekeurd. Misschien heeft Broens de verkeerde invalshoek gekozen. Aan de hand van het onderstaande kan de lezer dat enigszins zelf beoordelen.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Van den vos Reynaerde (1)

ACHTERGROND - Van den vos Reynaerde, geschreven tussen 1257 en 1271, is niet alleen veruit de bekendste Middelnederlandse tekst, het verhaal heeft ook internationaal zijn weg door de tijd gevonden tot en met serieuze stripverhalen aan toe. De ‘Knuvelder‘ wijdt er dertien pagina’s aan; in het eerste deel (‘Stemmen op schrift’) van Kuvelders opvolger, Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur, besteedt de onvolprezen Frits van Oostrom liefst 38 pagina’s aan het epos, hoewel Van Oostrom Reynaert nogal ongenuanceerd wegzet als een louter boosaardige vos. Onze zuiderburen hebben een compleet Reynaertgenootschap in het leven geroepen waarvan het jaarboek Tiecelijn als PDF gratis te downloaden is.

Ik ga het hier niet hebben over algemene feitjes rondom dit epos – wie meer wil weten over Reinaard de vos en koning Nobel leest de handboeken of de vele artikelen op het internet maar – maar wel over het genre, de traditie en de boodschap. Dit alles naar aanleiding van de in september 2020 verschenen nieuwe vertaling in modern Nederlands, en met name het nawoord hierbij, van de Reynaertkenner René Broens, die tot opmerkelijke conclusies komt.

Monddood

Broens (1953) studeerde Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven en stond vervolgens meer dan dertig jaar voor de klas. Hij was educatief medewerker bij Bronks, Jeugdtheater Brussel en Villa Kakelbont, Centrum voor Jeugdliteratuur. Hij trachtte in 2015 te promoveren op een dissertatie getiteld Van den vos Reynaerde als sociale parodie op het Johannesevangelie, maar zijn proefschrift werd door de commissie niet unaniem goedgekeurd waardoor het feest niet doorging.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Funeraire cultuur en erfgoed

ACHTERGROND - Het boek Historische moordkruisen in Nederland van funerair specialist en onderzoeker René ten Dam zette mij op het spoor van funeraire cultuur en funerair erfgoed, voor het gemak samen te vatten in de term funeralia, uiteraard eenzelfde soort woord als devotionalia.

Het adjectief funerair komt van het Latijnse funebris: zaken en plechtigheden die tot de begrafenis behoren. Als tweede betekenis geven de woordenboeken minder positieve connotaties: “dodelijk, verderfelijk” en zelfs “betreffende mensenoffer”. Funeralia staat ook in verband met het substantief funus (funeris), waarbij de lexica het erover eens zijn dat het slaat op de dood, sterfgevallen, begrafenisplechtigheden, lijkstoeten en lijken, ja zelfs op moorden, schimmen, ondergang en verderf.

Maar wees gerust, in het Nederlands wordt ‘funerair’ uitsluitend in verband gebracht met alles wat te maken heeft met uitingen rondom de dood in de vorm van begraven, rouw, begrafenissen/crematies. begraafplaatsen, grafmonumenten, zerken en dergelijke. Het Latijnse woord is via het Franse funéraire (begrafenis) in het onze taal terecht gekomen. In onze taal komt ‘funerair’ ook voor in samenstellingen als ‘funeraire kleur’ (dieprood), een ‘funeraire basiliek’ (een basiliek waarin beroemde martelaren begraven liggen) en ‘funerarium’ oftewel een rouw- of uitvaartcentrum.

Grafcultuur

Hebben we hier, speciaal tijdens deze coronapandemie inclusief avondklok, nu te maken met een deprimeren onderwerp ? Dat valt wel mee. Levensgenieter Ramses Shaffy zong het al in zijn liedje Laat me (1978) op tekst van Herman Pieter de Boer: “Ik zal ooit wel een keertje sterven, daar kom ik echt niet onderuit”.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | De ‘arbres à loques’ van Frankrijk

ACHTERGROND - Ik heb de afgelopen tijd op diverse media geblogd over lapjes- en spijkerbomen: bomen waarin kledingstukken van zieken werden en worden gehangen in de veronderstelling dat de boom de ziekte overneemt, absorbeert. Om diezelfde reden worden in bepaalde bomen spijkers gedreven. De plekken zijn soms verbonden met een christelijke heilige, maar het gebruik zelf heeft waarschijnlijk wortels in heidense tijden.

Nederland en België zijn al de revue gepasseerd, en nu tot slot, Frankrijk, waar men deze bomen arbres à loques noemt, lompenbomen. Ook in de insulaire gebieden komt het gebruik nog veelvuldig voor, maar om daar nog een vierde deel aan te wijden gaat mij te ver. Niettemin blijft het een fascinerende traditie omdat het, zeker in deze coronatijd, nog springlevend is.

Sénarpont

De bekendste lompenboom staat wellicht in een bos nabij Sénarpont in het noordwesten van Frankrijk, waarbij overigens sprake is van verschillende bomen rondom een bijzonder simpel kapelletje uit 2002, gewijd aan Saint Claude (of Gleude) en Maria. Volgens de overlevering is Saint Claude al sinds de vijftiende eeuw een beschermheilige gezien door de dorpsbewoners. Bidden vormt dan ook een vast onderdeel van het kledingritueel bij de bomen. Het kapelletje is gebouwd door de grootouders van een klein meisje, dat niet kon praten en niet kon lopen, aldus Louisette Pitau, wier familie eigenaar is van het stuk bos waarin de lompenbomen staan, in een interview in het AD van 30 december 2020.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Het feest van Sint-Stefanus

ACHTERGROND - Tweede Kerstdag is liturgisch gezien de feestdag van Stefanus. Zijn jaartallen zijn niet bekend, maar het jaar 5 wordt over het algemeen ingeschat als zijn geboortejaar terwijl zijn dood ergens tussen 33 en 36 moet hebben plaatsgevonden. Hij komt voor in het bijbelboek Handelingen der Apostelen, in feite het tweede deel van het evangelie volgens Lucas, in de hoofdstukken 6, 7 , 8 en 11.

Zijn Griekse naam betekent ‘kroon’ of ‘krans’ betekent, dus wie hier de zoveelste coronaheilige in wil zien heeft het gelijk aan zijn kant, hoewel Stefanus traditioneel gezien wordt als beschermheilige voor alle beroepen die met ‘stenen’ te maken hebben – hij kwam namelijk door middel van steniging aan het eind van zijn leven -, maar ook van kuipers en bierbrouwers, stalknechten (zie de legende hieronder), kleermakers, koetsiers, scholieren en timmerlieden. Gezien de functie van Stefanus, diaken, zou men verwachten dat hij ook de patroon van de armen zou zijn, maar helaas. Al weten, zoals we nog zullen zien, de Engelsen daar wel raad mee.

Protomartyr

Stefanus geldt als de eerste christelijke martelaar (protomartyr). Volgens het genoemde bijbelboek was hij één van de eersten die werd aangesteld als diaken en wel met de opdracht om de Griekssprekende weduwen te verzorgen en de aalmoezen eerlijk onder hen te verdelen. Er waren in die tijd klachten dat de Joodse weduwen werden voorgetrokken. Stefanus was een hellenistische Jood.

Volgende