Zuster Merel

9 Artikelen
10 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Als sarcastisch ingestelde verpleegkundige vertel ik over de dingen die ik meemaak in mijn werk.
Foto: Brabant Bekijken (cc)

Helden

Ik ben geen held, ik ben niet onmisbaar. Ik ben misbaar.

In een systeem dat gebaseerd is op geld, is iedereen misbaar. Er is altijd wel een oplossing die de boel weer enigszins op de rit trekt: E-health, Zorgreservisten, het leger. Of misschien een andere, lagere functie met minder eisen, die minder goed betaald. Dat werkte ook goed toen de ‘functie’ van hbo-verpleegkundige werd ingevoerd en de mbo’ers met een degradatie werden opgescheept. Uiteindelijk komt het allemaal goed.

We zijn geen martelaren. Zie ons niet als goden of helden. Het deed wat met me, de laatste anderhalf jaar. Eerst op dat voetstuk geplaatst worden, alsof ik applaus nodig had, voor de professionaliteit die ik bied? Het luisterend oor? En vervolgens mochten we buffelen voor al het inhaalwerk wat we moesten doen, maar dat was normaal. Normaal dat de artsen 1-2 weken vooruit vol zaten, en ik ruim een maand. “Heb je dan pas plek?” was een veel gehoorde opmerking van patiënten, zowel voor mij als voor de assistentes.

Je doet er in een systeem wat gebaseerd is op geld alleen toe als je produceert, en dat deden we in die tijd. Nu is het weer business as usual: zo worden we weer een dienstverlening en mogen we weer verwijsbrieven maken naar specialisten en afgekafferd worden in ons gezicht als we niet doen wat de ‘klant’ vraagt.

Een gebruiksvoorwerp, zijn we.

Ik vind het niet gek dat je deze ontwikkeling ziet in de maatschappij. Het is wat we met z’n allen hebben gecreëerd, de laatste paar decennia. Ik verwijt het patiënten niet: zij zijn een product van een overheid die de verzorgingsstaat afschaft, en de ‘zoek het maar uit’-houding aanneemt. Patiënten zien ons, niet Mark: wij zijn het gezicht van al die besluiten, alles komt bij ons terecht, op ons worden de frustraties afgereageerd.

Dat ik me heb gerealiseerd dat ik misbaar ben in zo’n systeem, geeft een hoop rust. Het gaat niet om mij: het gaat om cijfers (die ik invul voor de zorgverzekeraar), om geld. Het zakje geld wat de praktijk krijgt voor mij, om als praktijkondersteuner de ketenzorg te regelen. Voor mij in de plaats komt wel weer een ander. Of die het beter of slechter doet dan ik? Dat maakt eigenlijk niet uit, zolang de cijfers maar ingevuld worden.

Ik denk niet dat ik misbaar ben in de ogen van mijn collega’s, weet ik. Mijn collega’s en ik kunnen niets veranderen aan de enorme tanker die de zorg is, die afstevent op de kade met een behoorlijke snelheid. Ik kan er hierom in berusten: wij besturen deze tanker niet. Waarschijnlijk komen we er wel heelhuids uit, als we goed op onszelf letten.

Wij zijn geen helden. Zie ons als mensen, zoals wij jullie ook zien. Wij zijn gelijken in de strijd tegen dit zieke systeem.

Foto: UN Women Asia and the Pacific (cc)

Geen goede zorg

Ik heb niet het idee dat ik goede zorg lever. Diabetespatiënten die (nog) geen insuline gebruiken, alleen tabletten, maar die geen glucosemeter (vergoed) krijgen van de verzekeraar. Patiënten met dementie die lang thuis wonen met alle gevolgen van dien, met vaak een crisisopname door veel vallen, dwalen of andere gevaarlijke situaties. Laatst nog: een rechterlijke machtiging van een patiënt afgewezen omdat er niet voldoende gevaar zou zijn. De week erop bel ik met familie en blijkt dat patiënt een waterkoker op het elektrische fornuis heeft gezet, en die ook aangezet heeft. Brand binnen.

Voedingsadviezen die ik geef, alhoewel een diëtist er meer van weet, maar hoeveel zin heeft het als uit onderzoek blijkt dat 95-98% weer op zelfde gewicht zit, of nog zwaarder is na vijf jaar? Nog steeds wordt zo vaak tegen dikke patiënten gezegd: ‘eerst afvallen’. En blijven ze ondertussen doorlopen met klachten, met alle gevolgen van dien.

Iedereen wil op de stoel van de arts zitten. Begrijpelijk, want het is een begeerd en beschermd beroep. Het heeft, ondanks veranderingen in de samenleving, nog steeds aanzien. Misschien is het handig alsof we doen dat zorgverzekeraars op onze stoel mogen zitten. We doen net alsof, maar ondertussen maken we ons eigen beleid. Alles wat ze vragen, daar zeggen wij ‘hm-hm, jaja’ op, en gooien het vervolgens in de prullenbak, of op de welbekende plank met alle plannen die niet uitgevoerd worden.

Prima idee toch? Zij doen dit immers ook met onze ideeen en vragen. Het is niet alsof we op dezelfde pagina zitten, zeg maar.

Als iemand diabetes heeft, zou je zeggen dat je lange termijn complicaties wilt voorkomen en de patiënt inzicht wilt geven in zijn ziekteproces, en wat er nu gebeurd met die suikers als hij een gebakje eet. Maar nee: natuurlijk gaan we pas een glucosemeter vergoeden als iemand aan de insuline moet, en tabletten niet meer voldoende zijn. Waarvoor zou je ook iemand helpen, toch? Dat is niet onze taak. Geld besparen en winst maken. Dat is het doel.

Ook worden er genoeg programma’s opgezet vanuit de zorgverzekeraar om leefstijl te verbeteren. Dat het een verkapt dieetprogramma is weet natuurlijk iedereen, maar de zorgverzekeraar vergeet te vertellen dat dieten niet werken en 95-98% weer na een aantal jaar op hetzelfde gewicht zit, of nog hoger, en dat jojo-en veel gevaarlijker is dan structureel wat te zwaar zijn. En wat is te zwaar, eigenlijk? Als we het daarover hebben? BMI is een farce, laten we wel wezen. Ooit ontwikkeld om ‘de gemiddelde mens’ te classificeren, maar het heeft niets met gezondheid te maken. Natuurlijk gebruiken we het nog steeds, want er is geen goed alternatief. Je hebt grote kans dat je als patiënt je BMI in je dossier hebt staan, en als ie te hoog is de pech dat er een notitie is gemaakt waarin staat dat je ‘adipositas’ hebt, of ‘morbide obesitas’.

Ze zeggen dat die informatie niet bij zorgverzekeraars terecht komt, maar ik heb hier serieus mijn twijfels bij. Wie controleert dit? Wie weet of dit echt klopt?

Nee, mijn idee is dat we zorgverzekeraars moeten zien als een vieze vlek die je niet uit een t-shirt krijgt. Laat dat t-shirt nou maar gewoon liggen, was ‘m niet meer, want die vlek gaat er echt niet meer uit.

Foto: Hospital CLÍNIC (cc)

Uitzonderlijk

COLUMN - Vorig jaar kreeg (bijna) al het zorgpersoneel, naast een lading applaus, een bonus van 1000,- euro. Inmiddels kan er ook een tweede bonus aangevraagd worden. Maar:

Belangrijkste voorwaarde om in aanmerking te komen voor de bonus is dat de zorgprofessional in de periode 1 oktober 2020 tot 15 juni 2021 een uitzonderlijke prestatie heeft verricht vanwege COVID-19, door onder uitzonderlijke omstandigheden zorg te bieden.

Uitzonderlijk. Wat zou Tamara, of Hugo verstaan onder ‘uitzonderlijk’? Dat je je de pestpokken werkt op een cohortafdeling, stel ik me zo voor. Dat je minimaal 36 uur werkt misschien? En mogelijk ook de collega’s die op de IC werken.

De thuiszorgmedewerkers, de niveau 2 helpenden, de schoonmakers in het verpleeghuis, nee, die natuurlijk niet. Die hebben al een bonus! Naast hun vetpot van een salaris. Elke dag komen zij weer opdagen, helpen zestien ouderen per ochtend per persoon uit bed, of maken de toiletten schoon nadat iemand die niet meer doorheeft dat hij leeft, er een potje van heeft gemaakt.

Die mensen doen geen uitzonderlijk werk. Dat is gewoon je werk, toch? Niets anders in een pandemie.

Het continue negeren van opmerkingen over structurele loonsverhoging door beleidsmakers komt me onderhand de keel uit, en ik ben niet de enige. Zullen we het maar niet hebben over het weglopen van bepaalde mensen, vorig jaar in de Kamer, bij een stemming over die loonsverhoging?

Foto: Marco Verch Professional Photographer (cc)

Niks

COLUMN - “Maar hoe is het met jou, bij jou nog alles gezond, niks gehad?”

Niks gehad. Opeens realiseer ik me dat ik in die hele COVID pandemie, als door het oog van de naald met een twijfelachtig lapje stof voor mijn neus en mond, geen corona heb opgelopen. Althans, ik denk van niet. In het begin werd er natuurlijk niet getest, en ik weet nog wel dat, ondanks dat vorig jaar een paar maanden de spreekuren waren afgezegd, ik wel een aantal patiënten gezien heb zonder masker. Later met masker en in grote getalen. Dagelijks zie ik zo’n vijftien tot twintig patiënten, afhankelijk van hoe lang een consult duurt of hoe vol mijn agenda geboekt is.

Nu ik volledig gevaccineerd ben tegen COVID realiseer ik me hoe het afgelopen jaar is geweest, wat een hel. Hoe onzeker, hoe gevaarlijk. Hoe we voor de leeuwen zijn gegooid met onvoldoende en goede mondmaskers. In het begin deden de artsen een hele dag met een masker, en deden ze ze na gebruik in zakjes omdat ze nog gereinigd en opnieuw gebruikt konden worden. Dat is nu toch niet meer voor te stellen? Nou ja, wel natuurlijk, gezien er nog miljoenen maskers in een opslag liggen waar voldoende winst over is gemaakt. Winst die voor de zorgverlener ver te zoeken is.

Foto: LaVladina (cc)

Geheim

COLUMN - Met het in ontvangst nemen van je diploma in de gezondheidszorg teken je een onzichtbaar contract: het contract van geheimbewaarder. Patiënten komen naar jou toe met hun vertrouwelijke informatie, en praten daar vrijelijk over. Ze verwachten dat je je taak serieus neemt en je verdiept in de informatie: graag zien ze dat je je ingelezen hebt in hun dossier met wat er de afgelopen tijd gebeurd is. En terecht.

Wat samenvalt met die verwachting is dat je dit geheim houdt. Je verteld aan niemand dat dit deze patiënt was, met die geboortedatum, die daar woont: niets van dat alles.

Natuurlijk vertel ik thuis verhalen over patiënten aan mijn wederhelft, om mijn dag te bespreken, om mijn hoofd leeg te maken. Heel normaal. Alleen vertel ik daar dan geen details bij die de privacy van de patiënt kunnen schaden.

Genoeg binnenpretjes heb ik al gehad over de jaren heen, gniffelen om een grappige naam of combinatie van voornamen en daarmee initialen: het even opkijken als het een (semi) bekende Nederlander is waar je zorg voor mag dragen. Iedereen is mens, ieder heeft een lijf, die soms wat onderhoud nodig heeft. Wij zijn daarin de onpartijdige hulpverlener die dit mag ondersteunen.

Foto: Bas Bogers (cc)

Denkwereld

COLUMN - Iedereen heeft ze. Voorkeuren, vooroordelen, hoe je ze wilt noemen. Je ontkomt er niet aan, en vaak zijn ze diepgeworteld. Het zelfinzicht wat betreft die vooroordelen is een ander verhaal; daar heb je zelf invloed op.

Toen ik de opleiding tot verpleegkundige deed en we in de les ‘ethiek’ zaten, bespraken de dood, de rituelen die er zijn en hoe die verschillen per cultuur. Een klasgenootje van me, christelijk, kwam naar aanleiding daarvan met het volgende voorbeeld.

“Er is een patiënt op onze afdeling en die is erg ziek. Hij is een drugsgebruiker, en heeft daardoor heel wat gezondheidsproblemen. Waarschijnlijk zal hij binnen niet al te lange tijd komen te overlijden. Ik vind het lastig om voor hem te zorgen, omdat ik weet dat hij naar de hel gaat.”

Ik weet niet meer precies welke discussie eruit ontstond, maar ik weet wel dat ik ontzag had voor hoe de docent ermee omging. Zelf probeerde ik mijn mond te houden, terwijl ik met mijn oren klapperde.

Ik zal de laatste zijn om te stellen dat ik zelf vrij ben van vooroordelen, en ik betrap mezelf er ook nog op tijdens spreekuren. Mijn insteek is wel altijd met een zo open mogelijke blik een consult in te gaan, ook al ken ik de patiënt al een tijd, dan nog is het niet aan mij om te oordelen. Ik ben er als neutraal persoon om hulp te verlenen aan de patiënt, hoe diegene dat ook wenst. Het is een van de kernwaarden waarnaar ik probeer te werken. Het belangrijkste voor mij is dat de patiënt zich gehoord voelt en serieus genomen voelt in de problemen of hulpvragen die aangegeven worden.

Na die les ethiek weet ik nog wel dat ik mezelf afvroeg hoe je denkt een goede verpleegkundige te zijn, als je iemand veroordeelt om zijn leefwijze of keuzes, vanuit je eigen levensovertuiging. Zelf vind ik dat te ver gaan, aangezien ook wij bij onze diplomering een eed of gelofte afleggen waarin we beloven ons beroep op verantwoorde en betrouwbare wijze te zullen uitvoeren.

Eigenlijk gaat het ook voorbij aan nog een belangrijke waarde; je patiënt als mens zien, of als ervaringsdeskundige. Je diskwalificeert de patiënt al bij voorbaat, zonder zijn verhaal te hebben gehoord of begrepen. Uiteindelijk zijn wij allemaal mensen, met een gezondheid die al dan niet aangedaan is. Uiteindelijk zullen we, als we maar lang genoeg leven, er allemaal aan moeten geloven, en merken dat ons lijf ons in de steek zal laten, en we hulp nodig hebben van anderen, van medicatie en/of behandelingen.

Foto: UN Women Asia and the Pacific (cc)

Zaaien

COLUMN - De machine werkt op volle toeren. Langzaam sijpelt dit door vanuit de hogere regionen naar de lagere, wat ik vooral merkte in het verpleeghuis waar ik werkte. Een manager kon ongestoord op een andere locatie aan de slag, terwijl er bij ons nog heel wat lijken uit de kast stortten. Niemand verbaasde het, maar ook niemand hogerop sprak de leidinggevende aan. Die kon ongestoord verder op de andere locatie.

Ik heb op heel wat verschillende plekken gewerkt sinds ik verpleegkundige ben. De laatste jaren van mijn opleiding in een groot ziekenhuis, vervolgens nog een kleiner ziekenhuis, op verschillende afdelingen. Het verpleeghuis en de thuiszorg heb ik gezien. In elke organisatie waar ik geweest ben, werkt de verdeel- en heersmachine.

Ik weet nog dat ik in een ziekenhuis werkte en ik ontevreden was over de salarisverhoging en het tijdstip waarop ik die kreeg. Toen ik er vragen over stelde werd mij gezegd; “dit gaat altijd zo” en andere drogredenen, met eigenlijk de boodschap; niet zeuren, mond houden. Ik ging hier verder op door, zocht informatie in mijn omgeving over hoe dit werkte in het arbeidsrecht en de CAO. Ik bleef vragen stellen op mijn werk. Op een gegeven moment, bijna aan het einde van een dagdienst, werd gevraagd of ik op stel en sprong bij de manager op gesprek kon komen aangaande dit onderwerp. ‘Oh boy, nu zullen we het krijgen’, dacht ik nog.

Foto: Daniel Ferenčak (cc)

Dino

COLUMN - Ik praat niet meer over paarse krokodillen, ik heb het tegenwoordig over dino’s. Het zijn geen gewone krokodillen meer. We zijn beland op een hindernisbaan met de enorme prehistorische monsters, een soort Jurassic Park maar dan voor zorgverleners. Wie brengt zijn of haar patiënt zo snel mogelijk naar de finish, zonder dat je beide opgegeten wordt door een gigantische T-rex?

Waar zal ik beginnen? Hebben we het over de labuitslagen die niet goed gedaan worden, waarbij patiënten thuis zitten te wachten op een labservice die niet op komt dagen? Of de verkeerde bepalingen? Of, hebben we het over een protocol wat lichaamsbeweging moet registreren voor diabetespatiënten, maar dat niet doet, wat blijkt uit de jaarcijfers die gegenereerd worden? En met niet bedoel ik 1% geregistreerd, terwijl ik netjes alles aan het vinken ben. Het hele Excel sheet is rood, want ergens gaat de registratie niet goed.

Maar wacht, er is meer. Dit jaar heeft er een verandering plaatsgevonden bij de verzekeraars voor de aanvraag van materialen die diabetespatiënten nodig hebben om hun insuline te spuiten. De naaldjes, de lancetten en glucosestrips moeten door ons verantwoord worden. Een heel A4 moet er ingevuld worden over wat de patiënt nodig heeft, waarom, hoeveel, wat het meerverbruik is en waarom (en hoe lang dat dan is).

Foto: Ritzo ten Cate (cc)

Bonuskaart voor de zorg

COLUMN - Helden hoef je niet te betalen. Helden betaal je met applaus! Wat een oorverdovend geluid was dat in het voorjaar, de spandoeken aan de landhuizen met ‘zorgverleners bedankt’ waren niet te tellen. Er werden teksten op de stoep geschreven met krijt bij ziekenhuizen en andere instellingen. Van de koning en zijn gezin kregen we ‘een hart onder de riem’, samen met applaus. Ongekend eensgezind was de bevolking van Nederland; helden moet je eren.

Nog komt er wat maagzuur omhoog als ik hier aan denk.

Helden staan in het middelpunt, zoals blijkt in het initiatief van ActiZ en anderen waarbij je op een website mensen in de zorg kon bedanken met een persoonlijke video. We moeten vooral dankbaar zijn met wat we krijgen, we hebben tenslotte zelf voor de zorg gekozen, het is een roeping. Hier wordt je mee geboren, schijnbaar. De competenties om een specialistisch verpleegkundige te worden, of een helpende in het verpleeghuis die zijn of haar hand niet omdraait om een bewoner met dementie uit bed te halen, tellen niet mee.

Dat daar net als ieder ander beroep bepaalde aangeleerde vaardigheden, vaak een enorme lading aan praktijkervaring en een bak aan theoriekennis aan ten grondslag ligt, maakt niets uit. Helden plaats je op een voetstuk; net als BatMan, die mag je haten en liefhebben wanneer het je uitkomt. Je bent een speelpop van het publiek geworden.