Recensie Zomergasten | Nazmiye Oral

COLUMN - Op Nederland 3 was gisteravond de eerste uitzending van Zomerpromenade. Dus niet de echte Promenade, maar Zomerpromenade. Met Diederik Ebbinge. Niet dat ik het heb gezien, want ik keek naar Zomergasten met Nazmiye Oral. Net zoiets als Zomerpromenade, maar dan een stuk langer.

Deze derde uitzending van Zomergasten stond in het teken van worden wie je bent. We zagen een scene uit de film Revolver van Guy Ritchie. Waarin de claustrofobische hoofdpersoon vast komt te zitten in een lift en de stemmen in zijn hoofd de vrije loop laat. ‘Je wordt geboren met een fabrieksinstelling’, doceerde Oral. Daarnaast heb je alle ‘voorouderlijke shizzle’ die je meekrijgt. En dan is er invloed van buitenaf die jouw fabrieksinstelling vervormen. Die vervorming, dat is het ego. Het ontmantelen daarvan, is worden wie je bent.

De vraag was natuurlijk: zijn Janine Abbring en Nazmiye Oral in staat om Nazmiye Oral in de drie duur die dit programma duurt te ontmantelen en te laten worden wie ze is?

Worden wie je bent doet vaak pijn, zegt Oral. Mutatie doet pijn. Verandering doet pijn. In een fragment uit Messiah zagen we een Jezus-look-a-like die op de Tempelberg de mensen uitnodigde om zich te laten wegen. Een jongetje stapt naar voren, wordt even later neergeschoten door soldaten, waarna de Messias de kogel uit zijn borst haalt. Het mooie hiervan was, volgens Oral: ‘Er is leven na het oordeel, er is leven na verbanning, er is leven na afgeschreven zijn. Er is leven.’

Zelf heeft ze, zo bleek later, dit aan den lijve ondervonden. Ze vertelt het verhaal na een fragment uit The Entity te tonen. Waarin een moeder bezeten raakt. Toen ze dit zag, wist ze dat ze iets soortgelijks had meegemaakt. Namelijk toen ze uitgehuwelijkt zou worden en zij aanvankelijk meeging in de wens van haar ouders. Totdat ze op een avond op bed lag en zij voelde hoe ze uit haar eigen lichaam probeerde te ontsnappen. Ze was toen bang bezeten te zijn, totdat ze The Entity zag en zich realiseerde: ik wás ook bezeten. Niet van een geest, maar van de cultuur van mijn ouders, van het keurslijf. Dat ze buiten haar lichaam trad, was juist een poging om vrij te komen.

Als ze vervolgens vertelt hoe vaak ze, met name in de Turkse gemeenschap, ziet hoezeer jongeren, om wat voor reden dan ook, worstelen met het keurslijf, met het verschil tussen hun fabrieksinstelling en de verwachtingen van hun omgeving, schiet ze vol. Het is moeilijk ontsnappen aan de wij-cultuur. Maar, houdt ze ons voor, er is leven voorbij de oorlog.

Dat rouw noodzakelijk is om verder te leven, zagen we aan de hand van een schitterende scène uit The Phone In The Wind. Deze documentaire gaat over een witte telefooncel, ergens aan de kust van Japan waar de Tsunami van 2011 heel veel mensenlevens heeft geëist. In de scène zien we een Japanse familie: een moeder, twee zoons en één dochter. Hun vader is overleden. In de telefooncel kun je met je overleden dierbaren spreken. De dochter zegt eerst dat ze niet weet wat ze moet zeggen. Daarna zegt ze: ‘Het spijt met dat ik altijd zei dat je stonk.’ (De tranen schoten me even in de ogen, want mijn dochter zegt ook graag dat ik stink.) Niet veel later huilen ze allemaal. Eindelijk was het gelukt om over het verlies te praten van de man van wie ze allemaal op hun manier zoveel hielden. Het is de telefooncel die dat weet te forceren. Daarom, zegt Oral, is de juiste vorm ook zo belangrijk.

Want door de juiste vorm te vinden, kun je de juiste voorwaarden scheppen om tot iets waarachtigs te komen. En om verder te kunnen.

Aan het begin van de avond had Oral even wat piketpaaltjes neergezet. Ze had net een fragment laten zien waarin we zwart-witbeelden zagen van Attatürk die op de geluidsband lof kreeg toegezongen van kinderen. Ze biechtte op dat ze had gemerkt zenuwachtig te zijn. Want ze weet: als ik het over Turkije of Erdogan of Attatürk heb, gaat iedereen op het puntje van z’n stoel zitten en kijken: wat voor soort Turk is het? ‘Maar’, zegt ze, ‘als ik kritiek heb, of iets wil onderzoeken, dan is het niet omdat ik er een hekel aan heb, maar juist omdat ik ervan houd, omdat ik het wil onderzoeken.’ Ze geeft presentatrice Janine Abbring bovendien een subtiele waarschuwing: ‘Als ik kritiek op iets heb, betekent dat niet dat ik het vogelvrij verklaar en jij het kan afmaken.’

De waarschuwing is onnodig. Janine Abbring is behoorlijk relaxt en zal geen gevaarlijk randjes opzoeken, noch Oral verleiden tot uitspraken die ze niet wenst te doen. Het is ook wel een verschil met vorige week: waar Inez Weski niks over zichzelf wilde vertellen, daar heeft Nazmiye Oral geen enkele moeite om persoonlijk te worden. Over zichzelf, maar ook over haar moeder, haar gehandicapte broertje, haar zusje met een laag IQ, de vader van haar kinderen, de poging om haar uit te huwelijken.

Dat komt, vermoed ik, ook hier door de vorm van Zomergasten. Het is zoals ze vertelt over de voorstelling die ze maakte met haar moeder. Die voorstelling heeft ze gemaakt omdat ze haar moeder écht wilde leren kennen. Ze wilde het radicale intieme gesprek met haar voeren. En dat kon alleen op het toneel: ‘Want daar ben ik veilig.’ Waarom het daar veilig is? Omdat het vorm is. En er is een arena. Met het publiek als getuige. De regels waren duidelijk: alles mag gezegd worden, maar je gaat niet weg.

Zo heeft ze Zomergasten denk ik ook opgevat: als een arena waar alles gezegd mag worden. En waar je jezelf in de spiegel kan bekijken. Zodat wij, de kijkers, naar onszelf kunnen kijken. Over haar voorstelling met haar moeder zei ze: ‘Ik ben daar de sjamaan. Ik doe het voor ons allemaal.’

Even daarvoor had ze gezegd: ‘Mijn hele leven heb ik m’n best gedaan nergens bij te horen, behalve misschien bij het Nazmiyisme, maar als daar teveel mensen bijkomen dan ga ik daar wel weer weg.’ Ik vroeg me af of ik een Nazmyist zou kunnen zijn. Ik denk eigenlijk dat het niet kan, want als ik nazmyist zou worden, dan was ik niet mezelf en dat druist in tegen het nazmyisme.

Mijn naam is Max Molovich. En dit was Zomergasten.

  1. 2

    Bij dit type gast heb ik het altijd een beetje lastig. Creatieve artistieke vrouwen die vanuit hun gevoel en emotie denken en praten. Maar juist Zomergasten is in een vorm gegoten waarbij je de gast uiteindelijk toch een beetje gaat kennen en begrijpen. Geen al te speciale uitzending, maar nog altijd de moeite.

  2. 3

    Twee momenten lieten ze net iets te snel voorbij gaan: Orals opmerking over Günter Wallraff en Abbrings vraag over kunst waarbij leed ‘geëxploiteerd’ zou worden.

    Volgens Oral mankeerde aan Günter Wallraffs undercoverjournalistiek mankeerde één ding: hij zou de arbeiders zelf geen stem hebben gegeven. Ze legde dat argument uit door o.a. te stellen dat haar vader het dat vieze fabriekswerk prima vond omdat het mannelijk was en goed verdiende.

    Een nuance die misschien in Walraffs documentaires heeft ontbroken, maar waarmee Oral wel het belang van zijn werk volledig diskwalificeert. Hem ging het er om te laten zien dat gastarbeiders in bepaalde sectoren geen ene moer zelf te vertellen hadden, laat staan te kiezen. In die tijd, op die plekken hádden ze geen stem. Wie zijn stem verhief kon gaan.

    En dan Abbrings vraag hoe Oral dacht over kunst die leed van mensen als concept voor hun kunstwerk nemen. Abbebring zei daar moeite mee te hebben.

    Oral begreep het even niet (of veinsde onbegrip? het zou goed over bijv. Orals werk met de Wijksafari kunnen gaan), want het bijbehorerende fragment (de telefooncel die verbinding met de doden zou hebben) ging niet over een kunstenaar en/of kunstwerk. De vraag plofte dus zomaar op tafel.

    Helaas veegde Oral hier niet de vloer aan met Abbring. Noem eens één kunstenaar die dat doet of één kunstwerk waarbij er sprake is van kunst over de ruggen van andermans leed?
    Kunst gaat niet alleen en altijd over leuk, gezellig en goh wat mooi.

  3. 4

    @3 Helemaal eens met de zinsnedes over Wallraff: ik ken zijn hele oeuvre en behalve dat de man zelf gezondheidsproblemen heeft gehad met deze undercoveroperaties (was dus wel meer dan ’s avonds thuis de schmink eraf wassen, zoals Oral zei), bracht hij die hele verborgen wereld in beeld. Verder heb ik uit de eerste hand hoe het ronselen van arbeidskrachten door Ned. werkgevers ging in Turkije en die was mensonwaardig, beestachtig. En het begin van veel ellende voor hen in ons land. Wallraff deed baanbrekend werk qua undercoverjournalistiek, die heel hard nodig was/is.
    Ik stel vast dat er in Nederland nog steeds wantoestanden zijn, kijk naar de combinatie seizoenarbeiders Oost-Europa, huisvesting (en nu erbij: corona). Jeroen van Bergeijck heeft uitstekende boeken geschreven over zijn undercoverjournalistiek bij Über en bol.com. Er zijn dus nog steeds grote wantoestanden als in de tijd van Wallraff. Verder zei Oral soms wel zinnige dingen, ondanks lange zinnen en uitweidingen. Voor de interviewster duidelijk meer in haar straatje dan vorige week, hetgeen geen verschil zou mogen maken.
    Antwoord op je vraag: heb ik soms bij winnende foto’s vol ellende. ….

  4. 6

    Net teruggekeken. Ideale gast voor Abbring . Met reebruine ogen naar de bekende weg vragen en de gast loopt leeg. Juist op de momenten dat de voet tussen de deur kan laat Abbring het afweten. Dat maakt het geen spannende aflevering.
    Voor de rest eens met @3 en @4 met betrekking tot Günter Wallraff.

  5. 8

    @3 Noem eens één kunstenaar die dat doet of één kunstwerk waarbij er sprake is van kunst over de ruggen van andermans leed?

    Toen in 2009 die poging tot aanslag op de koninklijke familie plaatsvond waarbij er doden en gewonden te betreuren waren, meldde zich via het regionale dagblad een kunstenares die nog wel een beeld had staan van moeder&kind, dat, vergroot, wel in de stad mocht staan, als herdenkingsmonument.
    Toen ik dat las, dacht ik wel even, nou, volgens mij gaat het bij haar hier niet om het monument, maar om haarzelf.

    Het herinneringsmonument is uiteindelijk gemaakt door glaskunstenaar Menno Jonker. Het is een doos met daarin ballonnen van glas, die symbool staan voor kwetsbaarheid, feest en rouw. Zeven ballonnen zijn wit; die staan voor de zeven dodelijke slachtoffers die T. maakte toen hij met zijn auto in volle vaart op de koninklijke bus probeerde in te rijden