Neoliberaal getinte ‘roze’ positieve gezondheidsbril verblindt

Rob Arnoldus en Mark de Koning Welzijns-en gezondheidsinstanties omarmen schijnbaar gedachteloos het concept van positieve gezondheid. Met veerkracht, eigen regie en coping komt de zieke in beeld als een gezond mens. Het concept doet geen recht aan het lijden van ernstig zieke patiënten, aan de positie van groepen die over onvoldoende gezondheidsvaardigheden beschikken, en ook niet aan het recht op gezondheid. In 2011 verschijnt een artikel van Machteld Huber en collega’s in het British Medical Journal waarin afscheid wordt genomen van het alledaagse denken over gezondheid en impliciet ook van het recht op (volledige) gezondheid – als tegenpool van ziekte. De auteurs nemen afscheid van definitie van de World Health Organization (WHO) waarin gezondheid wordt gezien als een toestand van compleet lichamelijk, psychisch en sociaal welbevinden – en niet alleen de afwezigheid van ziekte en gebrek. Volgens hen zou de WHO-definitie medicalisering in de hand werken, te veel de nadruk leggen op wat niet kan en daarmee (oudere) chronisch, zieke mensen definitief ziek kunnen verklaren. In hun nieuwe positieve omschrijving wordt gezondheid benoemd als het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren in het licht van lichamelijke en sociale uitdagingen van het leven. Op de voorgrond staat het adaptievermogen: het vermogen van een individu om zich aan te passen aan een gewijzigde situatie. Sleutelbegrippen zijn veerkracht, eigen regie en coping. Van meet af aan was er fundamentele kritiek Het denken in termen van positieve gezondheid oogst in Nederland veel bijval, maar er is van meet af aan ook fundamentele kritiek. Het is verwarrend dat er gesproken wordt van een verschuiving van gezondheid als de afwezigheid van ziekte naar positieve gezondheid. Verwarrend is dat gezondheid niet langer te onderscheiden is van de veelal moeilijk te definiëren geestelijke gezondheid. Misplaatst is de bijdrage van het concept aan demedicalisering; ‘het alles is gezondheid’ denken wijst juist in de richting van medicalisering. Niet verhelderend is de toevoeging van het bijvoeglijk naamwoord ‘positief’. Het is immers niet duidelijk wanneer de omgang met gezondheid als positief moet worden beschouwd. Met de positieve bril op kunnen we gezonde baby’s chronisch ziek verklaren. Baby’s hebben immers geen adaptievermogen. Volwassenen daarentegen kunnen, ook als ze bijvoorbeeld getroffen worden door een dodelijke vorm van kanker of euthanasie overwegen, nog steeds positief gezond blijven of worden. Fundamenteel is de kritiek op het neoliberale en individualistische karakter van het concept waarbij het accent wordt gelegd op de redzaamheid van het individu. Het Rathenau Instituut plaatste in 2017 kanttekeningen bij een ideologische inzet van zelfredzaamheid en brede gezondheid. Gezondheid is immers ‘typisch zo’n domein waar mensen niet altijd even goed eigen regie kunnen houden.’ Er lijkt met dit ‘doe-het-zelf concept’ een nieuwe illusie van maakbaarheid gecreëerd, die van de individuele (psychische) maakbaarheid. Hierin besloten ligt een sociaal-morele plicht tot geluk. Als het individu er niet in slaagt om zich aan te passen aan alle uitdagingen rest altijd nog blaming the victim. Niet denkbeeldig is het risico op ontkenning van ziekte en gebrek en het lijden of de pijn van bijvoorbeeld patiënten met voor de zorgverlener (nog) onbegrepen klachten (zie ook Van Staa, Cardol, Van Dam, 2017). De kritiek richt zich ook op de met de introductie van het concept gepaard gaande gebrekkige toegang tot de gezondheidszorg voor bepaalde (achtergestelde) groepen die niet beschikken over voldoende gezondheidsvaardigheden (Rademakers, 2016). Deze kritiek raakt het vraagstuk van sociale ongelijkheid. Berg, Harting & Stronks (2019) signaleren dat een eenzijdige focus op het individu ten koste kan gaan van de sociale determinanten van gezondheid, zoals een schone woonomgeving, opleiding en inkomen. Deze sociale determinanten zijn, in tegenstelling tot de redzaamheid van het individu, succesvol door overheidsbeleid te beïnvloeden. Concept is in Nederland toch heel populair De internationale gemeenschap heeft de definitie niet overgenomen, maar in Nederland is het concept door vele welzijns-en gezondheidsinstanties omarmd. Veelal staat de vraag centraal hoe het concept succesvol is te implementeren. De vraag of het wel zinvol is om aan de slag te gaan met positieve gezondheid wordt haast niet meer gesteld. Wat verklaart deze succesvolle ontvangst? Het succes van positieve gezondheid is nauw verbonden met het draagvlak voor de positieve psychologie in Nederland. En in het verlengde daarvan, aan het verlangen om de eigen identiteit niet op te willen hangen aan negativiteit of ziekte en verval. Dit sluit aan bij de wijdverspreide, maar omstreden gedachte, dat je zelf succesvol het gevecht met de ziekte kunt aangaan (zie ook Sontag, 2001). Het concept is tevens naadloos in te passen in het denkraam achter de decentralisaties, waarbij de focus gericht is op zelfredzaamheid, preventie en leefstijl. Met de vergrijzing komen ook alle ongemakken en kwalen verbonden aan de ouderdom nadrukkelijker in beeld. Dit roept de vraag op of het wenselijk is om ‘alle vormen van ongemak’ als kostbaar medisch vraagstuk te benaderen. Het denken in termen van positieve gezondheid helpt hierbij. Tegelijkertijd is de focus op positieve gezondheid – aandacht voor de ‘mens als geheel’ – attractief voor gezondheidswerkers in een context waarin marktwerking, het volgen van protocollen en het efficiënt scannen van lichamelijke defecten alle tijd in beslag neemt (zie ook Bergsma, 2017). Tot slot is het succes een afgeleide van de laagdrempelige publicaties over positieve gezondheid met toegankelijke oplossingsgerichte informatie, zoals bijvoorbeeld van het Institute for Positive Health, Zorg voor Beter en de GGD. Maar draagt niet bij aan eerlijke zorg Het concept positieve gezondheid kent, zonder voorbij te gaan aan de succesvolle ontvangst, risico’s en beperkingen. Het risico is dat het recht op gezondheid aan de aandacht van de overheid ontsnapt. De focus is gericht op redzaamheid en individuele maakbaarheid. Door de neoliberaal getinte ‘roze’ positieve gezondheidsbril komt de ‘negatieve gezondheid’ van ernstig zieke patiënten niet in beeld en wordt ook de sociale ongelijkheid aan het oog onttrokken. Het nastreven van gezondheid en het waarmaken van het recht op gezondheid vraagt om een eerlijke toegang tot de zorg. Dit roept om beleid dat recht doet aan de juiste prioriteiten, namelijk het tegengaan van complexe sociale ongelijkheid in de zorg. En dus niet om het activeren van zorgbehoevenden of het legitimeren van een terugtrekkende overheid. Juist in deze tijd is er behoefte aan een realistisch perspectief op gezondheid. En daar past geen onrealistische, niet internationaal verankerde, warrige definitie bij. Wat te denken van het vooralsnog vasthouden aan de WHO-definitie en een halt toe te roepen aan de introductie van deze definitie in de beroepspraktijk? Er staat in de gezondheidszorg veel op het spel. Dit artikel verscheen eerder bij Sociale Vraagstukken. Rob Arnoldus is werkzaam als hogeschooldocent bij het Instituut voor Sociale Opleidingen van de Hogeschool Rotterdam. Mark de Koning is organisatieadviseur bij De Koning Organisatie Creativiteit & Ontwikkeling B.V.

Foto: cc Flickr Jernej Furman photostream Vaccine with a possible cure for Coronavirus and Planet Earth

Keuzes hebben consequenties

COLUMN - Voor corona speelde deze discussie: mogen ouders weigeren hun kind te vaccineren en het toch naar een kinderdagverblijf brengen, waar het andere kinderen kan infecteren met ziektes die permanente handicaps of de dood kunnen veroorzaken?

Ouders hebben het recht te weigeren hun kind te vaccineren. Betekent dat ook dat ze het recht hebben andermens’ kinderen op het kinderdagverblijf in gevaar te brengen? Want kleintjes kunnen niet meteen worden ingeënt.

Niet-ingeënte peuters worden tot die tijd uitsluitend door groepsimmuniteit beschermd: ze zijn veilig zolang niemand in de omgeving een van die ziektes kan krijgen. Maar wanneer de vaccinatiegraad daalt – wat na al enige tijd gaande is – lopen zulke kleintjes ineens meer risico. Aanvankelijk speelde dat vooral in de protestantse Bible Belt, waar geregeld uitbraken van bijvoorbeeld mazelen en meningokokken plaatsvinden. Maar de afgelopen jaren daalde de vaccinatiegraad ook elders dusdanig dat deskundigen zich zorgen maakten: de groepsimmuniteit zakte tot nabij de ondergrens.

Dat had veel te maken met een vals geloof dat de mazelen-bof-rodehond vaccinatie autisme zou veroorzaken (in het leven geroepen door wetenschapsfraudeur Andrew Wakefield). Daar kwam een New Age-achtige notie bij dat het ‘beter’ was wanneer het afweersysteem van het kind zelf zou leren zulke ziektes te bestrijden (wat overigens precies is wat vaccinatie doet), en dat inenting ‘kunstmatig’ zou zijn, of vooral de kas van Big Pharma zou spekken.

Closing Time | Afrique Victime

Muziek uit Niger, erg aanstekelijke muziek uit Niger, met een onweerstaanbaar ritme. Hoe moet deze muziek gelabeld worden, rock met Toeareg-invloeden? En dat laatste slaat niet alleen op de muziek maar ook op de kleding die gedragen wordt bij de optredens. Wel zo herkenbaar. Het uitbundige gitaarspel van de linkshandige Mahamadou Souleymane wordt overal, terecht, geroemd, maar vergeet die drummer ook niet. Hoe houdt hij dat vol? De zang gaat in het Tamasheq’s, dus daar versta ik niets van. Maar bij Afrique Victime kan ik me wel wat voorstellen. De muziek is erg dansbaar, maar dat was wel duidelijk, en in 2022 speelt de band in Nederland. Als we dan allemaal weer heen en mogen reizen natuurlijk.

Foto: -JvL- (cc)

Coalitie in spe tegen beter salaris zorgpersoneel

Het demissionaire kabinet wordt nog steeds gevormd door de coalitie VVD, CDA, D66 en CU. Het nog te vormen kabinet gaat bestaan uit VVD, CDA, D66 en een partij die dat kabinet aan een meerderheid wil helpen.

Elke partij met drie zetels volstaat voor een meerderheid van één zetel. Speculeert u maar of dat Volt, JA21, DENK of de SGP kan zijn.
Tot zo ver het getuur in het koffiedik. Maar dat VVD, D66 en CDA er serieus op rekenen straks de nieuwe coalitie te vormen staat eigenlijk wel vast. En dus regeren ze al een beetje vooruit.

Dat was gisteren te zien bij de stemming over een motie ingediend door Peter Kwint (SP). Deze motie volgt een eerder aangenomen motie van SP en PvdA op. Op 25 juni stemden alleen VVD en CDA tegen het verzoek “om met een plan te komen voor structurele waardering voor zorgverleners, waarin betere arbeidsvoorwaarden en een beter salaris kunnen worden gerealiseerd”.

De motie die gisteren ter stemming kwam preciseerde de termijn waarbinnen dat plan op tafel moet liggen. De volledige motie Kwint:

De Kamer, gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer met de aangenomen motie van SP en PvdA (25295, nr. 436) de regering heeft opgeroepen om met een plan voor een beter salaris en betere arbeidsvoorwaarden te komen;

constaterende dat uit het SER-advies “Aan de slag voor de zorg” blijkt dat de lonen in de zorg al jaren structureel lager zijn dan in de marktsector en de SER oproept deze lonen te verhogen;

verzoekt de regering om met het recente SER-rapport in de hand uiterlijk deze zomer in overleg met zorgpersoneel en hun vertegenwoordigers tot een plan te komen voor structurele waardering voor zorgverleners, waarin betere arbeidsvoorwaarden en een beter salaris worden gerealiseerd,
en gaat over tot de orde van de dag.

Foto: Nanda Sluijsmans (cc)

Nederland zinkt. Wie houdt dat in de gaten?

De Nederlandse bodem daalt, met alle gevolgen van dien. Delftse onderzoekers ontwikkelden daarom de bodemdalingskaart, waardoor ook jij een oogje in het zeil kan houden. Wat moet je weten?

Als je op een zonovergoten zondagmiddag een rustiek veengebied in Nederland doorkruist, komt het woord “gevaarlijk” misschien niet snel in je op. Maar de geodeet (landmeetkundige) weet beter: ’s Nederlands landschap en de bebouwing en infrastructuur die erop rust, zijn aan bodembewegingen onderhevig. En omdat Nederland zich grotendeels onder de zeespiegel bevindt, zijn ze voor ons kikkerlandje een sluimerende vijand.

Daar weet geodeet prof. dr. ir. Ramon Hanssen (TU Delft) alles van. Met gebruik van radarsatellieten bestudeert hij het dalen en stijgen van de Nederlandse bodem. Het leidde tot de bodemdalingskaarten van Nederland. Die zijn openbaar toegankelijk, zodat elke burger de stille ramp kan helpen voorzien. Maar gaan gebruikers verstandig met de kaarten om? En hoe worden de bodemdalingskaarten precies gemaakt? Tijdens de laatste lezing in de reeks “In kaart gebracht” legt Hanssen het uit.

Hoogte meten is weten

Zijn de dijken binnenkort aan verhoging toe? Beschadigt verzakking van de bodem de fundamenten van mijn huis? Voor beide vragen geldt: hoogte meten is weten. En hoe preciezer en vaker de bodemdaling of -stijging gemeten wordt, hoe beter men kan anticiperen op de toekomst. Maar hoogte vaststellen is makkelijker gezegd dan gedaan. De vraag is namelijk: hoogte, ten opzichte van wat?

De geodeet heeft daarvoor een ander referentiepunt nodig dan het ietwat lastig bereikbare geometrische middelpunt van de aarde. In Nederland wordt daarom sinds de achttiende eeuw de Nauwkeurigheidswaterpassing Nederland als referentie gebruikt: een punt dat doorloopt tot onder de zeespiegel van Nederland, en dat geodeten meten met een lange waterpas, of baak.

Geodeten gebruiken de baak om waterpassingen te doen: het meten van hoogteverschillen in de grond over tijd. Dat is een precieze methode, vertelt Hanssen, maar het gebruik ervan is tijdrovend. Pas na tientallen jaren kan het hoogteverschil van de baak afgelezen worden. Willen we de bewegingen écht begrijpen en voorspellen, dan moeten metingen veel vaker worden herhaald .

“Daar zie je de grote superioriteit van de satelliet als meetinstrument”, geeft Hanssen aan. Deze vliegt een continue baan rondom de aarde en neemt aan één stuk door foto’s met behulp van radars. Door dit beeldmateriaal ontvangen geodeten elke zes dagen nieuwe informatie over de hoogte van hetzelfde stukje land. Met de nieuwste apparatuur meten ze hoogte tot op de drie millimeter nauwkeurig! De opbrengsten van deze radartechniek bracht men in beeld in de bodemdalingskaart. Deze weergave van Nederland geeft een indicatie van hoe veel bepaalde stukken grond dalen, stijgen of stabiel blijven. Rode pixels tonen dalingen aan, blauwe stijgingen, en groene stabiliteit.

Toen de bodemdalingskaart 1.0 – de eerste versie – uitkwam, waren de reacties terecht enthousiast. Bodembewegingen meten terwijl het gebeurt, daar konden de meterslange baken van vroeger niet tegenop. Bovendien bevat de kaart informatie van duizenden meetpunten. Om een goede inschatting te geven van hoeveel een stuk bodem beweegt over een bepaalde tijd, laat de kaart de uitgerekende gemiddelden zien van al die meetpunten verspreid over heel Nederland. Bestaande kennis over risico’s van bodemdaling wordt zo bevestigd door nieuwe, behoorlijk betrouwbare data.

Dat biedt mogelijkheden voor ramppreventie. Hanssen noemt veengronden om dat te illustreren. Ongeveer duizend jaar geleden begonnen Nederlanders water weg te pompen uit veengebieden, waardoor er steeds meer zuurstof bij de veenresten op de bodem kwam. Het organische materiaal waaruit veen bestaat, vergaat. Maar de sloten niet. Dat betekent grote kans op overstroming. Het resultaat is dat het grondwaterpeil steeds meer naar beneden wordt bijgesteld, tot de grond uit eindelijk echt te drassig wordt om te gebruiken. Een ware plaats delict van bodemdaling, noemt Hanssen het. En dus een sluimerende ramp waarover dringend accurate data nodig is.

Kunnen we dan ook de nare gevolgen van bodemdaling indammen terwijl ze nu plaatsvinden? Dat is niet alleen mogelijk, maar gebeurt ook al. Hanssen geeft de Lauwersmeerdijk als voorbeeld, die op sommige plekken rood kleurde op de bodemdalingskaart. De dijk schoof inderdaad af, zo bleek uit onderzoek ter plaatse, en werd direct hersteld. Tot aan vandaag monitort Hanssen het Lauwersmeerdijk om instabiliteiten in de dijk op tijd te repareren.

De kaart die ze niet wilden maken

Nadat bodemdalingskaart 1.0 succesvol bleek, volgde al vlug de volgende versie. Die noemt Hanssen “de kaart die ze niet wilden maken”. Vanwaar deze onheilspellende bijnaam? Dat heeft te maken met het feit dat bodemdalingskaart 2.0 álle individuele meetpunten weergeeft in plaats van berekende gemiddelden. Hierdoor kan een onfortuinlijke gebruiker zomaar een donkerrood meetpuntje aantreffen op diens eigen woning! Maar zonder kennis over de context is zo’n datapuntje lastig op betrouwbaarheid te schatten. Was het risico op misinterpretaties en paniek het waard om al die data online beschikbaar te stellen?

Er zijn natuurlijk belangrijke redenen om dat wel te doen. Het is namelijk goed om de Nederlandse samenleving bewust te maken van het sluimerende probleem van bodemdaling. De middenweg is volgens Hanssen om de gebruikers goed te begeleiden bij het lezen van van de kaart. “Omdat kaarten vaak worden gezien als een objectieve weergave van de werkelijkheid, zien gebruikers hun hun eigen interpretaties ook snel als waarheid”, vertelt Hanssen. Daarom leest de disclaimer die hoort bij bodemdalingskaart 2.0: “Deze gegevens zijn niet geoptimaliseerd, en daarom niet geschikt, voor specifieke toepassingen”. Een mooi begin, maar als het aan Hanssen ligt gaan we toe naar een bodemdalingskaart die gericht laat zien wat de gebruiker wil weten, voorzien van de benodigde context voor een juiste interpretatie. Dan zou er niet één openbare kaart zijn voor alle Nederlanders, maar een specifieke bodemdalingskaart voor elke gebruiker. Bij goed gebruik kan dan enorm veel leed worden voorkomen.


Dit artikel van Malou van de Noort verscheen eerder bij Studium Generale Utrecht
.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Closing Time | Country Boy

Blues is hip want The Black Keys immers. Dus is Robert Finley (geboren in 1954) nu hip want Blues. En hij is niet alleen blues, maar ook soul en gospel. In zijn jongere jaren speelde en tourde Robert Finley met zijn muziek. Maar toen kwam het leven ertussen, met verplichtingen in het leger en ander werk, hij was o.a. timmerman. En hij werd blind. Hij debuteerde desondanks met een plaat die kennelijk de aandacht trok van Dan Auerbach van The Black Keys. En nu is er een nieuwe plaat van Robert Finley, geproduceerd door Dan Auerbach waarop de song Country Boy staat. Op internet staan allerlei vergelijkingen met andere grote Amerikaanse blues-artiesten, maar ik moet vreemd genoeg denken aan het Nederlandse Brainbox en Kaz Lux.

Foto: Maria Willems (cc)

Heb jij je hartje al aan Jezus gegeven?

Hoe je daar gekomen was, wat je daar deed en hoe het precies zat, dat wist je natuurlijk niet, je was acht, misschien negen. Je ouders waren daar, in de nadagen van hun geloof. Maar wat deden ze daar? Jij ging mee op de achterbank van de auto. En daar stond je, bij zo’n beetje het meest afgelegen huis van Nederland. Ergens in de wouden tussen Loenen en Eerbeek. Wat deden je ouders daar? Kenden ze die man? De man die jou aankeek en vroeg: ’Heb jij je hartje al aan Jezus gegeven?’ Je had geen idee. Wat werd er tegen je gezegd, welk antwoord werd er van jou verwacht? Je hartje?

Later, jaren later, bleek dat je in het huis geweest was van Johannes Roeleveld van Takkebos, bijgenaamd: De Noach van Eerbeek. (Lees en zie de dramatische foto in het artikel vanaf pagina 15). Johannes Roeleveld was niet alleen zwaar gelovig en Evangelist (in zijn tuin stond een bord met daarop JEZUS LEEFT), maar hij was ook preparateur. En daar, in de bunkers onder zijn huis, kwamen die twee passies samen, de Evangelist en de Preparateur.

De politie deed in 1982 een inval bij hem omdat er het vermoeden bestond dat hij beschermde diersoorten in zijn bezit had. En dat klopte. Johannes Roeleveld, hij dacht dat hij Uitverkorene was, had voor zijn Ark 200.000 opgezette dieren opgeslagen in de ruimtes onder zijn villa. Wachtend op de eindtijd, wachtend op het signaal van de opstanding. Hij verklaarde dat God hem die opdracht had gegeven. Hij noemde zich een trouwe slaaf van de Heer en was ervan overtuigd dat Jezus hem zelf zou ophalen over een door hem gebouwde brug en een door een gouden poort. Elke paar jaar werd die poort weer met een potje bronzen verf opgeknapt. En die taxidermist, de Noach van Eerbeek, had aan jou gevraagd of jij je hartje al aan Jezus had gegeven. Je rilde.

Quote du Jour | Rankings hoger onderwijs

QUOTE - We zijn hier wel vaker kritisch geweest op universitaire rankings. Afgaande op dit artikel op ScienceGuide, over één van de kandidaten voor de scriptieprijs van die website en de Landelijke studentenvakbond, kunnen we dat blijven. Scriptieschrijfster Tessa Groen verzamelde twee jaar data voor rankings als student-assistent, en schreef mede op basis van de kennis die ze daar op deed haar scriptie.

Universiteiten die niet voldoen aan het ideaalbeeld waardoor een ranking onderlegd is, staan dus vanzelf op achterstand, terwijl universiteiten die het vanaf het begin goed doen in rankings, dat voordeel makkelijker kunnen uitbouwen. Zodoende is er sprake van het Matheus-effect, ziet Groen, die het samenvat onder de term ‘academisch kapitalisme’. De rankings weerspiegelen de economische ongelijkheid in de academische wereld. Wie meer geld heeft, kan meer middelen inzetten om zich te spiegelen aan wat de rankingsorganisaties ‘excellent’ noemen – bijvoorbeeld meer onderzoek doen en meer publiceren. 

Closing Time | Bob Dylan 80 jaar

Aan het nieuws dat Bob Dylan vandaag 80 jaar zou worden, viel niet te ontkomen, alle kranten hadden er meerdere pagina’s voor gereserveerd. Dat belooft nog wat bij ’s mans overlijden. Er waren veel opgewarmde herinneringen en anekdotes bij uit de afgelopen decennia maar voor de Bobcats was het allemaal smullen. En die fans kwamen zelf ook nog aan het woord in diverse interviews. Mannen die alles verzamelden, alles registreerden, elk optreden analyseerden, elke playlist uitplozen. Mannen die de teksten van Bob probeerden te duiden.

Vijf jaar na rellen zeggen zelfs de grootste tegenstanders nu: dat azc viel eigenlijk best mee

De zoveelste bevestiging dat de komst van een asielzoekerscentrum helemaal niet zo erg is:

De straatstenen vlogen door de lucht toen de gemeente Rotterdam aankondigde in de Beverwaard een asielzoekerscentrum te openen. Nu, vijf jaar later, sluit het azc de deuren. Hoe kijkt de Beverwaard terug op deze periode? Van woede is nauwelijks meer sprake. Klinkt gek, maar dat azc viel eigenlijk best mee, zo zeggen de meeste wijkbewoners.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Vorige Volgende