De machtsverhoudingen in de Straat van Hormuz lijken op het eerste gezicht duidelijk. De Verenigde Staten als wereldmacht, Iran als niet meer dan een onmachtige stoorzender. En in theorie klopt dat, maar de praktijk blijkt weerbarstiger. Want de uitkomst van dit spel wordt allang niet meer bepaald door wie de meeste vuurkracht heeft.
De werkelijkheid is pijnlijker. Voor de VS dan, want Iran hoeft nauwelijks iets te doen om te winnen. De Verenigde Staten hoeven alleen maar geen volledige veiligheid te kunnen garanderen. Veiligheid in de Straat van Hormuz is namelijk binair. Of het is helemaal veilig, of totaal niet. Er bestaat geen comfortabele middenweg waarin 97 procent zekerheid volstaat. Voor verzekeraars, rederijen en markten is alles onder de honderd procent simpelweg onzekerheid. En onzekerheid vertaalt zich direct in hogere kosten, omleidingen en stilvallend verkeer.
Dat maakt de drempel voor Iran opvallend laag. Het hoeft geen grootschalige aanvallen uit te voeren, geen tankers systematisch uit te schakelen. Een paar incidenten, een dreigement, een drone op de verkeerde plek, en het systeem begint te haperen. Schepen draaien om nog voordat er iets gebeurt. De markt reageert op wat zou kunnen gebeuren, niet op wat daadwerkelijk plaatsvindt.
De Verenigde Staten zitten gevangen in het spiegelbeeld daarvan. Het kan escortes organiseren, mariniers inzetten, druk uitoefenen en blokkades afdwingen. Wat het niet kan, is garanderen dat er niets gebeurt. En zolang die garantie ontbreekt, blijft de status quo bestaan. En deze kwetsbaarheid wordt uitgemolken door Iran. Zelfs als het totaal geen marine meer heeft.
Hier zit de echte machtsongelijkheid. Niet die van aantallen, maar van de inzet die nodig is. Als de Verenigde staten deze ‘blokkade’ willen doorbreken moeten ze honderden schepen, continu, zonder fouten, door een smalle doorgang loodsen. Iran hoeft alleen twijfel te zaaien. Waar de ene partij absolute zekerheid moet leveren, hoeft de andere alleen relatieve onzekerheid te creëren. De suggestie is genoeg.
Dat verschil maakt dat Iran effectief “wint” zonder de straat permanent te sluiten en zonder grootschalig geweld. Niet omdat het sterker is, maar omdat het spel zelf asymmetrisch is ingericht, en het Iran daar optimaal gebruik van maakt.
De Verenigde Staten blijven ondertussen opereren alsof controle haalbaar is. Een blokkade, meer schepen, meer druk, meer zichtbare aanwezigheid. In de Straat van Hormuz wordt daarmee iets ongemakkelijks zichtbaar. Macht is hier geen kwestie van vuurkracht, maar van geloofwaardigheid. En geloofwaardigheid die afhankelijk is van perfecte veiligheid, is per definitie onbereikbaar.