Hoe het recht op huisvesting moet worden vertaald naar woonbeleid

Huisvesting is een grondrecht en het woonbeleid moet gericht zijn op het verwezenlijken van dat recht. Dit is de centrale boodschap van de grote landelijke demonstraties tegen de wooncrisis, eerst op 12 september in Amsterdam en opnieuw deze zondag tijdens de Woonopstand in het Afrikaanderpark in Rotterdam. Wat betekent dat concreet voor het woonbeleid? Het recht op huisvesting is vastgelegd in artikel 22 van onze Grondwet en in verschillende internationale verdragen waaraan de Nederlandse Staat zich heeft verbonden. Het woonrecht gaat om “het recht om in vrede, veiligheid en waardigheid in een huis te wonen” en het omvat veel verschillende aspecten, waaronder beschikbaarheid, betaalbaarheid, woonzekerheid, gelijke toegang en zeggenschap. Onder meer de Speciale Rapporteur voor adequate huisvesting heeft richtlijnen opgesteld voor overheden. De wooncrisis is een schending van mensenrechten, schreven mensenrechtenjuristen Rosa Beets en Jan de Vries gisteren in het NRC. De staat moet zich dan ook inspannen voor behoorlijke huisvesting. Dat zou zich moeten vertalen in concrete beleidsmaatregelen. Dakloosheid bestrijden is prioriteit Geen dak boven het hoofd hebben tast de menselijke waardigheid aan: zonder huisvesting is het onmogelijk om andere levensbehoeften te vervullen. Toch zijn er in Nederland 36.000 geregistreerde dakloze mensen en het werkelijke aantal ligt veel hoger. Het bestrijden van dakloosheid zou dan ook topprioriteit moeten zijn in een op mensenrechten gebaseerd woonbeleid. Om dakloosheid te bestrijden is het allereerst belangrijk om dakloosheid te zien als een huisvestingsprobleem, in plaats van een zorg- of sociaal probleem zoals nu meestal het geval is. Een belangrijke oorzaak van dakloosheid is huisuitzetting en dit moet dan ook zoveel mogelijk worden voorkomen, zeker als het gaat om kwetsbare gezinnen met kinderen. Dakloosheid onder arbeidsmigranten kan worden tegengaan door huisvesting los te koppelen van het arbeidscontract. De kostendelersnorm voor uitkeringsontvangers zou moeten worden afgeschaft, omdat deze norm ervoor zorgt dat veel jongeren op hun 21e verjaardag door hun ouders uit huis worden gezet en omdat het mensen ervan weerhoudt om iemand in huis te nemen. Betaalbare huisvesting Het recht op huisvesting betekent niet dat de overheid zelf woningen moet gaan bouwen, maar volgens de VN-richtlijnen moet de overheid wel voldoende financiële middelen beschikbaar stellen voor betaalbare woningen en daarbij prioriteit geven aan de woonbehoeften van achtergestelde groepen. In Nederland hebben woningcorporaties de taak om betaalbare woningen te creëren voor mensen met een laag inkomen en mensen die extra zorg nodig hebben, zoals mensen die dakloos zijn of uit een zorginstelling komen. De overheid bezuinigt echter sinds eind jaren ‘80 op de sociale huursector vanuit het idee dat huisvesting zoveel mogelijk aan de markt moet worden overgelaten. In lijn hiermee voerde de overheid in 2013 een verhuurderheffing – een belasting op sociale huurwoningen – in, wat leidde tot hogere huurlasten, minder sociale huurwoningen en minder onderhoud. Steeds meer mensen kunnen vanwege stijgende prijzen niet kopen maar komen ook niet (meer) in aanmerking voor een sociale huurwoning; zij zijn aangewezen op de vrije huursector waar mensen worden geconfronteerd met hoge huren die vrijwel onbeperkt kunnen stijgen. Uit onderzoek van het NIBUD bleek dat zo’n 800.000 huurders na het betalen van de huur te weinig geld overhouden voor noodzakelijke kosten en levensonderhoud. Het afschaffen van de verhuurderheffing en het reguleren van de vrijehuursector zijn maatregelen die de beschikbaarheid van betaalbare woningen vergroten. Ook gentrificatiebeleid kan de beschikbaarheid van betaalbare woningen in gevaar brengen en daarmee in strijd zijn met het woonrecht. Dit bleek uit een officiële mededeling in juni dit jaar van de VN-Speciale Rapporteur voor adequate huisvesting aan het Rotterdamse stadsbestuur, vanwege het beleidsdoel om de betaalbare woningvoorraad tussen 2016 en 2030 met zo’n 13.500 woningen te verminderen. De Speciale Rapporteur vreest voor een schending van het recht op huisvesting omdat in Rotterdam al relatief veel huishoudens in armoede leven en omdat er, net als in de rest van het land, sprake is van woningnood en hoge dakloosheid. Zeggenschap en gelijke toegang In de waarschuwing aan het Rotterdamse stadsbestuur werd ook een ander aspect van het recht op huisvesting besproken, namelijk het recht op participatie in woning-gerelateerde besluitvorming. Aangezien mensenrechten gaan over menselijke waardigheid, is het cruciaal dat mensen zelf kunnen meebeslissen over hun leven. Participatie moet wettelijk worden vastgelegd en gewaarborgd en barrières moeten worden weggenomen. In het geval van de sloop van de Rotterdamse Tweebosbuurt was er sprake van onvoldoende inspraak waardoor de bewoners in feite werden gedwongen te verhuizen. Woonrecht houdt ook in dat de overheid ongelijkheid in de toegang tot huisvesting en discriminatie bestrijdt. Dit gebeurt nu onvoldoende. Zo zijn er te weinig betaalbare woningen die geschikt zijn voor mensen met een beperking en voor ouderen. Dat woningzoekenden gediscrimineerd worden op (vermeende) afkomst bleek in de afgelopen jaren uit verschillende onderzoeken naar verhuurders en makelaars. Discriminatie is strafbaar, maar het gedrag van verhuurders en makelaars wordt nauwelijks gecontroleerd of beboet, waardoor discriminatie ongestraft kan plaatsvinden. En ook het overheidsbeleid zelf kent discriminerende aspecten, bijvoorbeeld als gentrificatiebeleid leidt tot uitsluiting op grond van inkomen en afkomst. Om deze reden moet ook de zogenoemde Rotterdamwet, die inmiddels in tien gemeente wordt ingezet, worden afgeschaft. Speculanten en beleggers aan banden Tot slot moeten overheden, vanuit het recht op huisvesting bezien, de woningmarkt reguleren om te voorkomen dat private financiële investeringen een negatieve impact hebben op het recht op adequate en betaalbare huisvesting en woonzekerheid. Met leuzen als ‘Mens boven markt’ en ‘Huizen voor mensen, niet voor winst’ maken de actiegroepen en demonstranten duidelijk dat de overheid zich meer moet richten op het waarborgen van het recht op wonen, en minder (of niet) op het stimuleren van een ‘woningmarkt’ waarop financiële actoren zoals beleggingsfondsen en speculanten steeds meer de dienst uitmaken. Deze ontwikkeling wordt de ‘financialisering’ van huisvesting genoemd: huisvesting wordt steeds meer aan de markt gelaten, zonder al te veel regulering. Omdat beleggers in de eerste plaats voor financiële rendementen gaan, zien we wereldwijd dat het opkopen van huurwoningen door beleggers een bedreiging vormt voor de betaalbaarheid en woonzekerheid van huurders. Beleggers zoals het internationaal beruchte bedrijf Blackstone hebben – mede door een overheidscampagne – de Nederlandse huurwoningmarkt ontdekt. Zij profiteren van de verminderde overheidsinvestering in de sociale huursector en van verminderde huurbescherming door de invoering van tijdelijke huurcontracten in 2016, waardoor verhuurders elke twee jaar de huurder op straat kan zetten en de huurprijs maximaal kan verhogen. Per 1 januari mogen gemeente een opkoopbescherming invoeren, wat inhoudt dat kopers in hun woning moeten gaan wonen en het niet mogen gaan verhuren. Dat is een eerste stap, maar het beleid moet verder gaan in het beperken van de schade die financialisering aanricht, bijvoorbeeld door de huur(prijs)bescherming te repareren en versterken en vaste huurcontracten weer de norm te maken. Bovendien zouden we de financialisering een halt kunnen toeroepen, zoals Berlijnse actievoerders deden die een lokaal referendum afdwongen over onteigening van grote private verhuurders (op 26 september stemde een meerderheid van de Berlijners voor). Het recht op huisvesting centraal stellen in woonbeleid vereist dus een veelvoud aan beleidsmaatregelen. Helaas lijkt de politiek “nog niet voldoende te beseffen dat de wooncrisis een schending van fundamentele rechten betreft”, signaleren ook Rosa Beets en Jan de Vries. De huidige dominante beleidsvisie die huisvesting zoveel mogelijk aan de markt overlaat gaat op verschillende manieren ten koste van het recht op huisvesting voor iedereen, waarbij kwetsbare groepen het hardst geraakt worden. Het oplossen van de wooncrisis vereist volgens hen dan ook dat er een fundamentele verschuiving plaatsvindt in ons denken over wonen, en dat is waar de Woonopstand in Rotterdam deze zondag tot oproept: dat overheidsbeleid er in de eerste op gericht is om voldoende geschikte en betaalbare huisvesting, woonzekerheid en zeggenschap te garanderen. -- Zondag 17 oktober is in het Afrikaanderpark in Rotterdam het tweede landelijke protest, de Woonopstand. De auteur is betrokken bij de organisatie van deze demonstratie. Ook in Den Haag (Woonverzet, 13 november), Groningen (Woonstrijd, 28 november) en andere gemeenten zullen mensen de straat opgaan om hun woonrecht te claimen.

Door: Foto: copyright ok. Gecheckt 22-02-2022
Foto: Luca Sartoni (cc)

Italië verplicht coronapas op het werk

In Italië moet iedereen vanaf vandaag op de werkplek een coronapas kunnen laten zien met een vaccinatiebewijs, negatieve test of bewijs van herstel. Zonder coronapas riskeer je een boete tussen 600 en 1500 euro. Je kunt niet ontslagen worden, maar de werkgever mag je loon wel inhouden zo lang je niet werkt. Werkgevers riskeren ook een boete als ze hun personeel niet controleren op de ‘groene pas’. De werkgeversorganisatie Confindustria staat achter de maatregel in de hoop op een snel herstel van de economie. De vakbonden zijn sceptisch en verwachten meer van een algemene vaccinatieplicht. Havenarbeiders in Triëst die voor een groot deel niet gevaccineerd zijn hebben gedreigd de haven stil te leggen als de maatregel niet ingetrokken wordt.

Verwacht wordt dat andere havens zullen volgen. Om een chaos in de voedselvoorziening te voorkomen heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken de mogelijkheid geopperd dat werkgevers van cruciale bedrijven hun werknemers een gratis test zouden kunnen aanbieden. De minister van Arbeid, Andrea Orlando, is het daar niet mee eens omdat hij bang is dat dit de prikkel wegneemt om zich te laten vaccineren. Dat was kennelijk een van de motieven van de regering om deze vergaande maatregel te nemen. Italië is al vanaf het begin buitensporig getroffen door de pandemie met meer dan 130.000 doden. De regering wil nieuwe lockdownmaatregelen die de economie ernstig aantasten voorkomen. Ondanks dat meer dan 85% van de Italianen van 12 jaar en ouder minstens één keer is gevaccineerd zouden er nog 2,5 miljoen werknemers ongevaccineerd naar hun werk gaan.

Closing Time | Speculanten Parasieten

Over Kunsttranen is niet veel bekend, behalve dat hij op twitter en insta zit en zichzelf ‘zolderkamermuzikant’ noemt. Speciaal voor De Woonopstand van 17 oktober in Rotterdam (en een beetje voor Sargasso) zette hij dit nummer op Youtube.

Spinvis meets fijne electropop. En de tekst laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Wat kan je nog meer verwachten van protestmuziek?

Foto: copyright ok. Gecheckt 23-11-2022

In Dirkswoud daar staat een huis

COLUMN - Er is een huis gekraakt in Dirkswoud. Eigenlijk is het een schuur, maar het pand is gekraakt en wordt bewoond door de heer Bert van der Velden, voorheen woonachtig aan de Noorderzij 24, kweker, bollenboer en fluisterbootjesverhuurder in het seizoen. De sympathieke tuinbouwer en bootjesverhuurder heeft begin deze maand zijn intrek genomen in de schuur aan de Zuidervaart. En omdat kraken een novum is voor Dirkswoud, maakte de Dirkswoudenaer een afspraak met deze wetsovertreder.

‘Mijn vrouw heeft mij onlangs verlaten’ valt Bert van der Velden met de deur in huis. ‘Of nou ja, eigenlijk ik haar’ corrigeerde hij zichzelf, ‘want zij woont nog steeds in ons huis aan de Noorderzij, en ik ben feitelijk degene die verhuisd is, maar zij wilde van mij af. Zij wil meer wereldser leven. En dat is niets voor mij. Dus ben ik weggegaan. Nu ben ik een man alleen. Ik zie een vrouw als een daglelie, mooi, maar niet voor herhaling vatbaar. Mevrouw Nellie Daas van Fournituren, Kleinvak & Huishoudelijk Gemak, heeft mij van de week nog geïnviteerd om als haar partner mee te doen aan de pubquiz in café Amperzat, maar nee, ik weet hoe zoiets gaat, dus ik heb beleefd bedankt.’

Daglelie (Foto: Maria Willems, met toestemming)

Foto: eflon (cc)

Kaartenhuis

COLUMN - De Ombudsman zei het gisteren voor de zoveelste keer: het gaat fout met het afhandelen van de toeslagenaffaire. De gedupeerden werden getroffen in de periode 2007-2016, en de meesten wachten nu al minstens vijf jaar op de afhandeling van hun klachten. En er zit nog altijd geen schot in: deels omdat er veel meer gedupeerden bleken te zijn dan het ministerie van Financiën had voorzien, deels omdat de afhandeling van klachten erover zo lang duurt dat nu klachten binnenstromen over de afhandeling van de klachten.

Het is om gek van te worden. Het kabinet viel erover, er werd een speciale tegemoetkoming bedacht voor gedupeerden (de ‘Catshuis-regeling’), er werd een nieuwe afdeling bij de Belastingdienst opgezet om de zaak vlot te trekken – en het helpt allemaal amper. De hele boel zakt verder weg in de bureaucratische modder.

Ondertussen zijn de meeste mensen die door toedoen van de overheid met schulden zijn opgezadeld, als wanbetaler zijn geregistreerd, failliet zijn gegaan, hun huis zijn uitgezet, die soms zelfs hun kinderen zijn ontnomen en meer in het algemeen hun leven grondig in de vernieling zagen worden gedraaid, en dit alles meestal op grond van een racistisch geënte verdenking, nog steeds niet gecompenseerd. Ze hebben zelfs niet de toeslagen teruggekregen die onterecht zijn teruggevorderd.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Closing Time | Mokum aan de Maas

Er zullen vast Rotterdammers zijn voor wie de eerste regel van het refrein van dit nummer als, eh, muziek in de oren klinkt, maar direct daarna waarschuwt Isha van der Burg dat dit in deze wooncrisis op zijn best een pyrrusoverwinning is. Want nu komen ‘ze’ naar Rotterdam, met als mogelijk  schrikbeeld dat de stad eindigt als Mokum aan de Maas: een stad waar geen huis meer te krijgen is voor mensen met een kleine beurs. Een impliciete oproep om aanstaande zondag 17 oktober naar de Woonopstand In Rotterdam te komen natuurlijk! Het refrein van deze ‘protestliedkroegmeezinger’ staat hieronder, zodat u lekker mee kan blèren. De complete tekst vindt u bij de clip.

Foto: Sandra Fauconnier (cc)

Waar is de standaardtaal?

COLUMN - Het interessantst zijn de discussies waarbij jij het evenzeer bij het verkeerde eind hebt als je tegenstander. Iedereen kan dan eindeloos de problemen in de argumentatie van de ander aanwijzen zonder dat er ooit verheldering komt.

Twitter is een uitstekend medium voor zulke discussies. Ik had er onlangs één met taalprof Peter-Arno Coppen, die ging over taalnormen en de standaardtaal, en vooral over de vraag: waar komen die vandaan? Er bestaan in dezen twee diametraal tegenovergestelde standpunten die, zoals dat gaat, allebei niet helemaal juist kunnen zijn.

Met vreemde ogen

Het eerste standpunt is dat de standaardtaalnorm (voortaan noem ik die de norm, dat is minder typen) een kwestie is van voorschriften. Er zijn autoriteiten, zoals de Taalunie of Onze Taal, die zeggen: ‘groter als’ is minder correct dan ‘groter dan’ en daarom is het zo. Zulke voorschriften lijken daarmee een beetje op wetten, zij het zonder expliciete sancties. Het is verboden om op de stoep te parkeren omdat de wet dit zegt, het is verboden om groter als te zeggen omdat de Taalunie dit zegt. Het is denk ik hoe de meeste mensen naar normen kijken en dit standpunt werd verdedigd door Peter-Arno.

Het tweede standpunt is dat de norm feitelijk is wat een bepaalde goegemeente van schoolmeesters, journalisten, correctoren, HR-managers, en andere ‘goede taalgebruikers’ goed vindt – wat overigens weer iets anders is dan wat die goegemeente zelf zegt. ‘Groter als’ is dan fout omdat deze mensen er hun wenkbrauwen over opheffen. Die mensen hoeven geen expliciet verbond uit te spreken: wie zo’n vorm gebruikt, hoort er niet echt bij. De taak van de Taalunie en Onze Taal is dan niet om zelf normen te stellen, maar te beschrijven wat de norm feitelijk is: wat vindt die goegemeente er nu eigenlijk van? Normen lijken op deze manier bezien op sociale gedragsregels. Je doet geen stropdas om naar een sollicitatiegesprek omdat de wet het voorschrijft, maar omdat men je anders met vreemde ogen aankijkt. Je schrijft geen ‘groter als’ in je brief omdat men anders denkt dat je er niet bij hoort. Dit was het standpunt dat ik mocht verdedigen in deze discussie.

Foto: Brabant Bekijken (cc)

Helden

Ik ben geen held, ik ben niet onmisbaar. Ik ben misbaar.

In een systeem dat gebaseerd is op geld, is iedereen misbaar. Er is altijd wel een oplossing die de boel weer enigszins op de rit trekt: E-health, Zorgreservisten, het leger. Of misschien een andere, lagere functie met minder eisen, die minder goed betaald. Dat werkte ook goed toen de ‘functie’ van hbo-verpleegkundige werd ingevoerd en de mbo’ers met een degradatie werden opgescheept. Uiteindelijk komt het allemaal goed.

We zijn geen martelaren. Zie ons niet als goden of helden. Het deed wat met me, de laatste anderhalf jaar. Eerst op dat voetstuk geplaatst worden, alsof ik applaus nodig had, voor de professionaliteit die ik bied? Het luisterend oor? En vervolgens mochten we buffelen voor al het inhaalwerk wat we moesten doen, maar dat was normaal. Normaal dat de artsen 1-2 weken vooruit vol zaten, en ik ruim een maand. “Heb je dan pas plek?” was een veel gehoorde opmerking van patiënten, zowel voor mij als voor de assistentes.

Je doet er in een systeem wat gebaseerd is op geld alleen toe als je produceert, en dat deden we in die tijd. Nu is het weer business as usual: zo worden we weer een dienstverlening en mogen we weer verwijsbrieven maken naar specialisten en afgekafferd worden in ons gezicht als we niet doen wat de ‘klant’ vraagt.

Een gebruiksvoorwerp, zijn we.

Ik vind het niet gek dat je deze ontwikkeling ziet in de maatschappij. Het is wat we met z’n allen hebben gecreëerd, de laatste paar decennia. Ik verwijt het patiënten niet: zij zijn een product van een overheid die de verzorgingsstaat afschaft, en de ‘zoek het maar uit’-houding aanneemt. Patiënten zien ons, niet Mark: wij zijn het gezicht van al die besluiten, alles komt bij ons terecht, op ons worden de frustraties afgereageerd.

Dat ik me heb gerealiseerd dat ik misbaar ben in zo’n systeem, geeft een hoop rust. Het gaat niet om mij: het gaat om cijfers (die ik invul voor de zorgverzekeraar), om geld. Het zakje geld wat de praktijk krijgt voor mij, om als praktijkondersteuner de ketenzorg te regelen. Voor mij in de plaats komt wel weer een ander. Of die het beter of slechter doet dan ik? Dat maakt eigenlijk niet uit, zolang de cijfers maar ingevuld worden.

Ik denk niet dat ik misbaar ben in de ogen van mijn collega’s, weet ik. Mijn collega’s en ik kunnen niets veranderen aan de enorme tanker die de zorg is, die afstevent op de kade met een behoorlijke snelheid. Ik kan er hierom in berusten: wij besturen deze tanker niet. Waarschijnlijk komen we er wel heelhuids uit, als we goed op onszelf letten.

Wij zijn geen helden. Zie ons als mensen, zoals wij jullie ook zien. Wij zijn gelijken in de strijd tegen dit zieke systeem.

Closing Time | Leegstand is misdaad

Nog vijf dagen en dan is het Woonopstand. Tot dan is onze dagsluiter een fijn stukje woongerelateerde protestmuziek. Na Hang Youth, Sophie Straat en Rubberen Robbie vandaag ‘Leegstand is misdaad” van de punkband Blafkat. Afkomstig van hun album ‘Lubbers crisiskabinet’, dus ten tijde van het CDA-VVD kabinet Lubbers I.

De band zou van 1982 tot 1984 bestaan hebben, maar in de jij-buis archieven troffen we ze nog aan bij een optreden op 3 juni 2016 in café Pitcher in Haarlem (dat vier maanden later de deuren sloot).

Closing Time | Twee mobiele ogen

Sargasso plaatst in de aanloop naar de Woonopstand, 17 oktober in Rotterdam, dagelijks een Nederlandstalig lied dat te maken heeft met de huidige of eerdere wooncrises. Vandaag eentje over kraken. Eigenlijk heet dit nummer ‘Twee mobiele ogen die keken de kraker aan’, maar dat ziet er in onze layout niet uit, en Rubberen Robbie is de artiest. Wie? Rubberen Robbie! Een Nederlandse muziekformatie, die tussen 1978 en 1983 enkele hits scoorde met medleys van persiflages van bekende Nederlandstalige liedjes. Dit – overigens volgens wikipedia geflopte – liedje uit 1980 is gebaseerd op de toenmalige hit ‘Twee reebruine ogen‘, iets wat ik u aanraad direct weer te vergeten.

Foto: Roel Wijnants (cc)

Nieuw: ministers zonder tijd

COLUMN - van Prof.Dr. Bert van den Braak

Zijn aanstelling als informateur was voor Wouter Koolmees reden om zijn werkzaamheden als minister neer te leggen. Inmiddels is er een scala aan soorten ministers: echte, ministers zonder portefeuille, projectministers, tijdelijk waarnemende ministers, ministers zonder taken en ministers die geheel of deels op non-actief zijn. Je kunt je afvragen of dat wenselijk is.

Omstandigheden maakten vervanging van ministers geregeld nodig, waarbij problemen met de gezondheid het vaakst voor kwam. Lange tijd werd dan een andere minister tijdelijk waarnemer. In 1906 liet minister Kraus van Waterstaat zich overigens enige maanden vervangen vanwege een opdracht als ingenieur in Chili, waartoe hij zich eerder contractueel verplicht had.

Er zijn talrijke voorbeelden van tijdelijke vervangingen. Marga Klompé verving bijvoorbeeld enkele keren de door ziekte uitgeschakelde minister van Onderwijs Jo Cals. Zij loodste toen zelfs belangrijke wetsvoorstellen door het parlement.

In 1987 vond voor het eerst een tijdelijke wisseling plaats, waarbij zelfs een staatssecretaris tot minister werd gepromoveerd. Minister Kees van Dijk werd vanwege een operatie vervangen door zijn collega Jan de Koning en diens portefeuille werd overgenomen door staatssecretaris Louw de Graaf. Van Dijk bleef echter wel minister. Erik Jurgens wijdde daar een kritische beschouwing aan.

Het voorbeeld uit 1987 kreeg onder Rutte III navolging toen minister Kajsa Ollongren vanwege gezondheidsproblemen was uitgeschakeld. Staatssecretaris Raymond Knops werd tijdelijk minister. Ollongren bleef wel minister, zoals dat eerder ook het geval was met Ronald Plasterk, die in Rutte II eveneens tijdelijk werd vervangen.

Closing Time | Geluk

In de aanloop naar de Woonopstand plaatsen we de gehele week woongerelateerde protestmuziek. Vandaag Sophie Straat, die dit jaar met ’t Is niet mijn schuld’ een Edison voor het beste album won. Terecht, want ze weet als geen ander de smartlap de actualiteit in te trekken. Dit nummer gaat over haar hoop ooit nog eens een betaalbare plek in Amsterdam te kunnen vinden. Ze ziet het somber in.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Vorige Volgende